De werkelijke ligging van oud-Jeruzalem

 

              https://gbsdigitaal.nl/Web-1.233.0/resources/images/Kaarten/Kaart1.jpg

Van alle plaatsen die Jezus bezocht heeft is vandaag niets meer van terug te vinden. Ook niet van de tegenwoordige ‘geloofwaardige’ benamingen van oude streken, dorpjes en stadjes, die voor 2000 jaar nog geëxisteerd hebben. Hier en daar zien we nog wel de verbasterde namen [overlevering] terug.

Het huidige Kapernaum, dat aan het meer van Galilea gelegen is, wordt nog steeds beschouwd als het echte Kapernaum  [Kafarnaum]  van Jezus. Maar het grote meer van Galilea was volgens de Geschriften van Jakob Lorber veel en veel groter met wel een 1/3 grotere omvang. Het moet ook wel minstens 40 meter hoger zijn geweest, dan de huidige stand van -212 meter. Het kustgebied strekte zich kilometers verder het land in. Het echte Kapernaum is dan ook zeker wel 5 kilometer landinwaarts te zoeken.

In het bijzonder – geheel op een andere locatie - geldt ook de ligging en uitgestrektheid van oud-Jeruzalem. De huidige ligging van het huidige Jeruzalem strookt niet met de toenmalige. De oude stad lag veel meer zuid-oostelijker.

de geschiedenis van Jeruzalem hoofdstad van Israel

 ‘Jeruzalem zal zo verwoest worden, dat men al in deze tijd niet meer zal weten waar het eens heeft gestaan. Wel zullen de latere mensen daar een kleine stad met dezelfde naam bouwen; maar de vorm en de plaats zal anders zijn. En zelfs dit stadje zal door vijanden van elders veel kwaad te verduren krijgen en verder zonder aanzien en belang een nest van allerlei gepeupel blijven, dat met moeite een kommervol bestaan in stand zal houden van het mos van de stenen uit de huidige tijd. Ja, Ik wilde deze oude godsstad wel tot voornaamste van de .Aarde maken; maar zij heeft Mij niet erkend, en behandeld als een dief en moordenaar! Daarom zal zij voor altijd vallen en zich in de toekomst met meer verheffen uit het puin van de oude, welverdiende vloek, die zij zichzelf op de hals heeft gehaald en met eigen mond heeft uitgesproken!’ [GJE5, hfdst. 9-11,12]

Wel is het zo dat haar uitgestrektheid wordt gemeten vanaf de Olijfberg. Maar ook deze berg is volgens Lorber niet meer die berg van 2000 jaar geleden, dat zich kilometers uitstrekte richting Bethanië, het huidige El La- za – eret. Verder zegt  de Heer via Jakob Lorber in Hemelse Geschenken:

‘Wat de ligging van Jeruzalem betreft, die is voor niet meer dan een achtste gedeelte van de plaats  waar eens het grote Jeruzalem stond, als waar aan te nemen….Hoezeer de ligging van Jeruzalem veranderd is, bewijst het feit dat de Olijfberg – die er tegenwoordig al heel anders uitziet dan destijds- vandaag bijna helemaal in het oosten van het nieuwe Turkse Jeruzalem lbevindt, terwijl het oude Jeruzalem zich voor het grootste deel meer oostelijk dan ten westen van de Olijfberg bevond’.

‘Geruime tijd na Mij heeft een Russische keizer genaamd Justinianus, afkomstig uit het Morgenland, de joden toestemming geven, ja zelfs het bevel, dat Jeruzalem plus de tempel, waarvan de fundering zeker nog te vinden zou zijn, precies zo weer op te bouwen als het in Mijn tijd was. Toen ging uit alle streken een groot aantal zeer welvarende joden met veel bouwlieden en arbeiders naar de plaats van het voormalig Jeruzalem en wilde daar alles weer gaan opbouwen op de plek waar ze betrouwbare sporen vaan de plaat van heet Jeruzalem van weleer vonden. Ze werden echter door een vrome man die in deze omgeving woonde en leefde volgens het evangelie van Filippus, gewaarschuwd volgens de voorspelling van een profeet, om hun plan op te geven, omdat ze alls ze geen gevolg aan ijn woorden zouden geven, er zeer slecht vanaf zouden komen.’

‘Maar ze lachten deze profeet uit en begonnen overal waar ze sporen van het oude Jeruzalem aantroffen, te graven en het puin op te ruimen. En zie, nauwelijks een halve dag duurde dit werk, of er ontstond een buitengewoon sterke aardbeving, en spoedig daarop brak vanuit het binnenste van de aarde over de hele plek van het oude Jeruzalem een vulkaanachtig heftig vuur uit, dat precies het belangrijkste gedeelte van het oude Jeruzalem zodanig verwoestte dat waarlijk geen steen en geen rots heel bleef. Stenen en rotsen werden tot een soort gruis vermorzeld en uren gaans van de plaats weggeworpen, en die plaats ziet er tot op de huidige dag nog als een woestenij uit. Daarom kan niemand vermoeden dat op deze plaats eens het oude Jeruzalem heeft gestaan. Bij de uitbraak van dit vulkaanachtige vuur zijn vele duizenden arbeiders te gronde gegaan’.

‘Dit wonder werd door hen die zich hadden gered door ijlings op de vlucht te slaan, in Rome aan de keizer gemeld en ze zwoeren dat het echt zo gegaan was. Hij geloofde dit wonder, maar na twee jaar wilde hij toch op deze plaats een groot gedenkteken oprichten om daardoor het nageslacht te tonen waar eens het grote Jeruzalem zich had bevonden’.

‘Er kwamen weer bouwlieden en beeldhouwers op de plaats van Jeruzalem en ze begonnen een plek uit te zoeken die voor zo’n monument het meest geschikt zou zijn. Ze vonden zo’n plek en begonnen in de grond te graven. Alleen verging het hen niet veel beter dan de eerdere; er kwam welda weer vuur uit het binnenste van de aarde dat meerderen verwondde; zij die nog op tijd op de vlucht konden slaan, kwamen er ongedeerd van f, en er werd verder niets meer ondernomen om het oude Jeruzalem op te bouwen’.

Pas na een paar honderd jaar kwamen de Saracenen uit de omgeving van Bagdad in dat gebied, en wat ze op hun weg van de oude steden  en gehuchten aantroffen, verwoestten ze allemaal; zelfs de oude steden die hier en daar nog door de Romeinen ontzien waren, moesten tot ruïnes worden. En de plaats van Jeruzalem was destijds niets meer dan een berg, die men later – maar helemaal verkeerdde naam Sion gaf, waarop een oude Romeinse vestingtoren was gebouwd en een houten kapel, die men toen al eveneens verkeerd aanwees als de plaats van Mijn toenmalige graf en die vereerde en tot op de huidige dag nog vereert en daardoor vele honderdduizenden pelgrims in het diepste bijgeloof drijft.

De Saracenen hebben later ten westen van de Olijfberg een heel nieuwe stad met de naam Jeruzalem gebouwd, in welke tijd ook de voornoemde kapel een ruimer en beter uiterlijk kreeg, waarin de vrome pelgrims zich ieder jaar met hun knuppels en stokken van louter vroomheid vaak dermate afranselen dat het er dan buiten om de kapel niet veel anders uitziet dan als een slachtveld. En dat gebeurt gewoonlijk omdat elke sekte een andere verering voor de Christus, die men als God vereert, verbiedt; want de Grieken willen van de rooms-katholieken niet horen of weten, en ook omgekeerd. En zoveel sekten als er zijn, zoveel vijanden staan er ook tegenover elkaar en ze zouden elkaar met hun geloofsijver helemaal in de pan hakken, als bij deze gelegenheden de Turkse soldaten geen rust en orde handhaafden. Ze doen dat omdat zulke spektakels hen ook heel wat fooien opleveren. [Hemelse Gaven, deel 3, blz. 279 of 29 maart 1864]

Het doel van de Bijbelse berichtgevingen alsmede de daaropvolgende profetische woorden van Jakob Lorber, die grotendeels beschreven staan in de Nieuwe Openbaringen, is het echter niet zo gesteld de mensen ermee geschiedkundig, geografisch of andere wetenschappelijke kennis te verstrekken. Daar ligt zeker niet het zwaartepunt. Het accent ligt vooral op ‘de geestelijke heropening’ van het WEZEN GOD met Zijn scheppingsplan en om het nut en het doel van een mensleven te benadrukken en het , mogelijke en trouwst gevolg te geven aan dit grote doel op de begeleidende genezingsweg.

Daarom hebben de geografische en historische berichtgevingen in zowel de Oude- [Bijbel] * als in de Nieuwste Evangelische Geschriften [Lorber] voor dit grote doel een dienende en ondergeschikte betekenis.  * [Note: De Bijbel blijft altijd de BIJBEL]

Op zichzelf behoren de geografische en historische verhalen tot de ‘uiterlijkheden’ en zijn deze slechts bijzaken. Toch hebben we ook te maken met de materie [uiterlijke vorm van het geestelijke] en deze te vergeestelijken.

We willen daarom de ingegeven woorden bij Lorbers Geschriften van de Nieuwe Openbaring, die we kunnen lezen en overpeinzen, in de praktijk omzetten en niet te zeer in andere bijzaken te verwijlen en gissen, omdat de uiterlijke dingen niet tot de  levendmakende geest behoort, die doodt, zoals men naar de letters van de woorden leeft, en niet naar de geestgesteldheid van de letters en woorden. De mens dient dus deze geest te zoeken en in God te leven.

Uiteraard mogen we ons afvragen, waar de Heer overal in Palestina is geweest. Ook Hij heeft ons in beperkte mate – speciaal voor de serieuze zoekers [geografen en geologen] enkele wenken gegeven om datgene te zoeken en te vinden, waar dat ongeveer zich heeft afgespeeld.

De Vader in Jezus heeft met veel moeite Zich toegewijd aan het volk als leraar en Heiland en overal in het Land van Palestina trok Hij rond om de mensheid van de hele wereld het eeuwige Evangelie van God, en de broeder- en zusterliefde te verkondigen.

www.zelfbeschouwing.info