Jeruzalem, de godsstad

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Waar eens Hanoch stond, daar is nu een zee. Net als het oude Sodom en Gomorra. Deze steden waren destijds [ongeveer 4000 jaar geleden] groter dan het Jeruzalem ten tijde van Jezus, dat al niet groter was als in de tijd van David. Jeruzalem, de Godsstad. In de tijd van Jezus werd het ook Salem genoemd. [Je = dit, deze, dat] en Ruh = woonplaats, Sa = voor en Lem, lehem = grote koning]. Jeruzalem werd in 586 belegerd en in 587 veroverd door Nebukadnezar. Jezus zei tegen de leerlingen: “Er zal vanaf nu geen 70 jaar meer duren, dat er geen enkele steen meer op de andere gelaten zal worden. Als er dan iemand zal vragen waar de tempel stond, zal niemand het antwoord weten’. [GJE1-163-6-7, 1-12-8, 1-20-9, 3-14-15]

 

Oud-Jeruzalem

De bron Ha Gihon – en in een natuurlijke grot – die ontspringt uit het Kidrondal. Iets ten Oosten van het boveneinde van het stadsdeel van Jeruzalem. In de naaste omgeving waren slechts twee bronnen. Het water komt met tussenpozen bruisend te voorschijn. 700 meter van Gihon lag de verwijderde bron En-Rogel. Archeologische opgravingen hebben een oud bovengronds kanaal blootgelegd, dat van de Gihonbron langs de helling naar het Zuiden voerde. Jeruzalem is de navel van de Aarde. [Math. 21:1, Ezech. 5:5 en 38:12] - Geen steen wordt op de andere gelaten. [Lukas 19:43] De val van Jeruzalem is een feit in de geschiedenis. 2 Kon. 25:1-12 beschrijft: ‘Dit gebeurde in het 19e jaar van Nebukadnezar en in het 11e jaar van Zedekia. Het begin van een 70e jarige periode resulteert van 587-70, zou dit misschien in 517 v. Chr. kunnen hebben afgespeeld.

 

Oorspronkelijk was Jeruzalem omsloten met een muur van twaalf deuren. In Nehemia 3 en 12 worden hun namen genoemd. Sinds 1541 staan er weer de stadsmuren van het ‘huidige Jeruzalem’, waarvan het oostelijk oude gedeelte. Dit gedeelte is echter lang geleden door de Turken opgebouwd. Het oude Jeruzalem kan echter niet bestaan, omdat de Bijbel expliciet aangeeft, dat er geen steen op de andere steen blijft staan. Men heeft inderdaad 70 jaar na Chr. geprobeerd, dit verwoeste Jeruzalem, dat in de puinhopen lag, meerdere malen op te bouwen, maar blijkbaar heeft men het lot getart, omdat bij elke poging gedurende de stad op te bouwen, de muren weer in elkaar stortten door lotmatige verschijnselen. Het huidige Jeruzalem is dus niet het echte Jeruzalem; alle toeristen die de stad bezoeken, weten dus niet, dat het om een nagebouwde stad gaat – door Turken gerealiseerd - en dat de historische ligging van het oorspronkelijke Jeruzalem veel meer oostelijker heeft gelegen. De Olijfberg strekt zich namelijk uit tot bijna het toenmalige Bethanië (de stad van Lazarus), dat nu een Aramese naam heeft, dat zijn naam draagt. [Zie ook Ezechiël 43:1-4 en Zacharias 14:4-5.]

 

De Turken lieten de oostelijke deur – de gouden deur – dicht metselen. Vandaag is deze deur fotografeerbaar. De Heer is reeds door deze deur getrokken en daarom hoefde deze deur niet meer ‘geopend’ te worden.

 

De Heer - Ik zeg: 'Vriend! Wat je Mij nu gezegd hebt, wist Ik allang! Ja, Ik zeg je, zo zal ook het einde van Jeruzalem zijn! Maar eerst moet in die stad al datgene nog gebeuren, wat door al de profeten over haar voorspeld is, opdat de Schrift vervuld en haar maat vol wordt. En het zal nu geen zeventig jaar meer duren tot er geen steen meer op de andere gelaten zal worden! En als dan iemand zal vragen waar de tempel stond, dan zal er niemand zijn die de onderzoeker kan inlichten! Binnen de muren van deze stad werden vele profeten vermoord.

 

Ik ken ze allen, hun bloed riep in de hoogste hemelen om wraak op zulke erge misdadigers; maar de maat, die de hel aan deze stad gaf, is nog niet helemaal vol, en daarom werd ze nog gespaard. Maar binnenkort is de maat vol, en zij zal niet meer gespaard worden! Net als Hanoch van voor de zondvloed, en Babylon, en de grote stad Ninevé van na de zondvloed! Hoe groot waren deze steden eens en nu staan er in hun plaats slechts een paar armelijke hutten!

 

Dus, beste Cyrenius, je mag alles hebben wat de aarde ook maar aan prachtigs en wonderbaarlijk schoons op haar uitgestrekte bodem draagt en je kunt je daarin, God lovend en prijzend, verlustigen. Maar verpand je hart er nooit aan; want al deze aardse pracht moet eens, zowel voor zichzelf als voor jou, vergaan als je het tijdelijke met het eeuwige zult verwisselen! Want alle materie is in de aard van de zaak niets dan alleen maar dat, wat ik je al eerder helder en duidelijk genoeg heb uiteengezet. Jeruzalem betekent de Godsstad. Werd in de tijd van Nicodemus ook ‘Salem’ genoemd. Je = dit, ruh = woonplaats, de en sa = voor, de – lem of lehem = grote koning.  - Jeruzalem betekent zoveel als 'de Godsstad'. Jeruzalem – Yerushalayim of Jerushalajim – de stad van God.

 

Jeruzalem belegerd in 586 en in 587 verovert door Nebukadnezar -  586-490 = 96-70 = 26 v. Chr.  70 jaar duurde de exil – zie Daniel 9 – Joodse jaartelling 4151 en reguliere 3754 geeft 397 jaar verschil. En het zal vanaf nu geen zeventig jaar meer duren, dat er geen enkele steen meer op de andere gelaten zal worden. En als dan iemand zal vragen waar de tempel stond, dan zal er niemand zijn die de onderzoeker kan inlichten.

Net als Hanoch van voor de zondvloed, en Babylon, en de grote stad Ninevé van na de zondvloed! Hoe groot waren deze steden eens en nu staan er in hun plaats slechts een paar armelijke hutten!

 

Nicodemus: ‘Denk U eens in dat er in de stad en naaste omgeving met de vreemden erbij geteld, meer dan achthonderd­duizend mensen leven, waarvoor ik als overste en burgermeester heel veel te doen heb; daarnaast wachten er nog dagelijkse tempelzaken, die ik beslist af moet handelen’. GJE1-22 [5], 3-14 [13[14] en  GJE1-163 [6,7] en 1-12-8, 1-20-9, 3-14 [13-15] zie ook >aanvullende informatie>

www.zelfbeschouwing.info