De religie van de toekomst

door Klaus Opitz

 

Onze wereld bevindt zich in een toestand van omwenteling: "al het oude zal voorbijgaan met zijn slechte en ordinaire vormen”. "Alle staten zullen vernieuwd worden en de oude kerk zal in een nieuwe overgaan." (Hemelse G.03_49.03.05,05)

Jezus heeft ons in de Geschriften der Nieuwe Openbaringen al veel aanwijzingen gegeven, hoe Hij ‚Kerk‘ begrepen zou willen hebben:

 

Een kerk is alleen kerk, als ze Mijn wil leert en Het Leven predikt uit de liefde, Die bloedde aan het kruis voor de gehele Aarde, ja voor de totale schepping.’ (Hemelse G.01,01)

Op de Aarde bestaat er slechts één ware kerk, en deze is de Liefde tot Mij in Mijn Zoon, die echter de Heilige Geest in jullie is en geeft zich te verstaan door Mijn levende Woord, en dit Woord is de Zoon, en de Zoon is Mijn Liefde en is in Mij en Ik doordring hem volledig, en Wij zijn één, en zo ben Ik in jullie en jullie ziel, wiens  hart Mijn woonplaats is, is de enige ware Kerk op de Aarde. In haar alleen is eeuwig leven, en zij is de enig zaligmakende…“ (HuishG.01_004,09)

 

„Alleen de kerk in het hart, die Ik heb gemaakt, is de einige juiste en voor de  hel voor altijd veilig gesteld; al het andere heeft de wereld uitgebroed, dat behoort haar toe en geldt voor Mij eeuwig niets!’ (Hemelse G.03_47.05.25,11)

 

Gaat daarom van te voren in de ware Kerk, waar leven is, - dan eerst in de dode, zodat ze door jullie levendig wordt!‘ (HuishG.01_004,14)

 

Hier moet het echter niet gaan over het thema kerk, maar alleen daarom, wat Jezus ons heeft geopenbaard over de religie der toekomst. Eerst naar de definitie, wat religie überhaupt betekent?

 

De religie is een hereniging van de mens met God, die buiten Zichzelf hem vrij heeft geschapen en hoe buiten Zichzelf hem in de materiële wereld gesteld heeft, tot beproeving en ontwikkeling van zijn vrijheid, dat alleen het leven van de geest vereist, omdat zij in zich de liefde is, als het grondoerwezen van al het Zijn! (HiG.02_44.05.21,01)

 

Onder de titel „Het volk van de toekomst“, zegt Jezus ons in het elfde deel van het grote Johannes Evangelie:

 

‘Zoals een heel edele plant uit een veel minder edele soort is ontstaan, langzaam, door het zorgvuldig verzorgen en het wegsnijden van alle wilde scheuten, zo groeit ook het volk van de toekomst -dat één kudde zal zijn, geleid door slechts één herder, die Ik zal zijn -slechts door langzame zorg, nadat er eerst heel veel weelderige wilde scheuten verwijderd zijn!’ (GJE.11_029,04) Betreffende het thema ‘de religie van de toekomst’ daarin openbaart Jezus ons via Gottfried Mayerhofer in het navolgende (uittreksel):

 

‘De nieuwe religie, die dus weer op Aarde moet terugkomen, is en moet die van van de liefde zijn; predikt daarom overal `de liefde`, laat iedereen zien, dat liefde de oergrond van de gehele schepping is, dat liefde in geestelijke zin ook over het graf voortduurt, ja nog intensiever en geestelijker wordt en jullie zullen zien, dat jullie grootste vijanden en tegenstanders jullie niet kunnen weerstaan, zoals jullie niet anderen alleen de liefde predikt, maar ze zelf ook door daden bevestigt.

 

Zo zal de religie van de toekomst worden. De mensen zullen zich verbeteren, zelfs het dierenrijk zal jullie vredelievend gezind worden, wanneer jullie ze als heren van deze aarde wel vermoedend, maar liefdevol en ze niet als vraatzuchtig consumerend indeeld!


O Mijn kinderen, er was een tijd, waar de liefde op deze Aarde nog de overhand had, waar de tijger en de leeuw zich aan de mens voegden; alleen was deze tijd kort; de menselijke hartstochten verduisterden het gemoed en verduisterd werd ook de geestelijke blik van de mens en deze verloor zijn geestelijke kracht; de onder de mensen staande dierenwereld, ja zelfs de elementen stonden vijandig tegenover hem en hij, die Ik tot heer van deze kleine Aardebol schiep, werd haar dienaar en dat is hij nog steeds.

 

Om dit 'Eden', dit 'paradijs' opnieuw weer te bereiken – daarvoor is jullie leven te kort. maar om het weer aan te knopen, dat moet jullie doel, jullie levenswerk worden!

 

Alleen, als jullie dit wilt bereiken, dan moeten jullie, zoals Ik het jullie al zei, eerst met jullie eigen zelf, [ik] beginnen, en dan met de materiële jullie omgevende wereld.

 

Wordt eerst ‘mensen’, morele, geestelijke mensen; verhef jullie boven het riool der zinnelijkheid en van de wereldse interesses; sta onbelemmerd! Roep met Mij: ‘Mijn Rijk is niet van deze wereld!’…

 

"Tot nu toe is het duidelijk, dat Degene, wat Ik in iedere tijd in twee liefdes-wetten verenigde, zolang de wereld bestaat, alleen de eenvoudigste, maar de meest voldoende religie-grondbasis zal blijven, en dit rijkelijk zal toezeggen aan degenen, die als verstandige geestelijke wezens bij elkaar leven en de enige geestelijke verbinding kan zijn, die wezens met wezens aan elkaar ketent; want het is toch slechts de liefde, die Ik als wet, de joden eens heb voorgesteld en, hoe jullie nu met voldoening weten, dat Ik dat in al het geschapene, in alle naturen heb gelegd, omdat ze van Mij afstammend, deze eigenschap slechts hoofdzakelijk innerlijk moeten hebben, die het meest gelijkend zijn aan hun Meester, hun Vader.’…

 

"Zolang het grotere aantal mensen materieel denkt, materieel leeft, zolang zal ook de materiële-symbolieke godsdienst voor hen slechts voldoende zijn; want ze willen zichtbaar en toonbaar laten blijken, wat zij als onzichtbaar niet begrijpen. Maar zodra de meerderheid der mensen ook geestelijk gevormd worden en dan daardoor in staat zijn, ook het zichtbare geestelijke te schouwen, dan zullen ze onder de schil van de feitelijke kern wel iets vermoeden en dat later zelfs inzien.

 

Uit deze zielentoestand van de meerderheid ontstaan de verschillende godsdiensten en uit dezelfde de verschillende sekten, omdat hier en daar een mens [gelovige] of een priester opstond, die het een en ander belichtte, zich anders uitsprak, hierdoor aanhangers gewon, en een afzonderlijke eredienst oprichtte, die hem en zijn volgelingen volgens hun opvatting,  het meest beviel.

 

Naast bovenstaande, hoewel oprechte mensen soms naar het ware zoeken, staan daarvoor in de plaats de materialisten, de nihilisten [de ontkenners], enz., die het allemaal met hun kleine mensenverstand willen doorgronden, en wat ver weg buiten hen ligt, dat alleen als werkelijk bestaand te accepteren, voor wat zij kunnen aangrijpen of afwegen..

 

Hoe meer de onderzoeken op wetenschappelijke gebieden voorwaarts schrijden, des te eerder zullen de mensen tot inzicht komen, niet daarom, dat ze iets, maar dat ze nog helemaal niets weten. En deze bekentenis van de eigen onmacht moet ze weer daarheen terugleiden, vanwaar ze zijn uitgegaan, namelijk tot het geloof; maar niet tot het onvoorwaardelijke, maar tot het kinderlijk geloof, dat, zoals hen overal het de zichtbare natuur toont, daarachter en in datzelfde een groot geestelijk rijk verborgen schuilt, die de materie opbouwt, behoudt en doet vergaan. Dat maakt steeds afwisselend een gaan van de ene fase naar de andere, volgens het geestelijk principe van zijn afkomst, dat geleidelijk dichterbij voert, waar dan na miljoenen van metamorfoseachtige gedaanteverwisselingen, de materie, zoals bij de vlinder, die als een pop afvalt, in het geestelijke element vrij omhoog stijgt, en in het brandpunt van al het zijn tegemoet treedt, waaruit ze eens voortkwam.

 

 


Zodra zulke meningen onder de mensen algemeen worden, zal er ook een andere religieuze opvatting van de zichtbare wereld zich ontwikkelen; er zal geen verering meer nodig zijn, die de mensen in stenen huizen, bij jullie ‘kerken’ of ‘tempels’ genoemd, verzamelt, maar de vrije, onbegrensde natuur, het alles omgevende en zichtbare, van het kleinste atoom tot de laatste ster van de verst verwijderde nevelvlek, dat de leermeester zal zijn, die de opmerkzame waarnemer via het materiële vlak naar het geestelijke zal leiden: dan zullen Mijn woorden,…. eerst dan ook helemaal begrepen worden, die Ik eens sprak en in alle eeuwen tot op vandaag de mensen liet verkondigen: ‘wie Mij aanbidden wil, moet Mij in de geest en in de waarheid aanbidden!’ Want Ik ben een Geest en geestelijk bidden betekent: voelen, hoe alles in Gods Geest ligt verborgen, voelen hoe Hij Zijn liefde in alles heeft gelegd, zoals met en door de liefde van elke wereld, van elke verblijfplaats en elke wereldse toestand dit alleen kan worden tot een paradijs. En voelen, dat het slechts de liefde is, die alles bevat en het grootste goed is van elk menselijk hart.

 

Wanneer ieder mens of dier, overeenkomstig zijn eigen afstamming zijn plichten voorlopig zelf uitoefent voor wat zijn omgeving betreft, en zo eerst Gods liefde juist begrijpen en doorzien kan, wat in de twee liefdeswetten is inbegrepen, namelijk de gehele zichtbare- en onzichtbare schepping; zo beseft hij, dat de liefde zonder echte liefde niet was ontstaan en kon voortbestaan!

 

Zonder liefde was het niet mogelijk geweest, om alle grote gruwelen en dwalingen  op jullie Aarde zo lankmoedig te laten dulden, zonder liefde was het niet denkbaar, dat Ik, de hoogste Heer tot jullie verdwaalde kinderen zo spreek, zoals Ik het zojuist deed.

 

Zonder liefde bestaat er geen vertrouwen, geen vertrouwelijkheid en geen troost. Alleen de gedachte: liefde kan niet straffen, stelt ook diepere buigtoetsen voor, dan doorstroomt er een zachte warmte in zijn hart bij zulke gedachten en als hij eerst nog de gehele natuur leert begrijpen, hoe alles liefde ademt, waar zelfs onder velerlei tegenspraak toch nog de liefde werkt. Dan zal een ieder een religie, een religieuze getuigenis zich bewust zijn, die hem in alle gevallen leiden en besturen zal en bij zijn goddelijke Vader geen pleitbezorger nodig heeft en die op Aarde hier als naaste rechter alleen over zijn eigen geweten is. Dan zal de zachte, de steeds Zich gelijk blijvende Vader over hem indachtig zijn, en een religie stichten, als de enigste, die door Mij gepredikt en door jullie opgevolgd, de religie van de toekomst moet uitmaken.

 

Wanneer na alle dwalingen van de menselijke geest, na alle bittere ervaringen, die  de mensen door eigen toedoen naar zich hebben toegetrokken, dan zullen zij eindelijk  erkennen,  dat  het  tevergeefs  is,  zich  tegen  de  goddelijke  wetten te


verzetten, wetten, die geen ijzeren, maar zachte liefdesbanden zijn en moeten zijn, zoals ze tussen vader en kind de enigste der eeuwige vrede zijn; dan zal Mijn terugkeer op jullie Aarde, die de goeden met ongeduld verwachten, waar Ik als einige herder al Mijn schapen om Mij wil verzamelen, plaats zal vinden, waar Ik vervolgens allen tot de hen bestemde doelen leiden zal.

 

Dit zal de religie van de toekomst zijn, niet zoals de een of andere zelf iets in zijn hoofd heeft uitgebroed, maar kosmische politiek, d.w.z. jullie mensen moeten dan allemaal wereldburgers worden: maar niet jullie wereld of alleen maar de  kleine Aarde, maar onder ‚wereld‘ moeten jullie de gehele zichtbare-  en onzichtbare schepping verstaan, die jullie als levende of als gestorvene steeds toebehoort en waar in het andere slechts de voortzetting is van het plaatselijke, die jullie van fase naar fase voorwaarts leidt tot een echt  geestelijke religiecultus. En waar echter in plaats van duizend gedachteloze gesproken woorden, maar één blik in Mijn Universum voldoende is, om jullie begrijpelijk te maken, wat Ik ben en wat jullie ook zullen kunnen en moeten!

 

De religie van de toekomst kan zich nooit in een cultus uitspreken: want elke ceremonie, elk ander zichtbaar vormingsmiddel, is te weinig, te klein, om de  opwaarts strevende geest van de mens een zwak beeld, een zwak idee van zijn Schepper te geven. De religie van de toekomst heeft een grotere maatstaf nodig, ze moet al het geschapene verstaan en leren begrijpen, ze moet, zoals Ik boven al aangaf, van de laatste ster tot de kleinste atoom alles in zich sluiten. Deze kerk – genoemd Universum – moet een altaar en een vereringsoord zijn, waaruit miljoenen wezens iedere seconde de jubel over haar bestaan als gebed via het hart uiten, dat naar buiten stroomt, en nooit zal eindigen, zolang een geestelijke ontwikkeling mogelijk is.

 

Te klein zijn al jullie kerken en kathedralen; jullie genoemde gebouwen kunnen nog zo vele symbolische uitbeeldingen zijn, ze zijn echter niet voldoende, waar begrip over Mijn natuur bestaat en waar geen zogenaamde verzamelplaatsen nodig zijn, om de mensen tot geestelijke onderzoek over zijn werelds gedrag te vermanen.

 

De mens moet in vrije aard tegenover zijn Schepper staan, Hem in alles erkennen en voelen, hij moet zich zijn afstamming zowel zijn geestelijke missie bewust zijn, en het moet hem helder en duidelijk zijn, welke wereldburger hij is, dan vallen hem alle barrières van de eenzijdige godsdienst religiegebruiken af, die alleen de mensen hebben uitgevonden en uit lichtgelovigheid van andermans domheid voordeel uit te halen.

 

De mensen schiep Ik als Heer van de wereld, als heer moet de mens zich voelen; als heer moet hij ook zo handelen; houdt voor ogen het kindschap en de eeuwige liefde, die de mens niet zomaar met geestelijke uitgeruste eigenschappen ontving, maar Hij liet dit genadegeschenk de mens ten deel vallen, om een vrije heer van zijn handelingen te worden, maar toch ook nog een gebonden wezen van zijn geweten te blijven, die nooit anders zal spreke, dan volgens de liefdewetten.


Op deze wijze moet de mens de religie in zijn hart dragen, die vooral door de buitenwereld het hem aangebodene weer door het innerlijke van zijn eigen ik ver  over het zichtbare heen tot Diegene moet leiden, Die eens, in een mensengestalte  de grote liefdewet heeft verkondigd en via deze tot de mensen en na hun opvolging daarvan tot Zijn kinderen wilde opvoeden.

 

Dit algemene streven, om naar deze wetten te leven, is overal te bespeuren en zo verder en verder opwaarts schrijdend, om het grote einddoel na te streven, dit is de religie van de toekomst; maar niet alleen de religie van deze kleine Aarde, maar van het gehele universum en de grote geestelijke wereld.

 

Vatten jullie het zo op, niet in beperkte mate, maar ruim, zoals Ik de mens de goddelijke vonk inblies, groots, hoe Ik de mens daardoor maakte tot een wereldburger van Mijn Rijk, waar eeuwig geen zon ondergaat, maar steeds het geestelijke van Mijn eigen Ik allen zal verlichten, de geestelijke ogen, diens stralen op te nemen, eens zal meeneen. Amen‘.

 

(Uit: Gottfried Mayerhofer, ,Die Religion der Zukunft[‘De religie van de  toekomst’], „Lebensgarten“ [levenstuin] (Lorber Verlag). - Volledige tekst: zie ook: www.JESUS2030.de, linker randkolom en beneden onder Themenregister [register over thema’s] - Suchbegriff [zoekterm] Zukunft (Die Religion der) zoeken en aanklikken.)

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, mei 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens

 

               De Religie van de toekomst

                                               door Wilfried Schlätz

 

1. Tot de Menswording van in het centrum van God  - en zoals Jezus, waren de Joden de zegelbewaarders van het Oude Woord [OT = Oude Testament]  

2. Vanaf ca. 1000 tot 1840 waren dan de Duitsers de zegelbewaarders van het NT (het Nieuwe Testament); bijv. door Martin Luther, Gerhard Tersteegen, Paul Gerhardt.

3. Nu zal er een volk der toekomst opstaan, dat daar gevormd zal worden uit het edelste geslacht van alle volkeren en die dan de zegelbehoeders van de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber [JL], Leopold Engel [LE] en Gottfried Mayerhofer [GM] zullen zijn.

 

4.Jesus via LE: [= Leopold Engel]

 

29e hoofdstuk  – Het volk van de toekomst.

[GEJ.11_029,01] (De Heer:) ‘Als er geen stormen over de Aarde raasden, maar overal een gelijkmatige temperatuur en stroming zou heersen, zou de hele Aarde weldra verbrokkelen en barsten; want alleen door hevige stormen en aardbevingen treedt er een krachtige levenswerking op, een verfrissing, die merkbaar wordt in de verfrissende lucht na een storm.

[GEJ.11_029,02] Zouden jullie je lichaam zo weinig mogelijk bewegen, het steeds aan een gelijkmatige temperatuur blootstellen en al het onaangename vermijden, dan zal er weldra een vervaloptreden van de krachten die jullie niet oefenen, en daarmee een verval van het lichaam. En als dat al met het lichaam gebeurt, hoeveel te meer dan met de ziel die steeds in hetzelfde bestaan voort droomt zonder dat ze geprikkeld wordt -want alleen de ziel leeft immers, niet het lichaam. Om levenslustig en creatief te kunnen zijn, moet ze werk te doen hebben. Door het werk doet ze kennis op en beleeft ze vreugde aan wat ze gedaan heeft. Op het materiële vlak uit dit werk zich als strijd van het zwak­kere tegen het sterkere, op het geestelijke vlak echter in de kennis en het toe­nemen van de liefde.

[GEJ.11_029,03] Omdat God in Zijn [buiten-]wezen oneindig is, kan ook de geest oneindig verder groeien. Die groei brengt echter het ontstaan en vergaan van aardse volkeren teweeg, waarbij het vergaan van de lichamen er niet toe doet; want alleen de zielen moeten groeien, het lichaam is vergankelijk.

 

[GEJ.11_029,04] Zoals een heel edele plant uit een veel minder edele soort is ontstaan, langzaam, door het zorgvuldig verzorgen en het wegsnijden van alle wilde scheuten, zo groeit ook het volk van de toekomst - dat één kudde zal zijn, geleid door slechts één herder, die Ik zal zijn -slechts door langzame zorg, nadat er eerst heel veel weelderige wilde scheuten verwijderd zijn.

[GEJ.11_029,05] Het voltooien van dat werk en daarmee ook de grote verlossing van de werelden is het doel van Mijn menswording, dat echter bij ieder individueel begonnen moet worden, niet bij de grote massa; want ook een oceaan bestaat uit afzonderlijke druppels. Als men daar het zout aan zou willen onttrekken, zouden er ook maar kleine hoeveelheden uitgehaald, van zout ontdaan en in een voor dat zoutvrije water geschikt vergaarbekken bewaard moeten wor­den -een werk dat nutteloos lijkt, maar tenslotte toch naar het doel leidt, als iemand eeuwigheden tot zijn beschikking heeft. -Hebben jullie nu begrepen wat jullie in Mijn woorden is gezegd?'

 

[GEJ.11_029,06] Raël en ook de leerlingen zeiden: ']a, Heer, wij denken dat wij U, voor zover dat mogelijk is, helemaal hebben begrepen, hoewel wij het idee hebben dat Uw woorden nog veel bevatten wat U niet hebt uitgesproken, maar wat er toch uit op te maken is. In latere tijden zal ons dat ook nog wel duidelijker worden, als ook datgene wat U nu in woorden tegen ons hebt gezegd, volko­men opgenomen is.'

[GEJ.11_029,07] Ik zei: 'Beste vrienden, Ik lees in jullie gemoederen nu nog de vraag, welk volk dan nu in de plaats van het volk der Joden kan treden, ingeval zij niet aan de verwachtingen beantwoorden -wat inderdaad het geval is, zoals jullie weten, want anders zou Ik niet zo vaak de verwoesting van de stad Jeruzalem hebben voorspeld –aangezien jullie niet bekend is dat er een ander volk is, [die hun positie inneemt] als een enigszins soortgelijke scholing, dan het volk Israël heeft doorlopen.

 

[GEJ.11_029,08] Welnu, ook dat zal Ik voor jullie beantwoorden. God, als de Alwetende, is nooit zo onverstandig dat Hij Zijn werk op slechts één pilaar bouwt, maar Hij bouwt het steeds op verscheidene steunpunten, om te zorgen dat het gebouw dat Hij neerzet, niet in één nacht instort ingeval de worm aan de ene of de andere steunpilaar heeft geknaagd. Ook het werk van verlossing staat daarom op heel veel veilige steunen, zodat het moet lukken, zelfs wanneer de vijand uit alle macht probeert het te verhinderen.

[GEJ.11_029,09] Hier op deze Aarde zijn verscheidene volkeren die geschikt kunnen zijn om in plaats van de Joden als zegelbewaarders van het nieuwe woord te die­nen; want het oude zal voortaan door de oude bewakers des te angstvalliger worden bewaakt, naarmate er meer ellende over hen zal losbarsten. En ook al zullen de Joden over de hele Aarde verstrooid worden, ze zullen des te steviger vasthouden aan het oude geloof, omdat dat en de hoop op het herstel van hun vroegere, vergane grootheid het enige anker is waardoor ze van algeheel verval en vernietiging gered kunnen worden, waar ze zich goed bewust van zullen zijn.

 

[GEJ.11_029,10] Mijn nieuwe woord heeft echter eveneens zegelbewaarders nodig, dat wil zeggen: een volk uit welks midden steeds weer nieuwe leraren kunnen opstaan, die de enigszins drassig geworden leer weer reinigen en het moeras­water in een heldere stroom veranderen. Want evenals de Joden slechts lang­zaam rijp werden, zo kan ook dat volk slechts langzaam rijpen. En evenals de Joden gevangenschap moesten ondergaan vanwege hun zonden en tot afgo­derij vervielen, zo zal ook het volk van de toekomst ter wille van hun rijping tot soortgelijke fouten, ja zelfs precies dezelfde kunnen en moeten vervallen. ­Evenals Ik in het Joodse volk profeten heb opgewekt, zullen er daar profeten opstaan en de zuivere leer vanuit de hemelen zuiveren van alle toevoegingen.

[GEJ.11_029,11] Dat volk [vanaf 1000 n. Chr. – de Duitsers*] is jullie nu echter zo goed als onbekend, maar mettertijd zal het met grote kracht tevoorschijn komen en alles wat verrot en onbruikbaar is in stukken slaan; want het is machtig in zijn nog onaangetaste natuurlijke kracht. Dezelfde leraren die hier nedergedaald zijn als Mijn dienaren, zullen ook daar weer terugkomen, deels in het vlees, deels in de geest, en zij zullen met grote geestdrift en alles overwinnende macht van Mij getuigen, zoals ze tot nu toe van Mij getuigd hebben, en Ik zal hun onzichtbaar terzijde staan en hen lei­den. [* destijds waren de Nederlanders ook nog ‘Germanen’!]

 

[GEJ.11_029,12] Maar dan, als dat volk [de Duitsers] ook eenmaal een zodanige hoogte bereikt zal heb­ben dat de vreemde koningen bang zijn dat het de Aarde wil bezitten, zoals de Romeinen nu, dan zal er een tijd aanbreken die rijk zal zijn aan verrassingen voor de volkeren der Aarde. Want niet dat volk [de Duitsers] zal dan het middelpunt wor­den, maar er zal een nieuw volk ontstaan, dat gevormd wordt uit de edelste geslachten van alle volkeren. Die zullen de wereld overwinnen met Mijn kracht en vrede en eendracht zullen en moeten dan heersen over alle landen en volkeren. En te midden van dat nieuwe volk [= de edelste en geestelijk de rijpste van alle landen en volkeren] zal dan het heil geboren wor­den, dat geen koning en geen wet verder nodig heeft dan alleen dit ene: 'Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.'

 

[GEJ.11_029,13] En jullie, Mijn getrouwen, zullen medewerkers zijn aan dit nieuwe mate­riële en geestelijke rijk. Daarom zijn jullie hier verzameld, namelijk om nu al in jullie eerste aardse dagen uit Mijn mond te horen waartoe Ik jullie roep; want al diegenen die, voor jullie nu onzichtbaar, eveneens werkers zullen zijn voor de grote gelukzaligheid van deze aarde en door deze aarde van het universum en het geestenrijk, zijn eveneens aanwezig en verheugen zich over jullie als medewerkers aan het begonnen werk. Jullie zullen hen echter zien, die grote scharen, die ervoor nodig zijn om het werk te laten gedijen!'

 

[GEJ.11_029,14] Na deze woorden opende Ik bij alle aanwezigen hun geestelijk gezicht, en zij zagen alle profeten en engelen van Mijn hemelen, die hen heel vrien­delijk naderden en met hen over Mijn laatste openbaringen spraken.

5. Tot dit nieuwe volk behoren uit dezen de edelste mensen uit alle volkeren en uit alle religies, waarbij de edelste mensen zich allen tot de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber zich bekend zullen maken, daartoe behoort dan ook de religie van de toekomst, d.w.z. in het duizendjarige Rijk eerst na het grote Gericht en na de persoonlijk fysieke wederkomst van Jezus in een materieel hulplichaam [zie hiertoe het artikel A3247 – [De wederkomst van Jezus en het grote Gericht)]

6. Deze religie van de toekomst in het duizendjarige vredesrijk zal zijn een pure kerk vanuit het hart en zonder een speciale tempel en zonder kerken en zonder een priesterdom – zoals onder de eerste oerchristenen, want deze edelste aanhangers van de Nieuwe Openbaringen van Jezus via Jakob Lorber zullen de volgende woorden van Jezus vele eeuwen streng in acht nemen:

 

7.Jezus via JL:

7.1. [GEJ.05_132,01] (DE HEER:) 'Ik geef jullie hiermee een Gods­- en levensleer, die zo ver van iedere ceremonie afstaat als de ene pool van de hemel van de andere; deze behoeft geen sabbat, geen tempel, geen gebedshuis, geen vasten, geen eigen Aäronstaf en -kleed, geen hoofdbedekking met twee horens, geen ark van het verbond, geen rookvat, geen gewijd water en al helemaal geen vervloekt water! In deze leer is de mens zelf alles in alles en heeft niets anders nodig dan zichzelf.

7.2. [GEJ.09_044,01] Hierop vroeg de Griek aan Mij:'O Heer en Meester! Aangezien wij alle­maal nu het eeuwig onschatbare geluk hebben gehad om Uzelf in Uw god­delijke persoonlijkheid te leren kennen en uit Uw mond de woorden des levens hebben gehoord, ben ik althans wat ons Grieken betreft van mening dat wij een huis voor U moeten bouwen, waar wij eenmaal per week bij elkaar komen om daar Uw leer te bespreken en Mozes en de profeten te lezen; want op andere dagen is ieder van ons toch meer of minder met werk bezig, nu eens hier en dan weer daar, en dan is het niet goed mogelijk om met elkaar over Uw leer en daden te spreken en elkaar tot actiefbezig zijn volgens Uw wil aan te sporen. O Heer en Meester, zeg ons toch of dat U welgevallig zou zijn!'

 

[GEJ.09_044,02] Ik zei: 'Waarom zou je een apart huis bouwen, terwijl jullie toch jullie huizen al hebben waar je in woont, waar jullie ook in Mijn naam bij elkaar kunnen komen om over Mijn leer te spreken en de ervaringen die je hebt opgedaan, die zeker voor iedereen uit het leven volgens Gods wil zullen voortvloeien?! Evenmin is het nodig om daar een bepaalde feestdag voor in te voeren die jullie, zoals bijvoorbeeld de Farizeeën de sabbat, de 'dag des Heren' zouden noemen; iedere dag is immers een dag des Heren, en men kan dus ook op iedere dag evenveel goeds doen. Want God kijkt niet naar een dag en nog minder naar een huis dat ter ere en aanbidding van Hem is gebouwd, maar God kijkt alleen maar naar het hart en de wil van de mens. Als het hart zuiver en de wil goed is en deze de hele mens tot daden brengen, dan is dat al de ware, echte woning van Gods geest in de mens, en zijn altijd goede en actieve wil volgens de bekende wil van God is de ware en dus ook altijd echte dag des Heren!

 

[GEJ.09_044,03] Kijk, dat is de waarheid, en daar moeten jullie ook onafgebroken bij blij­ven! Al het andere is ijdel en heeft geen waarde voor God.

[GEJ.09_044,04] In latere tijden zullen de mensen wel bepaalde huizen voor Mij bouwen en daar, net als de Farizeeën in de tempel te Jeruzalem en de heidense priesters in hun afgodstempels, een bepaalde godsdienst verrichten op een bepaalde dag van de week, waar ze dan ook nog andere grote hoogtijdagen in het jaar aan toe zullen toevoegen. Maar als dat in strijd met Mijn advies en Mijn wil algemeen gangbaar zal worden onder de mensen, zullen de hiervoor te bespro­ken tekenen van Mijn levende tegenwoordigheid bij, in en te midden van de mensen geheel en al verdwijnen! Want in tempels, die onder het predicaat 'Tot groter eer van God!' door mensenhanden gebouwd zijn, zal Ik evenmin wonen als nu in de tempel in Jeruzalem!

[GEJ.09_044,05] Maar als jullie in een gemeente uit liefde voor Mij een huis willen bou­wen, laat dat dan een school voor jullie kinderen zijn, en geef hun er leraren volgens Mijn leer bij! Ook kunnen jullie een huis bouwen voor armen, zie­ken en gebrekkigen! Voorzie zo'n huis van alles wat nodig is om de mensen die daar wonen te kunnen verzorgen, dan zullen jullie je daarmee altijd kun­nen verheugen in Mijn welgevallen! Al het andere en wat daar bovenuit gaat is uit den boze en heeft, zoals reeds gezegd, voor God geen waarde.

[GEJ.09_044,06] In een goed ingericht schoolgebouw kunnen jullie dan ook jullie verga­deringen en besprekingen in Mijn naam houden, en is het niet nodig dat jul­lie voor dat doel nog een derde huis bouwen.

 

[GEJ.09_044,07] Hoe God echter in de geest en in waarheid zonder onderbreking aanbe­den moet worden, heb Ik jullie allemaal duidelijk en in goed begrijpelijke woorden gezegd, en daarom heb Ik daar verder niets meer aan toe te voegen. Ik heb jullie de weg getoond waarlangs jullie gaandeweg tot alle waarheid en wijsheid kunnen komen, en dat was in eerste instantie noodzakelijk voor jul­lie. Maar handel en leef nu op die manier, en zoek het Godsrijk vooral in jezelf; al het andere zal jullie erbij gegeven worden!'

[HuishGod.01_004,09] Zeg het aan de kinderen en zeg het tegen allen van welke godsdienst ze ook mogen zijn – roomsen, protestanten, joden, mohammedanen, brahmanen of duistere heidenen -, kortom aan allen zij het gezegd: op Aarde is er slechts één ware kerk en dat is de liefde tot Mij in Mijn Zoon, die echter de Heilige Geest in jullie is en zich openbaart door Mijn levende Woord, en dat Woord is de Zoon en de Zoon is Mijn liefde en Hij is in Mij en Ik doordring Hem geheel en Wij zijn één en zo ben Ik in jullie, en jullie ziel, wier hart Mijn woonstede is, dat is de enige ware kerk op Aarde. In haar alleen is eeuwig leven en zij is de enig zaligmakende.

 

[HuisGod.01_004,10] Want zie, Ik ben Heer over alles wat er is! Ik ben God, de eeuwige en machtige en als zodanig ben Ik ook je Vader, de heilige en meest liefdevolle. En dat alles ben Ik in het Woord; maar het Woord is in de Zoon en de Zoon is in de liefde en de liefde is in de wet en de wet is aan jullie gegeven. Als je die in acht neemt en ernaar handelt, dan hebben jullie haar in jezelf opgenomen; dan wordt zij levend in je en verheft je zelfs en maakt je vrij en dan staan jullie niet meer onder de wet, maar erboven in de genade en in het licht, wat allemaal Mijn wijsheid is.

 

[HuishGod.01_004,11] En dat is de zaligheid of het Rijk Gods in jullie of de alleen zaligmakende kerk op Aarde en alleen hierin ligt het eeuwige leven en in niets anders.

[HuishGod.01_004,12] Of denken jullie soms dat Ik in de muren woon, of in de ceremonie, of in het gebed of in de verering? O nee, jullie vergissen je heel erg, want daar ben Ik nergens, - maar alleen waar liefde is, ben ook Ik; want Ik ben de liefde of het leven Zelf. Ik geef je liefde en leven en verbind Me alleen met liefde en leven, maar nooit met het stoffelijke of met de dood.

[[HuishGod.01_004,13] Want daarom heb Ik de dood overwonnen en de Godheid aan Mij onderworpen, opdat Ik alle gezag zal hebben over alles wat er is en Mijn liefde eeuwig zal heersen en alles wat aan haar onderworpen is levend zal maken.

[HuishGod.01_004,14] En hoe denken jullie dan dat Ik in de dood met ongeduld op jullie wacht, terwijl Ik toch het leven Zelf ben?! Ga daarom van tevoren de ware kerk binnen, waarin het leven huist,- en dan pas in de dode kerk, opdat die door jullie levend zal worden!

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, juni 2016 – maandelijks gratis tijdschrift