Geestelijke en historische parels

                                      [uittreksel GJE10]

 

Geestelijke parels

 

‘Gelukkig en zalig is ieder mens te prijzen die in staat is om zo vast te geloven en te vertrouwen als u; want die verdraagt zonder enige moeite ieder ongemak dat hem op deze aarde kan overkomen…! GJE10-78:1]

 

‘De mens moet lering trekken uit zijn aards noodzakelijke leven.’ [GJE10-2:5b] De stelregel voor de slechte mens geldt, die het kwade, dat hem schaadt, hij dat zelf wil, en daarom geschiedt aan zo’n mens geen onrecht. [GJE10-2:6]

 

Jezus zei: ‘Wonderen waren in Zijn tijd op aarde nodig, maar in onze huidige tijd niet meer, want Zijn Woord zal op zichzelf al tekenen doen!’ [GJE10-45]

Hij spreekt vaak over de kleine zonden van iemand en de daarmee samenhangende ziektes!

‘Als God onze zonden vergeeft, besef dan ook, dat anderen, die jou nog een rekening te vereffenen hebben, deze dan ook kwijtscheldt.’ [GJE10-38:7]

 

Over de sabbat zegt Jezus: ‘We zouden elke dag de sabbat moeten hebben, maar niet uiterlijk, maar innerlijk in onszelf. [GJE10-63:1]. De ware Godsdienst is dat mensen elkaar over en weer in Zijn liefde dienen.’ [GJE10-63:7]

 

‘De talenten van de mensen zijn door de Heer verschillend onder de mensen verdeeld, zodat een ieder zijn naaste overeenkomstig zijn eigen talent in de door Hem bevolen naastenliefde kan dienen.’ [GJE10-64:4] [‘Ergens naar ‘talen’ = verlangen [talenteren], iets wat jezelf niet hebt, maar het bij een ander wel kunt vinden!’]

 

‘We kunnen de goddelijke wereld in onszelf bereiken en de Heer heeft ons die weg getoond!’ [GJE10-69:9]

‘Deze wereld is een oefenplaats, en voor het leven bestemd en de mens kan zich constant oefenen in deemoed, zelfverloochening en zelfbeschouwing.’ [GJE10-6:13]

Jezus noemt Zich de ‘Leeuw van Juda’. [GJE10-8:2]

 

‘Onder het ‘vlees’ moeten de werken verstaan worden die de ziel met haar lichaam heeft verricht. Het aanschouwen en verheugen van haar goede werken is het zien van de ware opstanding van het vlees.’ [GJE10-9:8-10]

‘Zoals het met de werken van de ziel gesteld is, zo zullen die [werken] daar [aan gene zijde] later eenmaal als woonomgeving dienen!’ [GJE10-9:13]

‘Het rijk van God is, dat onder de mensen en in hun harten gevestigd wordt.’ [GJE10-10:21]

 

‘De geest in de mens is uit God, en als die ‘heer’ geworden is in de mens, laat hij de ziel in een uur veel meer leren dan dat je dat in 1.000 jaar zou kunnen.’ [GJE10-16:7]

 

‘Rafael verklaart, dat hij 4.000 jaar geleden ook een mens was, vóór de zondeval [Dit was HENOCH]. Dit zei hij ongeveer 2.000 jaar geleden tegen de leerlingen van Jezus, toen de Heer hem even naar de aarde riep’ [GJE10-17:3]

 

‘Alle gevaren die de mens omringen en door de Heer op aarde geplaatst worden, is daarvoor bedoeld, opdat de mens ze herkent en er net zolang strijd tegen levert tot hij ze heeft overwonnen.’ [GJE10-19:4]

‘In de menselijke ziel zijn ontelbaar aantallen dierlijke intelligente capaciteiten aanwezig, die kunnen bouwen en scheppen.’ [GJE10-22:4]

‘De vrije wil moet bij de menselijke ziel onaangetast gelaten worden, anders zou de mens een dier worden.’ [GJE10-22:9]

 

‘Binnenkort krijgen we weer een definitieve tijd zodat de mensen weer vrij kunnen communiceren met de engelen en de Heer Zelf.’ [GJE10-28:3] ‘Het onze Vader’ vinden we verduidelijkt terug in GJE10-32:6. ‘Alleen de machtige liefde en wederliefde brengen elkaar tot leven en wekken een volmaakt, nieuw leven.’ [GJE10-84:9]

 

Jezus zegt: ‘Probeer eerst de wereld in jezelf te overwinnen, dan zal het daarna ook gemakkelijk zijn om haar ook in jullie broeders en zusters te overwinnen! Niemand kan zijn naaste iets geven wat hij niet eerst zelf bezit.

Wie in zijn broeder of zuster liefde wil wekken moet hem met liefde tegemoet komen en wie in zijn medemens deemoed wil opwekken, moet met deemoed naar hem toekomen. Zo wekt zachtmoedigheid weer zachtmoedigheid op, geduld wekt geduld op, en goedheid weer goedheid en barmhartigheid evenzo hetzelfde.’ [GJE10-90:3]

 

‘Omwille van Mijn naam zullen jullie vervolgingen en belasteringen door de wereld te verduren krijgen. Vecht met alle liefde en zachtmoedigheid tegen de vijanden van de waarheid en van het licht uit de hemelen, dan zullen jullie de overwinningskroon verwerven.’ [GJE10-91:2]

 

‘Maar wie naast Mijn liefde ook van tijd tot tijd naar de wereld zal lokken, zal ook niet veilig zijn voor alle schade door werelds vergif.’ [GJE10-91:4]

 

‘Denken, bezinnen, oordelen, navorsen of zoeken is geen daad, maar alleen het voornemen tot een daadwerkelijk leven.’ [GJE10-100:6]

 

‘Maar wee later degene die de waarheid wel herkend maar toch ter wille van wereldse voordelen uit zichzelf verbannen heeft, die niet volgens de grondbeginselen daarvan gehandeld maar uiteindelijk nog te vuur en te zwaard vervolgd heeft.’ [GJE10-102:7]

 

‘Jullie moeten voor Mij geen tempels van hout of steen en van goud en zilver bouwen en Mij vereren met allerlei ijdele, betekenisloze ceremonieën, waarin Ik nooit enig welbehagen had en nooit zal hebben; de echte tempel, waarin jullie Mij moeten vereren, moet jullie hart zijn, dat Mij liefheeft. Alleen het offer van degene die Mij in zijn hart een offer brengt door de werken der liefde voor Mij en zijn naaste, zal bij Mij waarde hebben’… [GJE10-102:16]

 

‘Als jullie een onrecht, dat jullie iemand hebben aangedaan, niet weer goed kunnen maken, heb dan toch de goede wil daartoe en wend je vol geloof tot Mij, dan zal Ik jullie tweede bede niet onverhoord laten!’ [GJE10-107:5]

 

‘Ieder mens draagt zijn eigen toekomstige rechter al in zich. Wie echter een strenge rechter is, zal ook in Mij een strenge rechter vinden, want juist die strengheid, waarmee hij zijn medemensen heeft gericht, zal later zijn eigen rechter zijn.’ [GJE10-107:17]

‘Vraag steeds om dingen die bevorderlijk zijn voor het ware welzijn voor ieders ziel, en maar heel zelden en weinig om dingen ten behoeve van het lichaam.’ [GJE10-108:11]

 

In de hel wil iedereen de eerste, de hoogste en meest onbeperkte heerser en gebieder zijn, de hoogste macht en heerschappij hebben, en allen bezitten en allen moeten hem gehoorzamen en voor een slecht loon voor hem werken.’ [GJE10-110:12] (Het wereld economisch forum [WEF] is er een goed voorbeeld van!)

 

‘Door het lijden van het lichaam wordt de ziel van de mens deemoediger, geduldiger en ernstiger en wint zij aan kracht om de zinnelijkheid van het vlees meester te worden.’ [GJE10-112:9]

‘In het andere leven [dus in de grote wereld aan gene zijde] heeft de ziel van de mens niets anders dan alleen zichzelf en schept ze haar eigen wereld, net zoals in een droom.’ [GJE10-113:3]

‘Tot de tijd dat Ik zal wederkomen als een bliksem die van het oosten tot het westen alles wat er op aarde is en goede en kwade dingen doet, heel helder zal verlichten.’ [GJE10-115:9]

‘In die tijd zal Ik een grote schifting over de hele aardbodem laten gaan, en alleen de goeden en de reinen zullen behouden worden.’ [GE10-115:11]

 

Jezus deed vele wonderen en genas zieken. ‘Als de grote Held, de Leeuw van Juda, de Koning der koningen, de Heer aller heerscharen; in deze wereld zal Hij komen, en zullen de blinden ziende worden, de doven horen, de krommen recht, en de verlamde zal rondspringen als een hert, en dat zal Hij allemaal doen vanuit Zijn macht en Hij zal een rijk vestigen, waaraan geen einde zal komen!’ [GJE10-143:17]

 

‘Mensen die intelligent en scherpzinnig zijn in wereldse dingen, worden dat ook snel en gemakkelijk in de dingen van de geest, die tot diepzinnige wijsheid en levensbeschouwing leidt…’ [GJE10-146:6]

(De wetten veranderen en er komen steeds nieuwe wetten bij. De mensen moeten werken voor de staat!) ‘Desnoods ook nog al hun bezit, bloed en leven voor hun tirannen inzetten en opofferen’ [GJE10-147:10] [Wat in deze tijd al gaande is!] We hebben maar een korte tijd te lijden! [Petr.5:8-10]

Jezus zegt: ‘Van nu af aan zal Ik degenen die Mij echt belijden tot aan het einde der tijden wel zodanig weten te beschermen en te bewaren, dat de macht van satan hun weinig of niets zal kunnen doen.’ [GJE10-152:6]

‘Mijn leer zal weldra als aas zijn, dat de gieren al van verre ruiken, waar ze naartoe vliegen en dat ze tot op het bot opeten om hun lichaam te verzadigen…’ [GJE10-152:10,11,13]

 

‘Het woord ‘eeuwig’ dient volgens Jezus niet als een eindeloos voortdurende tijd beschouwd te worden.’ [GJE10-155:1]

‘De eeuwigheid is in de geestelijke wereld weliswaar te vergelijken met de tijdsduur in de materiële werelden. Dus aan gene zijde in de geest is wat hier de tijd is.’ [GJE10-155:2]

‘Wij zullen allemaal nog als Zijn helpers aan de nieuwe schepping mogen deelnemen! [GJE10-155:3]. Vooropgesteld, dat we dan ook Zijn ‘kinderen’ zijn geworden.’

‘Wie door de bazuin gewekt wordt, wordt niet ten dode opgewekt, maar ten leven; wie echter het geschal van de bazuin niet wil horen zal ook niet opgewekt worden, maar in de nacht van zijn graf en in gevangenschap van de zee blijven tot de tijd dat deze hele aarde door het vuur wordt opge­lost. Want evenals ten tijde van Noach zullen ze huwen en ten huwelijk wor­den gegeven en zich niet bekommeren om de stem van Mijn gewekten. De eerstgenoemden zal Ik dan echter in één ogenblik van de aarde wegrukken en de laatstgenoemden met al hun lievelingen prijsgeven aan het allesvernie­tigende vuur aan het ontstaan, waarvan de dan levende onboetvaardige men­sen zelf het allermeest zullen bijdragen.’ [GJE10-156:4,5]

 

 

In GJE10-158:8,9 spreekt Jezus over een verre toekomst [2020-2030] ‘Maar in het nu nog zeer woeste werelddeel, dat jullie Europa noemen en waarvan de volkeren nu over jullie heersen, zal die gelukkige toestand eerder optreden; want in dit oude werelddeel zijn nog een groot aantal -weltever­staan - zeer harde stenen, die niet zo snel en gemakkelijk in vruchtbaar land zijn te veranderen. Die harde stenen komen echter overeen met de even harde harten van de mensen, die eveneens moeilijk in vruchtbare akkers voor het opnemen van Mijn woord veranderd kunnen worden.’

 

De zon is een miljoen keer zo groot als onze aarde [dus 1000x1000] en is 44 miljoen uren van de aarde verwijderd. [met een loopsnelheid van circa 3,5 kilometer is dat 150 miljoen kilometer!] De zon is geen vuur. Het zijn enorme lichtstralen van haar atmosferische oppervlakte. De lichtstralen gaan daar sneller dan het bliksemlicht. In Midden-Afrika zal men in een van de hoogste bergen genoeg te zien krijgen van dergelijke elektrische verschijnselen. [GJE10-159:6,8]

 

‘Goed doen aan degenen die je kwaad willen doen, of kwaad met kwaad vergelden. Wij moeten onze vijanden liefhebben en zegenen, en goed doen aan degenen die jullie kwaad willen doen. Zo zullen jullie gloeiende kolen op hun hoofden stapelen en daardoor vele vrienden maken. Liefde wekt altijd weer liefde op. toorn en straf echter weer toorn en wraak!’ [GJE10-162:1,14] (Het spreekwoord: ‘Wie goed doet, goed ontmoet!...’)

 

Over de ziel en geest zei Jezus: ‘Het lichaam is het huis van de ziel en de geest in haar is door God daar­aan toegevoegd opdat die de ziel onderwijst en in alles wekt wat geestelijk is, en het haar ook mogelijk maakt, ermee in contact te treden. Maar hoe kan de geest dat doen, als de ziel in het volledige bezit van haar vrije wil zich meestal buiten het huis bevindt en zich verkwikt en laaft aan het wereldse licht? Daardoor wordt ze zo verblind en verdoofd, dat ze dan niets meer ziet en gewaarwordt van wat er in haar huis gebeurd.’ [GJE10-172:5,6]

 

‘Een mens die op aarde lui en traag is om geestelijke vooruitgang te boeken, en dus een verkeerd geloof heeft, zal aan gene zijde vaak nog enkele duizenden jaren lang daar zo vertoeven en zij kunnen zo hardnekkig zijn dat zij zelfs door de meeste verlichte geesten niet van hun onzinnig geloof af te brengen zijn. [GJE10-173:7]

‘Bij ons is iedereen zelf de plaats waar hij woont, en de aanblik en de hoedanigheid van die plaats komt in alle opzichten overeen met de innerlijke hoedanigheid van de mens.’ [GJE10-174:2]

 

‘Alle slechte geesten zullen ook altijd de vrijheid hebben om hun leven te beteren en de weg van het licht op te gaan of in hun kwaad te blijven en zich daardoor eeuwig te laten kwellen; want in wat zijzelf willen, overkomt hun geen onrecht.’ [GJE10-176:9]

 

‘Het oude Verbond zal ophouden te bestaan, zoals ook de profeet Daniël ons al heeft voorspeld. Dit verbond gold alleen voor Israël. [Gal.4:4,5]. Dit verbond was tijdelijk en verliep van Mozes {Exod.19] tot Jezus. [Luk.22:19] Dan komt Jezus met een nieuw Verbond, dat universeel en eeuwig is. Maar pas als Zijn bloed gevloeid heeft.’ [Hebr.9:12, GJE10-187:8]

De Heer zegt in GJE10-179:7: ‘Het oude Verbond en het Oude Testament ‘volbracht’ te hebben. Volgens de orde van Melchizedek zal er een nieuwe komen. Met deze ‘opheffing’ blijft het Oude Testament natuurlijk wel zijn waarde behouden, zoals de tien geboden en wat de profeten verkondigd hebben.’

 

De Heer heeft de wet van Mozes, de richters en de profeten niet opgegeven, maar alleen verzacht; want zij namen de wet al te letterlijk en streefden met dezelfde strengheid…’ GJE10-215:16]

 

‘De oermensen aten steeds hetzelfde, en niet vandaag zo en morgen anders. Meestal leefden ze van melk, brood en goede, rijpe boomvruchten. Dat gerecht was gedurende hun hele leven hun lichamelijke voeding, en om hun dorst te stillen diende fris bronwater, dat waren onschadelijke zielensubstanties die het lichaam binnenkwamen. Zij bereikten daarom een zeer hoge leeftijd. Als de mens van alles door elkaar eet, raken de uiteenlopende zielensubstanties in het menselijk lichaam in een constant gericht. [GJE10-182:3,5] 

 

Jezus zegt over de hoeveelheid van de mensheid, dat deze nooit overbevolkt zal raken…’Want de aarde is groot genoeg om nog 1000 x zoveel mensen te voeden als er nu mensen op de aarde leven.‘ Toen Jezus dit Lorber dicteerde, waren er circa 1,2 miljard mensen op aarde, terwijl we nu op bijna 8 miljard zitten. [GJE10-182:16]

 

‘Is de mens eenmaal ‘over het leed heen’ op aarde [dus zijn aardse proefleven!] dan heeft hij voor eeuwig nooit meer de geringste wens zich ooit weer in een aards lichaam te begeven…’ [GJE10-182:19]

 

‘Eigenlijk zijn wij mensen ook ‘goden’, zo staat het in Lorber, als we waard zijn ‘kinderen van God’ genoemd te kunnen worden, nu of later in het hiernamaals. Dit is door de mond van de profeten al tegen de ouden gezegd: ‘Jullie zijn Mijn kinderen en derhalve goden, evenals Ik jullie Vader, God ben!’ [GJE10-184:2]

 

Omdat de Heer maar één hart heeft, dat met de aarde overeenkomt, kan Hij niet verschillende harten bezitten, dus kan er ook maar één door Hem gesitueerd hemellichaam zijn [de aarde!] dat volkomen overeenstemt met Zijn hart…’ [GJE10-184:7]

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: wolk, nacht en lucht

 

 ‘Jezus zal Zijn leer toch wel helemaal zuiver weten te bewaren tot aan het einde der tijden.’ ‘Ik zal echter tot aan het einde der tijden voortdurend bij de Mijnen blij­ven en op verschillende wijzen naar hen toekomen, nu eens hier en dan weer daar; Ik zal in alle dingen Zelf hun Leraar zijn, want in die tijd zal Ik dan ook komen als een bliksem, die van het oosten tot het westen oplicht en alles ver­licht wat op aarde duister en donker was. Daarom heb Ik bij hun uiteindelijke gericht voorzien en bepaald, dat ze tenslotte allemaal zullen omkomen door het vuur en het licht van Mijn blik­sem. En zo zal datgene in vervulling gaan wat Ik jullie al eens bij gelegenheid heb gezegd, namelijk dat Ik de aarde tenslotte door vuur van haar vuil zal laten reinigen.’ En het zal verschrikkelijk lang duren voor een [ziel]atoom uit het inwendige van de aarde weer het oppervlak ervan zal bereiken.’ [Satan] [GJE10-188:6,7,10,11]

 

Over Barnabas zei de Heer: ‘Je zult nog eens een goede arbeider in Mijn wijngaard voor Mij worden.’ Hij was een fanatieke Farizeeër, die Jezus ontmoette in één van de Decapolissteden in het Haurangebergte. [GJE10-167:2, Hand.4: 9,11,13,14,15 en 1 Kor.9 en Gal.2]

 

Tegen Barnabas zei Jezus: 'Je bent weliswaar een jood en hebt het door je aanzienlijke ver­mogen zover gebracht dat je Farizeeër bent geworden, aangezien je kon aan­tonen dat je van de stam van Levi bent; maar je bent onder Grieken opgevoed en hebt daardoor ook veel Griekse onbuigzaamheid aangenomen, en na ver­loop van tijd zul je met een andere leerling van Mij niet zo goed overweg kunnen. Maar Ik zal jullie allemaal iets zeggen, dus luister naar Mij!’:

‘Een ware verbreider van Mijn leer moet als een zeer ervaren, meegaande en buitengewoon bekwame arts zijn.’

 

…’Met iemand die moeilijk iets gelooft zullen jullie weliswaar veel meer werk hebben, maar als jullie hem eenmaal hebben gewonnen, zal hij ook blijven bij wat hij heeft baange­nomen. Daarom moeten jullie bij hem ook meer moeite doen dan bij licht­gelovige mensen…’

 

‘De mens heeft 5 zintuigen en 5 ingrediënten nodig en men zou grote zakken met waterstof kunnen vullen en met mechanische hulpmiddelen zich in de lucht kunnen verheffen. Wat nu niet is, kan later uitkomen [2.000 jaar later?], zegt de engel Rafael! [GJE10-228:3,4,5] 

 

‘Het ambt van leraar is een van de moeilijkste beroepen; maar heil dege­ne die dat ambt bekwaam weet te vervullen!'

 

De Heer zei verder tegen Barnabas, die ooit ook een leraar was: Jij zult ook een van de eersten zijn die met een door Mij uitverkoren leerling van Mij zal botsen [dat is Paulus], en dan zullen jullie voor geruime tijd uit elkaar gaan. Ik vertel niet wanneer, bij welke gelegen­heid en met welke leerling; maar wanneer het gebeurt, zul je je herinneren wat Ik je zojuist heb gezegd.'

 

Verder zei Barnabas tegen de Heer: ‘De oude profeet zal inderdaad gelijk hebben, toen hij zei: ‘Het gebied HAURANA zal weliswaar door de heidenen vertrapt worden; maar als de Heer der heerlijkheid het met Zijn voeten zal betreden, zal het weer groen worden, en tot vruchtbaar land worden;’ daarop antwoordde Jezus: ‘Wanneer de harten van de mensen echter weer hard en droog worden, zal ook dit gebied hetzelfde aanzien krijgen als de harten van de mensen.’ [GJE10-197:6,7]

 

Over de woongebieden en landerijen van de mensen zei de Heer: ‘Wanneer de harten van de mensen echter weer hard en droog worden, zal ook dit gebied hetzelfde aanzien krijgen als de harten van de mensen.’ [GJE10-197:6,7]

 

De oerbewoners van Egypte waren de nakomelingen van Noach en zij hebben meer dan 700 jaar lang de enige ware God vereerd!’ [GJE10-192:1]

 

‘Men noemde de tijdmeters voor de herders op de velden destijds ‘SA-POLLO’ [daar komt de naam van de afgod ‘APOLLO’ vandaan!], d.w.z. ‘voor het veld’ en men koos die benaming om voor de herders en andere veldarbeiders de tijd te kunnen vaststellen. Een bepaalde afstand werd een ‘veldweg’ [1250 meter!] genoemd en dat maakte ongeveer een vierde deel van een uur uit. En zo duurt een wandeling op één veldweg 15 minuten en dat komt overeen met 1,1/4 kilometer.’ [GJE10-193:5,6]

 

‘Over de sterrenbeelden schrijft Lorber via de Heer: ‘Hoe meer aandacht men aan deze sterrenbeelden schonk, des te precie­zer begon men ook de tijd van de nacht in te delen, en in de stad Diadeira (Diathira), bij het huidige Dendera, ten noorden van Thebe, richtte men een reusachtige, uit kunstig behouwen stenen samen­gestelde dierenriem op, die heden ten dage nog bestaat en door alle sterren­kundigen als een groot kunstwerk wordt bewonderd.’ [GJE10-193:11]

 

‘De geest der waarheid in het Woord maakt levend, niet de letter. Evenals ieder ander [letter]-teken, brengt de geest van de mens tot leven.’ [GJE10-194:10]

 

 

 

‘Over dromen, die een mens kan ervaren in de slaap, zegt de Heer: ‘Als je ziel zich tijdens de slaap van je lichaam voor een korte tijd groten­deels vrij voelt van de banden met het lichaam, kan ze niet anders dan het­geen er diep in haar verborgen ligt, als het ware buiten zichzelf waarnemen in de vorm waarin het in haar ligt; wat het ook is, de ziel ziet het in volle wer­kelijkheid voor zich en is in haar omgeving dan evenzeer thuis als in waken­de toestand op deze aarde.’

 

‘Dat ze in een droom ook mensen kan ontmoeten, en wel enerzijds leven­de mensen en anderzijds mensen die al gestorven zijn, komt doordat de ziel van ieder mens in zekere zin een uiterst kleinschalige afbeelding in zich draagt van alle mensen die ooit op aarde hebben geleefd, nu leven en nog zul­len leven evenals van de gehele geestenwereld…’ [GJE10-195:8,9]

 

‘Het hemelrijk, dat het eigenlijke rijk is, bestaat voor de mensen niet in uiterlijke pracht en praal, maar het is innerlijk in de mens.’ [GJE10-197:10]

 

Engelen reizen over de gehele aarde en beproeven de harten van de mensen, om te zien of ze in staat zijn de levend makende genade van de Heer in zich op te nemen: als wij dergelijke harten vinden, sterken wij hen…’ [GJE10-198;7]

 

Afbeelding kan het volgende bevatten: nacht, buiten en water

 

‘Een olifant is tegenwoordig het grootste maar tevens ook het meest intelligente dier op aarde en kan, als hij door de mensen goed wordt afgericht, gebruikt worden voor allerlei dierbaar werk.’ [Het varken is er familie van; naast de olifant is de slang het meest intelligente beest]. [GJE10-204:10]

 

‘De Heer at steeds hetzelfde voedsel en stilde Zijn dorst eveneens met zuivere, goede en gezonde wijn in de juiste mate, en wat Hij in Zijn 3-jarige leerperiode at en dronk, dat deed Hij ook in Zijn kinderjaren en zo ook de meesten van Zijn leerlingen, die bijna allemaal vissers waren.’ [GJE10-210:2,4,5,6].

 

‘Het verstand van de mens is het oog van de ziel. De wil is haar handelende hand. Een mens heeft twee ogen en twee handen en zomede heeft hij ook twee verstanden en twee willen, namelijk een goed en een slecht verstand, en derhalve ook een goede en slechte wil.’ [GJE10-214:10, dit zijn de woorden van Petrus!]

 

‘De patriarch Abraham was eigenaar van het hele beloofde land. Hij woonde in SALEM, maar had altijd een grote tafel klaar staan, waar iedere dag een paar duizend armen en behoeftige mensen te eten kregen. De Heer voorspelde hem dat HIJZELF uiteindelijk als mens in een lichaam van vlees en bloed uit zijn stam zou voortkomen om alle mensen waarachtig gelukkig te maken. [In Jozef van Maria leefde overigens de geest van Abraham!’ [GJE10-217:1,3]

 

Jezus zegt dat het genoeg is dat Zijn leer slechts bij weinigen zuiver wordt gehouden, en dan zal daar in alle tijden voor gezorgd worden. [GJE10-219:11]

Jezus zegt verder: ‘Tegenover Mij moet een mens in zijn hart ofwel helemaal koud of helemaal heet zijn, als hij door Mij aangenomen wil worden. Want luwe mensen zullen door Mij net zolang op een afstand worden gehouden, tot ze koud dan wel heet worden.’ [GJE10-222:7]

 

‘Voor de duivel zelf is de weg tot ommekeer niet volkomen versperd.’ [GJE10-223:10]

‘Ieder mens wordt voortdurend zowel door goede als door slechte gasten omringd, en het spreekt vanzelf, dat de boze geesten zich eerder tot een traag mens toegang kunnen verschaffen dan tot een werkzaam mens.’ [GJE10-224:4]

 

‘Al het goede en ware beloont zichzelf uiteindelijk; het tegendeel straft zich echter ook vanzelf.’

 

 

Historische parels

Jezus heeft bijna 15 jaar bij Jozef gewerkt in het timmermansvak vanaf 15 jaar tot Zijn 29ste jaar [toen stierf Zijn ‘pleegvader’ Jozef en hield Hij met dit werk op!] [GJE10-243:9]

 

Zacharias, vader van Johannes de Doper, [incarnatie van Mozes] [GEJ.06-004:07]] was opperpriester in de tempel van Jeruzalem. Waarschijnlijk kreeg hij in januari 10 v Chr. een visioen over zijn zoon. Een engel bevestigde later dit, maar Zacharias kon het niet geloven en hij werd daarom met ‘stomheid’ geslagen tot de geboorte van zijn zoon Johannes. [Drie dagen in de tempel, hfdst.6:6] Hij werd het jaar daarop vermoord [gewurgd] in de tempel. [Drie dagen in de tempel, hfdst.26:12]

 

Het dertienjarige meisje Maria van Jozef [incarnatie van Pura ten tijde van Adam in 910-920 n. Adam] kreeg eveneens in datzelfde jaar een visioen over de geboorte van Jezus en ook een bevestiging van een engel. Johannes wordt 6 maanden voor het Kindje Jezus geboren, dus rond 7 juli 10 v. Chr., Jezus echter weer een half jaar verder op 7 januari 9 v. Chr. Johannes die later ook ‘de doper’ werd genoemd, werd ongeveer een jaar na zijn prediking in de woestenij bij de noordelijke Jordaan vermoord [onthoofd] door Herodus.] Zijn dood kan worden gedateerd aan de hand van het feit, dat Jezus kort na zijn onthoofding een menigte van 5.000 te eten gaf. [Joh.6:1-14] Dit was kort voor het paasfeest.

 

Uit Lucas 2:22-38 kan in combinatie met het voorschrift van Leviticus 12:1-8 worden afgeleid, dat Jezus 8 dagen na Zijn geboorte op 15 januari 9 v. Chr. besneden werd. Het Kindje Jezus wordt geboren in een grot.

Deze spelonk is tegenwoordig vervallen, ineengezakt door erosie en aardverschuivingen, en is niet meer of nauwelijks herkenbaar. Wel kan ongeveer haar locatie voor Bethlehem worden ingeschat, met het huidige zicht op het voormalige ‘Davidshuis’, dat tegenwoordig een klooster’ is, circa 1500 – 2000 meter er vandaan, volgens Jakob Lorber.

 

Het Kindje Jezus wordt precies 8 dagen na de geboorte – rond het derde uur – besneden op een maandag. Het is opmerkelijk dat de besnijdenis in de Bijbel per se acht dagen na de geboorte moest plaatsvinden: “Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden Worden” (Genesis 17:19, Leviticus 12:3). De dag maakt niet uit, of het nu wel of geen sabbat is.

 

Simeon mag het grootse geluk beleven het Kindje Jezus een kort moment te zien. Dezelfde dag zoeken Jozef en Maria logies in Jeruzalem en komen bij ‘toeval’ bij Nicodemus terecht, de burgermeester van Jeruzalem. Hij vraagt wat geld van de arme mensen, ofschoon hij zeer rijk was. [Jeugd van Jezus, hfdst.26;11] Eerst de volgende dag herkent hij de Heer. De heilige familie komt dan ’s avonds weer terug in de grot [op dinsdag, 16-1] en Cornelius heeft voor Jezus een speciale kribbe gemaakt.

 

De volgende dag [17-1], raadt Cornelius de heilige familie aan nog drie dagen te blijven. Als ’s middags om 12.00 uur de zon hoog staat, doorbreekt een caravan met mensen en dieren de graalmuur van de grot, want een ster had hen tot daartoe geleid. Het verhaal van de drie wijze lieden uit het Morgenland is bekend. Zij vertrekken de volgende dag en via een engel, wordt hun de terugweg zorgeloos gebaand. Volgens de overlevering zouden ze niet ver van de grot, bij BETSOER, hun rustplek gevonden hebben. Het herdersdal lag zuidelijk van Bethlehem.

 

Op 19-01  29 v. Chr. vertrekt de heilige familie naar Egypte via Syrië. Een mistbank beschermt hen voor de oprukkende soldaten van Herodus, die het Kindje Jezus willen doden. Jozef krijgt van Cornelius een brief mee voor zijn broer Cyrenius in Tyrus. Cornelius schreef: ‘Want al bij de geboorte van dit Kind gebeurden tekenen, waar iedereen van schrok. Alle hemelen stonden open, de winden zwegen, de beekjes en rivieren stonden stil en de maan bleef aan de horizon staan!’

 

Op de vierde dag van hun reis naar Syrië, 22 januari, komt de heilige familie aan bij Cyrenius. [JJ.01-034:30] Een dag of twee erna gaan ze per boot naar Egypte. Cyrenius gaat mee. De reis gaat naar Ostracine en duurt een week. Eind januari komen ze aan op de plaats der bestemming. Cyrenius blijft daar vier dagen, maar moet weer terug naar Syrië.

Rond 21 maart besluit Cyrenius, na het houden van een Romeins feest en wat handelingen voor de krijgsmacht, om weer terug te varen naar Egypte, naar zijn bataljon. Vijf dagen later komt hij daar aan en neemt de moord van Herodus ernstig en verhoort streng zijn meegenomen stadhouder van Jeruzalem.

 

Op vrijdag en zaterdag, 5 en 6 april wordt door de heilige familie het Pasen gevierd. Er verschenen drie aartsengelen op Pasen in OSTRAzine. Let op:  OSTRA betekent OSTERN in het Germaans: OSTERA, dat ook Pasen betekent. Het kleine Kindje Jezus plaagt Cyrenius een beetje en Jezus besluit voor lange tijd nu te zwijgen.

 

In ‘De Jeugd van Jezus’, hfdst.175:24 duurde de maansverduistering 3 uur. Op 7 v. Chr.  op 3 juni om 23.00 uur en op 28 november van datzelfde jaar om 18:49 uur was er een maansverduistering. Het Kindje Jezus was toen ca. twee jaar, want in hoofdstuk 175 zegt Cyrenius, dat het al weer 2 jaar geleden was, dat het Kindje hem plaagde.

 

Half april [1 v. Chr.] werd [een week na volle maan!] er weer Paasfeest gevierd in het heidense Ostrazine. Niet door de inwoners zelf, maar door de heilige familie. Het Kindje Jezus is dan al weer 2 jaar en 3 maanden oud. [Jeugd Jezus, hfdst.213,214]. Het KINDJE besluit in dat najaar [oktober] een half jaar niet te praten. [rond 18-4-18-10]

 

Ongeveer een maand later [18-11] besluit de heilige familie terug te keren naar hun thuisland, op aanraden van een engel. De tocht te voet duurde elf dagen. Dat zou in het late najaar of in het begin van de vroege winter plaatsgevonden kunnen hebben.

 

Volgens de Nieuwe Openbaringen was het paasfeest circa 3 maanden later en zou dat eind juni geweest kunnen zijn in verband met de graanoogst en het malen van het graan. Maar dat was blijkbaar 30 jaar later! Achteraf kunnen we concluderen dat Jezus, toen Hij ongeveer 30 jaar was, ook drie maanden na 7-1 29 n. Chr. Zich had afgezonderd in de woestijn rond begin april en ongeveer 40 dagen erna liet Hij Zich door Johannes dopen.

 

Hoewel we in het eerste deel van het Grote Johannes lezen, dat Pasen in die tijd [toen Jezus 30 jaar was] ongeveer drie maanden later werd gevierd, lezen we in de Jeugd van Jezus, dat dit al in maart of april was, afhankelijk van de volle maanstand. Dertig jaren later hebben zich blijkbaar andere ontwikkelingen voorgedaan. Of hebben we in die tijd van Jezus in Palestina dan te maken met twee Paasfeesten?

 

Ergens in april in het jaar 10 n. Chr. leert het Knaapje Jezus 3 volle dagen de Schriftgeleerden de les,  gehonoreerd aan de op geldbeluste tempeliers! He was de vader van Lazarus uit Bethanië, die het geld voor het Knaapje Jezus betaalde. En dat voor de volle drie dagen.

 

De inmiddels twintigjarige jongeling Jezus gaat met zijn pleegvader Jozef voor een paar dagen naar Tyrus, voor een bouwklus. Dit was 19 n. Chr. Tien jaar later zou Hij officieel met Zijn leerambt beginnen. [29 n. Chr.]  Wat het ‘bouwwerk’ in Tyrus betreft, daarover bestaat een episode en wel over het maken van een schuur van een goede vriend in GJE7-228:11, waarvan niemand in zijn dorp mocht weten.

 

Een paar maanden na 7 januari in 29 n. Chr., nadat Jezus ongeveer 30 jaar was volgens de beschrijving in Jakob Lorber, begon Jezus met een veertig dagen durend verblijf in de woestijn. [Dit was in de omgeving van Bethabara-Had-Nes bij de Jordaan.]

 

Uit één van de vier evangeliën in het Nieuwe Testament [Luc.2:22-38] blijkt Jezus Zich voor te bereiden voor Zijn komende leerambt in Palestina. De tussenperiode tot Zijn latere kruising, dus ruim 3 jaar later, heeft ook 40 dagen geduurd. Met getal 40 zijn diepere verbanden te leggen. [Lev.12:1-8]

Dit voorschrift zien we niet bij het Kindje Jezus in Ostrazine] De voorbereiding van Jezus heeft precies 40 dagen geduurd. [Marc.1:13]

 

Bethabara had een kleine woestijn. Rond eind mei verzamelde Jezus Zijn eerste leerlingen. Petrus en Andreas bezichtigen Zijn hut in de woestijn. Nadat Jezus gedoopt was door Johannes de Doper, bleven zij tot de volgende ochtend en verlieten Hem niet meer, maar moesten voor een korte tijd thuis zaken orde stellen. [Marc.1:9] Waarschijnlijk is Jezus halverwege mei gedoopt. [Joh.1:32-34, Mark.1:9-11]. Het optreden van Johannes heeft wellicht iets langer geduurd dan een jaar. [Joh.3:22, Joh.4:3] Jezus zou een maand voor het paasfeest zijn gedoopt. Twee maanden voor het feest vertoefde Hij eerst 40 dagen in de woestijn. Johannes vermeldt dat Jezus al in de december in Jeruzalem was [toen was het Chanoekafeest], 31 n. Chr. [Joh.10:22] Daarna verbleef Hij nog in Perea en het oostelijke Jordaandal. Jezus moet dus Galilea verlaten hebben in het najaar van 31 n. Chr.

 

Na het bruiloftsbezoek in Kana [Joh.2:1-11], waarschijnlijk eind mei 29 n. Chr., gaat Hij naar Jeruzalem. Jezus heeft volgens JJ-298 als 12-jarig Knaapje in de tempel van Jeruzalem [Luc.2:41-51]  daarna geen wonderen meer verricht, tot de bruilof in Kana. Het driedaagse verblijf in de tempel van het Knaapje Jezus moet ongeveer rond het Pasen plaatsgevonden hebben. Na het bruiloftbezoek wijkt Jezus, nadat Hij kort Jeruzalem bezocht vanwege Pasen [blijkbaar ergens in juni], ook naar verschillende stadjes in Samaria. Het belangrijkste werkgebied van Jezus was in Galilea. Het tijdstip van de reis naar het land van Samaria kan worden afgeleid uit Joh.4:35. Het was toen ruim een maand voor de eerste graanoogst. Johannes vermeldt in hfdst.6:4, het paasfeest nadrukkelijk!

 

Er bestaat in Israël ook het WEKENFEEST.  De benaming ‘Wekenfeest’ komt uit het oude Testament [Deut.16:9-1] en moest zeven weken na Pesach gevierd worden.

 

Op de 3e dag was er dus een bruiloft in bergdorpje Kana. Waarom juist op de 3e dag, zegt Jezus. Zo sprak ook het twaalfjarige Knaapje Jezus drie dagen in de tempel. Op de 3e dag na de kruisiging stond Jezus weer op. Hij is daarna nog verschenen aan 500 mensen. [1 Kor.15:6] en beval de 11 overgebleven discipelen naar een berg in Galilea te gaan, alwaar Hij hen zou toespreken. [Matth.28]

 

Kapernaum wordt bezocht door Jezus. [begin juli 29 n.Chr.] Nikodemus kwam in een van deze nachten bij Jezus.

 

Toen Jezus bij de Jakobsbron kwam, was het midzomer en erg heet [rond 7 juli 29. n. Chr.]. De weg voerde door Sichar, een stadje [Sichem!] in de buurt van het oeroude dorpje, dat Jakob zijn zonen Jozef gaf als een geboortegeschenk. Jezus verblijft daar een tijdje.

Het land in Palestina was in Jezus’ tijd gemakkelijk te doorkruisen, men kon daar in ettelijke dagen [vijf?] het gehele Jodenland rondtrekken. Al in hoofdstuk 91 van het GJE1 wordt er een link gemaakt met onze tijd. Jezus maakt zich op om het land van Samaria te verlaten en de terugreis naar het stadje Kapernaum te hervatten, waar een militair hoofdman Hem ijlings tegemoetkwam met de vraag om zijn knecht te genezen. [GJE1-93]

Niet lang daarna bezoekt Jezus Gadara [Ramoth], een dag later weer Nazareth, waar Hij een volle week bleef. Eind juli bezoekt Jezus Jeruzalem. Waarschijnlijk werd in die tijd ook Johannes onthoofd. Gadara wordt verward met Gergesa [= het huidige SKOEFIJEH].

 

We leggen al het overige nu terzijde en refereren naar een belangrijke zonsverduistering. In het eerste leerjaar van Jezus was er een zonsverduistering. [GJE1-84:14, GJE3-81:1,2]. Hier spreekt Jezus over de hoogte van de maan boven de aarde: 98.000 loopuren van de aarde. Dat is de gemiddelde snelheid van bijna 4 kilometer per uur x 98.000 = ca. 387.000 km verwijderd van de aarde. Dit gebeuren speelde zich overdag af. [GJE3-82:9, GJE3-97:3 en GJE3-166:5.]

 

Verder is opgemerkt dat bij bepaalde citaten zoals ‘volle maan’ steeds te traceren is, als daarvan sprake is. Zo was Jezus aan het meer van Galilea en verblijft nog enkele dagen in het dal en bereidt Zich voor om naar Jeruzalem te gaan. Dit was op een voorsabbat [= vrijdag] en het was toen volle maan. [11 november 29 n. Chr.]

Een zonsverduistering heeft plaatsgevonden volgens GJE7-208:1,2. Een maand ervoor zou het volle maan zijn geweest i.v.m. het Loofhuttenfeest?

 

Volgens Joh.7:2, Joh.10:21,22 en Joh.11:54 viel het Loofhuttenfeest in oktober. Na dit feest ging Jezus in de Dekapolis en Perea in 31 n. Chr. Jezus bleef in het gebied van het oostelijke Jordaandal. Waarschijnlijk tot maart 32 n. Chr. Hij zou dan volgens Joh.10:22-39 definitief naar Bethanië en Jeruzalem gaan. Het Chanoekafeest begon in december 31. n. Chr. Toch keerde Hij nog eenmaal terug naar het oostelijke Jordaandal. [Joh.10:40]

 

Tenslotte is Jezus kort voor de sabbat gestorven. Het balsemen van overledenen mocht namelijk bij de joden niet op een sabbat. De kruisiging van Jezus vond plaats op de dag der ‘voorbereiding’ [Joh.19:14,31]. Het was een voorsabbat, de vrijdag van Pasen. [Mark.15:42, Joh.19:31]

 

Jezus is bij het begin van het grote paasfeest gekruisigd. [Joh.12:1, 18:39] Hij heeft in 18 uren de hoon, het grote lijden en de versmading van de gehele wereld gedragen van donderdagavond 21.00 uur tot vrijdag 15.00 uur. Hij zou dan 33 jaar en 18 weken geworden zijn, en dat is 12181 dagen, afgerond op 12200. [10 juni]. Het getal 122 is ook het Hebreeuwse woord voor kruis [Ts-eLeB]

 

Na de kruisiging bezocht Jezus de twee Emmauswandelaars, en at bij hen thuis. Emmaus zou Nikopolis zijn geweest, dat was het feitelijke AMWAS.

 

Volgens de joodse wet begon het Pasen met het offeren van een lam tussen 15.00-17.00 uur op de 14e dag van de Nisan. Het paasmaal begon de dag erna en het feest duurde 7 dagen. De dag erna was eigenlijk nog op dezelfde dag van het geofferde lam, maar dan na 18.00 uur, toen er een nieuwe dag begon volgens hun gebruiken. Jezus zou gestorven zijn op het moment waarop in de tempel de eerste Paaslammeren geslacht werden. Johannes 1:29-36 beschrijft Jezus als ‘Het Lam van God!’ [1 Kor.11:23-25]

 

De Bijbel spreekt ook over een Verzoendag. [Lev.23 en Num.28]. Ik ben dat niet tegengekomen bij Lorber, behalve bij Mayerhofer [2x].

Na de paasmaaltijd liep Jezus naar de Olijfberg en ging door het dal van Josefath [dat is het eigenlijke KEDRONDAL!] en tot tegen de KALVARIEBERG [dat is bij Golgotha!]  De toenmalige ligging van Jeruzalem was 500 meter Zuid-Oostelijker van de tegenwoordige ligging in het westelijke deel, wat nu het oostelijke deel van Jeruzalem is.

 

Toen de ‘slachting’ gedaan werd zou volgens de joodse overlevering de lofpsalm 118 gezongen worden door de paasvierders. Bij Lorber is dat niet bekend, behalve dat er wel vaak psalmen bij een maaltijd gezogen werden. Wat betekent ‘het Heilige Avondmaal voor ons’? Het is ingesteld als een heilig sacrament van Zijn liefde volgens Matth. 26:26-29, Marc. 14:22-25, Lucas 22:15-23 en 1 Kor.11:24. In Johannes 17 sprak Jezus het hogepriesterlijk gebed uit. Het Heilige avondmaal zou op de voormalige berg Sion gehouden zijn.

 

De strijd van Jezus’ ziel zou 90 minuten geduurd hebben. Zij hadden een omweg gemaakt, en trokken langs een andere brug over het Kedrondal, dan over die tweede brug, waarover Hij geboeid zou worden teruggebracht. De eerste brug was tussen de bron Gihon, en terug over de tweede brug, vlakbij de graven van Absalon. Jezus gaat dus via een omweg naar Gethesemané en het was bijna volle maan. Ze lopen op ‘de berg  der ergernis’,  een uitloper van de Olijfberg.

 

De Olijfhof en Gethsemane waren destijds door een zandpad gescheiden. De Olijfhof ten N.O. van Gethsemané met haar grote plateaus en vele grotten situeert de omgeving. In de buurt van deze tuin zou de spelonk van Jezus te vinden zijn. Gethsemané lag circa 30 minuten van de heuvelberg Sion vandaan en van het Kedrondal naar Sion en Gethsemane waren het slechts 15 minuten. De overlevering vertelt dat Jezus omstreeks 21.00 uur op de berg Gethsemane aangekomen was. Bij een rotsblok voerde Jezus alleen de doodstrijd die Hem te wachten stond. Vlak erbij was een enge grot. De overlevering vertelt dat Adam en Eva zich daar ooit verborgen hadden.

 

De naam Cenakel betekent EETZAAL en duidt in het christelijk spraakgebruik de zaal aan. Het zou op een hoogte liggen van 768 meter en niet ver van de burcht van David. Flavius Josephus zegt: ‘op deze berg ontstond later de hoge stad Jeruzalem en David bouwde daar een kasteel en noemde hem naar zijn naam, tegenwoordig ‘de hoge markt genoemd’.  [B.Jud, II, 125] De toren van David lag meer 400 meter noordelijker en maakte later deel uit van het paleis van Herodes.

 

De Heer begaf zich laat in de avond [waarschijnlijk tussen 21.00 en 23.00 uur] in Gethsemane bij de grot. En over deze grot lopend was er een grasterras, waartegen de 3 discipelen aangeleund waren. Zij die Hem gezien hadden op de berg der verheerlijking zagen Hem nu in Zijn algehele verlatenheid als ‘Mens’. De Goddelijke natuur van Jezus als Mensenzoon, trok Zich in Hem terug. De maan was nog niet helemaal vol en zij scheen groter te zijn dan normaal. De rustplaats van de drie discipelen, die bij Hem in de buurt waren, was maar op een steenworp. De gerechtsdienaars kwamen hen tegemoet op het pad dat de olijfhof scheidt van Gethsemané. De grot waar Jezus bad en verschrikkelijk leed, was hoger gelegen op de top van de olijfberg. De rots wees op groeven en druipsteen.

 

Toen Jezus gevangen genomen werd ging de stoet van soldaten [het waren er blijkbaar zo’n 20] via het Kedrondal, waar deze een verbreding had en staken ten zuidwesten van Getsemané een lange brug over de Kedronbeek bij het begin van vier beroemde graven.

 

De Ofel is een berg met muren omringd en heeft tot na 70 n. Chr. zijn muren bewaard. Er is een naburige bron Gihon, circa 150 meter ten zuiden van de Waterpoort, waardoor de soldatenstoet, die Jezus gevangen hielden, doortrok.

 

Judas doortrok de steile zuidkant van Jeruzalem in de Geënom-vallei, waar al het afval en de vuiligheid van Jeruzalem wordt uitgestort en opgehoopt ligt. De Sionberg heeft een niveau van 768 meter hoogte. De diepe vallei daartussen het Ge Hinnom. De afvalhoop of heel het afvalterrein beantwoordde aan de vuilnisbelt of Mezbele. [Mestbult]. Dit doet mij denken aan de naam Isabella [mesthoop]. Ge Hinnom is een synoniem van de hel. [Gehenna]

 

Johannes slaagde erin door bemiddeling van de hem bekende dienstbode van de hogepriester tot op het tweede plein [binnenplein door te dringen. Achter hem werd door de dienstmeid de poort wegens de grote toeloop gesloten. Petrus kwam minder vlug door het gedrang en bereikte de binnenpleinpoort wat later maar vond deze gesloten Door toedoen van Nikodemus en Jozef van Arimatea, die op dat ogenblik juist aankwamen, kon Petrus meekomen.

 

Volgens Deut.16:16,17 moesten de joden eenmaal in het jaar de tempel bezoeken en iets offeren naar hun vermogen. Toen de Sanhedristen Jezus op vrijdag bij Pilatus brachten, durfden zij het pretorium niet binnentreden om zich niet in het huis van een heiden te verontreinigen en om het paaslam te kunnen eten. [Joh.18:20] Uit het evangelie van Johannes blijkt duidelijk dat Pasen op zaterdag of een sabbat viel. [Matth.26:17-20, Mark.14:12-17, Mark.15:46, Luk.22:7-15 en Lukas 23:56]

 

Jezus werd nogmaals weer geboeid verplaatst tussen de gerechtsdienaren naar Pilatus en zo daalden zij van de berg Sion af en gingen door de benedenstad [Akra]. Flavius Josephus zegt dat de stad ten westen van de tempel gelegen was. Judas pleegde intussen zelfmoord in een kloof of ravijn aan het noordelijk einde van het tegenwoordig geheten dorp Silwan, links van de Kidronvallei, als men van de zuidoosthoek van het tempelplein naar dat Arabische dorpje gaat. Dit helt zeer steil naar de Kidronvalei.

 

De vrouw van Pilatus zou Tullia Innocentia geheten hebben. [HiG.03_47.06.28,08] Pilatus lag bij hun aankomst op het voorterras op een soort rustbed uitgestrekt. Het moet niet echt koud zijn geweest op die hoogte, eveneens sliepen de discipelen tot bijna middernacht tegen een grothelling in Gethsemane. Zou het eind maart zijn geweest, dan kon het ’s avonds op die hoogte nog zeer koud zijn. 

 

De Heroduspoort heet tegenwoordig Bab es-Sahireh. Nehemia 3:3 beschrijft de HOEKPOORT, die nu Damaskuspoort heet. Daar werd rechtspraak gehouden volgens Deut.16:18, 21:19 en 22:15 en Ruth 4:11. Toen Jezus aan het kruis hing zouden er ook spotliederen gezongen zijn. [Ps.69:13]

 

Simon van Cyrene kwam uit het westen en daalde de straat af die Jezus na deze val zal inslaan. Hij kwam uit de tuinenwijk die ten westen van de stadsmuur gelegen was. Hij was een sterke man van veertig jaren en hij ging blootsvoets en droeg om het bovenlijf een kort schouderkleed, terwijl zijn lendendoek uit een band van enige lappen bestond. De namen van twee zonen van Simon van Cyrene zijn bekend uit het Markusevangelie: Rufus en Alexander, omdat hij schrijft voor de Romeinen die deze twee zonen kenden.

 

Over de naam Veronika zegt men dat deze naam ver imago betekent. Volgens Titus Brandsma [overigens een neef van de vader van mijn vrouw!] is het heilige aanschijn, dat in de Sint Pieters te Rome vereerd wordt, niet te vereenzelvigen met de doek van Veronika, omdat dit op het doek is geschilderd.

 

                                               Veronica

 

Ook Lorber bevestigd door Jezus dat: ‘In de overlevering van de kerk wordt gezegd dat Veronica Mij in haar dienstbaarheid een doek heeft aangereikt om Mijn zweet te drogen. Dat is wel waar; want zij stond in de voorste rijen van de weeklagenden. Maar het afdrukken van Mijn gezicht op de doek is een later ontstane sage, evenals hier gezegd dient te worden dat er in Mijn tijd nooit een Jood Ahasverus is geweest, die Mij van zijn huis wegjoeg. Beide zijn mythen die later zijn ont­staan uit verhalen van vrome gemoederen, die hun best hebben gedaan om Mijn lichamelijke dood met alle mogelijke wonderen op te sieren, die ook in de evangeliën zijn binnengeslopen.’

Maria werd als vierjarig meisje onder de tempelmaagden gebracht. Zou het Kind Jezus vroeger ook gelogeerd hebben in een herberg voor arme behoeftige reiziger volgens Jeremia 41:17.  1 Sam.1:33-45 en 2 Kron.32:30 beschrijven de voormalige heuvel Ofel.

 

Door Markus 15:23 wordt wijn met mirre genoemd [mirre met alsem]. Mattheus schrijft: ‘na geproefd te hebben, wilde Jezus niet drinken. In psalm 69 staat dat men Jezus laafde met azijn. Mirre maakt pittiger en bedwelmend. Volgens de Talmoed werd wijn vaak gemengd met wierook om te bedwelmen en ongevoelig maken voor pijn bij de aan ter-dood-veroordeelden.

 

Volgens het zonneuur werd Jezus circa 12.15 uur gekruisigd. Op dat ogenblik dat het kruis opgericht werd weerklonk uit de tempel een luid trompetgeschal: het paaslam was geslacht. De twee gekruisigden links en rechts van Jezus maakten deel uit van een roversbende bij de Egyptische grens, volgens de overlevering.

Pilatus had het doodsvonnis uitgesproken rond 10.00 uur. Er zou rond 12.00 uur een roodachtige nevel voor de zon gezien zijn.

Om 12.30 uur [het 6e joodse uur] ontstond er een wonderlijke zonsverduistering. Later blijkt in de Bijbel] dat Paulus dit ook bevestigd.

 

De verduisterde zon werd gezien door de voormalige Jodenvervolger Paulus tussen het zesde uur tot het negende uur, dwz. tussen 12 en 3 uur in de middag, want de dag begint bij de joden om 06.00 uur. Paulus zag de maan voor de zon schuiven en deze verduisterde, hoewel het niet de tijd was van haar conjunctie. Rond 3 uur in de middag begon de conjunctie van de oostelijke kant en schreed tot de andere kant van de zon voorwaarts, waarop zij staan bleef en op de genoemde plek terugkeerde, vanwaar hij kwam. De zon begon dus in het oostelijke deel zich te verduisteren en door de teruglopende maan in het westelijk deel weer licht te ontvangen. Apollophanus en Paulus zagen dit, toen Paulus hierover later in Athene getuigde en tot Christen bekeerd was.’

 

Zij zagen in 32 n. Chr. een zonsverduistering, waarvan hij later, als ‘bekeerde’ daarover een verklaring aflegde in Athene. Deze zonsverduistering was in het 19e jaar van keizer Tiberius. De lengte der uren bij de joden was naar gelang de dagen langer waren, terwijl de zonuren allemaal gelijk waren.

 

UpToDate 2024-2025