Waar vertoeft Judas Iskariot nu?

 

Jakob Lorber beschrijft identieke situaties zoals omschreven in de geestelijke Zon, deel 2, hfdst. 7:8-11. De Prior vraagt Jezus hoe het nu met Judas zit, de verrader? Waar deze zich in de geestenwereld bevindt!’ Daarop antwoord Jezus:

[GS.02_007,08] Mijn geliefde zoon, hier zie je een andere tafel; hoe vind je deze? De prior zegt: o Heer, liefdevolle heilige Vader, hoewel de eindeloze pracht van deze zaal mij terneer drukt, valt het me toch op dat deze maaltijd heel sterk lijkt op die, welke U op Aarde voor Uw bittere lijden met Uw lieve apostelen en leerlingen hebt gehouden’. De Heer zegt: ‘Mijn geliefde zoon, je hebt juist gesproken, want aan die tafel zei Ik immers dat Ik noch van het lam noch van de wijn weer iets tot Mij zou nemen voordat het in het Rijk Gods, dus in Mijn rijk, opnieuw bereid zou worden. Zie, nu is het opnieuw bereid! Hier zullen we dus weer samen deze maaltijd houden en we zullen daarbij niet meer bedroefd zijn maar in de allerhoogste vreugde overgaan. Komt dus allen met Mij aan de tafel en wel volgens de rangorde als destijds op Aarde.

 

                                  

 

Je vraagt nu echter ook naar Judas, of ook hij aan tafel zal zijn. Wat denk jij, zou de verrader er ook bij horen? De prior zegt: o Heer, liefdevolle heilige Vader, ik weet weliswaar dat Uw rechtvaardigheid even groot is als Uw liefde, genade en erbarming, maar ik moet U eerlijk bekennen dat het me toch wat hard zou voorkomen als ik deze verloren apostel werkelijk voor eeuwig zou moeten missen, want U hebt toch zelf gezegd dat deze ene verloren ging opdat de Schrift vervuld zou worden. Deze tekst heeft me dan ook heimelijk, met het oog op deze ongelukkige apostel, steeds met stille troost vervult. Want ik zei bij mezelf: misschien moest Judas, hoewel het zijn vrije keuze was, ook een U dienend werktuig zijn, dus een apostel der doden, opdat juist door zijn verraad Uw, zeker van eeuwigheid her voorbeschikt plan heilig en heerlijk verwezenlijkt kan worden!

 

O Heer, liefdevolste heilige Vader, dat gaf me dan steeds weer hoop voor deze arme ongelukkige apostel. Nog meer echter werd ik steeds getroost bij de gedachte hoe U aan het kruis de Vader in U voor al Uw vijanden om vergeving vroeg; dan kon ik de arme Judas ondanks zijn zelfmoord niet uitsluiten. Kennelijk was toch ook, volgens de Schrift, de in hem gevaren duivel schuld aan zijn laatste daad. Daarom zou ik ook graag deze apostel, ook al is hij niet hier, toch op z’n minst ergens een beetje gelukkig willen weten.

 

De Heer zegt: ‘luister Mijn geliefde zoon, er bestaat niet één, maar er bestaan twee Judassen Iskariot. De eerste is de mens die met Mij op Aarde leefde en de andere is de satan, die in zijn toenmalige vrijheid deze mens aan zich schatplichtig gemaakt had. Deze tweede Judas Iskariot is weliswaar nog al te zeer volkomen de basis van de aller-onderste hel, maar niet de mens Iskariot, want hem werd het vergeven. En om te weten in hoeverre, hoef je maar om te keren. Want degene die daar juist met jouw broeder spreekt en nu ook nog een liefdeverraad pleegt door jouw broeder al bij voorbaat van Mijn grote liefde te getuigen, is nu juist die Judas Iskariot over wie jij je zorgen maakte. Ben je nu tevreden over Mij?...

 

Bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 06-2018, nr. 32:  www.zelfbeschouwing.info

 

UpToDate 2022

 

web counter