Het verkeerde stamt niet altijd af van Lucifer !

Het is de geest van Lucifer die de mens elke keer weer probeert te verleiden tot het handelen tegen Gods liefdevolle orde in. Zijn geest verleidt ons, kan ons verleiden tot verkeerde, valse gedachten, woorden en daden. Zijn geest probeert ons te verleiden tot bijvoorbeeld haten, machtig willen zijn, wellustig naar genot zoekend, materieel welzijn zoeken, oordelen, enzovoorts. Maar net als wij, zie ik Lucifer zelf als een gevallen geestelijk wezen. In de kern is hij niet anders dan ieder ander mens, een schepsel dat ooit wel één was met Gods liefde.  [ingezonden door Hans de Heij, NL]

 

Respons

We worden inderdaad door Lucifer verleid. In elk geestelijk wezen [behalve God Zelf dan] – ook de engelen - loert op de achtergrond in het verborgen het ‚gedeeld zijn‘ en daarmede ook het verkeerde.

 

Tekstvak: In de volgende geschiedenis wordt duidelijk, dat ‘het verkeerde’ niet altijd van Lucifer afstamt.

Toen Petrus met zijn broeders in het schip gingen, vroeg hij Jezus, of zij voor vijf dagen hun familie mochten bezoeken. Jezus antwoordde daarop: 'Ik heb jullie al gezegd wat je moet doen, ga allemaal maar!’ Nadat Ik dat tegen hem gezegd had, gingen zij meteen aan boord en voeren af. Ik bleef echter nog hier in Galilea. (Joh. 7,9)

Maar toen alle broeders al meer dan halverwege waren, overviel hen plotseling een groot verdriet en berouw, zodat zij weer wilden omkeren om Mij om vergeving te vragen voor de smadelijke woorden waar zij bij Mij mee aangekomen waren.

En PETRUS zei luid: 'Heer, Heer, welke duivel heeft ons dan ditmaal zo gek gemaakt dat wij U konden verlaten? O, laat U nog eenmaal door ons terugvinden, eeuwige Zoon en Vader in één persoon, dan zullen wij U nooit meer zo verlaten!

Johannes en Matthéus huilden en wilden beslist terug; maar er stak juist achter hun rug een sterke wind op die het schip met grote snelheid naar de oever aan de overkant achter Tiberias dreef, waar de Jordaan de zee verlaat.

Toen zij daar aan land gegaan waren, voelden zij zich zo verlaten, dat zij nauwelijks de moed hadden de weg naar Jeruzalem verder te gaan. Maar JACOBUS zei: 'Dat wij allemaal erg verkeerd gehandeld hebben, daar is helemaal geen twijfel aan; want de krachtige wind die ons zo snel hierheen dreef en juist opstak toen wij berouwvol terug wilden keren, is er een sprekend bewijs voor dat Hij ons voor altijd van Zich verstoten heeft. Wij domme, blinde ossen wilden Hem, de Alwijze en Almachtige voor gaan schrijven wat Hij moest doen! O, wat zijn wij miserabele dwazen! Waar is dan die gemene satan die ons zo gek gemaakt heeft? Laat dat meest ellendige  beest der beesten hier komen, dan zal het ondervinden wat het heet zich aan de vrienden van de Heer te vergrijpen!

Toen verscheen hun plotseling EEN LICHTENDE GESTALTE, die op heel ernstige toon tegen hen zei: 'jullie beschuldiging treft de verloren zoon niet terecht, want jullie eigen overmoed heeft dat jullie aangedaan. Klaag je daarom zelf aan, jullie zeer begenadigden, en laat hem met rust die ditmaal geen deel aan jullie domheid heeft!’ Daarop verdween de gestalte en DE LEERLINGEN zeiden: 'Heer, wees ons arme zondaars genadig en barmhartig!’ [GJE6-146 13-21]


[Opmerking: dit is ook de enige plek überhaupt, waarin Jezus Lucifer positief mee betrekt.]

Tekstvak: Hans schrijft: ‚Maar net als wij, zie ik Lucifer zelf als een gevallen geestelijk wezen. In de kern is hij niet anders dan ieder ander mens, een schepsel dat ooit wel één was met Gods liefde.’.

Het verschil tussen Lucifer en wij mensen is van oorsprong gelijk: we waren echter via Lucifer toch eens zijn schepsels en zijn met hem ‚meegevallen‘. Hij stond boven ons  mensen  en  hij  stond  als  tweede  hoge  geestwezen  onder  God.  Omdat  hij ‚gevallen’ is, zijn wij met hem mee gegaan uit vrije keuze. Het punt is, dat – hoewel dit thema een cruciaal onderwerp überhaupt is, dit wel moet gezegd worden, zoals het in de Bijbel precies staat.

Dat Lucifer juist ons mensen hier op Aarde ‚misleid’ tot verschillende vormen van zonden, heeft daarmee te maken, dat wij – hoewel wij kinderen van God willen worden, onze zielenafkomst toch van Lucifer is. Hij wil ons niet verliezen, maar ‚behouden‘ en doet al het mogelijke om de gehele mensheid voor zichzelf te hebben. Wij zijn dus ‘zielenschepsels’ van Lucifer. En deze Lucifer heeft zijn woonplaats  onder de Aarde. Hij was echter niet zomaar een eenvoudig schepsel, zoals wij mensen dat waren. Onze geest is echter van de Heer!!!!

Hierin bestaat dus een zeer groot verschil. En zijn schepsels – die kinderen van  God willen worden [ook terug naar de werkelijke Goddelijke Vader als eens ‘verlorenen!’] – Vandaar dat wij boven de Aarde mogen existeren, van waaruit wij zijn ontstaan [Adamah].

Jezus zei tegen de Farizeeërs; ‚jullie stammen af van jullie schepper Lucifer‘, nog preciezer uitgedrukt: ‚jullie hebben Lucifer als jullie vader!’ [Johannes 8:44]

Bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International nr.7 - 05-2016

UpToDate 2022

web counter