Swedenborg sprak met geestelijke wereld

 

Met geesten te spreken wordt heden ten dage zelden toegestaan, omdat het gevaarlijk is; want dan weten de geesten, dat zij bij de mens zijn, terwijl zij dat anders niet weten; en boze geesten zijn van dien aard, dat zij een dodelijke haat tegen de mens hebben, en niets liever wensen, dan hem naar lichaam en ziel te verderven.

 

Dat is ook werkelijk geschiedt bij hen, die zich sterk aan fantasie overgegeven hebben, zodat zij de genoegens, die bij de natuurlijke mens passen, van zich verwijderen. Enkelen, die een eenzaam leven lijden, horen soms geesten met zich spreken, en dit zonder gevaar. Maar de geesten die bij die mensen zijn, worden van tijd tot tijd verwijderd, opdat zij niet zouden bemerken, dat zij bij een mens zijn; want de meeste geesten hebben er geen notie van, dat er nog een andere wereld is, dan die waarin zij zijn, evenmin dat er nog elders mensen zijn; daarom is het de mens niet geoorloofd tot hen terug te spreken; want dan zouden zij dit te weten komen. [bron: Hemel en Hel 249]

 

Een koopman vroeg Swedenborg, hoe het met zijn vriend ging aan gene zijde. Is hij in een gezegende staat? Swedenborg: ‘Neen, hij is nog niet in de hemel. Hij is nog in de Hades [de wereld der geesten] en hij kwelt zich voortdurend met de idee van de teruggave van alle dingen!’ Dit antwoord bezorgde de koopman uit Elberfeld de grootste verbazing. ‘Mijn God! Wat! In de andere wereld?’ ‘Zeker’, zei Swedenborg, ‘de mens neemt zijn geliefkoosde neigingen en ideeën met zich mee en het is zeer moeilijk om daarvan bevrijd te worden. Wij behoren ze derhalve hier opzij te leggen. De koopman nam afscheid en keerde terug naar huis terug, volkomen overtuigd dat ‘Swedenborg geen bedrieger, doch een vroom Christen was’. Dat hij gedurende vele jaren veelvuldig met de inwoners van de geestelijke wereld had omgegaan, is aan geen enkele twijfel onderhevig, doch een vaststaand feit is het verslag van de verteller [bron: Het Swedenborg – Epos 4 – de laatste reis].

 

Wie weet niet dat de mens leeft na de dood, met slechts het verschil, dat hij dan als geestelijk mens leeft. De engelen zijn verbaasd daarover, dat de meeste mensen op Aarde dit niet weten. Hun visie: ‘de geestelijke mens ziet de ander geestelijke mens, zoals de ene stoffelijke mens de andere stoffelijke; en zij weten niet één onderscheid behalve dat zij in een veel meer volmaakte staat zijn.

 

Swedenborg in gesprek met de engelen: Hij zei: ‘dat er nu door de Heer onthullingen zijn gedaan over het leven na de dood.’ De engelen zeiden: ‘Hoezo over het leven na de dood? Wie weet niet dat de mens leeft na de dood?’ Swedenborg antwoordde: ‘Zij weten het en zij weten het niet. Zij zeggen dat het niet de mens, maar zijn ziel is, en dat deze leeft als een geest. Maar over de geest koesteren zij een voorstelling zoals over wind of ether, en dat men pas als mens leeft na de dag van het Laatste Oordeel…’ [Bron: Swedenborg-Gedenkwaardigheden]

 

Bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 04-2018, nr. 30:  www.zelfbeschouwing.info

 

UpToDate 2022

 

web counter