Bestaande stadjes in Palestina rond 25 n. Chr.  

Van de plaatsen of stadjes die ten tijde van Jezus bestonden, daar is bijna niets meer van over, en de algemene gebruikelijke naam van tegenwoordig klopt vaak niet meer. Dit geldt met name voor de locatie en de uitgestrektheid van het oude Jeruzalem. Na een opmerking in het Grote Evangelie, deel 5, hoofdstuk 9:11 en 12, waren ligging en vorm van de oude stad anders en volgens een andere verklaring strekte het grootste deel zich uit naar het zuidoosten van het hedendaagse Jeruzalem en de Olijfberg:

‘Jeruzalem zal zo verwoest worden, dat men al in deze tijd niet meer zal weten waar het eens heeft gestaan. Wel zullen de latere mensen daar een kleine stad met dezelfde naam bouwen; maar de vorm en de plaats zal anders zijn. En zelfs dit stadje zal door vijanden van elders veel kwaad te verduren krijgen en verder zonder aanzien en belang een nest van allerlei gepeupel blijven, dat met moeite een kommervol bestaan in stand zal houden van het mos van de stenen uit de huidige tijd. Ja, Ik wilde deze oude godsstad wel tot voornaamste van de Aarde maken; maar zij heeft Mij niet erkend, en behandeld als een dief en moordenaar! Daarom zal zij voor altijd vallen en zich in de toekomst niet meer verheffen uit het puin van de oude, welverdiende vloek, die zij zichzelf op de hals heeft gehaald en met eigen mond heeft uitgesproken!’

De geografische en historische details in de oude en nieuwe geschriften van het evangelie hebben slechts één betekenis voor dit grote doel, hoewel van ondergeschikt belang. De plaatsen waarvan we vermoeden waar ze hebben gelegen, kunnen alleen worden gebruikt als een hulpmiddel om de leer van de Heer te begrijpen. Laten we van deze beschrijving de wegen van onze Heer en Verlosser als levensbelangrijke hoofdzaak datgene ontlenen, hoe zeer toegewijd, wijs en liefdevol de Vader in Jezus als leraar en Heiland door het land Palestina reisde, om de mensen van de hele wereld, het eeuwige evangelie van God en broederliefde te verkondigen, waarin voor alle wezens het heil gebaseerd is in tijd en eeuwigheid.

Volgens het Grote Johannes Evangelie begint Jezus aan de voorbereiding van Zijn grootste Missie, dat veertig dagen duurde in de woestijn en met de doop door Johannes, begint Zijn openbare verschijning met de bruiloft in Kana, kort voor Pasen en duurt Zijn totale missie drie jaar [Jezus is niet onmiddellijk begonnen met 30 jaar op 7 januari], want zo staat het beschreven: 'zodra Hij ongeveer dertig jaar oud werd, trok Hij zich terug uit het huis van Maria.'

 

Als HIJ na Zijn verjaardag nog een maand thuis was gebleven [dus tot 7-2-25 n. Chr.] en daarbij de veertig dagen verblijf in de woestijn opgeteld, is het intussen midden maart. In die tijd waren er ook twee paasfeesten met twee verschillende datums.

IK [Jezus] zei tegen de discipelen: 'ik heb jullie toch al bij de oude Romein Marcus en nog eens bij de arme vissers meegedeeld, en ook al eerder toen we naar Caesarea gingen, wat er met Mij vanaf nu over ongeveer een paar jaar in Jeruzalem zal gebeuren. [GJE5-242:3]

[Opm. in het 5e deel van het GJE is Jezus dan al 32 ½ jaar! – Dit sprak Hij uit in de maand JUNI – in de periode van het tweede Paasfeest]

www.zelfbeschouwing.info