Sirius

 

 Een astronomische en natuurwetmatige uiteenzetting

 

                                                           door Christoph Schindler

 

                [Redactie: ingekorte versie!]

 

Deze uiteenzetting is te danken aan de Bijbeltekst Openbaring 11:18, waarin het tot uitdrukking komt, dat Jezus diegenen teniet zal doen, die Zijn Aarde bedorven hebben. Het zijn diegenen, die men als civilisatiewinnaars van onze tijd sinds 1980 [het begin van het uitsterven van wouden] kan rangschikken.

 

Het zijn ook diegenen, die tegen alle rede en verstand met eigen verantwoording steeds maar vanwege het verlies van arbeidsplekken hebben geprotesteerd, ofschoon het helemaal niet om deze stand van zaken ging, maar enkel en alleen over een maximale winstvermeerdering, om de vergroting van hun eigen macht en invloed, ontaardend in lagere genotzucht, en dit te doen laten gelden.

 

De krachten van de hemelen worden aan het wankelen gebracht, zoals Jesaja al 500 v. Chr. heeft geprofeteerd. De oorzaak is de toenemende verwarming van de Aarde door de verhindering van vooral van de nachtelijke uitwisseling van warmte aan de atmosfeer en stratosfeer. De Aarde is in toenemende mate omsloten van fijne stofjes en kooldioxide en beweegt zich daarom nu sneller om de Zon, zoals ook om zichzelf en dat brengt de krachten van de hemelen aan het wankelen en dwingt Jezus in te grijpen, voordat er nog ergere dingen gebeuren.

 

Dat was de intuïtie, die mij de aanleiding gaf, om deze astronomische-wetmatige uiteenzetting uit te werken. Hierbij zijn ook zeer verhelderende uitkomsten in het daglicht geplaatst:

 

Welk is onze dichtstbijzijnde centrale Zon, waaromheen onze planetaire Zon haar baan cirkelt? Dat is de 400.000-voudige middelafstand van de Aarde tot de Zon en deze geeft de afstand aan tussen de Aarde en de vaste ster Sirius. In het derde deel van het Grote Johannes Evangelie [GJE], hoofdstuk 223, wordt het daar uitgelegd: ‚Als jij je de grote afstand van onze Zon van de Aarde vier keer honderd duizendmaal uitgerekt kunt voorstellen, dan heb jij de geheel verwachte afstand vanaf onze Zon naar de volgende vaste ster.‘

 

De grote verhoudingen van de hemellichamen worden in GJE6-245 belicht: ‚De Aarde is zeker geen klein wereldlichaam, en de Zon is juist rond duizend keer groter dan de gehele Aarde; maar de volgende centrale Zon is al weer meer dan tien maal honderdduizend keer groter dan de Zon, die onze Aarde verlicht. [Red.: er volgen nu vele berekeningen….!] De diameter van Sirius komt overeen met ongeveer de afstand van de Aarde naar de Zon, die als astronomische eenheid (AE) met 149,6 miljoen km. bekend is.

 

De Maan, die vanaf de Aarde een gemiddelde afstand heeft van ca. 380.000 km, doorloopt een identieke cirkelomloopbaan van 2386.400 km in 2.592.000 seconden. De Aarde heeft voor de ongestoorde ronde van de Maan in haar jaarlijkse omloop om de Zon daar circa een dertigvoudige Maansnelheid voor nodig.

 

Afbeeldingsresultaat voor photo sirius

 

Het vermoeden bestaat, dat er ten gevolge van een sterkere zoninstraling de omloopsnelheid van de Aarde in haar omloopbaan om de Zon zich verhoogd of verminderd.

 

De Maan die vanaf de Aarde een gemiddelde afstand van 380.000 km bezit, kan slechts met de dubbele rotatiesnelheid tegenover de aarderotatie in zijn baan om de Aarde stabiel gehouden wordeb. De Aarde van haar kant benodigd voor het verplaatsen van de Maan op haar omloopbaan om de Zon, de ca. dertigvoudige maansnelheid.

 

Hier geldt de vraag: welke snelheid is vereist voor de omloop van ons zonsysteem om de vaste ster Sirius? Berekend men de omloopbaan van de Aarde om die van Sirius met haar omloopsnelheid om onze Zon, dan is haar omloopafstand in kilometers uitgedrukt: U1 = 2tt x A x B x C x D x E [Red. dan volgen nu technische berekeningen in de originele tekst!]

 

Daaruit volgt, dat de omloopsnelheid van ons Zonsysteem om de centrale Zon Sirius zo’n  gemiddeld. 2,5-voudig groter is, dan de omloopsnelheid van onze Aarde om de Zon en daarmee ca. 75 km/sec bedraagt.

 

De afstand van de Aarde van de vaste ster Sirius wordt volgens de ‚Grote van Dalen‘ 1965, met 8,8 lichtjaren aangegeven. Uit deze encyclopedie-informatie, samen met de vermelding van de wegafstand van een lichtjaar van 9,4605 x 10_12 km, berekend zich hier zijn afstand voor 8,8 lichtjaren van 83,25 biljoen km.

De radius, dus de afstand van de Aarde tot de vaste ster Sirius, is volgens het ontvangen dictaat van Jakob Lorber 60,26 biljoen km of 6,41 lichtjaren.

 

Er wordt vermoed, dat door de dubbele sterstructuur van het Siriusgesternte onder omstandigheden wellicht foutieve metingen kunnen ontstaan zijn, maar het is van groot belang deze dringende vraag te controleren.

 

Auteur: Dr. Christoph Schindler, Buchhaldenweg 9, - 72160 Horb-Mühringen

 

[Red. De complete tekst met technische inhoud kan men bij Schindler opvragen!]

 

UpToDate 2024-2025