DE STATEN VAN DE AARDE

 ZIJN ‘DOOF’

 VOOR DE ROEPSTEMMEN

                 DER ARMEN

 

                             Kinderen Sloppenwijken Armoede - Gratis foto op Pixabay

 

De Heer zegt tegen Jakob Lorber op 30 juli 1842: ‘Schrijf maar, schrijf, want Ik weet al wat je wilt! – Lees na in ‚Daniël‘ het derde hoofdstuk, vers 14-20! – Daar zul je wel vinden dat het rijk van de aarde juist nu helemaal doof is geworden voor de stem van de arme, bijna ten dode hongerende broeders, zowel naar lichaam als naar geest!’

 

‘Ik zeg je nu echter zonder ‚Daniël‘: Het land in de zee zal ondergaan en de trotse koningin van de golven zal als kaf verstrooid worden, als ze zich nooit zal laten vertederen door de tranen van de weeklagenden! – Kijk naar Amerika! Daar is de ‚dag van de afrekening’ al begonnen! – Hier breekt hij aan!’

 

[Waarschijnlijk zal de komende president Biden vanwege zijn hoge leeftijd bij een tweede vierjarige regeerperiode zich niet meer laten herkiezen! – en zou Trump alsnog weer aan de ‘macht’ komen, dan zal Amerika binnen enkele jaren in het verval en in de verstrooiing komen!]

 

De nood zal, ja moet de volkeren eerst leren dat de aarde gemeengoed is van alle mensen, niet alleen van die goddeloze satanswoekeraars, die zich door gestempeld metaal en nu zelfs al door besmeurde, uiterst armzalige stukjes papier meester hebben gemaakt van de aarde. [het geld. – Het is toch al schandalig genoeg dat de mensen sloten en grendels aan de deuren van hun huizen aanbrengen, om vooral niet beroofd worden van datgene waarmee de hel geplaveid is!

 

Vervloekt zij hij [dus waarop geen zegen rust, maar tegenspoed! - en uit hels eigenbelang] rondom zijn vermeende grond grenzen trekt!  Waarlijk, waarlijk! Ik, de Heer van leven en dood zeg je: ‚Wie altijd zo egoïstisch is en karig tegenover zijn broeders, die zal Ik eens aan de grenzen en grensstenen laten knagen zolang de zon het heelal zal verlichten! En een stenen hart zal hem voorgehouden worden! Als dat zich door zijn tranen zal laten vertederen, dan pas zal hij een zwakke erbarming bij Mij vinden!’

 

‘Heb naar geduld! Want dit is maar een zacht vermanend begin voor alles wat komen zal over de rijke en grote kinderen van de satan! – Zie, het gericht zit hen al op de nek!’

 

‘Waarlijk, dit geslacht zal zijn naam verliezen! De  monsters zal Ik krokodillen en draken in de poel van de eeuwige dood omvormen! De wijdste afgrond van de hel zal door hen een talloze aanwas krijgen! Waarlijk zeg Ik je: Van de landen van deze natie krijgen nu al dagelijks tienduizend aan gene zijde hun welverdiende loon, maar het zal wel beter worden!’ [Hemelse Geschenken-2-42]

 

Mathaël zei in het bijzijn van Jezus over de Farizeeërs: ‘In één der profeten, Daniël geheten, wordt immers gesproken over een gruwel der verwoesting, Waarbij tevens over zonsverduistering en nog een aantal verschrikkingen wordt gesproken, wat echter allemaal op geestelijke wijze is bedoeld.’ [GJE3-97:4]

 

De Heer zegt: ‘Maar dan zal ook die grote droefheid en ellende komen waarover de profeet Daniël heeft gesproken toen hij op de heilige plaats stond en zei: 'In die tijd zal er een droefheid en ellende onder de mensen zijn zoals er sinds het begin van de wereld nog niet heeft bestaan!'… [GJE5-128:11]

 

Daaropvolgend zegt de twaalfjarige Jezus in de tempel te Jeruzalem: ‘Er komen veel later ook tijden waarin, zoals Daniël heeft beschreven, zelfs van deze allerzui­verste leer misbruik zal worden gemaakt, maar nooit met deze 'maagd' zelf, alleen met 'kinderen en kindskinderen' van deze geestelijk zuivere 'maagd' en gedurende korte tijd, 'weduwe'! Uiteraard zullen die geen deel hebben aan Mijn beloften, dat zullen alleen die 'maagd' die aan Mijn mond ontsproten is en haar vele zuivere kinderen hebben!’ [bron: Drie dagen in de tempel, hoofdstuk 29:18 – Jakob Lorber]

 

De Heer zegt verder: ‘En daarom ben Ik dan ook hier naar jullie toe gekomen om ten eerste jullie allen te verkondigen dat Gods rijk en dus ook alle hemelen in en door Mij naar jullie op deze aarde zijn gekomen, wat nu reeds een groot aantal voorheen overtuigde heidenen erkent en openlijk bekent, opdat vervuld wordt wat Daniël profeteerde: 'Ook zij die in het graf zijn zullen Zijn stem vernemen!' want het zijn de heidenen, die reeds van de wieg af aan begraven waren in het graf van de nacht, het gericht en de dood.’ [GJE5-266:2]

 

HET VIERDE DIER

De Heer: ‘Wat zouden jullie ervan zeggen als Ik jullie meedeelde dat het over ongeveer 2000 jaar vanaf nu gerekend, met Mijn leer in het algemeen nog veel slechter gesteld zal zijn dan met het ergste heidendom van nu, en nog erger zal zijn dan het domste wat de Farizeeën nu voorschrijven in Jeruzalem, dat vanaf heden geen vijftig jaar meer zal bestaan?! Wat zullen jullie zeggen als Ik jullie openbaar dat de mensen in die tijd grote kunstmatige ogen zullen uitvinden en maken, waarmee zij in de diepste diepten van de sterrenhemel kunnen kijken, en heel andere berekeningen zullen maken dan de Egyptenaren gedaan hebben?! Ja, de mensen zullen ijzeren wegen aanleggen en met stoom en vuur in ijzeren wagens rijden zo snel als een afgeschoten pijl door de lucht vliegt! Zij zullen elkaar met metalen vuurwapens bevechten, en hun brieven door de bliksem over de hele wereld laten verspreiden, en hun schepen zullen zonder zeilen of roeiriemen door de kracht van het vuur over de grote wereldzee varen zo snel en gemakkelijk als de arend door de lucht vliegt; -en nog duizend en één andere dingen waarvan jullie je geen voorstelling kunnen maken. En kijk, dat ligt allemaal verborgen in het vierde dier, en dat kan door jullie nu niet begrepen worden omdat jullie ook wat Ik jullie nu gezegd heb niet begrijpen kunnen! Maar in de geest zullen jullie binnenkort dat alles goed begrijpen, maar ook jullie zullen niemand een andere uitleg kunnen geven dan die Ik nu bij deze gelegenheid gegeven heb!' [GJE6-101:13,14]

 

 

·         Over de geestelijke omstandigheden in de eeuwen na Christus tot in de tweede helft van de 19e eeuw.

 

·         De geestelijke wending door het instralen van het goddelijke licht

 

De Heer: ‘NOTA BENE: een toelichting voor déze tijd! Van de mededelingen over alles wat Ik tijdens Mijn lichamelijke leven op deze aarde in het hele Joodse rijk heb gedaan en geleerd, is reeds na verloop van vijfhonderd jaar na Mijn aardse leven -met name wat de verklaringen van de dingen en verschijnselen in de natuurlijke wereld betreft -het meeste voor een deel in vergetelheid geraakt, grotendeels echter opnieuw zodanig met de oude onzin vermengd, dat niemand daarin meer de zuivere waarheid heeft kunnen ontdekken.’

 

‘Er zijn wel veel tamelijk gelijkluidende, meestal door Grieken en Romeinen vervaardigde handschriften bewaard, deels in de tien steden in het lange en brede Jordaandal (waaronder zeker ook de ongeveer zestig steden begrepen moeten worden, die in Mijn tijd, maar ook daarvoor al en na Mij nog tot na de tijd van de verwoesting van Jeruzalem en de omgeving daarvan allemaal grotendeels door Grieken en Romeinen bewoond werden), deels in Essea (waarvan echter al twaalfhonderd jaar geleden geen spoor meer te vin­den was, omdat die orde te sterk vervolgd werd door de heidense Romeinse christenen) , maar voor het merendeel in de grote bibliotheek in Alexandrië­.’

 

‘Kijk echter eens naar al die vernietigende oorlogen en grote volksverhui­zingen, waardoor half Azië, het noorden van Afrika en bijna heel Europa bezocht zijn, en wel omdat al heel gauw na Mij -zoals de profeet Daniël en kort na Mij Mijn leerling Johannes op het eiland Patmos in zijn door Mij aan hem gegeven openbaring heeft getoond -de mensen, en met name de leiders van de gemeenten, Mijn leer begonnen te verdraaien en met de oude onzin te vermengen, omdat die hun als de zuiverste waarheid uit de hemelen te weinig winst opleverde.’

 

‘Toen was het wat Mij betreft: goed dan, omdat jullie het oude, wereldse vuil liever hebben dan Mijn zuivere goud uit de hemelen en jullie daarbij steeds meer op honden lijken die terugkeren naar hun braaksel, en ook op zwijnen die in allerijl weer naar de poel terugrennen waar ze zich al vaak vre­selijk bevuild hebben, zal het goud der hemelen jullie voor lange tijd ontno­men worden; in alle rampspoed, duisternis en nood zullen jullie naar Mij smachten, en de dood zal voor jullie weer een grote schrik op aarde worden!’

 

‘En zo werd het dan ook, tot in deze tijd. Bijna alle steden en plaatsen, waarin geschriften over Mijn vele werken en leren ruimschoots voorhanden waren, zijn vernietigd en verwoest; alleen de kleine evangeliën van Johannes en Mattheus zijn, om tot zedenleer te dienen voor de mensen van goede wil, tot nu toe nog min of meer taalkundig juist als echte documenten over Mijn werken en leren bewaard gebleven, evenals de geschriften van Lucas en Marcus, voor zover hij datgene wat hij van Paulus heeft gehoord heel in het kort voor zichzelf heeft opgeschreven, en tevens verschillende brieven van de apostelen, waarvan er echter ook vele verloren zijn gegaan, en de openbaring van Johannes, maar wel ook met enkele taalkundige onjuistheden, wat echter voor degene die door Mij geleid wordt, geen afbreuk doet aan de hoofdzaak.’

 

‘Van de andere leringen over de dingen en verschijnselen en de hoedanig­heid daarvan, is tot in deze tijd hier en daar heel verborgen nog slechts weinig bewaard gebleven; en waar er iets uit de tijd van de Romeinen en Grieken werd gevonden, kwam het in de kloosters terecht, maar aan de in het duister smachtende mensheid werd er nooit, zelfs geen jota, van meegedeeld.’

 

‘Zons-­ en maansverduisteringen, kometen en andere heel natuurlijke ver­schijnselen hebben, wanneer ze overeenkomstig de waarheid uitgelegd wer­den, de priesters niets opgeleverd; men heeft ze maar al te gauw weer tot voorboden en verkondigers gemaakt van straffen die ik de mensen had opge­legd, opdat de daardoor bang gemaakte mensen in grote scharen bedevaarten zouden maken naar de tempels, die al gauw als paddenstoelen uit de grond schoten, en daar vele rijke offers aan de voeten van de priesters zouden neer­leggen.’

s

‘In de catacomben van Rome en in de paapse burchten van Spanje en Italië en hier en daar ook van het Duitse rijk bevinden zich nóg veel belang­rijke handschriften uit Mijn tijd; maar de ook nu nog grootste hebzucht, heerszucht en zucht naar pracht en praal van de hoer van Babel laat daarvan niets onder de mensen komen, en wel uit vrees en grote bezorgdheid dat ze zichzelf nu geweldig zou verraden en aan iedereen strenge rekenschap zou moeten afleggen over de reden waarom zij de mensen zoveel eeuwen de waarheid heeft onthouden. Aangezien die smadelijke reden voor ieder den­kend mens zonder meer duidelijk is, is het werkelijk niet nodig die hier nog nader toe te lichten.’

 

‘Hoe kort is het nog maar geleden, dat men het volk de vier evangeliën en de 'handelingen der apostelen' van Lucas, de brieven van de apostelen en de openbaring van Johannes ten strengste heeft onthouden en in verschillen­de landen doet men dat nog steeds?’

 

‘Wat heeft men zich verzet tegen het licht van Mijn heldere bliksem der wetenschap, die overal van het oosten naar het westen, alles wat er op aarde is opnieuw helder begon te verlichten, en wel reeds driehonderd jaar geleden! En het licht ervan schijnt nu steeds helderder, en wel zodanig dat in deze tijd zelfs de meest geheime en verborgen vertrekken van de vroeger zo grote en machtige hoer van Babel als bij klaarlichte dag open liggen!’

 

‘Men kan met recht vragen: ja, hoe lang zal deze hoer van Babel haar gang nog kunnen gaan? Dan zeg Ik: wat een kleingeestige vraag! Kijk naar het licht van Mijn bliksem, dat van dag tot dag steeds lichter en machtiger wordt! Hoe kan de oude duistere, heidense Babylonische wonderonzin, waarvan het bedrog tot in alle hoeken en gaten aan het licht is gebracht, zich nog staande houden naast de duizenden, nu geheel mathematisch bewezen waarheden, die voor alle mensen vrij te gebruiken zijn en open staan, uit alle vakgebieden van de wetenschappen en techniek?’

 

‘Ze kan zich handhaven, zolang er nog enkele oude en vanuit vroeger tij­den nog dom gehouden, bijgelovige vrouwen en enkele huichelachtige zoge­naamde kwezelbroeders leven, die zich door de priesters zand in de ogen laten strooien, en zolang die heersers nog enige middelen bezitten om de troon van de hoer van Babel te beschermen. Maar dat kan en zal nog maar een heel korte tijd duren, omdat er wel voor gezorgd wordt dat dergelijke heersers hun middelen worden afgenomen, zoals die al velen zijn afgenomen, en die nu zonder land en volk moeten aanzien hoe hun oude werkzaamhe­den, inspanningen en duistere werken in rook opgaan!’

 

bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 12-2020, nr. 58: www.zelfbeschouwing.info

UpToDate 2022

web counter