Wat niet van het Oude en nieuwe Testament bekend is?

De Bijbel [het Woord] is in het oude en nieuwe Testament beschreven zowel historisch als in geestelijke beeldspraak, d.w.z. met overeenstemmende analogieën. De eerste zeven hoofdstukken van Genesis, en het helaas niet meer vermelde boek ‘de Oorlogen van Jehovah, die echter wel tot de Bijbel behoorde [en ook de boeken ‘de Uitspraken’ en ‘Jasjer’] gingen echter later verloren en deze bevinden zich nu nog ergens in het Groot Tartarije. [Zie ook Num. 21:14,27]

Daarom wordt in het boek van de oorlogen des Heeren gezegd tegen Waheb: ‘in een wervelwind’, en tegen de beken: ‘Arnon’En de Zon stond stil en de Maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden gewroken had. Is dit niet geschreven in het boek des oprechten? [of: tot de vromen, of tot diegenen die rechtvaardig zijn].

Sommigen behouden het Hebreeuwse woord Jaschar in de tekst. Dit boek, en nog meer andere historische Bijbelse delen, waarover de Heilige Schrift gewag maakt, zijn niet meer in de circulatie verkrijgbaar.

De zon nu stond stil in het midden des hemels en haastte zich niet onder te gaan omtrent de gehele dag. [Jozua 10:13] Als hij gezegd had, dat men de kinderen van Juda de boog zou leren; zie, het is geschreven in het boek des oprechten. [2 Samuel 1:18]

De eerste oudste kerk was puur geestelijk en breidde zich uit over gehele Kaukasus. Dit was het eerste geestelijke geslacht van de mensheid. Zij leidden een hemels leven op Aarde. Het was het ‘gouden’ of het ‘Saturnus tijdperk’, de eeuw der onschuld, die werd aangeduid met het ‘hoofd van goud’ in het door Nebukadnezar geziene beeld. [Daniel 2:32]

[Huishouding van God, deel 2, hfdst. 172:1] Wij zijn nu al met reeds zeven dagen lag op de hoogte bij de kinderen van God gebleven en hebben de stichting van de eerste kerk op Aarde door Jehova’s zichtbare aanwezigheid uitvoerig van dag tot dag en woord voor woord mee aangezien en gehoord. Dit is de volledige verklaring van de in de Bijbel door Mozes genoemde zes scheppingdagen, waaronder niets anders verstaan moet worden dan de grondvesting van de eerste kerk op deze Aarde…

Het geestelijk geslacht van de mensen na de val werd de tweede ‘oude kerk’ genoemd, die door de oude schrijvers als ‘het zilveren tijdperk’ werd aangeduid, ‘de eeuw der wijsheid’ als de ‘zilveren borst’. Deze waren nu van geestelijke intelligente aard.‘

Het door Nebukadnezar geziene beeld, dat werd uitgebeeld met dijen van koper, was de derde kerk, [als tweede oude kerk], die geestelijk-natuurlijk was. De vierde kerk op Aarde werd in het beeld gezien met schenkels van ijzer – de ijzeren eeuw [de Israëlieten] – en van haar staat geschreven: ‘ik wist dat gij hard zijt, en uw nek met een ijzeren zenuw is, en uw voorhoofd koper. [zie ook Jesaja 48:4]

In het oude Testament is de nieuwe kerk reeds voorzegd in Daniel 2:35 en 44 en Daniel 7:13 en 14. Haar leer is genoemd in de droom van Nebukadnezar als het koninkrijk van de grote steen, die tot een berg werd en de gehele Aarde vervulde. Dat is de Heer Jezus Christus ZELF ten aanzien van Zijn Goddelijke Menselijke en Wiens Koninkrijk niet zal vergaan in alle eeuwigheid. [Openb. 19:9] – zij wordt bedoeld als de vrouw die bekleed is met de Zon, de Maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd, die door de draak werd vervolgd. Eveneens de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, die de Bruid en de Vrouw van het Lam werd genoemd.

De Bijbel, het WOORD, is het Goddelijk Ware Zelf, waardoor alle dingen zijn gemaakt, waarin de Goddelijke Wijsheid en het Goddelijk Leven is. [Joh.1:3]

[Predikingen van de Heer-047:13] Zo wordt de Bijbel een rijke vindplaats en een lichtbron voor alle menselijke betrekkingen en de verstandige lezer zal vinden, dat reeds sinds meer dan duizend jaren de kostbaarste schatten in dit boek bewaard liggen, om de mensheid tot enige leider te zijn en haar te tonen, hoe Ik er reeds in die tijd voor gezorgd heb, dat niets verloren zou gaan, van wat gezegd werd voor alle tijden en eeuwigheden.

[14] Nu, waar de tijd spoedig nadert, waarin de mensen strenger gevraagd zal worden, of zij eigenlijk wel weten, waartoe zij op de wereld zijn en of zij ook weten, waarom Ik op deze aarde kwam, nu is het hoog tijd om de bast van de letter en woordelijke inhoud van Mijn evangelie weg te nemen en de mensen onder deze schijnbare harde bast de glanzende stroom van het goddelijk licht te tonen, opdat zij dat wat zij voor zichzelf en anderen verzuimd hebben, nog in deze laatste tijd in kunnen halen en zo hun zending kunnen vervullen. Vandaar Mijn vele ophel­deringen en uitleggingen aan u, vandaar deze hele reeks van zon­dagspredikingen, opdat niemand kan zeggen dat hij dit of dat niet heeft geweten of begrepen.

[15] [PH.01_047,15] Ik ben de God van licht, liefde en wijsheid. Wanneer Ik eenmaal terugkom, kan geen duisternis naast Mij bestaan. Het moet daarom licht worden in de harten van alle mensen. Zij moeten allen leren om lief te hebben en deze liefde, met wijsheid verbonden, voor hun naasten te gebruiken. .

[PH.01_000,07] Zij liggen in het boek van de Bijbel voor u; maar kortzichtig als u bent, herkent u niet wat uit haar woorden aan het licht komt. Daarom ben Ik gekomen om u te helpen deze sluier op te lichten… Neem deze predikingen ter hand, lees vooraf het daar aangegeven evangelie in de Bijbel, verdiep u in de zin van de aangehaalde tekst en u zult spoedig gewaar worden, welke helderheid en welke warmte u uit deze woorden van vaderlijke liefde tegemoet zullen stralen! Voelt u zich meer dan eens getroffen en schrikt u zelfs van uw innerlijk, wanneer u gewaar wordt, hoe ver u nog verwijderd bent van wat u meende allang te zijn, troost u er dan mee, dat iedere fout verbeterd kan worden, wanneer men haar kent! Heeft de prediking u de fout doen inzien, dank Mij dan, dat Ik u liet zien wat bij u ontbreekt! Het ligt dan alleen in uw handen om deze fout, die u vroeger niet eens voor een fout hebt gehouden, zorgvuldig te verwijderen.

Het boek Hemelse Gaven, deel 1, hfdst 17 beschrijft, dat Swedenborg door de Heer persoonlijk werd opgewekt en door Zijn engelen in alle wijsheid vanuit Hem geleid, al naar gelang de graad van hun liefde. Wat hij zegt is goed en waar. Over het Woord: in de gehele hemel wordt geen ander erkend als God van de hemel, en dat is de Heer alleen, zoals het vierde evangelie in het NT dit beschrijft: ‘Hij is één met de Vader; dat de Vader in Hem is, en Hij in de Vader; en dat die Hem zien, de Vader zien; en dat al het Heilige uit Hem voortgaat. Swedenborg zegt daarover: Ik heb hier heel vaak met engelen daarover gesproken en steeds zeiden ze dat men in de hemel het Goddelijke onmogelijk in drieën kan verdelen, aangezien men weet en aanvoelt, dat het Goddelijke één is, en dat het één is in de Heer.

www.zelfbeschouwing.info