KERSTFEEST

De Heer: ‘Het kerstfeest en de jaarwisseling herinneren je alleen ergens aan; het eerste aan mijn grote daad van liefde, het tweede aan het snel voorbijgaan van de tijd. Jullie bevinden je nu in een wel geheel andere levensruimte dan het vorige jaar, doordat jullie planetaire Zon met haar gevolg met zo’n snelheid voortraast en jullie naar andere kosmische ruimten leidt dan die waar jullie je vorig jaar nog dichterbij bevond. Vraag dus niet naar het veranderen van klimatologische omstandigheden, of naar het veranderen van de geestelijke instelling van de mensheid en de afzonderlijke mensen: jullie weten immers niet waar je nu bent en waar de wetten van Mijn schepping jullie heen voeren!’ Bron: Scheppingsgeheimen, hoofdstuk 27 

Afbeeldingsresultaat voor photo segen

   Nieuwjaarszegen

Aan het eind van het jaar geef Ik jullie, die nog aan Mij vasthouden en in Mij geloven, een vonkje over wat het komende jaar zal brengen.

Het beste is dat allen, die aan Mijn naam vasthouden, op Mijn voortdurende liefde en genade kunnen rekenen. Wie dat heeft, laat die niet naar de wereld kijken, wat die doet en wil doen; want Ik alleen ben waarachtig de Heer, en de lotsbestemming van alle mensen, groot of klein, rijk of arm, machtig of machteloos, ligt in Mijn hand en in Mijn macht.

De wolk, waaruit nu de bliksem aan een stuk doorflitst en alles overheersend verlicht van de opgang tot de ondergang, staat vastbesloten aan het firmament van de geest, en het oude Babylonische bijgeloof en de leugen en het bedrog ervan zinkt onstuitbaar in de afgrond. Moet Ik de regenten door de nood daar niet naartoe leiden, opdat ook zij verlicht worden en dan niet meer in staat zijn het rijk van de duisternis, van het gericht en van de dood bescherming te bieden? Laat je daarom ook nog een heel korte tijd de nood welgevallen! In een paar maanden zal alles er heel anders uitzien, waar jullie niet van zullen schrikken.

Bedenk maar dat Ik alles zo laat gebeuren als deze dag, die jullie ook niet bevalt, maar daarbij toch vol zegen voor deze Aarde is. Kort en goed, wie zich in Mijn licht bevindt, die hoeft ook nergens voor te vrezen! -

Ik wil en zal nu de hoogmoed en de verdorven hovaardij op een manier bezoeken waaraan nog niemand gedacht heeft, - die zal zich in haar wedijver zelf te gronde moeten richten zoals de oude hoer van Babel; want beide zijn kinderen van een en dezelfde geest en moeten zichzelf te gronde richten.

Maar allen die vermoeid en met allerlei onnodige vrees beladen zijn, kom in je hart beladen met liefde tot Mij en Ik zal jullie allen verkwikken! – Aanvaard met deze woorden Mijn zegen voor het komende jaar en voor nog langer en voor eeuwig. Amen. – Dat zeg Ik jullie. [Hemelse Geschenken, deel 3, blz. 386] -  31. december 1861.

FF3D7FE0

KERSTFEEST

                                                               door Wilfried Schlätz

Ik en de vader zijn EEN. Hij die Mij ziet, ziet de VADER. Maar de Vader die in Mij woont, Die doet de werken. Ik heb alle gezag in de Hemel en op de Aarde gekregen.  In Jezus Christus woont de gehele volheid van de Godheid lichamelijk.’ [Joh. 1:30, Joh. 14:9,10, Matth. 28:18 en 1 Kol.2:9]

‚Het Wezen van God kan in alle waarheid alleen met het hart worden begrepen en nooit met het verstand‘. [Huishouding van God 2/139:20-22]. De Heer laat ons eveneens en op wonderbaarlijke wijze in het echter zo buitengewoon diepzinnig boekwerkje ‘de Vlieg’ het allerkleinste zien.

Het aardse lichaam van Jezus was Maria's eerste en enigste zoon. Het kwam niet tot stand door een aardse, vleselijke verwekking, maar de conceptie was een zuivere scheppingsdaad van God.

Alleen het eerste mensenpaar ontving een lichaam uit de hand van Gods wil, -alle andere mensen echter uit een moederli­chaam. En dus is dit lichaam van Mij ook uit een aardse moeder, ook al is het dan niet door een aardse vader op de gewone manier verwekt, maar alleen door de almachtige wil van de geest van God, wat bij volkomen reine en godgewijde mensen heel goed mogelijk is. Aan het begin der tijden, bij de nog geheel onbedorven, eenvoudige en God zeer toegewijde mensen, was dat helemaal niet zo zeldzaam, en in deze tijden gebeurt het zo nu en dan ook nog. Dat zulke mensen, die langs een zuiver geestelijke weg verwekt zijn, dan ook geestelijker zijn dan mensen die via de normale weg verwekt worden, is duidelijk;’…[GJE.06_090,08 e.v.]

Oorspronkelijk moest Adam in zichzelf een brug bouwen waardoor het mogelijk is om van de materie naar het geestelijke te gaan. Adam had alleen zelfoverwinning en gehoorzaamheid nodig, dus was deze brug gemaakt, en zowel in Adam als ook in alle mensen, die toch allemaal van hem afstammen, had het geestelijk leven bloeiend kunnen ontwaken.

Nu viel Adam, en daarmee geschiedde een terugtrekking in de materie, die aan de gepolariseerde geest was tegengesteld. Als Adam niet ongehoorzaam was geweest, dan zou er ook geen van zijn nakomelingen dat zijn geweest, omdat hij in zichzelf een kiem had vernietigd, die niet langer kon worden doorgeërfd. Maar Adam bevruchtte deze kiem, en in zijn nakomelingschap namen de bomen van de zonde toe, die het licht van de geestelijke Zon door zijn starre overkapping nauwelijks kon laten doorschijnen. 

De ziel van Jezus was in staat om deze boom van zonde te doorbreken en niet alleen om het bladerdak te doorstoten, maar de mens Jezus gaf Zich vrijwillig uit liefde om dit gebod aan de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid niet zonder de wil van de vader te doen, en Hij werd daardoor het stralende voorbeeld voor de navolging.

In de mens Jezus werden de voorwaarden vervuld die nodig waren om de vroegere staat van gelukzaligheid terug te brengen voor alle schepselen. Maar het feit dat deze weg die rechtstreeks naar God leidt en geopend is, en dat deze weg door de Zoon des Mensen, Jezus, die daardoor de Zoon van God werd, vervuld werd, daarin ligt de redding. [GJE-11-75]

Als Jezus aardse lichaam materieel en vleselijk zou zijn verwekt, dan zou Hij de ongehoorzaamheid van Adam hebben geërfd en zou het Hem onmogelijk geweest zijn, de weg van de absolute gehoorzaamheid te gaan en ons en alle mensen te verlossen van de dwang tot ongehoorzaamheid.

Door zijn geestelijke verwekking werd zijn ziel op dezelfde, neutrale uitgangbasis geplaatst waarop Adam eens vóór zijn val heeft gestaan. En omdat de ziel van Jezus door hun totale en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid tegenover God de brug van de materie naar de geest is ingeslagen, waar Adam door zijn ongehoorzaamheid faalde, kan nu ieder mens daarom gebruikmaken van deze brug om naar God terug te keren door steeds meer zijn eigen wil aan de wil van God ondergeschikt te maken en zich te verdeemoedigen. Jezus heeft door zijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, die ook werd mogelijk gemaakt door zijn geestelijke verwekking, ons bevrijdt van de dwang naar ongehoorzaamheid, zodat we nu altijd, ondanks onze vleselijke voortplanting, de gebouwde brug door Jezus gebruiken en naar God terug te keren, voor zover wij dat maar willen. 

Het is werkelijk een materiële en historische feit, dat op de geboortedag van Jezus zich een aantal engelen gedurende een korte tijd met een aards lichaam mochten bekleden om aan de herders in het veld lijfelijk de vreugdeboodschap van de geboorte van de Verlosser over te brengen, en de herders naar stalgrot bij Bethlehem [niet Nazareth!] te leiden en de Heer God in het Kindje te aanbidden. Ook werden veel zielgerijpte mensen in die nacht de geestelijke ogen van korte duur geopend, zodat ze de grote veelheid van hemelse heerscharen bij hun lofzangen konden zien.  

Maar met betrekking tot mijn zogenaamde broeders en zusters [Matt. 13:55,56], deze waren wel kinderen van Jozef uit zijn eerste huwelijk; maar niet de kinderen van Maria, wiens eerste maar enige kind Ik was.

Wat de zusters betreft, deze waren niet de dochters van Jozef, maar hun arme aanverwanten, en daarom werden zij ook zusters genoemd, zij leefden en handelden volgens de wil van Jozef als Maria. Drie van deze broers voedden Mij, namelijk Jakobus, Simon en Johannes; maar twee bleven thuis en bedreven het handwerk van Jozef verder en verzorgden Maria tot daartoe, toen Ik ze haar aan Johannes overdroeg voor verdere zorg.‘

Met verwijzing naar het GJE, blz. 242 [redactie: = ook Hemelse Geschenken 3_64.03.18, 15-17]

[Red. maar het kon ook zo zijn geweest dat de Heer God in Jezus de ogen van de herders op het veld deed openen zoals eens bij Elisa in 2 Koningen 6:17: ‚En Elísa bad en zei: HEER, open toch zijn ogen, dat hij zie. En de HEER opende de ogen van de jongen, dat hij zag; en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elísa.]

                   C17C2588

   Maria van Jozef

In de Openbaring van Jezus door Jacob Lorber zei gezegd, dat de Heer Jezus zijn discipelen vermaant om de voortbrengster van Zijn lichaam geen goddelijke eerbied te betonen; zij is weliswaar de beste van alle vrouwen en niemand zal na haar ooit zo zijn zoals zij, toch nog zal Maria met al haar voorkeuren slechts een mens blijven.

En verder voorspelt Hij dat mensen in latere tijden meer tempels zullen bouwen ter ere van haar en dit is wat Jezus ervan vindt, een erg verkeerde insteek. Om alleen via Maria de eeuwige gelukzaligheid te verkrijgen! Ja, Maria is wel het meest waardig om vereerd te worden, maar aanbiddelijk is alleen de Vader in Jezus!  [Bron: o.a. Bisschop Martinus BM.01_060,12] 

 

www.zelfbeschouwing.info