De taal van het denken

Zijn wij ooit in staat geweest onszelf iets te kunnen toeschrijven? Nee, onze kwalificaties komen van God. [2 Korinthe 3: 5]

‘Niet dat we van onszelf in staat zijn om iets anders te denken dan vanuit onszelf; maar dat wij daartoe in staat zijn, dit komt van God ’

De taal moet in ons mensen leven omdat we ermee kunnen communiceren. De taal weerspiegelt onze oorsprong. De vocabulaire bevat al datgene wat in ons leeft. De stem (Hebreeuws: Kol = 20-30 = 50) bepaalt ook de stemming, evenals bij het eten (Hebreeuws: Akol-20-30 = 51). [Voedsel is gerelateerd aan de ENE (God, als eenheid) tot alles (Kol) = 50!]. Want Kol betekent zowel ‘alles’ [veelheid], als ook ‘stem’. In de stem vinden we alles. Stem maakt de stemming!

We moeten steeds in contact blijven met God! Voeding kan het denken, dus ook het spreken, beïnvloeden zoals zien, proeven, ruiken, horen en voelen; Het zijn de vijf belangrijkste zintuigen! Een zintuig kan van zichzelf niets waarnemen.

 

Volgens Lorber en Swedenborg is het de ziel die het innerlijke waarneemt. De zintuigen zijn alleen maar de uitvoerende organen. We kunnen zelfs met gesloten ogen zien en zelfs horen met onze oren in slaap. Een gezicht zonder ogen is geen gezicht en heeft geen zicht.

 

Gezicht in het Hebreeuws betekent PaNIM = 80-50-10-40 = 180 en zicht heeft ermee te maken. In het hele gezichtsveld van 360 graden zien we maar de helft, want 360: 2 = 180.

Horen heeft onze oren nodig [daar komt gehoorzamen vandaan]. De vorm van onze oren bepaalt het gehoor.

Een reukorgaan kan niet zonder een neusslijmvlies. De buitenkant kan nooit functioneren zonder de binnenkant. De zintuigen kunnen weer worden onderverdeeld in verschillende niveaus.

Volgens Swedenborg bevinden de ogen zich in een meer betere perfecte positie dan de oren, omdat ze een verfijnd moralisme of visuele afstemming hebben.

Maagchirurgie verandert de zintuigen van de maag. Het is hetzelfde met elk orgaan dat wordt geopereerd. Al met al is alles in ons lichaam precies op elkaar afgestemd als een prachtig uurwerk.

Gedachten zijn het licht van de ziel. [Licht = AWR = 1-6-200 als Hebreeuwse letters en cijfers] Het wordt uitgesproken als aur, aura, our of hour. Laten we bijvoorbeeld aan goud denken, en goud in het Latijn = AURum]

Richteren 16:2 spreekt van het ochtendlicht en Jozua 16:2 van Bethel-Luz = "Huis van God", en Mattheüs 16:2 van "Zonsondergang", en Markus 16:2 van "Zonsopgang".

Jakob Lorber benadrukt dat ieder van ons logisch en moraal moet denken. Moralisme is een vorm van serieus meeleven; echter onder moralistische beeldspraak. [volgens de moraal, de zedenleer]

Als aardse mensen kennen we twee manieren van denken. Het eerste: de intelligentie is nauw verbonden met het hart; en het tweede type, het intellect,  met de hersenen. Het verschil tussen deze twee wordt vaak niet herkend. Het intellect is verbonden met de piramidale synapsen. We gebruiken hiervoor vaak het woord cerebra [van het cerebrum]. Vaak wordt het verschil tussen beide termen niet duidelijk gemaakt!

Intellect is echter gebundelde kennis. Het zijn toegevoegde feiten. Intelligentie is echter ook een intern overblijfsel van wijsheidsdenken. Dit werkt met zo'n enorme snelheid dat niemand kan bijhouden. We hebben de gedachte nodig die razendsnel uit het hart wordt gehaald om bepaalde problemen zodoende op te lossen.

Gedachten zijn dus geestelijke ideeën, morele waarden en deze verbinden het geweten. Menselijke gedachten [moeten] in overeenstemming zijn met de innerlijke morele waarden.

Vanuit het denken ontstaat de daad (handeling) dan vanzelf. Het is maar een kleine stap van denken naar doen. Eerst moet er een gunstige gelegenheid zijn, en pas dan ondernemen we actie.

Volgens Jakob Lorber kunnen mensen in het geestelijke rijk der engelen zich later verheugen of schamen voor hun (gedachten)daden.

Daarom is het goed om ernstig na te denken over de grote verantwoordelijkheid die ieder individueel mens heeft om zijn innerlijke wezen te toetsen en na te leven. Zulke krachten, die we zeer serieus moeten nemen, worden niet bespot, omdat ze om een ‘geweten’ vragen. Als een mens gelooft en zijn leven volledig verbindt met God en zijn medemensen, dan heeft hij al de derde graad van wedergeboorte bereikt.

Ten eerste hebben we het (ge)weten en ten tweede de toestemming om het geloof in jezelf te integreren. Kennis is wat een persoon heeft ontvangen in termen van geestelijke kennis, maakt deel uit van zijn geloof. Dit komt uit zijn geheugen, uit de geestelijke gegevensopslagruimte. [databank!]

Het  her-INNEN (het opnieuw innen) is datgene, wat hem keer op keer aanspoort. Het woord herinnering omvat dus ook wat hij in ontvangst neemt of verzamelt, en steeds weer opnieuw vanuit zijn innerlijkst. Het menselijk intellect hoeft  daar niet mee in te stemmen.

Hier zegt Prediker 12:12: „En bovendien, mijn zoon, wees gewaarschuwd. Er komt geen einde aan al het boeken maken, en veel studeren vermoeit je lichaam ''.

Ook hier zou de Bijbel onze leraar moeten zijn. Kennis en geweten lopen parallel aan elkaar. Maar de daden zijn nog belangrijker! We moeten het smalle pad van het geloof bewandelen, wat helemaal niet gemakkelijk is. Maar hoe groot is het geluksgevoel als je je doel hebt bereikt?

Er zijn veel verleidingen op de brede en comfortabele paden die mensen onderweg vaker doen stoppen en te zeer afleiden. Op zulke paden hoef je je nauwelijks in te spannen. Deze weg zal niet altijd succesvol zijn of resulultaten opleveren.

Het Hebreeuwse woord voor denken en rekenen betekent voor beide woorden hetzelfde, namelijk ChaShaB. Beiden bevatten samen hetzelfde woord ChaSh, wat 'voelen' betekent. Hier beslist niet alleen het intellect wat voor de mens het een en het ander bepaalt, maar de wil. We moeten dus eerst weten wat de WIL precies inhoud. Dit is het vermogen waaruit alle handelingen en daden voortkomen.

De wil komt voort uit de dualiteit [het idee van God] en dat als eerste principe (1) en het denken als tweede principe! (2). De wil is het derde initiatief (3). [zich als het ware in een cirkel bewegen]. Het vierde principe (4) betekent feit, feitelijkheid, het ervan realiseren.

Het begrijpen (de ratio of het verstand) staat nauw verbonden met het denken (in de wijsheid). Dit geeft hem de mogelijkheid bepaalde acties uit te voeren. Het verstand is de feitelijke vormgever van de wil. Verstand en denken resoneren met elkaar. Maar ze worden met het gevoel geprikkeld.

De omgeving kan onze gedachten opmerken terwijl we deze uitstralen of uitzenden. Ook ontvangen we van andere mensen hun gedachten of voorvoelen dat. Bij sommigen kun je raden, welke gedachten in hen omgaat. 

Het hele wereldal, het universum, met zijn vele sterren en Melkwegen, hemellichamen en zonnen, bestaat uit de vastgehouden gedachten van de Schepper.

Dus denken is ook SCHEPPING (creatie) en is op haar beurt weer creativiteit. Het woord 'creatie' zit verstopt in de alvleesklier. De alvleesklier is een van de belangrijkste werkende klieren in het menselijk lichaam. In het Sanskriet staat "PAN" voor God en "CREAS" komt van creativiteit. 

Een ziekte van dit orgaan zorgt ervoor dat het besturingssysteem niet meer soepel verloopt. Misschien zit er zelfs een verkeerd idee van ‚creativiteit‘ achter. Want gedachten hebben een voornemen en vormen gelijktijdig bepaalde vormen of gestalten. 

De scheppingsimpulsen worden ons van bovenaf toegefluisterd of bestuurt. Als een persoon zijn creativiteit, die uit zijn zielsmatige gedachten voortkomt, niet op de juiste wijze toepast, dan kan hij ziek worden.

Elke gedachte is uniek. Gedachten zijn sferen die je voor jezelf creëert. Zo boort ieder mens bepaalde sferen aan in zijn denkwereld, die ook zijn werkelijke wereld is.

Hier moet ook worden gezegd dat de sfeer hetzelfde is als toestand, situatie of positie. Het hoeft niet altijd een materiële situatie te zijn, meer nog een geestelijk gevoelssituatie. Dat kan heel verschillend zijn, zoals een pijnlijke toestand, een gemoedstoestand van een buitengewoon welbevinden. De geschapen staat is de reale wereld, zowel in het hier en nu als in het hiernamaals.

 

UpToDate 2024-2025