In de sporen van J E Z U S                    

 

geopenbaard aan Jakob Lorber

 

                                                           [geschreven door Helmut uit Oostenrijk]

 

GEBOORTEGROT VAN JEZUS WEER ONTDEKT

                      

Het volk dat Jezus aanhing, wandelde van Bethanië naar zuidwestelijke richting tot kort voor Bethlehem. Daar, bij het oude Davidshuis aangekomen, maakt de Heer ons via het Grote Evangelie bekend, deel 8, hfdst. 112:10: ‘….Maar wij rustten uit onder de bomen en keken naar de mooie omgeving die, omdat deze herberg zich op een tamelijk hoge heuvel bevond, van hieruit bijzonder goed tot zijn recht kwam. Want een klein uur hier vandaan naar het zuidoosten lag Bethlehem met zijn oude ringmuren en torens op een en dezelfde heuvel; SLECHTS EEN DAL met vele akkers, weiden en tuinen scheidde onze herberg, waar de hoofdweg naar Bethle­hem langs liep, van de stad van David. Maar vanaf onze heuvel zag men nog een heleboel plaatsjes en ook alleenstaande burchten en hoeven, en naar het westen ook grote en goed verzorgde wijngaarden, en in de wijde, reeds blauw gekleurde omtrek waren hoge bergen te zien, die in hun majesteit een nog grotere bekoring aan de hele streek verleenden.

 

Wij - Gerard uit Nederland en Helmut uit Oostenrijk, gingen te voet vanaf de Jaffa-poort in Jeruzalem en marcheerden eveneens precies naar dezelfde plek voor Bethlehem, waarover de Heer het bovenstaande had meegedeeld. Dat wij op de juiste locatie waren bewijst de uitspraak van de Heer in het elfde deel van het GJE, bladzijde 294: …’Vandaag bevindt zich op deze plek een klooster met een kerk….’ De naam van dit klooster is: "Mar Elias Monastery" en het ligt direct naast de hoofdstraat, de Hebron Road, dat rechtstreeks naar Bethlehem leidt. Met een heel en een half uur waren wij naast het sterke autoverkeer er naar toe gelopen, want we wilden toch op zijn minst een beetje de wandelweg van Jezus’ volgelingen nadoen... Op het internet is het klooster even zo gemakkelijk te vinden zoals ook het beduidende dal waar de grot zich bevonden had. Ook de locatie van dit dal is gemakkelijk via een satellietversie te achterhalen.     

 

                                                           IMG_0603

                                                                  klooster "Mar Elias Monastery", gefotografeerd door Helmut

                                                                                            © Copyright JLBI 01-2018

 

150 jaar geleden, dus weer terug in de tijd, hebben vele duizenden overtuigde vrienden van de Nieuwe Openbaringen de Woorden van Jezus over Zijn geboortegrot van dit dal gelezen in het Gr. Joh. Ev. boekdeel 8, hfdst. 116:10: "[10] Kijk, daar dichtbij de stad is tamelijk vooraan en niet ver van de weg een grot, die nog heden ten dage als schaapsstal dient! Toen keizer Augustus de eerste volkstelling in het joodse land voorschreef, werd Ik daar rond middernacht geboren uit een jonge vrouw, die nooit een man bekend had.’

 

Heeft onder de tienduizenden [Jakob-Lorber-lezers] niemand de wens geopperd, de daarover gelezen tekst eens te toetsen, of die grot nog wel existeert of dat er op zijn minst nog aanwijzingen zijn?

 

Dat is moeilijk voor te stellen, en toch was voor ons beide opvolgers in deze tijd daarover niets bekend. Zo hadden wij beiden ons op weg begeven, om met de Austrian Airlines naar Israël te vliegen en volgens de bekendmakingen van Jezus via Jakob Lorber te zoeken naar de aangegeven grot.

 

De hoop was vaag, en scepsis overlapte de wens naar vervulling. Zou het ons vergund zijn een bewijs van deze grot te vinden? Dat mocht wel het allergrootste zijn dat een mens op aards materiële wijze dat als bewijs kon aantonen!

Daar stonden wij dus in oktober 2014 op de heuvel, links van het klooster. En precies zoals de Heer had aangekondigd, zagen wij het in zuidoostelijke richting dicht in de buurt het Bethlehem. Er waren geen ronde muren, torens en kantelen meer, de moderne hoge bouwwerken hadden deze verdrongen. Elk dal met haar geschiedenisachtergrond lag er eenzaam en verlaten bij tot onze voeten. Geen akkers, weilanden en tuinen, alleen maar een kale woeste plaats met stenen, dor gras en een paar arm uitziende olijfbomen. De afmeting van het dal werd op ca. 500 meter ingeschat en had min of meer een ronde vorm. Rechts, dus naar het westen, rees de bodem van het dal snel steil omhoog, en daarboven liep er een weg. Naar het oosten toe liep het kleine dal vlak uit, daar werd het door een rij lage bewoonde huizen omzoomd.

 

Wij klommen dus naar het klooster – en vanaf de noordelijke helling gezien – daalden we af naar het dal in ca. 15 minuten en zochten we met goede hoop en onzekerheid de grot. Een smalle veldweg vlocht zich in bochten zuidwaarts weer licht stijgend.

 

2000 jaren na de grote tijd der tijden – de geboorte van Christus – moet er zich in dit dal veel veranderd hebben. Het mag wel naïef genoemd worden, om vandaag de dag nog een bewijs te willen vinden over de existentie van deze grot.


Maar een steenworp van de stoffige weg verwijderd naar de westelijk hoger gelegen steile heuvel, vanuit het klooster gezien op de voorgrond van de dalvlakte, toonde zich een zeldzaam bouwsel, dat door de omgeving zich liet zien als een gewelf. Bij het dichterbij komen door stenen en distels, aanschouwden wij een opening in de helling, die daarachter gelijk steil omhoog ging. Moet dat de rest zijn van een rotsgrot, de plaats waarover Maria passend zei:- ‚daar is een grot, verder kan ik niet meer, want dat, wat in mij is, benauwt mij geweldig…’


Met gemengde gevoelens, ja, maar ook met een zalig gevoel van vreugde, stonden wij daar verbaasd kijkend en aangedaan voor deze kleine grot in de berg, het was daadwerkelijk een grot, die ongeveer 2 meter diep in het gesteente doortrok, 3 meter breed en ca. 1.8 meter hoog was. Alles uit een vaste massieve rots, het plafond eveneens, en met ca. 70 cm. dikte en links en rechts omlaag, dat zich als een gewelf in afwaartse richting kenbaar maakte.

 

De rotsbedekking liet enige afbraakplekken zien. Er was geen twijfel meer aan, het kon en moest wel – de door de Heer genoemde en door Lorber gedicteerde grot van Zijn geboorte zijn! Maar waarom zo klein, veel te klein, om de heilige familie inclusief het rund- of os kar als onderdak te kunnen dienen. Ongetwijfeld stonden we echter voor de overblijfselen van een ooit grotere grot. Hoe groot mocht haar omvang vroeger geweest zijn? Welke vorm en gestalte mocht zij gehad hebben? Deze slechts al te gerechtvaardigde vraag moeten wij echter niet speculatief beantwoorden, maar er bestaat hiertoe een plausibele oplossing en weliswaar direct ter plaatse.


Voor het gewelf van de grot waren er twee lager gelegen terrassen welke zich lieten omheinen door een halve cirkel van 5 meter en verder door ca. 1 meter om de opening van links naar rechts ongeveer 7 meter breder te maken. Om deze terrassen op de lagere muurtjes op te stellen, kan ons daarbij de vroegere grootte van de oorspronkelijke grot meehelpen, enz. zoals nu omschreven: want vroeger rees de grot tunnelachtig uit berghelling naar buiten toe. Aardbevingen en onweer brachten na vele eeuwen het voorste deel van de grot tot instorten. Wat deed men met de brokken stenen? De landwerkers deden geen moeite, om de zware hompen steen te verwijderen. Ter plaatse bouwden ze daarmee een lagere muur in de halve cirkel om de resterende opening rondom en vulden de bodem op met gesteente en grond tot het einde van de grot. Daardoor had zij weer de gelijke vlakte als tevoren. De grot was nu korter, smaller en lager, maar steeds nog goed nuttig.


Er kan zeker wel een jaar of duizend voorbij zijn gegaan als de overgebleven rest van de grot een, of meerdere aardbevingen niet doorstaan heeft, en instortte, en om voor het opbouwen van een verdere muur – nu al dichter tot het einde van de grot leidde. Opnieuw werd de bodem met aarde opgevuld en dat verkleinde het einde van de grot tot maar op 1.8 m. hoogte.

 

Buiten de grot was nu alles verdwenen, het gesteente had geen steun aan beide kanten gevonden, en slechts meer van de rest van eens een grote grot, was een overblijfsel van juist 3 x 2 x 1,8 m – van het binnenste van de berg met een aantoonbaar einde van de grot.

 

Aan de hand van deze gedachtegang die het antwoord mocht geven voor het binnengaan van de grootte van de geboortegrot van de Mensenzoon, blijkt nu, dat het om een gewelfde massieve rotsachtige grot heeft gehandeld, en aan de hand van de ligging van de opgeslagen terrassen die van voren een breedte hadden van 7 meters en evenzo in de diepte. De hoogte mag weliswaar aan de opening een dergelijk 3 meter zijn geweest, hoog en breed genoeg voor een os en ezel, naast een kar.

 

Wij twee zwakke reizigers uit de 21ste eeuw stonden een tijdje stil voor deze opening in de berg. De gedachten stegen omhoog, af en toe een zachte woordenwisseling, een zekere verlegenheid en onzekerheid had ons beiden gegrepen. Stonden wij werkelijk voor de grot, en zagen wij de restanten van de voormalige geboorteplek, waarin Christus in deze wereld als Verlosser der mensheid binnenging, en de schepsels op alle sterren in alle universum de weg door de materie naar de geest van God opende? Het leek zo!

 

Alle verklaringen van de N.O. werden bewaarheid in de directe omgeving van Bethlehem [Zuid]. Het klooster, de vallei, de overgebleven restanten van een grote rotsgrot – nu nog steeds na meer dan 2000 jaren!

 

O C T O B E R   2 0 1 7

We waren opnieuw weer onderweg daarheen, en wilden nogmaals genieten van de gevoelens die deze plek ons had gegeven. Er zouden deze keer ook meer foto’s gemaakt worden, maar bij de reis van drie jaar geleden werd de camera van Gerard gestolen boven op de olijfberg. Ditmaal gingen we niet te voet, maar zaten in de bus nr. 231, die kort voor of na het klooster Mar Elias stopt, in de veronderstelling, dat de stopknop boven de zitplaats in werking wordt gesteld. Gelijk al bij het uitstappen verwonderde ons de grote veranderingen, die hier had plaatsgevonden. Een brede snelweg doorkruist de noordelijke helling halverwege, en beneden het klooster van west naar oost, de westelijke steile helling, aan wiens voet de grot zich had bevonden, was met een aantal smalle terrassen daarlangs doorgetrokken. Hij was nu niet meer steil maar een onopvallend terrassenterrein, en het weggebrachte materiaal had men onmiddellijk bij de nieuwe wegenbouw verbruikt.

 

En hoe zag het er beneden uit in het dal, bij de gewelfde opening in de rots? Die was met een enorme machine verwoest, die voor 3 jaar geleden nog als een grot existeerde! Overal grote stenen of brokken, en intussen overwoekert met laag struikgewas, maar van de grot geen spoor meer te bekennen!

 

Zeker was dat een teleurstellende realiteit, maar niets in een materiële wereld kan op den duur toch voortbestaan. Om dat te accepteren, behoort eveneens tot de menselijke scholing.

 

En zo moet dit ontnuchterende afscheid ons tot troost zijn, dat de Heer in het hart van ieder mens een eeuwige geboortegrot heeft geschapen, waarin wij altijd kunnen ingaan en ons heil kunnen vinden. De weer herontdekte en evenwel nu toch ook niet meer de existerende geboortegrot van onze Schepper en Vader beëindigen we met met de meest troostvolle toezegging woorden van Jezus: Een belofte, dat alleen het vleesgeworden Woord van God voor en na Hem mogelijk is.

 

"Z I E,  I K  B E N   B I J  J U L L I E  A L L E   D A G E N  T O T  A A N  H E T  E I N D E   D E R  W E R E L D‘‘ 

 

            IMG_0605

                                    voormalig geboortegrot van Jezus, gefotografeerd door Helmut

                                                             © Copyright JLBI 01-2018

 

Opm. redactie: alleen het gewelf van deze enige grot is in de verte met het blote oog zichtbaar vanuit het oude Davidshuis. We hebben ook een paar andere grotten gezien, maar deze vielen uit het blikveld van het Davidshuis. G

 

 

                       I N  D E   S P O R E N  V A N  J E Z U S-2

                            

en weer geopenbaard aan Jakob Lorber

                                                                                                door Helmut uit Oostenrijk

 

De Heer:`....[7] Er bevond zich echter langs de lage bergen die het meer begrensden, in westelijke richting een grote kudde varkens, toebehorend aan de Gadarenen; want dit volkje, dat merendeels uit Grieken bestond, at het vlees van deze dieren en dreef er handel mee, grotendeels op Griekenland. (Matth. 8,30) [8] Toen de boze geesten deze kudde zagen, vroegen ze Mij, of Ik ze toestemming wilde geven om in deze kudde te gaan. (Matth. 8,31)

[9] En toen Ik hen dat om geheime voor de wereld verborgen redenen toestond, gingen de duivels meteen in de ongeveer twee duizend varkens. [10] Zodra de duivels echter in de varkens gegaan waren, renden deze dieren een berg op die een sterk vooruitspringende rots in zee had, en vanaf die rots, die ongeveer drie honderd ellen boven zee uitstak, stortten alle tweeduizend varkens zich als een tornado in de zee, die juist op dat punt zeer diep was. (Matth. 8,32)- Gr.Joh. Ev. 1/104/7-10

 

Het is wel de gemakkelijkste vindbare plek waarvan hier sprake is, en dat is de ‘in het oog springend’ sterke vooruitstekende rots.

Aan de gehele oever van het meer van Galilea, de zee van Kinnereth,  bestaat er noch westelijk noch aan de concrete oostkust, een tweede gelijkende markante rotswand. De weg van de zeeoever voert onmiddellijk langs deze bijna duivels kijkende rots. Vandaag bedraagt zijn hoogte slechts meer dan rond de 30 meter. De weg langs het meer loopt rechtstreeks omhoog langs dit ‘bouwsel’ en loopt daarna weer naar beneden af. De afgelopen 2000 jaren hebben losgeraakte stenen zich daar doorheen gerold tot aan de circa 40 meter dieper liggende zeespiegel van het meer. 

 

                                    DSC_0003

                                             gefotografeerd door Gerard     ©  copyright  JLBI 02-2018

 

zicht op het meer van Galilea vanaf de rotsen, waar 2000 jaar geleden n.b. 2000 varkens in het meer sprongen in de omgeving van Gardara [dat is het huidige Ramoth]

 

Dit loodrechte rotsstuk gewaarwordend, sprak Gerard op een jeugdige manier fors: ‚ik ga daar omhoog klimmen!’ en hij probeerde het zijwaarts aan een niet zo’n steile plek. Maar al spoedig zagen we twee gestaltes met behulp van benen, buik, vingers en tevens ook met vingernagels onszelf niet vrijwillig en halverwege gecontroleerd weer naar beneden glijden….

 

Er moest toch wel een betere beklimming zijn, want de Gardarener waren hier niet als echte direttissima [bergklimmers] met hun biggen daar rondom overheen gekletterd en wij waren ongetwijfeld volgens het idee van een dronkenman er naar toe gevolgd.

Zo gingen wij om de rotswand heen en beklommen stap voor stap de iets minder steile hellingkant. Evenwel ervoeren wij dit als moeizaam, bij 34 graden Celsius in de schaduw, en bovendien was er wijd en zijd geen schaduw meer te bekennen. 

Het lag ook niet aan het lichte gewicht van de rugzak, dat slechts een fles water, wat brood en grapefruits bevatte. Het waren onze gezamenlijke 147 levensjaren die zo zwaar wogen en knelden…

 

Boven op de hoge rotswand aangekomen bood zich een verdere blik over het grote meer; daar tegenover lag Tiberias, rechts daarvan de berg Arbel, de berg der verheerlijking van Jezus, en verder zeeopwaarts de voormalige grote inham – vandaag met bananen- en grapefruitplantages overtrokken. Op de verre achtergrond de hoge bergen van Noord-Galilea. Een gedenkwaardig panorama en gebied dat ook de Mensenzoon van Jezus, als de drager van de Geest van God, dit wel zo beviel.

 

                                    DSC_0005

                          Gefotografeerd door Gerard       ©  copyright JLBI 02-2018

 

zicht vanaf de rots [ca. 40 m. hoogte] van de neerstortende varkens in het meer van Galilea, 2000 j. geleden; destijds was deze rots veel hoger en lag het meer beneden ook ca. 30 meter hoger!

 

Van bovenaf de rots reikte de licht steenachtige vlakte steeds meer oplopend tot aan de top en verder omhoog tot aan de hoogtes van het gebergte van de Golan. Wat boven daar in beweging kwam, landde onvermijdelijk aan de voet van deze rots. Want in een tijdsbestek van 2000 jaar had in verloop van honderden jaren 4 meter losgeraakte stenen beneden de eens zo zeker wel 100 meter hoge rotsgesteente afgezet. 

 

Nu, van daar uit zagen wij eerst, hoe de zaak er voor stond. Waren wij linksom dit enorme rotscomplex gegaan, dan hadden wij een grote maar matig opstijgende keteldal aangetroffen. Daar was dus de weidegrond van de varkens der Gardareners! De Golan verloor hier al spoedig aan hoogte en ging over in een licht heuvelachtig terreinvlakte met ver uitziende gelijke vlakten, groot genoeg voor het houden van 2000 zwijnen. De woekerachtige bewoners van Gardera zelf woonde een stuk verderaf van hun stinkende vee, in het gebied van het huidige plaatsje Ramoth, 2 kilometer van het meer landinwaarts.

 

                                      DSC_0007

                                         gefotografeerd door Gerard      ©  copyright  JLBI 02-2018    

 

aan de andere kant van het meer zien we in de verte net nog Tiberias – het was in oktober ook zwoel weer – het meer lag 2000 jaar geleden ongeveer 30 meter hoger! Vandaag ligt ze 214 meter onder de zeespiegel.

 

Ook Jezus en de leerlingen waren niet direct op de plek van de varkens geweest, maar een stuk op zee verder opwaarts in het land waar ze de twee bezetenen, die de heuvels bewoonden, en samen met de dorpbewoners, aantroffen. 

De uitdrijving van de demonen uit de twee ongelukkige mannen had de vlucht der varkens uit de dalvlakte schuin opwaarts richting het meer naar de rotsruggen geleid, die wij twee toeristen hijgend hadden beklommen.


Aanvullende opmerking

In de Nieuwe Openbaring ervaren wij ook, dat satan destijds een grotere vrijheid had in zijn boze werken, want eerst plaatste hij een versperring van de offerdood van het Lam van God. Vandaag gaat de verleider veel subtieler te werk: mannen trouwen met mannen, vrouwen met vrouwen, en de tijdgeest applaudisseert met zo’n prijzenswaardige tolerantie. Natuurlijk, dat men daar zo’n intolerante God niet meer kan accepteren, deze geboden zijn vandaag de dag voorbijgestreefd en worden niet meer als eigentijds herkend.

 

Het ‚huwelijk voor iedereen‘ zal zich nog bewijzen als een deuropener voor het ‘huwelijk met een derde!’ Het pseudoargument hiervoor is reeds bekend: waarom ook niet, als zij elkaar zich de liefde betuigen…Het menselijk verstand is tot het enige geldige licht van deze eindtijd geworden, een schijnlicht, waaraan de grote massa van de voorgelichte mensheid huldigt. Over dit ‚licht’ zegt de Heer ons: dat wat de mensen voor licht houden al zo duister en geesteloos is, hoe diep mag dan eerst de eigenlijke duisternis van de mensen zijn.

 

    

 

                       I N  D E   S P O R E N  V A N  J E Z U S-3

 

                                                   zoals geopenbaard aan Jakob Lorber

                                                          door Helmut uit Oostenrijk


                    WAAR      LAG      DE      STAD      GENEZARETH ?

 

Gr.Ev.Joh.2/187/6    "Als mijn oude ogen mij niet bedriegen ontdek ik nu al de hoge berg, die van hier uit naar de linker kant, de stad Genezareth dekt…."

Deze woorden richtte de oude Romein Markus aan zijn gasten en de Heer, toen het gezelschap met de boot uit de zeebocht op de witte zee was uitgeroeid. ‘Naar links‘ laat zien, dat elke berg zich noordelijk van de bootinzittenden bevond. De zeebocht, waar zich de behuizing van Markus bevond, lag niet ver van Tiberias aan de westelijke kust van het meer van Galilea, en vandaag met de auto slechts enkele minuten opwaarts langs het meer.

 

Genezareth lag dus achter de genoemde berg, Magdala (vandaag Migdal) maar ervoor. Een paar jaar geleden waren wij daar op zoek geweest naar die locatie zonder resultaat, waar het stadje Genezareth zich had moeten bevinden. Het naderende Avondland, het met struikgewas vergroeid terrein en juist nu in een omstandigheid, zoals dat in de Geschriften van Lorber heet, dat de zee-engte destijds daar nauwelijks 10 vadem breed was, ca. 15 meter] en dat had ons geërgerd. Zover wij destijds al vaststelden, was de voortzetting van de grote zeebocht aan de linker kant richting Westen veel breder, dat varieerde van 50-100 meter.

 

Maar dit keer bleek deze onderneming veel eenvoudiger te zijn. Men was begonnen om het gebied daar te zuiveren en landbouwkundig bruikbaar te maken. Alleen de omheiningen van veel prikkeldraad moesten wij vaak bemeesteren – op de rug liggend eronder door al tijgerend. [afbeelding1]:

 

 

                           DSC_0078

                       Afbeelding 1: Helmut onder door het prikkeldraad…

 

Hier en daar ging het langs diep uitgedroogde grachten, en nu begrepen wij ook de tekst in het 2e deel van het Grote Johannes Evangelie, hoofdstuk 102:10: ‘ …En de knechten begonnen te roeien en na een klein half uur kwamen wij onder de stad Genezareth aan land (Matth. 14:34) De zee vormde bij Genezareth een grote inham en was daar slechts door een nauwelijks tien klafter brede zeearm mee verbonden. Daarom noemde men deze inham ook 'Meer van Genezareth'. Wij stapten aan de linker landtong aan land, omdat de schepen die de zee-engte passeerden en het meer van Genezareth binnenvoeren, tol moesten betalen…

 

De slechts beschreven 10 vadem nauwe verbinding van de zeebocht met de plaats  Genezareth had betrekking op deze waterweg! Zijwaarts ervan was er genoeg plaats, om de korte weg daarheen te bewandelen. Dat de boot van Jezus destijds aan de linker landtong werd vastgemaakt – zoals ook wij ons linkszijdig hielden, lag eenvoudig aan de omstandigheid, dat Genezareth zich aan de linker zijde bevond. Maar dat wisten wij vanaf het begin van onze onderneming niet omdat de gehele omgeving daarmee niet overeen kwam, alsof er überhaupt nog plek was voor maar een klein stadje. De weg voerde min of meer toch door een lang smalle vlakte zonder uitzicht naar beide kanten.

 

                                  genezareth toren

                                                                                 afbeelding 1a: © Copyright JLBI 03-2018

                                             De  ‘ingang’ door het nauwe ‘kanaal’ naar het voormalige Genezareth

 

Groot was de verrassing, toen wij een dwarsweg naar links een kort stuk opwaarts volgden – en geheel onverwacht voor minstens 6 hectare grote vlakte stonden, dat alleen gemakkelijk naar de linker kant afhelde. Drommels nog aan toe, hier een zo’n enorme grote oppervlakte, we staan plotseling en met open mond voor de plaats, waar eens Genezareth had gestaan! Ja, dat was de gezochte plaats. Over de plaats zelf en diens toekomstige lot lezen wij in het Grote Johannes Evangelie, deel 4, hfdst. 2: 2:

 

"Mijn Nazareth zal men niet meer vinden, wel echter een andere over het gebergte van hier tegen de ondergang (het Westen, de stad vandaag met dezelfde naam- Red.) Genezareth zal uitdoven, alleen Tiberias aan deze kant van het meer zal blijven’. En zo is het ook gekomen, dat er absoluut niets van overgebleven is van het eens existerende Genezareth, en het is in de ware zin van het woord verdwenen.

 

Als er voor tijden nog daarvan wat overgebleven mocht zijn, dan rust het vandaag diep in de bodem. Die is – zoals wij meteen zullen bemerken – eerst voor korte tijd bebouwd en met waterslangen aangelegd worden voor de aanleg van een plantage. Rechtuit, richting het Oosten, zag men een deel van het grote meer, rechts de uitloper van de berg, die Markus in de aanhef had genoemd.



                                              16

                                                                      Afbeelding 2:  de grote vlakte van het voormalig stadje Genezareth

 

Direct ter plekke, maar dan ook werkelijk direct naast het stadje zelf, vond de zee van Genezareth zijn vervolg en het lag slechts 30 meter beneden het stadje.

Afbeelding 3 laat dan de droge zeebodem zien welke westwaarts zich nog via de buiging verder loopt waarheen de Heer de volgende morgen naar toe ging, ook begeleid door de hoofdman Julius.

 

 

                                                           IMG_0099

                     Afbeelding 3 – de droge zeebodem, die 30 meter onder het stadje lag; op de foto zie je op de achtergrond twee kleine bergen


GJE10/18/5: "
Zo bleven wij in volledige rust ongeveer een uur vlak aan de oever van het meer en begaven ons toen naar een kleine heuvel, die zich in zuidelijke richting boven de waterspiegel verhief. Vanaf deze heuvel had men een mooi uitzicht naar het westen, ..."

 

                                                          IMG_0049

                               Afbeelding 4 - "de prachtige vergezichten naar het Westen" – op de achtergrond zie helemaal boven Corazim liggen.

              De zee is rondom de berg zuid westwaarts haar verloop ook daadwerkelijk verder gevolgd en deze vlakte is op de voorgrond bewaterd.

 

In het volgende hoofdstuk van het Grote Johannes Evangelie, boekdeel 10, hfdst.19:6  voert de Heer ons weer op de berg (nota bene dezelfde berg – Red.), waar het stadje Genezareth zich bij aansluit: ‘Na het ochtendmaal gingen we direct weer naar buiten, maar naar een andere, grotere heuvel, van waaruit men niet alleen de baai van Genezareth, maar ook een groot deel van het Meer van Galilea kon overzien..."

 

Ook deze aanblik is ons vrienden van de JLB in afbeelding nr. 5 geschonken. Zo hebben wij allen dit keer weer aan de hand van Jezus levendig voor ogen aangedragen gekregen, waar de aardse wegen van de Zoon van God had plaatsgevonden en in welke hoedanigheid – de nu ook al sterk veranderde – topografie.

 

 

                                                        IMG_0093

                                    Afbeelding 5 – blik naar het oosten over de voormalige grote zeebocht en het meer op de achtergrond.

     Deze foto werd weliswaar boven Migdal genomen, komt echter geheel overeen met de bijdrage, omdat Jezus op een hogere heuvel is gegaan. 

 

                                                        IMG_0096

                                      Afbeelding 6

 

                                                                                    de grote vlakte van het oorspronkelijke Genezareth

 

De grote vlakte waar eens Genezareth heeft gestaan met een gedeelte van de berg rechts en het meer op de achtergrond. Zicht op het meer van Galilea vanuit het oorspronkelijke Genezareth -

 

[Opmerking redactie: alles foto’s kunnen worden vergroot!]

 

 bron: www.zelfbeschouwing.info