Leer van God de Heer

De Heer: ‘Mijn woorden bevatten eeuwige waarheid, die alleen die mens vrij kan maken, die haar in zich opneemt, haar tot zijn levensrichtsnoer maakt en daardoor erkent dat het Gods eeuwige waarheid is. Want die waarheid is en was en zal altijd zijn: het bestaan en het eeuwige leven van ieder mens, die haar levend in zich heeft. Maar jammer genoeg zullen er velen zijn, die deze waarheid niet zullen horen en niet willen aannemen, en haar zullen achtervolgen alsof het een vijand was. En weer anderen zullen haar ontvluchten uit angst voor de machtigen der Aarde, als ware het een dodelijke pest. Maar die dat zullen doen, zullen in zichzelf geen eeuwig leven deelachtig worden, maar de eeuwige dood zal hun deel zijn! Wie het lichamelijke leven liefheeft en er naar streeft om het tot iedere prijs te behouden, zal met het weldra eindigen­de lichamelijke leven ook het eeuwige leven der ziel verlie­zen! Wie echter het lichamelijke leven schuwt, zal het eeuwige leven der ziel winnen! ‑ Denk daar wel aan!

 

Als jullie Mijn leer zullen navolgen, dan zullen jullie het leven in alle gelukzaligheid behouden. Maar als jullie tegen Mijn leer in handelen, dan zullen jullie het leven verliezen en de dood ingaan, die de ongelukkigste toestand van al het leven is, een vuur dat nooit dooft en een worm die nooit sterft! Ja, ik zou bijna met zekerheid durven zeggen, hoewel ik geen profetische gave heb, dat afgaande op mijn kennis van de mensheid uit de vrij verre omtrek van Azië, Afrika en Europa, van nu aan gerekend, binnen twee duizend jaar nog lang niet de helft van de aardse mensen zich in het licht van deze leer van U zal begrijpen! ‑ Heb ik gelijk of niet?'

 

Wie Mijn leer aan deze zijde geheel zal aannemen, gaat reeds in zijn lichaam over deze brug; wie echter op de aarde Mijn leer lauw en onvolledig of helemaal niet aanneemt, die zal in die andere wereld een diepe duisternis om zich heen vinden, waardoor het heel moeilijk voor hem zal zijn om deze brug te vinden! Maar de mensen, die in het geheel niet met Mijn leer in aanraking komen, krijgen aan de andere zijde gidsen, die hen naar deze brug zullen brengen. Als de met Mijn leer onbekende geesten de gidsen volgen, zullen ze ook over de brug tot het ware leven komen; als ze echter hardnekkig bij hun eigen leer blijven, dan zullen ze overeenkomstig hun leer als schepsel slechts naar hun levenswandel geoordeeld worden en nooit het kindschap van God bereiken! ‑ Kijk, zo zit het in elkaar! bron: GJE1-81, bron: GJE2-164, bron: GJE2-116

 

De Leer van Jezus God

 

In het Jakob-Lorber-Boek Predikingen, hoofdstuk 5 - vond ik het volgende citaat over de leer van Jezus:

‘Wat Ik aeonen van tijdruimtes geleden besloot en meer dan duizend jaar geleden ben begonnen, dat nadert nu zijn voleinding. Mijn geloofs­leer, Mijn Woord, dat met geen betere verwisseld kan worden - al peinzen en denken de mensen nog zo veel - Mijn liefdeleer moet tot algemene geldigheid geraken. De liefde alleen moet regeren en alle hartstochten van het menselijke hart, die alleen maar door Mij hierin gelegd werden om door strijd tegen hen de liefde te verdienen en te verwerven, al deze hartstochten van het menselijke hart moeten be­heerst aan de voet van het altaar der liefde liggen. Haat, wraak, trots en hoe ze allemaal ook mogen heten, deze machtige driften van het kwaad in de mens moeten allen tot zwijgen gebracht worden. Het kruis, waaraan Ik eens vastgenageld om vergeving bad voor de verdwaalde mensheid, moet als symbool van verzoening door iedereen geliefd, geëerd en in geval van beproeving zelfs gedragen worden als herinnering aan de weg, die Ik heb gewezen en die alleen de mensen naar geestelijke hoogte kan voeren.

 

Over de belangrijkste levensleer van Jezus

                                   door Klaus Opitz   www.jesus2030.de

 

                (korte samenvatting)

 

Bij de vele uitspraken van Jezus over de 10 geboden, de twee liefdesgeboden en de vele andere aanwijzingen voor een oprecht leven in de geest van Jezus is het zeker steeds weer nodig, om duidelijkheid te krijgen, wat er dagelijks belangrijk is, waar wij op moeten letten, om een leven te kunnen leiden naar Zijn geest. Hierbij een reeks van verklaringen ter overdenking.

 

 Wij hebben geen enkel gebod buiten dat van het eeuwige leven en dat is de liefde en het luidt: `Je zult Mij, je God en heilige Vader liefhebben uit en met al de liefde die Ik je in eeuwigheid gaf tot eeuwig leven en als eeuwig Leven! Als je Mij liefhebt, verbind je je weer met Mij en aan je leven zal nooit een einde komen; maar laat je dat na, dan scheid je je van het leven.

 

Je leven zal daarna weliswaar niet ophouden; ook zal Ik daarom voor eeuwig niet ophouden voor jou een richtende God te zijn. En zul je ook, als je van Mijn leven gescheiden bent, door de eeuwige ruimten van de diepten van Mijn toorn vallen, waarlijk, buiten Mij zal jouw eeuwige val niet zijn! Mij, je God, zul je nooit kwijt raken; maar je liefdevolle, beste, heilige Vader en met Hem een eeuwig, vrij, gelukzalig leven, zie, dat zul je verliezen!’

 

O vaderen en jullie kinderen van de middag! Dit ene gebod hebben wij; dat is ieder kind reeds diep in het hart geschreven. Dit gebod is het levende zaad dat je allemaal in je harten moert zaaien, indien je wilt leven als kinderen van een heilige Vader, die God is, heilig, heilig, heilig van eeuwigheid tot eeuwigheid.’ (Huishouding van God, deel, hfdst. 70:21 en 22)

 

                                               Afbeeldingsresultaat voor foto 10 gebote

(De Heer:) 'Mijn leerling Johannes heeft je al gezegd en Ik bevestig het jou, dat in de twee geboden: 'Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf' de tien geboden van Mozes vervat zijn en al het overige wat de mens moet doen om de in hem wonende geestvonk te wekken en steeds meer één te laten worden met zijn ziel. Want alleen in de juiste levenswandel in Gods ogen en in de juiste daden van liefde voor jullie naasten vinden jullie de ware voldoening, innerlijke vrede en de juiste overwinning op jullie hartstochten en de dood. In wie eenmaal de overtuiging wakker is geworden die het hem onmogelijk maakt tegen die geboden te zondigen, bespeurt reeds op deze aarde de ware hemel; want hij is onaantastbaar geworden voor alle aanvallen van het kwaad, daardoor een echte heerser in zichzelf en vanuit zichzelf een heerser over de natuur.’ (GJE.11_011,01f)

 

‘…De twaalf poorten betekenden nu echter niet meer dat de nieuwe stad gebouwd was uit de twaalf stammen van Israël, maar uit de twaalf voornaamste grondbeginselen van Mijn leer, welke zijn vervat in de tien geboden van Mozes en in Mijn twee nieuwe geboden van de liefde; want dat zijn de poorten waardoor de mensen voortaan zullen binnengaan in de nieuwe stad van God, die vollicht en leven is.

Alleen degene die Mijn geboden zal houden, zal ook deze stad binnengaan en hem zal licht en leven gegeven worden; wie echter de geboden niet zal houden, zal ook niet in deze nieuwe stad komen… De twaalf soorten edelstenen waaruit de muur om de grote stad gebouwd was, waren eveneens weer een aanduiding van dezelfde twaalf geboden. [GJE-54, hfdst. 54:8,9]

 

Deze twaalf geboden zijn voor de mens dus niet alleen de ingangspoor­ten tot het licht en het leven, maar ook zijn onverwoestbare bescherming en afscherming, en de poorten en machten van de hel of de materiële wereld kunnen die nooit verwoesten of overwinnen…[GJE7-54-10]

Wie dus door het houden van de geboden de wil van God tot de zijne heeft gemaakt, die heeft ook de goddelijke macht en de goddelijke vrijheid tot de zijne gemaakt; hij heeft de toestand van de ware geestelijke wedergeboorte bereikt en is als een waar kind van God zo volmaakt als de Vader in de hemel Zelf.

En Ik zeg nu tegen jullie allen, dat jullie door nauwkeurig de geboden op te volgen er naar moeten streven om reeds hier op aarde even volmaakt te worden als de Vader in de hemel, dan zullen jullie ook kunnen doen wat Ikzelf nu doe en nog grotere dingen. En als jullie je in deze toestand bevinden, zijn jullie reeds tijdens dit leven burgers van het nieuwe Jeruzalem. Dat is dus de betekenis van het derde verschijnsel. (GEJ.07_054,12 en 13)

‘Zolang een goed bedoeld woord van waarheid uit de mond van jullie medemens jullie nog kan krenken en beledigen, zijn jullie nog ver verwijderd van Gods rijk! (GJE.08_064,17)

 

‘Vergeld nooit kwaad met kwaad, maar behandel zelfs je vijanden goed.’ (GJE.07_140,04)

                                   Afbeeldingsresultaat voor foto levensleer jezus

‘Als je in je hart toorn voelt over de zondaar die de gerechte straf verdiend heeft, leg de tuchtroede dan uit je hand; In toorn is zij nooit een heilzame wegwijzer, maar een slang, die in de wond die zij de wandelaar door haar beet toebrengt, geen heilzame balsem, maar een dodelijk vergif spuit, dat de gewonde de dood brengt.

Geloof ook niet, dat je een vijand kwijt raakt door hem de doodstraf te geven! Want als hij in dit aardse leven slechts een enkele vijand van je was, dan zal hij na zijn lichamelijke dood als vrije geest een hon­derdvoudige vijand van je worden en je je leven lang met honderdtal kwade zaken kwellen, en je zult geen middel kunnen vinden om je te bevrijden van je onzichtbare vijand.

Dus, als je iemand straft, straf hem dan in liefde en niet in toorn! (GJE.02_164,02 e.v.)

Veroordeel en verdoem daarom niemand, opdat je zelf niet eveneens veroordeeld en verdoemd wordt!’ (GJE.01_074,16)

Wie echter Mijn ware leerling en volgeling wil zijn, moet zelfs zijn ware en daadwerkelijke vijanden vergeven, bidden voor degenen die hem vervloeken en diegenen zegenen die hem haten en verwensen, en eveneens goed doen aan degenen die hem schade berok­kend hebben;’ (GJE.08_064,17)

‘Zegen de vijanden en behoud de vrienden in je hart, dan word je gelijk aan Mij, die Ik aan het kruis diegenen zegende, die Mij gekruisigd hebben!’ [Hemelse geschenken, deel 3-45.04.28,03]

 

Dus, als je iemand straft, straf hem dan in liefde en niet in toorn!’ (GJE.02_164,04)

‘Met liefde bereik je alles, het geweld haalt alleen de duivel maar uit zijn slaap! En als die wakker is, kun je niet veel goeds voor de aarde verwachten?! Daarom is het veel beter, dat de liefde en de zachtmoedigheid in de mensen groeit en altijd wakker blijft en dat daardoor de duivels de kans krijgen om te slapen en te rusten zodat ze de aarde geen kwaad doen, dan dat men de duivels met het dreunende lawaai van het geweld wakker schudt, waarna zij dan de aarde en alles wat daarop is te gronde richten! Zeg maar eens, wat je daar tegen inbrengen wilt en kunt!' (GJE.01_076,04)

"...Ik zeg het hier nu allen overeenkomstig de volste waarheid, die alleen ieder mens waarlijk kan vrijmaken. Voor Mij bestaat in principe en feitelijk maar één enige zonde, die de moeder van alle andere zonden is, en deze zonde heet: hoogmoed!

 

Vanuit de hoogmoed volgt dan al het andere, wat dan steeds zonde heet – zoals de zelfzucht, heerszucht, eigenliefde, nijd, woeker, bedrog, dieverij, roof, toorn, moord, traagheid tot werk, de zoete ledigheid op kosten van de niet hoogmoedige arbeider, hang naar luxe en grootdoenerij, geilheid van het lichaam, ontucht, hoererij, Godvergetenheid, en eindelijk ook wel vaak een gehele goddeloosheid en met deze de volledige ongehoorzaamheid tegen alle wetten, of die nu van goddelijke of politieke oorsprong zijn.

 

Beschouw elk van deze opgetelde hoofdzonden nu geheel en al analytisch, en jullie zullen in de basis van elk daarvan de hoogmoed opmaken.

Wie dan van al zijn vermeende duizend zonden plotseling af wil zijn, die ziet er op toe, dat hij zijn steeds geaarde hoogmoed kwijtraakt, dan zal hij ook al zijn andere zonden kwijtraken. Want vele zonden zonder hoogmoed zijn niet helemaal denkbaar, en wel daarom, omdat hij de al-enige reden van deze zonden is.

 

Zonden echter, die zonder hoogmoed begaan worden, zijn geen zonden, omdat ze het principe tot de zonde niet in zich hebben…     

Want waar geen hoogmoed is, daar is de liefde, welke in zich heeft alle deemoed; liefde en deemoed echter wissen alle fouten en zonden, ook al waren het er nog zoveel, - want liefde en deemoed doden alle zonden!

 

- Maar slechts zo’n atoom van de hoogmoed, die achter de andere zonden zich verbergt, die de mensen in de tijd der beproeving van hun bevrijding begaan, dan brengt dit atoom alle zonden weer tot leven, ja zelfs de kleinste. En zulke geesten zullen eens, zoals ook hier al, zeer te strijden hebben, om ook maar een atoom van de hoogmoed kwijt te raken…’ (Hemelse Geschenken, 03_49.04.06,29 e.v., ingekort)

 

Gerechtigheid moet overal heersen, in geloofszaken zoals in het sociale leven. Ik als Christus leerde de mensen hun gegeven leer beter te begrijpen. Ik leerde de liefde en de wijsheid, welke de liefde in de juiste maat ‘wijst‘. Ik leerde ze tolerantie (deugdzaamheid) of gerechtigheid tegen allen, en zo zijn deze drie zegels de sleutel, hoe Mijn leer zich moet uitbreiden, als ze de veredeling van het mensengeslacht wil bereiken.’ (uit Mayerhofer, verklaring van de Openbaringen van Johannes, ‘het derde paard’*)

*) de volledige tekst zie onder www.JESUS2030.de, linker kant onder ‘"Über die Zukunft (1)", Thema "Erklärung der Offenbarung des Johannes"

 

"...Jullie moeten daarom ook niet zeggen: Zie, dit volk heeft gelijk en het andere heeft het onjuist; en deze of gene veldheer vervloekt iets of zijn ontwikkelingen zijn gezegend. – Dus daarom moeten jullie ook noch enige vreugde noch enig verdriet hebben, zo jullie ervaren, dat deze of gene partij getriomfeerd heeft of er flink van langs kreeg.

 

Jullie moeten je helemaal niet daarover drukmaken, over dat, wat nu geschiedt, nu wel of niet juist is; want Ik laat dat zo gebeuren, zoals het gebeurd, en Ik bedoel, dat Ik toch hiervoor genoeg Heer ben en wijs genoeg ben en goed genoeg ben!

 

...Ik zeg jullie ook: meng je in niets en blijf zuiver thuis (in het geloof), opdat, wanneer Ik in binnenkort komen zal, Ik jullie ook thuis aantref, jullie troost, versterk en opneem in Mijn nieuw te gronden Rijk op Aarde en op alle sterren.

Maar als Ik jullie thuis niet zal aantreffen, dan mogen jullie het dan ook aan jezelf toeschrijven, wanneer jullie aan Mijn grootste en laatste Wederkomst helemaal geen of slechts een zeer gering aandeel zult hebben.

 

Ik zeg jullie: ‘Ik alleen ben de Heer van de gehele oneindigheid, en verder bestaat er niemand! (Hemelse Gaven.03_49.04.06,16f)

"...Ik roep niet en zeg: "Wend u geheel af van de voor uw tijdelijke bestaan en noodzakelijke omgang met de wereld!"; want dat heb Ik Zelf toch ook niet gedaan, toen Ik op de wereld was. Ik Zelf heb in de wereld gewerkt en heb met Mijn eigen handen de wereld veel goede diensten bewezen. En daarom zal Ik nooit tegen u zeggen: "heb met de wereld helemaal niets te doen!" Maar dit zeg Ik u: Schuif de steen, ja, de zware steen weg van uw Lazarusgraf en u zult weldra binnenin u Gods heerlijkheid gewaar worden! Maar het graf moet geopend zijn en dan zullen degenen die in de graven zijn Mijn stem horen en gewekt worden!

Maar zolang u de steen niet wegschuift van het graf, zult u te zeer gevangenen van de dood zijn en Ik kan roepen als een nachtwaker en dan nog kan uw Lazarus Mij niet horen; want de stem van de liefde dringt niet door de steen heen, omdat de steen zelf het symbool van de ware liefdeloosheid is. Een steen kan slechts door de stem van Mijn toorn verbrijzeld en vernietigd worden; maar Mijn liefde bedient zich niet van een steen voor de mond in plaats van een bazuin.

Zo'n steen is uw wereldgeleerdheid die zich baseert op het verstand; hij is log en zwaar en er is veel krachtsinspanning voor nodig om hem van het graf weg te wentelen. Maar niettegen­staande dat, moet hij toch weg, anders dringt Mijn levenwekken­de stem niet tot de dode Lazarus in u door… 

 

De steen verhindert wel, dat de wereldse neusgaten de be­dorven lucht van de wegrottende Lazarus in u gewaar wordt. Ik zeg u echter: Het is goed voor degene, bij wie de steen van het graf wordt gewenteld, om in zijn wereldse neusgaten de bedorven lucht van de vergane Lazarus op te vangen; want als dat niet ge­beurt, als de mens nadat de steen is weg gewenteld niet in werke­lijk berouw huivert over de toestand waarin zijn Lazarus verkeert, dan zal Mijn roep tot opwekking niet tot in het graf van de ont­bindende Lazarus doordringen, hem opwekken en hem dan ver­lossen van de banden des doods!

14. Ik denk, dat dit wel nooit duidelijker kan worden uitgelegd en u hebt dan ook een meer dan toereikend en machtig licht ont­vangen, om een volkomen heldere kijk op deze uiterst belangrijke hoofdzaak te krijgen.

 

Het hangt nu helemaal van u af daarnaar te handelen. Zult u daarnaar handelen, dan zult u ook zeker tot de vaste overtuiging komen, dat deze openbaring niet uit de mond van een mens, maar uit Mijn eigen mond komt! Als u het echter alleen maar leest als een werelds boek, dan zal het voor u ook alleen maar als een mensenwerk een werelds boek blijven! (Tekstverklaringen, hfdst. 16:9-15)

 

Zolang Mijn leer niet in alles volkomen in acht wordt genomen, zal het noch hier, noch in het hiernamaals - bij de enkeling noch in het algemeen - beter gaan. Diegene die Mijn leer echter helemaal wil na­volgen, die zal het hier en in het hiernamaals goed hebben; want voor een deemoedige ziel gaat alles goed en omdat ze Mij het meest nabij is, heeft ze ook altijd de zekerste en allerbeste hulp bij de hand.’ (Maan en Aarde, hfdst. 63-27)

‘..,Wanneer jullie het niet over je hart kunnen verkrijgen, om alle mensen als je broeder en zuster met gelijke liefde te behandelen, laat dan het lezen van Mijn woorden achterwege. Want dan is er een korst van vuile eigendunk en materiële belangen over jullie hart getrokken, die het onmogelijk maakt dat betere gevoelens en menselijker opvattingen daarin kunnen opkomen’. (Scheppingsgeheimen, hfdst 31, blz. 42)

 

Daarom hangt alles af van de vrije, vreugdevolle en oprechte naastenliefde. De grootst mogelijke zelfverloochening is zelf de openbaring van de beloften. - Hier heb je nu het juiste antwoord op de allerbelangrijkste levensvraag. Denk er over na en breng het in toepassing, dan zullen jullie gerechtvaardigd zijn voor jezelf, voor je broeders en voor God! Want wat nu de Heer zelf doet, zullen ook de mensen moeten doen om gelijk aan Hem, en zo Zijn kinderen te worden.’  (GJE.03_241,10)

 

Voor de inachtneming: Naast de boven geciteerde vordering tot naastenliefde, zegt Jezus echter ook:

"Dat is op zich helemaal duidelijk, dat men een boosaardig mens door een te grote niet-vriendschap niet nog meer gelegenheid verschaffen moet, zodat hij daardoor in zijn boosheid groeit en nog steeds meer kwade bedoelingen heeft, dan hij voordien had’. (GJE.10_215,04ff)

Zie hiertoe www.JESUS2030.de, linker zijkant onder "Kurztexte", Thema’s over:  "Vom Recht auf Gegenwehr", "Über die Zulassung des Krieges", "Wer ist mein Nächster?" [recht op tegenweer‘, ‚over de toelating van oorlogen‘, ‘wie is mijn naaste?’]

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, december 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens