Tijdens de eerste Kerstdagen 

 

ontvangen door Gottfried Mayerhofer op 21 december 1875

 

In de oneindige ruimte bewegen de zonnen rondom de andere zonnen, en de planeten moeten steeds onder invloed van die zonnen hun veranderingen in wisselwerking aanpassen. Alles heeft een doel, evenals het omcirkelen van werelden rond weer andere werelden.

 

In de ethersfeer is er geen gebied, hoe klein ook, volledig gelijk aan de andere; want de omstandigheden die daar existeren, vereisen weer andere levensvoorwaarden.

 

Bij jullie op de kleine Aarde gaat dat ook zo; aan de zeekust bestaat er een ander leven dan in de bergen, in moerasgebieden is het anders dan in de steppe of in de woestijn – en overal lijdt het organisme van levende wezens onder die verschillende klimaatomstandigheden, en deze bepalen weer voor een deel opnieuw de geestelijke ontwikkeling.

 

Zoals dit een voorbeeld in het klein is, zo is het aan de sterrenhemel in het groot; ook daar bepalen andere [vereiste] invloeden ook weer andere werkingen en andere doeleinden.

 

Niet zomaar zijn de afstanden van miljoenen kilometers zeer noodzakelijk voor het existeren ​​van het een of andere kosmisch wereldlichaam; niet zomaar zijn er zelfs nog grotere afstanden noodzakelijk voor nog veel grotere zonnen. Ze moeten ruimte hebben voor hun materiële ontwikkeling en voor de vervolmaking van alle kleinere werelden die ervan afhankelijk zijn. Niets is voor niets zo gemaakt als het nu is, zoals het eens was en eeuwig zal zijn.

 

Een oneindig durend werk moet op een bredere basis gebouwd, zijn wanneer het behalve het tot leven komen ook zichzelf nog in stand moet houden, zichzelf moet vervolmaken en zichzelf tot een bepaald eindresultaat moet brengen. Ik [de Heer] gaf de eerste impuls tot het bestaan, de verdere impulsen moet zich op eigen kracht zich weer verder ontwikkelen.

 

In jullie zielenleven is het toch net zo: eerst moet de eerste lichtstraal van de liefde tot God en mensen gelegd worden, en dan is het de taak van ieder mens om zich te ontwikkelen tot datgene, waartoe Ik hem eigenlijk heb geschapen. De straal van gedachten - 'het Woord' - , moet hem wekken, en het verdere proces van

ontbinding en vervolmaking moet hij dan ook dienovereenkomstig zelf uitvoeren.

 

Zoals de werelden door de wijde ruimtes gevoerd worden om overal uit de ether op te zuigen, wat ze voor hun instandhouding en ontwikkeling, nodig hebben, zo gaat dat ook met de menselijke geest in het grote rijk der gedachten; ook heeft hij de opgave om uit de nagelaten woorden, hetzij goddelijk of menselijk, zijn missie te begrijpen en deze te volgen.

 

Ver achter de materiële schepping woont de ‚grote Geest‘, in het midden van Zijn geestenrijk; maar ver boven de wereld der gedachten leeft eigenlijk pas de BRON van het geestelijk begrip van de [uitgesproken] gegeven woorden! Het zijn niet de woorden en niet de gedachten die de mensen naar het doel moeten leiden, maar deze moeten geestelijk opgevat worden, samen met het praktisch verwezenlijken ervan.

 

Net zoals het licht, meet al Zijn scheppingskracht alleen; het werkt dan pas, wanneer het op een vast voorwerp valt, en op deze wijze wordt de gehele wereld der gedachten pas dan vruchtbaar, wanneer ze op een ontvankelijke bodem valt en ook vrucht kan dragen.

 

Kijk naar Mijn leer: hoe eenvoudig gaf Ik die zelfs aan ongeschoolde lieden, en Mijn apostelen waren slechts vissers enzovoort, geen geleerden!

En vandaag de dag is er, met alle geleerdheid van de hele wereld, nog niemand die deze leer voor de mensen zo zou kunnen weergeven zoals Ik die uitgesproken heb en zoals Ik die graag begrepen zag. Maar Ik moet zelf als het ware weer opnieuw beginnen en allereerst aan slechts weinigen alles afzonderlijk weer verklaren, wanneer Ik wil dat Mijn woorden – woorden van de hoogste Geest – ook geestelijk opgevat zullen worden.

 

Hoe vaak heb Ik dit middel beproefd. Van eeuw tot eeuw sprak Ik door verschillende mensen, steeds in overeenstemming met de tijdgeest; alleen tevergeefs! Mijn woorden werden niet gehoord, of maar half gehoord, of verkeerd uitgelegd. En nu ben ook jij weer een van die uitverkorenen, door middel van wie Ik Mijn leerplan wil voltooien. En desondanks [kijk naar je aanhangers]: hoe weinigen begrijpen wat jij moet schrijven {Gottfried Mayerhofer] en wat Ik hun in Mijn oneindige genade laat zeggen.

 

Uit alle rijken der natuur, uit alle hoeken van de Aarde en van de schepping zoek Ik onderwerpen uit, die onder Mijn hand een belangrijkheid krijgen zoals nog geen mens die vermoedde. Ik ontleed voor hen het dichtstbijzijnde net zo goed als het verste, overal toon Ik hun hetzelfde doel, dezelfde liefhebbende Vader en dezelfde oorzaak.

 

Overal verklaar Ik hun wat de oergrondslag van al het geschapene is, of ze nu door een microscoop of door een telescoop naar Mijn wonderen willen kijken – overal is het, was het en zal het de liefde zijn die alles schiep, alles in stand houdt en alles vervolmaakt.

 

Uit de Orion, evenals uit het kleinste atoom van de kosmische ether, klinkt jullie allemaal tegemoet, wat Mijn engelen eenmaal bij Mijn geboorte zongen: ‘Vrede op Aarde!’ ‘Vrede’ verkondigt Mijn schepping, ‘vrede’ is Mijn einddoel – en ‘vrede’ moet er onder jullie heersen! - -

 

Kijk waar je heen wilt, dan zullen jullie vinden, dat de natuur steeds de vrede wil herstellen waar ze door natuurrampen of iets anders verstoord werd. Ieder geschapen wezen verlangt vurig naar vrede.

 

Het naderende kerstfeest moet jullie die vrede ook weer in herinnering roepen. Vrede op Aarde, met jullie zelf,’ zij ook jullie parool voor het komende jaar, opdat jullie die ook mogen verspreiden, waar je plaats ook is! –

 

Moge zo het licht uit de verste nevel van Orion – waar werelden schitteren waarvan afstand en grootte voor jullie weliswaar niet te berekenen zijn, maar waarvan de tendens en het bestaan evenzeer alleen aan liefdeswetten gehoorzamen – aan jullie de zachte liefdesstraal van hun licht zenden!

Opdat jullie zullen inzien, dat ook daar nog dezelfde wet en dezelfde zorg heerst die ook hier op jullie kleine Aarde de kleine worm niet vergeet, en die overal slechts vrede zou willen verspreiden, omdat de liefde enkel en alleen in vrede werkzaam kan zijn! Amen. [Scheppingsgeheimen, hoofdstuk 27] 

 

 

bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 12-2019, nr. 48: www.zelfbeschouwing.info

UpToDate 2022

web counter