Het huwelijk

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Dit thema is een uiterst belangrijk onderwerp. Het huwelijk is één van de belangrijkste ontwikkeling in één mensenleven. Huwelijk is “houwelijk”, een liefhebben in relatie van één man tot één vrouw. Het echtpaar heeft met elkaar een eeuwig verbond gesloten; ze zijn een verbinding aangegaan voor het aardse leven, maar ook daarna! Het zou gek zijn, dat het huwelijk alleen maar voor dit aardeleven geldig was, tenzij in de relatie sprake zou zijn van een lichamelijke lustrelatie. In een echt huwelijk  worden ziel en gemoed steeds meer een eenheid. De partners nemen dingen van elkaar over (gewoontes) en ze gaan steeds meer op elkaar lijken. De innerlijke verbinding van het gemoed bij man en vrouw zijn wederzijds bij elkaar betrokken. De waarlijk echtelijke liefde daalt van de Heer in twee mensen naar beneden en deze genadeliefde wordt in het huwelijk geleidelijk meer ontvangen, naarmate de huwelijkpartners de Heer er Zelf bij betrekken en bewust door Hem geleid willen worden hierin.

 

Karakters tussen man en vrouw kunnen elkaar aantrekken, elkaar aardig vinden en verliefd op elkaar zijn. Een goede basis en in deze verliefdheid kan zelfs echtelijke liefde verborgen liggen. Maar toch kan er nog geen sprake zijn van echtelijke liefde, omdat men in de eerste plaats noch niet “gehecht’ is aan elkaar,  op de tweede plaats nog niet in de fase verbonden te zijn in “den echte”  Feitelijk kan echtelijke liefde er dan nog niet zijn, maar zij worde. Het echtpaar groeit in hun samenleving, dus in de innerlijke dingen, naar elkaar toe. Dit worden gaat eerst met onenigheden, zelfs met botsingen gepaard. Dat is het gevolg van het optreden van hun eigenliefde.

 

De zelfliefde wordt in de samenleving van een echtpaar het duidelijkst zichtbaar. In de geleidelijke overwinning van deze zelfliefde bij zichzelf en dus niet bij de ander, is het, dat de éénwording in het gemoed van de echtelieden groeit. De wortel van de zelfliefde is de wens om uit zichzelf te leven en niet uit God. Maar het echte goede is de liefde uit God om een menselijk leven te mogen hebben uit de Heer. De mens die uit de wortel van deze zelfliefde wil geraken dient de Heer te raadplegen en tegen Hem op te zien. Gebeurt dit ook door het echtpaar, dan worden man en vrouw één in de innerlijke dingen. Dan hebben zij een  gemeenschappelijke richting in de meest innerlijke dingen van het leven.

 

Het is de uit God neerdalende echtelijke liefde die het echtpaar in hun binnenste verlangen ontvangt en deze liefde dringt ook door in de uiterlijke en de uiterste dingen van het leven. Deze echtelijke liefde groeit naarmate er een meer en meer innerlijke verbinding met de Heer is. Naar die mate wordt het echtpaar ook meer innerlijk en gelukzalig. Daarom is de echtelijke liefde de grondslag van de hemel.  Er bestaat een innige samenhang tussen de echtelijke liefde van man en vrouw in verbinding met God. Deze verbinding wordt in de Bijbel door hemels huwelijk aangeduid.  In de Bijbel wordt zo gewaarschuwd tegen een te lichtvaardige verbreking van de huwelijksband.  Men wil de moeilijkheden en botsingen van een strijd tegen de eigen zelfliefde niet,

 

De groei van de echtelijke liefde tussen een man en een vrouw met de strijd ervoor en daarna, houdt gelijke tred met de verbinding met God. Dit betekent een waarlijk goed mens worden. De waarschuwing tegen lichtvaardige echtscheidingen in de Bijbel is gegeven in het belang van het eeuwige heil van de mens. Die waarschuwing is gegeven uit liefde en niet om het de mens moeilijk te maken. In de kerkelijke wereld heeft men het idee, dat de liefde van één man en één vrouw altijd voortdurend is. Dit straalt door in vele romans, toneelstukken, gedichten en zelfs in populaire songs. Bij alle jongelui, die elkaar liefhebben, is er een gevoel, dat hun liefde eeuwig is.

 

Er is het verlangen om in alle dingen van het leven één te zijn, tot in het innerlijkste toe. Dit treffen wij zelfs nog sterker aan bij oudere echtparen. Dezelfde gedachten en hun beide zelfde verlangens is in de liefde voor elkaar met de jaren gegroeid. Oudere echtparen voelen een één zijn in hun leven met elkaar. Dit is bij hen de voornaamste bron van zegen en geluk. Zij zouden zich geen leven kunnen voorstelleb waarin zij van elkaar gescheiden zouden zijn. Een huwelijk is niet zomaar een huwelijk. Niet elke vrouw past zomaar bij een man of niet zomaar een man bij een willekeurige vrouw. Man en vrouw moeten echt bij elkaar passen. Daarom is er een vooraf noodzakelijk. Huwelijk heeft te maken met de gevoelens van één vrouw en één man. Passen hun gevoelstoestanden bij elkaar? Heeft het gemoed niet te maken met een geestelijke gesteldheid. De wereld bekijkt het huwelijk alleen maar iets als scheikundigs.

 

De wereld denkt, dat het huwelijk slechts een aardse band is ter wille van de voortplanting. Het geestesgevoel zou er niets mee te maken hebben. De kerken hebben een paradoxale mening omtrent het huwelijk. Enerzijds leert zij, dat het huwelijk door God is ingesteld, dat het heilig en edel is, anderzijds, dat het huwelijk alleen voor deze wereld is en dat het niet bestaat in het leven na de dood. Tijdens de huwelijksinzegening bezingt men de bruidegom en de bruid die liefde  mogen ontvangen, die geen einde neemt. Maar in de kerkelijke leer wordt verkondigd dat het huwelijk slechts duurt tot de dood hen scheidt. In de gezangen doet men geloven en gevoelen, dat het huwelijk voor eeuwig is, maar de kerkelijke leer verkilt de huwelijksliefde van binnen.

 

De verwarring over het huwelijk is het gevolg van wat de kerk uit de Bijbel begrijpt. In Genesis 1:26,27 wordt gezegd, dat God de mens als man en vrouw schiep en in het volgende hoofdstuk 2:24 zal daarom de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn. In Genesis 5:1,23 wordt nog eens herhaald, dat God man en vrouw schiep en hun naam ADAM noemde. De man en vrouw worden Adam (=mens) genoemd,  samen zijn ze het beeld van God. Samen vormen de man en de vrouw een menselijk wezen en het beeld van God. Let wel, niet afzonderlijk! Velen denken, dat het verschil tussen man en vrouw alleen in het lichaam zit en dat zij identiek zijn  van hun geest en gemoed. De mens wordt geboren en het lichaam wordt in de baarmoeder gevormd door het zaad, dat alle dingen van het leven is.

 

Uit de wetenschap is bekend, dat het zaad, waaruit een man ontvangen wordt verschillend is van datgene, waaruit een vrouw ontvangen wordt. Dit feit toont aan, dat het verschil tussen man en vrouw iets zeer verborgens is en dat het alle dingen van hun leven betreft.  Hert verschil tussen man en vrouw i meer dan allen het lichaam. Een huwelijksvereniging is veel meer dan een lichamelijke vereniging. Markus 10:6-8 en Mattheus 19:4-6 zijn hierover duidelijk: “Maar van het begin der schepping heeft God ze man en vrouw gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen; en die twee zullen tot één vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees.

 

De Heer spreekt hier van en huwelijk van één man en één vrouw, dat Hij van de schepping aan heeft ingesteld. Een vereniging van man en vrouw ten aanzien van het vlees kan ook buiten het huwelijk zijn. In de Bijbel wordt “vlees” vaak gebruikt om de mens te duiden, de gehele mens met inbegrip vlees en geest. Soms wordt “vlees” gebruikt om er de geest van de mens ermee aan te duiden, zoals in Markus 13:20, Lucas 3:6 3 en Johannes 6:53-55 “Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees”.  Hier wordt duidelijk dat zij als één mens zijn en aanzien van alle dingen des levens, zowel ten aanzien van de geest als ten aanzien van het lichaam.

 

De Heer bedoelde met “tot één vlees zijn” meer dan een lichamelijke vereniging. Daarom wordt veelwijverij en veelmannerij verworpen en verboden. Indien het huwelijk slechts een verbinding van man en vrouw ten aanzien van het lichaam alleen was, dan zou er geen reden zijn voor de verwerping van polygamie. Bij polygamie kunnen lichamelijke verbindingen bestaan met meer dan één vrouw en één man. Bij polygamie kan er geen vereniging van gemoed en geest tot stand komen, tenzij tussen één man en één vrouw. Elke fysieke vereniging met meerderen verdeeld de liefde.

 

In het huwelijk gaat het niet alleen om de voortplanting maar er is hier veel meer bij betrokken. In de Bijbel wordt de kerk gebruikt als huwelijkssymbool van de verbinding tussen de Heer en de Kerk volgens Hosea 2:18,19. “En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en gericht, en in goedertierenheid en barmhartigheden; En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult de Heer kennen.  De Heer noemt Zichzelf de Bruidegom in het Nieuwe Testament volgens Mattheus 9:15 en Johannes 3:29. In de gelijkenissen vergelijkt de Heer Zijn verbinding met de Kerk met een huwelijk zoals in de gelijkenis over de koning die een bruiloft voor zijn zoon bereidde (Mattheus 25:-13). In de Apocalyps spreekt de Heer over Zijn kerk, het Nieuwe Jeruzalem, als Zijn Bruid en Echtgenote (Apocalyps 19:7,9; 21:2,9; 22:17)

 

De verbinding van de Heer en Zijn Kerk is een verbinding van liefde en wijsheid. Indien het huwelijk van een man en een vrouw alleen iets van het lichaam zou zijn en niet ook een verbinding ten aanzien van de dingen van hun geest, liefde en wijsheid, zou het huwelijk niet waardig zijn om als symbool te worden gebruikt van het Goddelijk Huwelijk van de Heer en Zijn kerk.

 

We kennen ook het verhaal  van de tien maagden. Deze namen hun lampen en gingen de bruidegom tegemoet. Vijf van haar waren voorzichtig en vijf waren dwazen, omdat zij onvoorzichtig waren. De vijf dwazen namen geen olie mee, maar de voorzichtige wijze maagden namen wel olie mee in hun lampen. Zij allen werden sluimerig en vielen in slaap. Midden in de nacht kwam de roep: “Zie de bruidegom komt en ga hem tegemoet!” Allen bereiden hun lampen. De dwazen maagden zeiden tot de voorzichtige maagden, geef ons toch van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar dezen zeiden, dat er misschien niet genoeg voor hen allen en bevalen hen tot de verkopers om olie te kopen. Zij gingen dan heen om te kopen. Intussen kwam de Bruidegom en de vijf die gereed waren gingen met Hem mee tot de bruiloft en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de overgebleven vijf dwaze maagden en deze vroegen: “Heer, Heer , doe ons open!” Maar Hij antwoordde en zei: “Voorwaar, zeg Ik u, Ik ken u niet!”

 

De tien maagden betekenen de dingen in het gemoed van ieder mens, zowel die dingen die in het goede als ook in het ware zijn, zowel in het boze en valse. Als de Bruidegom komt zeggen de dwazen: “Onze lampen gaan uit! Dat wil zeggen, zulke beelden zich in te zijn in het goede en ware, terwijl hij echter in het boze en valse vertoeft. Het uitgaan van de lampen betekent dat het boze van de eigenliefde in de aanwezigheid van de Heer moet terugtreden en dat er enig tijdelijk besef is, dat er niet voldoende echte liefde is.

 

De wijze maagden zijn schijnbaar egoïstisch, omdat zij hun olie niet met de vijf dwazen willen delen. Dit schijnt echter zo voor de dwazen, dat gebied in ons gemoed, dat in zijn diepste innerlijk ontkent, dat al het goede en ware van de Heer is en niet een bezit dat overgedragen kan worden. De raad die de wijze maagden aan de dwaze maagden gaven om tot de verkopers te gaan, is in feite de gedachte die bij de dwaze maagden opkomt. Zoals de staat van het gemoed is, zo neemt het gemoed in die staat alle invloed op.

 

De vijf dwazen gingen alzo heen omdat het niet wedergewekte deel van het gemoed zichzelf overreed heeft, dat het wel in het goede is, namelijk het goede der verdienste. Dat is het goede dat de mens in zijn diepste gedachten aan zichzelf toeschrijft. Zulk goede kan echter nooit van de Heer in ons zijn. Daarom staat er, dat de deur gesloten werd. “Heer, Heer, doe ons open!” riepen zei. Dat wil zeggen, dat de mens in deze staat zelfs meen in het hemels en geestelijk goede te zijn en recht te hebben op de hemel.

 

Maar de Heer wil, dat allen behouden worden, dat wil zeggen, alle gebieden van ons gemoed, zo vele als Hem aannemen volgens Johannes 1:12. Daarom leert de Heer ons deze gelijkenis, dat hij alleen door de echte liefde en het echte geloof verbinding met ons kan hebben. Als er ook maar het allergeringste van zelfgenoegzaamheid is in enig goede, dat wij mensen te doen of gedaan te hebben, van heimelijke trots erop, van zelfverheffing boven de anderen, is het niet het goede van de Heer, maar in wezen het boze van de eigenliefde en de wereldliefde, dat behoort tot het laatste oordeel.

 

De Heer kan Zich niet met ons verbinden in zulke aandoeningen en gedachten. Zij kennen Hem niet (Ik ken u niet). Dat wil zeggen, dat gebied in ons gemoed is niet wezenlijk in de erkentenis, dat alleen het goede des Heren, waarin de mens niet de allerminste verdienste stelt, de Heer met de mens en de mens met de Heer kan verbinden.

 

Het huwelijk van man en vrouw is het volmaakte beeld van God. Het kan zodanig worden, dat met het Huwelijk de Heer gesymboliseerd wordt. Er is verschil tussen een man en een vrouw, zowel in hun karakters en in hun gemoedsaandoeningen en toch vullen zij elkaar wonderbaarlijk aan. De man is een vorm van het verstand. Het streven van een man en ook zijn trots liggen in zijn vermogens van begrijpen, weten en beoordelen van een zaak.  Bij een vrouw zijn deze dingen niet gelegen in het verstandelijke, meer in de dingen van het leven. De vrouw heeft de dingen van wijsheid en kennis lief, maar deze heeft ze nog meer lief in haar echtgenoot, dan in haarzelf

 

De Heer heeft de vrouw gemaakt tot een vorm van liefde en de man tot een vorm van wijsheid. . Daarom is liefde zonder wijsheid zonder nut en dit kan niets voortbrengen. Ook is wijsheid zonder liefde nutteloos en brengt eveneens niets voort. Hetgeen God heeft samengevoegd, dat scheidde de mens niet, zegt Mattheus 19:6.  het echtpaar is verenigd in de naam van God tijdens de huwelijksceremonie. Maar dit is dan wel het begin van hun verbinding, dat gedurende hun gehele leven kan voortschrijden. Dit kan worden gezien in elk gelukkig getrouwd paar. Naarmate de jaren voortschrijden worden zij meer en meer één, zowel in aandoening als in gedachte, ja in ieder woord en werk. Men kan zich afvragen of God Zelf ooit diegen zal scheiden die Hij op deze wijze heeft samengevoegd?  Zulk een verbinding die door God tot stand gebracht is, is even onvergankelijk als de geest van de mens zelf.

 

De Farizeeën vroegen waarom Mozes had geboden dat een man zijn vrouw een scheidingsbrief moest geven en haar wegzenden (Deuteronomien 24:1-4). De Heer antwoordde: “Mozes heeft wegen de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest. Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een ander trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet overspel”. Mattheus 19:8,9 en Mattheus 5:31,32, Markus 10:11,12 en Lukas 16:18

 

In de oude tijden – dus in de tijd van Adam en later (6000 jaar gelden) was er een waarachtig gevoel over het huwelijk. In de tijd van Mozes, dus veel later, waren er huwelijkswetten nodig vanwege het degeneratieaspect in relaties tussen mannen en vrouwen. En toen de Heer Zelf kwam als Jezus, waren de mensen verhard tegen het huwelijk. Zij hadden het besef verloren van wat er in gelegen is en in gelegen kan zijn. Het huwelijk was afgezakt in dezelfde mate als het gemoed van de mens voor de hemel afgesloten was. In de beginperiode van Adam was dat niet zo. Toen kwam de Heer in de wereld om de verbinding van de mens met Hem te herstellen en opnieuw het gemoed voor de hemel te openen. Door Hem moest ook het gedegenereerde lichamelijk huwelijk worden “opgeheven” en tot zijn vroegere ongereptheid worden teruggebracht en zelfs tot meer.  Het huwelijk moest meer zijn dan het huwelijk in de tijd toen de Heer kwam. Door de Heer moest weer de mogelijkheid gegeven worden van een geestelijke en eeuwige vereniging. Waarom zou Hij anders zulke strikte wetten over de echtscheiding gegeven hebben? Die wetten over echtscheiding gaf Hij niet om het de mensen moeilijk te maken, maar vanwege de geweldige macht van het huwelijk, die door Hem mogelijk is gemaakt.

 

Door de Heer kan het huwelijk een heilige eeuwige vereniging worden van ziel en gemoed als grootste bron van zegening en geluk. Daarom moet het huwelijk heilig worden beschouwd en niet te licht opgenomen worden. Toen het kindje Jezus in Egypte vertoefde met Maria en Jozef, kwam de opperbevelhebber Cyrenius hen vaak bezoeken. Op een dag zag hij een mooie vrouw, het nieuwe kindermeisje van de heilige familie. 'Is dit jullie nieuwe kinder­meisje vroeg Cyrenenius? Waar heb je deze schone Israëlitische zo plotseling van­daan?' Jozef deed uitvoerig hierover verslag – wat men zelf kan lezen in “de Jeugd van Jezus”. Met steeds toenemende be­langstelling sloeg Cyrenius het meisje nu gade  Hij zei nu tegen Jozef: 'O broederlijke vriend, wat spijt het me nu een hoge Romein­se patriciër te zijn! Werkelijk, ik zou er alles voor over hebben om jood te zijn, zodat ik deze verrukkelijke jodin van je een huwelijksaanzoek zou kunnen doen! Want ik ben vrijgezel zoals je weet, en kinderloos. O wat zou zo'n vrouw, die ook nog door jou is gezegend, voor mij niet alle­maal kunnen betekenen!'….Ik zei je toch al dat ik vrij­gezel ben en geen kinderen heb. Zou zij dan nog beter af zijn, dan wanneer ik, broeder van de kei­zer, haar tot vaste echtgenote neem?!

 

Jozef echter antwoordde hem: 'Waarde vriend en broeder, zojuist zei je me, dat je vrijgezel bent, terwijl je me toch zelf in Tyrus verteld hebt dat je met een vrouw getrouwd bent, maar bij die vrouw geen kinderen hebt!. Hoe moet ik dat verstaan? Ik meen wel te weten, dat je, als je eerste vrouw onvruchtbaar is, wel een tweede vrouw mag nemen, maar hoe je als getrouwd man nog vrijgezel kunt zijn, daar begrijp ik niets van! Daarover zou je wat duidelijker kunnen zijn!' Cyrenius moest nu wel even glimlachen maar zei vervolgens: 'Beste vriend, ik bemerk dat je met de wetten van Rome niet goed op de hoogte bent; ik moet dus een en ander even toelichten…. Hierna volgt zijn uitlegging. Cyrenius is hier dus vast besloten haar direct en definitief te huwen en vraagt haar:  'Tullia, als ik je daarom uit de grond van mijn hart zou vragen, zou je mij dan je hand willen geven en mijn wettige vrouw worden?' Dit kan men verder uitvoerig lezen in het voornoemde boek. Aan het kindje Jezus werd toestemming gevraagd.

 

Nu richtte het Kindje zich dadelijk op en zei: 'Ik ben geen Heerser over wat van deze wereld is! Wat Mij betreft zijn jul­lie dus vrij in alles wat zuiver we­reldlijk! Maar, hebt ge voor elkaar eenmaal ware liefde opgevat, dan mag je daaraan ook weer niet zo­maar ontrouw zijn! Want de enige huwelijks­wet, die voor Mij geldt, is die, de­welke met vurige letters in jullie hart geschreven staat! Als jullie elkaar volgens die wet al op het eerste gezicht hebt gevonden en verbonden, dan mag je niet meer van elkaar scheiden, als je tegenover Mij niet zondigen wilt! Een werelds huwelijkscon­tract geldt voor Mij niet, voor Mij geldt alleen een huwelijk uit lief­de! Wie zó’n huwelijksband breekt, die is in Mijn ogen pas een echtbreker!

 

Cyrenius, nu jij je zinnen volledig op deze jonge dochter hebt gezet, mag je je van haar niet meer afkeren! En jij, Mijn dochter, toen jij Cyrenius voor de eerste maal zag, stond je hart al direct in vuur en vlam; voor Mij ben je daarom al zijn vrouw, en behoef je het niet eens meer te worden! Voor Mij zijn overwegin­gen van werelds voor en tegen niet van belang, voor Mij geldt slechts wat jullie hart je ingeeft! Volgens die norm alleen moeten jullie elkaar dus eeuwig trouw blijven, anders worden jul­lie tegenover Mij werkelijk echt­brekers!

 

Vervloekt zij hij, die op wereldse gronden de echte liefde zou ontraden, want die echte lief­de is uit Mij! Immers wat zou nu eigen­lijk van meer waarde zijn: die ech­te liefde, die uit Mij is, dan wel wereldse gronden, die in feite des duivels zijn? Behoedt u voor liefde op grond van wereldse gronden, -die zij vervloekt!' Deze woorden van het Kindje vervulden alle aanwezigen zozeer met ontzetting en ontzag, dat niemand het nog waagde over de echt ook nog maar iets te zeg­gen! Van Mij kunnen jullie toch zeker niet verwachten, dat Ik ook maar een goed woord zou over hebben voor een echtbreuk in een huwelijk uit liefde, daar jullie zelf nota bene de doodstraf hebt ge­steld op een echtbreuk in een hu­welijk uit berekening?! Dat zou maar een vreemde wens van jullie zijn, of is dan soms wat in het leven gebeurt niet be­langrijker dan een verbintenis ten dode?!  Wie echt liefheeft, bemint die met zijn hart of met zijn hoofd?

 

Toch hebben jullie je huwe­lijkswetgeving niet gebaseerd op wat jullie hart je ingaf, en wel op je hoofd. Het echte leven ligt in het hart, en vloeit vandaar door alle menselijke ledematen: zo komt het dan ook nog in het hoofd te­recht, dat van zichzelf geen leven heeft, maar dood is! En als jullie nu jullie ver­standelijk tot stand gekomen wet­ten, die van zichzelf even dood zijn als de hoofden waaruit zij ont­spruiten, met de dood heiligt, ... dan is het toch veel vanzelfspre­kender om de levende, eeuwige wetten van het hart ook te respec­teren! Weest derhalve blij, dat Ik, die bij jullie de Levende ben, vast­houd aan die levenswetten; want als Ik dat niet zou doen, dan zou­den jullie allang slachtoffers van de eeuwige dood zijn geweest! Daartoe ben Ik in de we­reld gekomen, opdat door Mij alle werken en wetten des doods teniet zullen worden gedaan, en dat daarvoor in de plaats de oude wet­ten des levens weer in ere worden hersteld! En als Ik jullie nu tevoren uiteenzet welke de wetten des le­vens zijn en welke die des doods, ...wat voor reden hebben jullie dan wel om te treuren alsof Ik jullie enig leed berokkend had; en dat jullie bang voor Mij zijn, alsof Ik jullie in plaats van het le­ven de dood had gebracht? O, dwazen die jullie zijn! In Mij is het van ouds Eeuwige Le­ven tot jullie gekomen! Weest daarom blij en nóóit meer be­droefd!

 

Cyrenius, neem jij de vrouw, die Ik je geef, en jij Tullia, neem jij de man, die ik met ernsti­ge bedoelingen naar jou heb toe­ geleid! Van nu af mogen jullie el­kaar nooit meer verlaten! Als eens de dood jullie zal scheiden naar het lichaam, dan zal het overblijvende deel weliswaar naar het uiterlijke weer vrij zijn, maar de liefde. ..die moet eeu­wig voortduren. Amen!' Deze woorden van het Kindje brachten allen in de groot­ste verbazing,en Tullia zei, bevend van de diepste eerbied: 'Mensenlief, dit Kind is geen gewoon mensenkind, maar de hoogste godheid zelf! Zo kan immers een mens niet spreken, alleen een god kan dat! Alleen een god, die zelf be­ginsel des levens is, kan die wetten des levens kennen en ze in ons tot gelding brengen! Het Kindje richtte Zich nu vlug op en zei: ' Ja, beste Cyrenius, jou en je vrouw Tullia zegen Ik van harte, maar de vrouw, die tot dus­verre je geliefde was, die moet je dan nu aan Mij afstaan!  Als je dat namelijk niet zou doen, dan zou je tegenover Mij toch, wegens echtbreuk in staat van zonde zijn; want ook van haar heb je gehouden, en je houdt nog steeds van haar! Als je haar nu aan Mij af­staat, en je daarvan dan een echt zoenoffer voor Mij maakt, dan heb Ik daardoor ook je zonden van je overgenomen! Daartoe ben ik namelijk in de wereld gekomen, om alle zon­den van alle mensen van deze we­reld op Mij te nemen, en die door Mijn Liefde voor eeuwig te delgen voor Uw goddelijk Aangezicht! En zo moet het geschieden!'

 

Door deze eis was Cyrenius aanvankelijk wel wat van zijn stuk gebracht en wist niet onmiddellijk wat te antwoorden. Zijn geliefde was namelijk een buitengewoon mooie Griekse slavin, die hij voor veel geld had gekocht! Alhoewel hij van haar geen kinderen had, hield hij zeer veel van haar, doordat ze zo uitzonder­lijk mooi was. Deze Griekse was welis­waar al dertig jaar, maar zij was desondanks zo'n schoonheid, dat eenvoudige heidenen haar als wa­re zij Venus zelf aanbaden. En zo was deze eis voor de goede Cyrenius wel zeer ver­gaand: het ware hem heel wat aan­genamer geweest als die achter­wege had kunnen blijven!

 

Maar het Kindje liet Zich daardoor niet van de wijs brengen en Het hield aan Zijn vordering vast! Inziende dat het Kindje niet toe zou geven, zei Cyrenius nu aarzelend:  'Maar, mijn Leven toch, mijn mooie Eudokia ligt mij zo na aan het hart, dat ik haar nauwe­lijks zal kunnen missen! Werkelijk, als het redelij­kerwijs zou kunnen, dan zou ik nog liever Tullia afstaan, dan de schoonheid van Eudokia prijsge­ven.' Nu glimlachte het Kindje tegen Cyrenius en zei: .Je houdt Mi j toch niet voor een sjacheraar? Nu dat ben Ik bepaald niet! Of denk je soms dat Ik iemand ben die met zich laat onderhande­len over een eenmaal gedane uit­spraak? Neen Cyrenius, Ik zou nog eerder je zin doen als je Mij zou vragen Hemel en Aarde te doen vergaan, dan dat Ik Mijn eenmaal gedane uitspraak zou terug ne­men! Onthoud dit: Zon, maan sterren en deze wereld, ze zullen vergaan: Als een kleed zullen ze verouderen en verteren, maar Mijn woorden zullen nooit ver­gaan!

 

Je moet Eudokia dan ook eerst en terstond hierheen laten brengen; en pas daarna zal de door mi j gezegende Tullia effec­tief de jouwe zijn! En als je blijft tegenstribbelen, dan zal Ik Eudokia doen sterven en je Tullia bovendien nooit meer afstaan. Want wat je doet dat moet je vrijwillig doen; wat je gedwon­gen doet, dat heeft voor Mij geen enkele waarde. En als Eudokia sterft, dan ben jij al veroordeeld met haar dood, en dan kun je ook niet meer de man van Tullia worden! Maar offer je Eudokia aan Mij, dan ben je pas echt vrij, dan pas kan Tullia echt je wederhelft worden! In den beginne werd er maar een man en een vrouw ge­schapen, daarom kun je -althans binnen Mijn Orde -geen twee vrouwen hebben! Als je geen oordeel over je­zelf wilt afroepen, dan moet je dus doen hetgeen Ik je gezegd heb!' Toen Cyrenius Eudokia nu te­genover Tullia zag staan, vond hij haar toch nog veel mooier dan Tullia! Hij vond het vreselijk om voor altijd afscheid van haar te moeten nemen.  Hij vroeg het Kindje dan ook andermaal of hij haar dan niet tenminste mocht houden als die­nares en als gezelschapsdame van Tullia. Maar het Kindje antwoord­de: 'Cyrenius. je moogt van Mij net zoveel vrouwelijke bedienden in huis halen als je maar wilt, maar alleen Eudokia niet! Haar moet je hier laten omdat Ik dat voor jouw bestwil zo beschik!'

 

Toen de discipelen hoorden wat de Heer over echtscheiding zei, zeiden zij: “Indien de zaak van de mens met de vrouw zo voorstaat, zo is het niet oorbaar te trouwen (Mattheus 19:10).  Daarop zei de Heer: “Dien het gegeven is zijn zij die uit de Heer gaan zien wat het huwelijk werkelijk is, wat het uit Hem kan worden en moet worden!””

 

Velen denken dat het huwelijk niet eeuwig is maar alleen voor deze wereld. De Sadduceeën stelden Jezus een vraag omtrent het huwelijk volgens Mattheus 22:23-33 en Markus 12:18-27 en Lukas 20:7-38. Zij geloofden niet in een leven na de dood en verhaalden het hypothetische geval van een vrouw die, in overeenstemming met de wet van Mozes, zeven broeders trouwde, de één na de ander. Zij vroegen de heer wiens echtgenote zij zou zijn, aangezien alle zeven haar als vrouw hadden gehad. Op die vraag antwoordde de Heer: “Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de Hemel (Mattheus 22:30).  “Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn”. (Markus 12:25). “De kinderen van deze eeuw trouwen en worden ten huwelijk uitgegeven; maar die waardig geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden; want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn”. (Lukas 20:34-36)

 

Hier kan het lijken volgens Mattheus en markus, dat de Heer leert, dat er in de hemel geen huwelijk is. En in Lukas kan het schijnen, dat de Heer leert, dat als een mens waardig wil zijn tot de opstanding, hij in het geheel niet moet trouwen en dat dus het huwelijk moet worden vermeden door hen die verlangen waardig te zijn tot de opstanding.

 

Maar is het mogelijk, dat de Heer, die de verbinding van Zichzelf met Zijn Kerk vergeleek met een huwelijk en die alle dingen leerde, die hier tevoren over het huwelijk vermeld zijn, hier zou bedoelen, dat het huwelijk niet waardig is voor de hemel? En is het mogelijk, dat diegenen, die naar de hemel willen gaan, niet moeten trouwen, noch ten huwelijk moeten worden gegeven? In de eerste plaats is het reeds voor het gezonde verstand duidelijk, dat indien men zulk een idee zou aanvaarden en letterlijk zou opvolgen, het gehele mensdom zeker zou worden uitgeroeid, vollediger dan met enige ontzaggelijke wereldramp mogelijk zou zijn.

 

De Heer zei verder tegen de Sadduceeën in het GJE deel 7 - Meteen daarna kwamen de Sadduceeën naar Mij toe, die een puur cynische zienswijze hebben en niet geloven aan opstanding noch aan een voortleven van de ziel na de lichamelijke dood; ze vroegen Mij: 'Meester, Mozes heeft gezegd, alhoewel niet uitdrukkelijk geboden: ' Als de man van een vrouw kinderloos sterft, laat dan zijn broer met zijn vrouw trouwen om voor die broer nazaat te verwekken.' Nu zijn er bij ons zeven broers geweest. De eerste trouwde een vrouw, stierf echter een tijdje later zonder bij de vrouw een nazaat verwekt te hebben. Op die manier kwam de weduwe overeenkomstig Mozes' raad bij de tweede broer. Maar ook hem verging het als zijn gestorven broer. Dat ging zo door tot aan de zevende broer en uiteindelijk stierf de vrouw zelf zonder vrucht. Als het waar is dat er na de dood van het lichaam een opstanding plaats vindt, dan vragen wij ons af wiens vrouw zij in het andere leven zal zijn. Want hier heeft ze immers alle zeven broers als man gehad!’

 

Ik zei: 'O, dan vergissen jullie je zeer en kennen jullie de schrift niet en nog minder Gods kracht! In de opstanding, die jullie niet begrepen hebben, zullen de mensen geheel gelijk zijn aan de engelen Gods en zullen niet huwen, noch ten huwelijk worden genomen. Want het huwelijk in de hemel is een ander dan dat van jullie op deze aarde. Zoals echter op aarde een gerechtvaardigd man en een gerechtvaardigde vrouw met elkaar zijn verbonden, zo zijn in de hemel de liefde en de wijsheid met elkaar verbonden. Maar als jullie zo goed thuis zijn in de Schrift, zullen jullie ook wel gelezen hebben dat er geschreven staat dat God begrijpelijk en als volgt heeft gesproken: 'Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob!' Maar God is niet een God van de doden maar een God van de levenden. En als God nu zeker een God van de levenden is, en niet van de doden die volgens jullie voorstelling geheel en al vernietigd zijn, dan moeten Abraham, Isaak en Jacob ook nu nog voortleven en moeten zij reeds lang geleden zijn opgestaan tot het ware eeuwige leven.

 

Want als dat niet het geval zou zijn, zou God tot Mozes onwaarheid gesproken hebben toen Hij zei: 'Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jacob', omdat God alleen maar een God kan zijn van degenen die leven en niet ook een God van degenen die niet leven en ook nergens zijn. Want zoiets te beweren en te geloven zou immers de grootste onzin van de wereld zijn! Maar toen Abraham nog in het vlees op de aarde wandelde en de profetie tot hem kwam, dat Ikzelf ooit in het vlees in deze wereld zou komen als een Zoon der mensen - wat nu voor jullie ogen is vervuld - en hem ook beloofd werd dat hij Mijn dag en Mijn tijd in deze wereld zelf zou aanschouwen, vervulde hem dat met grote vreugde.(Joh. 8,56) En Ik kan jullie geheel volgens waarheid verzekeren, dat hij Mijn dag en Mijn tijd op deze aarde ook heeft gezien en die nog voortdurend ziet en zich daar ten zeerste over verheugt. Zou hij dat ook kunnen als hij niet reeds lang geleden was opgestaan of wanneer hij geheel en al dood en, zoals Jullie geloven, voor eeuwig teniet gegaan zou zijn?'

 

De geheel verslagen Sadduceeën zeiden: 'Als u ons de opgestane vader Abraham laat zien, zullen wij geloven wat u hier gezegd heeft!' Ik zei: 'Wanneer jullie Mijn woorden niet geloven, zullen jullie de verschijning van Abraham, die gemakkelijk te realiseren is, ook niet geloven; Jullie zouden zeggen: 'Kijk toch eens wat een magiër deze man is en hoe hij ons zand rn de ogen wil strooien. ' Maar Ik zeg jullie: Ikzelf ben het leven en de opstanding; wie in Mij gelooft heeft het leven en de opstanding reeds in zich. Zie, hier zijn er velen die nog in het vlees wandelen en in de geest reeds zijn opgestaan, zij zullen de dood dan ook niet meer voelen en smaken maar voortaan eeuwig leven. Dezen hebben Abraham, Isaak en Jacob ook reeds gezien en gesproken en weten waar ze aan toe zijn. Maar jullie weten nog lang met waar Je aan toe bent, ofschoon jullie leven en ook denken en willen. Hebben jullie Mij begrepen?' Toen de Sadduceeën deze les van Mij hadden gekregen zeiden ze niets meer en trokken zich terug. (GJE 7-197)

 

Over het huwelijk inzegenen vraagt Petrus de Heer om raad: “Petrus zei: 'Dan is het dus in het vervolg ook niet nodig dat wij net als de tempelpriesters de huwelijken inzegenen?' Ik zei: 'Op zichzelf genomen helemaal niet; want de huwelijksband wordt voldoende gesloten door de wederzijdse gelofte ten overstaan van de ouders of andere waarachtige getuigen. Maar als jullie in een gemeente die jullie in Mijn naam gesticht hebben huwelijken als goed erkennen en ze in Mijn naam zegenen, zal hun dat tot nut en bekrachtiging van hun verbintenis strekken. Dat dient echter alleen te gebeuren als een liefdes­dienst, uitgaande van jullie goede wil. Ik geef jullie dit echter slechts als een goede raad en niet als een wet. En daarom moet er door jullie ook vooral geen wet van gemaakt worden; want wat voor negatieve invloed dwingende wetten hebben op zielen met een vrije wil, heb Ik jullie vannacht meer dan voldoende laten zien, evenals de onontkoombare gevolgen daarvan, en daarom moeten jullie altijd alleen maar vrij handelen vanuit ware en zuivere liefde en nooit vanuit een dwingend gebod. Alleen daaraan zal men Mijn ware leerlingen herkennen, namelijk aan het feit dat ze onder elkaar alleen de vrije wet van de liefde toepassen en elkaar over en weer liefhebben, zoals Ik jullie nu liefheb. (GJE 8-40)

 

Veelwijverij

Ik zei: 'Wie van jullie heidenen in Mijn leer zal wandelen, zal ook altijd graag een dergelijke raad van Mij horen. Maar wat de veelwijverij betreft, moet het bij Mijn volgelingen net zo zijn, als in het begin van de mensen op deze aarde, aangezien God slechts één eerste man schiep en hem ook maar één vrouw gaf; want wie al eens een vrouw gehuwd heeft, aan wie hij zijn volle liefde en onwankelbare trouw beloofd heeft, en hij trouwt dan ook nog met een tweede en een derde vrouw, en sommigen met nog meer, dan pleegt hij daarbij ontegenzeglijk echtbreuk tegenover de eerste vrouw, en er staat nu eenmaal in de wet: 'Gij zult niet echtbreken!'

 

Ik zeg jullie, dat veelwijverij uit den boze is; want ze maakt de ziel heel zinnelijk door de grote wellust van het vlees; het is en blijft kwade geilheid en hoererij en openlijke echtbrekerij. Allen die behept zijn met deze kwalen zullen het rijk Gods niet binnen gaan, - hoe zouden ze dat ook kunnen? Hun ziel is immers te diep begraven in het zinnelijk vlees van hun lichaam en kan niets geestelijks meer vatten en voelen! Daarom komen zulke wellustelingen moeilijk of nauwelijks in Gods rijk. Want waaruit het eigenlijke rijk van God bestaat heb Ik jullie allemaal al meer dan voldoende uitgelegd. Maar hoe schadelijk meer wijverij ook is voor de ziel van de mens, toch geef Ik jullie daar geen wet tegen, maar Ik laat alles over aan de vrije wil van ieder mens, toon jullie de waarheid en geef jullie een goed advies.

 

Hetzelfde geldt, als een man slavinnen als bijslaapster of concubine houdt, want ook met hen breekt hij de echt ten opzichte van zijn officiële vrouw.

Een man echter die niet getrouwd is met een vrouw, maar alleen met bijslaapsters zijn geile leven leidt, is net zo slecht en dikwijls nog slechter dan menig zwakke echtbreker, want hij schaadt niet alleen zijn eigen ziel, maar ook de zielen van zijn wellustige bijslaapsters. Zulke mensen bereiden zichzelf reeds in deze wereld een boos en bitter lot en een nog slechter en bitterder lot aan gene zijde, want ze hebben door hun leefwijze bijna alle etherische levensstof van de ziel verspild!

 

Wie volgens Mijn leer een spoedige en volledige wedergeboorte in de geest van zijn ziel verlangt, dient een zo kuis mogelijk leven te leiden en zich niet te laten bekoren en verleiden door het vlees van jonge en volwassen vrouwen; want dit trekt het leven van de ziel naar buiten en verhindert daardoor ten zeerste het ontwaken van de geest in de ziel, zonder welke echter geen volledige wedergeboorte van de ziel in haar geest voorstelbaar of mogelijk is!

 

Een goed, met verstand, wijsheid en zelfverloochening gepaard gaand huwelijk belemmert de geestelijke wedergeboorte niet, maar geilheid en wellust maken die onmogelijk. Mijd die dan ook meer dan de pest!

 

Ook al keren wellustelingen van beiderlei geslacht na een tijdvolkomen in zichzelf en beginnen ze door grote zelfverloochening een volkomen kuis leven te leiden en verkrijgen ze door zo'n echte boetedoening ook de volledige vergeving van hun zonden, dan zullen ze toch op deze wereld de volle geestelijke wedergeboorte moeilijk of helemaal niet bereiken, maar slechts voor een deel; want de ziel van zulke mensen heeft het druk genoeg om zich alleen al in zoverre van haar vlees vrij te maken, dat ze de waarschuwingen van de geest kan vernemen die noodzakelijk zijn voor haar heil. Zo iemand kan weliswaar nog heel goed en wijs worden en veel goeds tot stand brengen, maar tot de volle omvang van de daadkracht die wonderen bewerkt zal hij nauwelijks komen. Dat kan een dergelijke ziel pas aan gene zijde bereiken.

 

Een dergelijke ziel lijkt op een mens, die vele jaren lang zwak en ziek geweest is en eindelijk door een waar en juist geneesmiddel beter is geworden. Ja, gezond is zo'n mens nu wel en hij kan, wanneer hij van dan af aan heel ordelijk leeft, ook nog gezond blijven en een hoge leeftijd bereiken; maar de kracht van een mens, die vanaf zijn kindertijd volkomen gezond was, zal hij nauwelijks meer bereiken, omdat zijn inwendige spieren, zenuwen en vezels zich ten eerste door de lange ziekte niet goed hebben kunnen ontwikkelen, en ten tweede, wat het belangrijkste is, hebben ze ook niet in verschillende bewegingen en inspanningen geoefend kunnen worden.

 

Zoals nu zo'n mens door de langdurige ziekte, vanwege gebrek aan inwendige ontwikkeling van spieren, zenuwen en vezels en vanwege gebrek aan oefening daarvan, niet gemakkelijk de volle lichaamskracht van een oergezond mens kan bereiken, zo vergaat het ook een ziel die lange tijd ziek geweest is; want het ontbreekt haar aan de oorspronkelijke ontwikkeling van de ware en zuivere liefde tot God, en bijgevolg ook van haar geloof en haar wil. Als het haar aan dat eerste evenwel ontbreekt, dan ontbreekt het haar zeker nog meer aan oefening van de genoemde drie onderdelen, en de innerlijke kracht van deze drie levensdelen van de ziel van een volkomen beter geworden wellusteling blijft steeds ten achter , alhoewel er in de hemel over de volledige bekering van één zondaar meer vreugde heerst dan over negenennegentig rechtvaardigen, die nooit boete hebben hoeven doen. Want als liefde, geloof en wil van een mens werkelijk daadkrachtig willen worden, moeten ze reeds vanaf de jeugd behoorlijk ontwikkeld en vervolgens goed geoefend worden.

 

Maar zoals Ik de macht heb om zelfs de meest zware en langdurige ziekte zo volkomen te genezen, dat de door Mij genezen mens ook zo krachtig wordt alsof hij sinds zijn geboorte nooit ziek was geweest, zo kan van nu af aan ook de ziel van een volkomen bekeerde zondaar nog eenzelfde innerlijke kracht bereiken als de ziel van een rechtvaardige, die nooit boete heeft hoeven doen. Maar het kost haar veel inspanning om zichzelf te verloochenen.

 

Wie kinderen heeft, moet ze al vanaf hun vroege jeugd oefenen in die drie onderdelen, dan zullen ze later gemakkelijk de wereld in zichzelf overwinnen!

 

Kijk, dat alles geef Ik jullie enkel als goede raad en niet als een of andere wet; want onder een dwingende wet kun jij, mens, niet de vrije grondlegger van jouw heil worden! Wie zichzelf echter een dergelijk advies van Mij in zijn wil als een dwingende wet oplegt en ernaar handelt en leeft, die doet daar goed aan' (GJE 8-41)

 

Tijdens het duizendjarige vrederijk zullen op de nieuwe, gelukkige aarde ook huwelijken gesloten worden, maar zoals dat in de hemel gebeurt volgens Mijn orde, en er zullen ook grote aantallen kinderen verwekt worden, maar niet langs de weg van pure wellust, maar langs de weg van de ware liefdesernst, en dat tot aan het einde van alle tijden van deze aarde.] Hier hebben jullie nu een getrouw beeld van het laatste gericht over alle heidenen op de hele aarde, dat jullie ook heel gemakkelijk en goed kunnen begrijpen!' (GJE 8-48)

 

Het huwelijk aan gene zijde

Zielsverwantschap

(Julie:) „Op aarde reeds neemt de mens in het algemeen aan, dat familieleden - zelfs dan wanneer het geen bloed­verwanten maar aangetrouwden zijn - verbonden zijn door een zekere, meer of minder sterk ervaren vriend­schapsband, die wederkerig een saamhorigheidsgevoel geeft. Het is niet altijd gemakkelijk tegen dit gevoel te vech­ten als het eenmaal ontwaakt is; ja, het komt vaak sterk tot uitdrukking, wanneer het soms op hulpverlening aankomt, die zelfs met tegenzin, maar toch daadwerkelijk gegeven wordt. Van de andere kant merk j e ook vaak een tegenover­gesteld gevoel bij familie op, vooral wanneer slechte erva­ringen met elkaar werden opgedaan, zodat de een of ander zegt liever met vreemden dan met familie van doen te heb­ben. Ondanks dat is het niet mogelijk om dit eigenaardige saamhorigheidsgevoel geheel uit te schakelen. Het duikt steeds weer op al was het maar in de vaak nieuwsgierige vraag: „Hoe zou het toch met die en die gaan, wat zou ervan hem terecht gekomen zijn?" Wie goed weet te onderschei­den en scherp weet waar te nemen, zal ontdekken, dat dit saamhorigheidsgevoel uit een bron ontspringt, die minder dan liefde en méér dan alleen maar vriendschap bevat en niet alleen maar een lauwe interesse, maar een merkwaar­dig mengsel van ziele-ervaringen is, waarvan de oorsprong dieper ligt dan de mensen zich bewust zijn. Alle slechte en goede ervaringen onder bloedverwanten, die eveneens zielsindrukken tevoorschijn roepen, komen bij dit onder­zoek niet in aanmerking en daarvan moet worden afgezien.

 

Wie nu in staat is dieper te zien zal op zijn minst vermoe­den, dat dit saamhorigheidsgevoel, dat nu eenmaal bestaat en zich nooit helemaal laat uitwissen, onderhevig is aan invloed van gene zijde, die op aarde onbekend blijft. Waar zijn deze zielen, die zich nu als familieleden leren kennen, vandaan gekomen? Denkt men dat het totaal onverschillig is, dat bij mensen, die zich als familieleden groeperen, de bron van hun oorsprong totaal verschillend of meer ge­meenschappelijk is, dat wil zeggen: zou het niet eerder aan­nemelijk zijn, dat reeds vóór het aardse bestaan een zielsver­wantschap aanwezig is, die zich op aarde slechts zichtbaar maakt?

 

Wanneer twee mensen van verschillend geslacht trou­wen, dan doen ze dat toch omdat ze op zijn minst denken harmonisch met elkaar te kunnen leven. Men trouwt toch niet in de hoop en de wil elkaar wederzijds te bestrijden? Wanneer dit laatste na enige tijd wel gebeurt, dan was het eerste geloven en hopen een vergissing, een misvatting en miskenning, ontstaan door verbinding van de aardse mate­rie, die overwonnen moet worden.

 

Deze gewenste en ook aanwezige harmonie, die tot een huwelijksband voert, is reeds een zieleband van een vroegere verwantschap, het gevolg van een levenswet aan gene en deze zijde, dat het gelijke het gelijke aantrekt. Met deze wet is het zodanig gesteld, dat daarbij het eigen individuele niet verstikt wordt, maar zich goed kan ontwikkelen, zoals de bladeren van een boom, die ook alle op elkaar lijken zonder echter - zoals de wiskundige zegt - congruent te zijn, dus precies gelijk.

 

Is nu de genoemde harmonie aanwezig, dan worden ook op elkaar gelijkende zielepartikelen aangetrokken, die een mensenziel vormen. Een moeder zal steeds kinderen baren, die aan deze wet voldoen; wanneer dan desondanks deze kinderen later heel verschillend blijken te zijn in moreel en zedelijk opzicht, dan moet er weer aan herinnerd worden, dat een boom ook heel verschillend gevormde bladeren voortbrengt, die toch van dezelfde aard zijn. Bij de mens echter hangt zijn latere vorm, overeenkomstig zijn karak­ter, af van invloeden van de opvoeding, omgeving, verstand, van zijn ijver, willen, zijn lichamelijke toestand, van zijn succes en mislukking in het leven. Datgene waarop ik wil wijzen heeft met deze verschillen van de latere individuele persoon niets te maken. Er wordt hier alleen maar op gewe­zen, dat saamhorigheidsgevoel ontstaat doordat harmoni­sche, diepere zieleprincipes uit het verleden in werking tre­den. Waar het geheel ontbreekt of weer gedoofd wordt, is deze vroegere bron van verwantschap niet aanwezig."

 

Julie verklaarde mij verder, dat de afstand op aarde geen rol speelt om de aan elkaar verwante zielen bij elkaar te brengen. Er treden dan aardse omstandigheden, zoge­naamde toevalligheden, op om elkaar toch te ontmoeten.

De grondwet van alle zieleharmonie is aantrekking. Afstoting is de oorzaak van disharmonie. Aantrekking en afstoting hoeven echter niet direct in het dagbewustzijn op te komen. Dit ontwikkelt zich door ervaring en tijd al naar gelang het gevoel van verwantschap ontwaakt of eenvergis­sing blijkt te zijn.

 

Ik moest nu gaan uitzoeken waar de aan mij verwante zie­len zich bevonden en deze dan bijeen brengen, dat wil zeg­gen in mijn sfeer verenigen.

 

Dat mijn vrouw mij het meest na stond, voelde ik duide­lijk. Het werd me duidelijk, dat we elkaar reeds gekend had­den op die planeet, die ik verliet om het kindschap Gods te bereiken en dat daardoor een zielsverwantschap was ont­staan, die uit het verleden stamde. Reeds daar was ik haar gids geweest, zou het des te meer op aarde zijn. Dat ze in Pe­tersburg geboren was en dat het toeval (?) mij daarheen voerde, was alleen maar een bevestiging van de genoemde grondwet en dat het mijn broer Frederik precies zo verging, zul je gemakkelijk begrijpen.

 

Julie liet nu mijn vrouw aan mij over, die zich verrassend snel ontwikkelde, nadat eerst de kracht van de wil werk­zaam was geworden. Wij wilden nu samen verder op zoek gaan naar familieleden van onze aardse loopbaan.

 

Omdat ik mijn ouders reeds had gevonden, wilde mijn vrouw ook graag haar ouders weerzien. Deze wens ging snel in vervulling, want het huis, waarin ze zich tot nu toe had opgehouden, hoorde immers haar ouders toe, die van tijd tot tijd afwezig waren, doch steeds terugkeerden. Ze waren afwezig, omdat deze sfeer niet meer hun woonplaats was, maar ze hadden hun dochter nog niet kunnen bevrijden.

Het is niet mijn bedoeling hier alle verwanten te noemen, die we opzochten en om hun toestand te beschrijven. Ieder die onze geschriften kent, weet dat de innerlijke ontwikke­ling precies met de omgeving overeenstemt en iets bijzonders wat nodig zou zijn om te beschrijven heb ik daar niet gevonden.

 

Het is dus voldoende als ik zeg, dat na deze gemeenschap­pelijke tocht en vooral nadat mijn vrouw uit haar droefgees­tigheid gewekt was, wij terugkeerden in mijn kleine rijk en mijn huisje vervolgens in bezit namen. De omgeving was nog steeds hetzelfde. De rand van de zon schitterde als voorheen boven de horizon. Ik verklaarde alles en Emilie nam alles zo in hart en ziel op als maar wenselijk was. (Aan Gene Zijde - Hfdst. 7- Leopold Engel)

 

De bruiloft te Kana

“Alvorens terug te komen op de bruiloft te Kana moet Ik eerst ,beginnen met uit te leggen wat een bruiloft eigenlijk is, hoe zij bij u gevierd wordt en hoe Ik zou willen dat ze gevierd werd, zodat u later ,de geestelijke betekenis ervan met betrekking tot de hele mensheid moogt erkennen, daar de verbintenis tussen twee mensen op overeen­komstige wijze ook voor de hele mensheid haar diepere betekenis heeft. Een bruiloft is de afsluiting van een vooraf gemaakte overeenkomst tussen twee mensen van verschillend geslacht, die door sympathie aangetrokken gehoor geven aan de drang van hun ziel en van plan zijn om de eenmaal begonnen geestelijke verbinding gedurende hun hele leven niet meer op te geven, maar steeds meer één wordend, vreugde en leed samen te dragen. Zo zal als gevolg van deze eensgezindheid door een wettelijke akte het huwelijk gesloten worden, waarmee de afzon­derlijke individualiteit eigenlijk ophoudt en een gezamenlijk leven, het gezinsleven, wordt geprefereerd.

 

Een dergelijke daad van twee zielen, die elkaar begrepen hebben èn hun duurzame verbintenis zouden niet alleen voor dit aardse leven 'moeten gelden, maar ook voor het leven in het hiernamaals, waar - beiden door het streven naar hetzelfde doel zich meer en meer verenigen 'en tenslotte - zoals u zegt - "één van hart en één van zin" moeten worden.

Een dergelijke verbintenis zou de ware geestelijke en zedelijke liefde als basis moeten hebben, om daarop het gezinsleven te funderen, dat wederzijdse hoogachting vereist. Met de door Mij bepaalde natuurwet van de paring wilde Ik niet alleen het samenleven van twee individuen bereiken, maar Ik wilde ook uit zulk een liefde voortgekomen vruchten hebben, die de betere eigenschappen van 't gemoed van de één en de ander voortplanten en nog meer moesten veredelen.

 

Alzo was Mijn echtelijke wet, die Ik in de natuur heb gelegd als drang tot voortplanting, de oorzaak van een eeuwig stijgende trap van mens tot mens, tot bij Mij. Dat wilde Ik, - maar wat hebben de mensen ervan gemaakt? Een markt met mensenvlees en zielsverkopers!

Toen Ik naar de bruiloft te Kana ging was het zeker niet de zinne­lijk materiële kant die Mij deed besluiten om aan de uitnodiging gevolg te geven, maar Ik wilde enerzijds aan de wensen van Mijn aardse moeder tegemoet komen, anderzijds reeds daar de eerste grondsteen van Mijn groot geestelijk rijk leggen. Dat Ik wijn maakte uit water en dat het bruidspaar deze wijn voor de beste verklaarde, is juist voor de huidige tijd in geestelijke overeenkomst van betekenis.

 

Zie, wat Ik u over de echtelijke verbintenis tussen twee personen gezegd heb, dat moet nu geestelijk, op basis van de in het evangelie vastgestelde liefdesleer tussen de verschillende sekten van het christen­dom gebeuren; ook zij moeten zich door de liefde tot één familie verbinden. Reeds zoekt men toenadering en heeft men meer contact op geestelijk terrein; men komt langzamerhand tot het besef dat er maar weinig verschil is tussen de wederzijdse opvattingen en uitleggingen van de altijd onveranderde bijbel, waardoor de scheiding werd veroorzaakt. Door deze uitwisseling van meningen beginnen de vermeende hin­dernissen zich al te beperken, kleiner te worden, om eens helemaal te verdwijnen. In de huidige tijd worden de voorbereidingen voor een gemeenschappelijk leven getroffen, om daarna eens het feest van de verbintenis, de bruiloft, te vieren, hetgeen waarlijk de hoogste tijd is.

 

Wanneer deze verbinding zijn doel zal naderen, dan zal ook Ik het tot nu toe door iedereen gedronken water van het geloof weer in Mijn geestelijke liefdewijn veranderen; en zoals eens de keukenmeester, zo zullen dan de wachtenden vragen: "Waarom hebben wij tot nu toe de slechte wijn gedronken en is de beste tot het laatst bewaard?"

 

En Ik zal antwoorden: "Omdat u vroeger niet in staat was om Mijn liefdewijn geheel naar waarde te schatten, waardoor slechts misbruik het gevolg zou zijn geweest! In deze tijd echter, waarop u zich zat heeft gedronken aan uw slechte door mensen samengestelde wijn, waarop u in dranklust rustiger bent geworden en het goede van het kwade kunt onderscheiden, nu kom Ik en breng geen nieuws wat u nog niet kent, maar dezelfde wijn die u vroeger reeds gedronken heeft, alleen van al zijn slechte elementen gezuiverd, als een zuivere goddelijke drank, die , slechts diegenen verdienen, die, zinnelijkheid en materialisme ver achter zich latend, hun geestelijke natuur onderkennen en slechts naar geestelijke drank en spijze smachten.

 

.Al het doen en laten van de mensen is tegenwoordig hierop gericht. Iedereen is het slechte vocht, dat hen als goddelijke drank werd voor­gezet, zat. Zij hebben een voorgevoel van iets beters; een ieder gelooft, dat de ander misschien dat heeft waaraan het henzelf ontbreekt. Door dit zoeken en vragen komen de hindernissen van het geloofsfanatisme te vervallen en éénwording wordt mogelijk, waarna Ik dan zal komen en er slechts één Herder en één kudde zal zijn. Dat is de geestelijke betekenis van de bruiloft te Kana.

 

Neem deze woorden goed in acht en richt uw ogen op de komende religieuze bewegingen en u zult zien hoe gelijkgezinde geesten elkaar vinden, elkaar tegemoet gaan, om de bruiloftsdag, de dag van de eeuwige verbintenis te vieren, waar allen met elkaar verenigd, Mij tegemoet zullen trekken om die naam te verdienen, die Ik voor allen heb voorbehouden, die Mijn leer beoefenen en het eerste grondbeginsel van Mijn hele geestelijke en materiële schepping tot hun levensprincipe gemaakt hebben, om waardige geestelijke kinderen van de hemelse Vader te worden. Amen.“ (Predikingen van de Heer – Hfdst. 8 – Gottfried Mayerhofer)

 

Tegen de arts Joram, die samenwoonde bij de vrouw van de waterput in Sichar bij Samaria (het bekende verhaal in….) zei Jezus: En jij, Mijn beste Joram, zult van nu af aan een echte dokter zijn! Als je iemand de handen op zult leggen in Mijn naam, dan zal het met diegene meteen beter gaan, hoe ziek hij ook zijn mag. Tevens moeten jullie samen een echt en onverbrekelijk huwelijk aangaan, want anders zou jullie samenwonen een ergernis zijn voor de blinden, die alleen op het uiterlijke letten en geen weet hebben van het innerlijke (GJE 1-34)

 

De vrouw zei tegen Jezus in verband met het huwelijk:'O Jehova, hoe goed bent U! Wanneer wilt U, dat wij in het openbaar voor de ogen der wereld in het huwelijk zullen treden?' Ik zeg: 'Ik heb jullie al getrouwd, en alleen dit verbond is geldig in de hemel en ook op aarde, en Ik zeg je: Sinds Adam was er geen volkomener huwelijk dan dat van jullie nu, want Ik Zelf heb jullie verbond gezegend. Morgen vroeg zullen hier echter een aantal priesters en andere mensen en burgers van deze stad komen; meldt het aan hen, zodat ze er mee bekend zijn dat jullie nu officieel voor God en de hele wereld getrouwd zijn! Als jullie kinderen krijgen, voedt ze dan in Mijn leer op en doop ze ook in Mijn naam, zoals je Mijn leerlingen er morgen veel zult zien dopen op de manier, zoals een zekere Johannes dat doet in de Jordaan; van hem zullen jullie wel gehoord hebben. Ik zal daarom jou, Mijn Joram, morgen de macht geven om in het vervolg iedereen te dopen, die in Mijn naam geloven zal. Gaan jullie nu echter naar bed! Maar zolang Ik in dit huis verblijf, moet je elkaar terwille van de kuisheid niet aanraken. (GJE1-36)

 

 Kies uw vrouw met zorg

'Het ziet er voor de wereld slecht uit, als de vrouwen zich weer mooi maken en op de tronen zullen zitten; want dan zal de aarde door het vuur onderworpen worden! Houd daarom de vrouwen goed in bedwang; laten zij zich in de eerste plaats oefenen in de ware deemoed! Ze moeten rein, maar nooit opgemaakt en versierd zijn; want het opmaken en opsieren van de vrouwen is het graf van de mens en veroorzaakt overal de ondergang! Zoals een reine, ingetogen, deemoedige vrouw een echte zegen voor een huis is, zo is een ijdele en daardoor trotse vrouw een vloek voor de hele aarde, en ze is op die wijze een duivel in zijn kleinste gedaante en lijkt volledig op een slang, die door haar geile blikken de vogels van de hemel In haar giftige en dodende muil lokt!

 

Daarom geef Ik de raad, zonder de intentie dat deze raad een gebod wordt: Als iemand een vrouw kiest en wil trouwen, laat hij er dan op letten dat het meisje, dat hij trouwen wil, zich niet oppoetst -behalve dan met water, wat goed is voor de gezondheid -en niet uitdagend over straat gaat, wat met past voor een vrouw, en ook niet pronkt met haar eventuele andere aantrekkelijkheden, maar in alles ingetogen is, haar lichaam goed bedekt houdt met linnen klederen en 's winters met ongeverfde doeken van schapenwol. Ze moet ook geen kletskous zijn en zich er met op voor laten staan dat ze iets zou hebben. want het is heel heilzaam voor de vrouw als ze niets heeft dan datgene wat ze beslist nodig heeft. Zo'n meisje is een man waard en háár hand moet je vragen. Maar een rijke, ijdele, versierde vrouw, die in zachte en bontgeverfde kleren rondloopt, uitdagend over straat gaat, die zich graag door de rijken en aanzienlijken laat groeten en tegen de armen zegt: 'Zie dat. stinkende bedelvolk eens!' - daarvan zeg Ik jullie, - vermijdt zo'n meisje als een kreng!

 

Want zo'n meisje is een getrouwe kopie van de lokkende hel op kleinste schaal, en wie zo iemand ten huwelijk vraagt, begaat een grove zonde tegen de goddelijke ordening. Hij kan er op rekenen, dat zo'n vrouw, die zich op aarde vrijwel nooit verbetert, als ze eerder sterft dan haar man, hem als hij haar volgt in het hiernamaals, ook al was hij de deugd zelf maar vanwege de aardse voordelen erg aan haar gehecht, zeker een behoorlijk lange tijd in de hel zal vasthouden.

 

Want net zoals zo'n vrouw op deze aarde bedrieglijke middelen gebruikte om een man te vangen die ze begeerde, zo zal zij in het hiernamaals, maar dan duizendmaal verleidelijker, haar man als hij komt, met alle aantrekkelijkheid die maar te bedenken is, tegemoetkomen en hem in haar helse nest trekken. En zodoende zal die man het erg moeilijk krijgen om uit de netten van zijn vrouw te geraken.

 

Let daar dus goed op, en degene die trouwen wil, kan maar beter zijn vrouw eerst goed leren kennen en alles nagaan, opdat hij niet in plaats van een engel een duivel aan zich bindt, die hij dan niet gemakkelijk meer kwijt raakt! De kenmerken heb Ik jullie nu voldoende laten zien; let daar op, dan zul je hier en In het hiernamaals geluk hebben! Dit moeten jullie niet zien als een gebod waaraan je je houden moet, maar alleen, zoals reeds eerder gezegd, als een goede raad die, als men zich daaraan houdt, voor jullie en speciaal voor alle ijdele vrouwen heel nuttig kan zijn.

 

Want degene onder jullie, die een ijdele en listig verleidende vrouw zo terecht wijst dat deze haar kwade dwaasheid inziet, die zal eenmaal daarvoor in de hemel een grote beloning ontvangen. Kijk daarom niet naar verleidelijke vrouwen; want zo'n vrouw is heimelijk zonder het te weten verbonden met de satan en zij werkt onbewust aan zijn verleiding mee.  Als een van jullie de satan in zijn ergste vorm wil zien, dan moet hij een opgemaakte deerne of een aanstellerige vrouw bekijken, en dan ziet hij de satan in zijn voor de mens gevaarlijkste vorm!

 

Komt de satan als draak en spuwt hij oorlog, honger en allerlei besmettelijke ziektes over de aarde, dan is hij het minst gevaarlijk voor de mens; want in die noden wenden de mensen zich tot God, gaan boete doen en ontlopen zo de hel en zijn gericht. Maar als de satan zijn draak omkleedt met het lichtende gewaad van een engel, dan is hij voor de mens, die van nature geneigd is naar het zinnelijke, het gevaarlijkst, net als wanneer een verscheurende wolf in schaapsvel tussen de schapen komt! Maar komt de wolf als wolf naar de schapen, dan vluchten zij naar alle richtingen en brengen de brenger des doods in verwarring, zodat hij blijft staan en erover nadenkt welk schaap hij zal achtervolgen, waardoor hij tenslotte zonder buit moet teruggaan; komt hij echter in schaapsvacht, dan vluchten de schapen niet, maar verheugen zich zelfs over het nieuwe tot hen gekomen schaap, dat een wolf is, die de hele kudde verscheurt zonder dat er ook maar één schaap voor hem op de vlucht slaat.

 

Kijk, deze leer en deze raad moet je daarom als iets heiligs in jullie harten bewaren en je moet hem zo navolgen alsof Ik een gebod gegeven had, dan worden jullie huwelijken gezegend met de zegen uit de hemel; maar in het andere geval - met de vloek uit de hel! Laat je daarom niet verlokken door de blinde en bedrieglijke charmes van de wereld, maar wees altijd nuchter en schat de waarde van de wereld op de juiste manier; geef geen goud en parels, die je nu uit de hemel gekregen hebt, weg voor de dwaasheden van de wereld, dan zullen jullie onder elkaar steeds vrede hebben en de~hemel voor je zien open staan! Als jullie je echter weer door de verleidingen van de wereld laten gevangen nemen, dan moet je het ook aan jezelf wijten als de hemel zich steeds meer voor je gaat sluiten; en als je in grote nood zult raken en de hemel om hulp zult roepen, dan zul je geen hulp krijgen! Want het is onmogelijk dat Iemand die met wat dan ook aan de wereld hangt, tevens in gezegende  verbinding met de hemel staat.

 

Want ieder mens is zo geschapen. en ingesteld dat hij het kwade en het goede, de leugen en de waarheld niet in een hart naast elkaar kan verdragen; het een of het ander, maar in der eeuwigheid nooit allebei tegelijk! Ja, met zijn verstand moet hij beide kennen; maar in zijn hart kan alleen het ene of het andere als basis voor zijn leven aanwezig zijn”.

(GJE1-167)

 

In Kis voltrek de Heer bij een echtpaar Zelf het huwelijk. Daar zei de Heer tegen dat echtpaar: “'Edele broeder van Mij! Ik heb jullie al gezegend, en jullie zijn dus al volkomen vereend; maar vergeet niet: Wat God verbonden heeft, dat behoort geen mens meer te scheiden, en dus blijft een echt huwelijk voor altijd geldig! Een verkeerd werelds huwelijk is echter toch al voor God geen verbond en daarom net zo ontbindbaar als de wereldse mensen en al hun overeenkomsten, die altijd al niets anders zijn dan de grofste hoererij, waardoor de kinderen van de satan in het jammerlijke bestaan gebracht worden. Jullie zijn nu volledig man en vrouw, en vleselijk één voor God, amen!' Na Mijn woorden omarmen ze elkaar en begroeten elkaar met een kus”. (GJE1-236)

 

In het tweede deel van het GJE2-44 zegent Jezus ook een huwelijk van een jong stel en vragen het ouderpaar om de zegen, en als zij deze met alle vreugde krijgen, komen zij weer naar de Heer terug, en Hij zegent ook meteen hun huwelijk in als een echt ook voor de hemel geldig huwelijk, waarvoor beiden Hem met ontroerde harten hartelijk danken. De Heer zei hierover:

“Zo is hier een heel onverwacht huwelijk gesloten, dat wel een van de gelukkigste op de gehele aarde genoemd mag worden. En daaruit blijkt, dat iemand datgene wat hij Mij geheel offert, nooit verliest, maar gevuld met de grootste zegen terugkrijgt op een moment waarop hij het wel het minst verwacht. Borus was erg verliefd op Sarah en zou, als men dat van hem geëist had, alle schatten der wereld voor haar hebben gegeven; want haar wonderbaarlijke schoonheid, vooral na de tweede opwekking, was voor Borus iets wat hij niet kon beschrijven, -en toch offerde hij haar volkomen aan Mij op, en wilde hij met alles wat hem ten dienste stond, Mijn vermeende bruiloftsdag vieren. Zo voelde Sarah ook veel voor Borus, maar offerde hem ook geheel aan Mij op en wilde beslist alleen Mij toebehoren. Maar toen draaide Ik het blaadje opeens om en gaf de beiden, wat ze Mij echt van ganser harte hadden gegeven. -Wie zo doet als deze beiden, die doe Ik ook dat wat Ik hen deed!

Dit is een lering voor ieder, die dit horen of zelf lezen zal, want op deze wijze kan men alles van Mij verlangen. Wie alles aan Mij offert, die offer Ik ook alles; wie echter gul offert, maar daarbij toch nog veel voor zichzelf behoudt, die ontvangt slechts dat terug, wat hij geofferd heeft”.

 

In GJE2-156 vraagt een hoofdman de engel Raphael, of een engel in de hemel ook geslachtelijke verschillen zijn? Hierop zegt de engel: "Hoewel het een wat ontactische vraag is, wil ik, omdat je het alleen maar uit weetgierigheid vraagt, antwoorden met nee! In onze staat van oergeschapen geesten vind je bij ons, die ontelbaar zijn, zonder uitzondering alleen maar het manlijk-positieve wezen, maar toch is ook het vrouwelijk­ negatieve principe in ieder van ons geheel aanwezig, en daarom vind je in iedere engel het volmaakte huwelijk van de hemelen van God. Het is helemaal van onszelf afhankelijk of wij ons in één en hetzelfde geestelijke omhulsel in de mannelijke of in de vrouwelijk vorm willen laten zien. In het feit dat wij in ons zelf een dubbel wezen zijn, ligt ook de reden waarom wij niet ouder kunnen worden, omdat de twee polen in ons elkaar eeuwig blijven ondersteunen. Bij jullie mensen zijn de polen gescheiden door een geslachtelijk gescheiden persoonlijkheid en hebben daarom, omdat ieder apart is, geen steun aan elkaar.

 

Als de gescheiden persoonlijke polen zich echter uiterlijk raken, neemt hun kracht af en lijken ze op een wijnzak die steeds rimpeliger wordt naarmate men hem meer van zijn geestrijke inhoud heeft beroofd. Als je je echter een wijnzak voor zou kunnen stellen, die zelf steeds dat zou kunnen. produceren wat men eruit haalt, dan zou je op zijn oppervlak nooit die vouwen en rimpels ontdekken die zijn uiterlijk er zo oud doen uitzien”. 

 

In GJE2-217 waarschuwt de Heer voor het volgende: “Neem nu eens een jong meisje, dat fysiek vroegrijp is. Zij is nauwelijks twaalf jaar, maar haar hele lichaam is al zo gevormd, dat zij er uitziet als een huwbaar meisje. Zo'n meisje bekoort dan iedere wat zinnelijke man meer dan honderd nog zo mooie meisjes van rijpere leeftijd. Zo'n vroegrijp meisje staat lichamelijk aan honderd gevaren bloot, en haar ouders zullen erg moeten oppassen om hun te vroeg rijp geworden dochter voor al de vijanden te bewaren, die haar vanwege haar grote aantrek­kingskracht achtervolgen. Als zij te vroeg aan een wellustige man wordt uitgehuwelijkt, kan zij gemakkelijk haar vruchtbaarheid verliezen. Als zij te veel wordt opgesloten en weggehouden wordt van alle kwade begeerte, wordt haar lichaam, zoals men wel zegt pafferig. Zij wordt bleek, kwijnt weg en wordt zelden oud. Geeft men haar weinig te eten, en geen vet eten, dan wordt zij treurig en kwijnt tenslotte ook vroeg weg; als men haar goed te eten geeft, wordt zij nog vetter en onbeholpener en daardoor traag, zodat haar bloed weldra afbreekt en zij er uit gaat zien als een lijk, en daardoor zal haar lichaam zeker vroeg moeten sterven”.

 

De Heer kwam in de wereld om het mensdom te zaligen en te verdelen, niet om het uit te roeien. Het huwelijk is een van alle menselijke  betrekkingen de innigste, de meest gezegende en het nuttigste. Veel mensen denken, dat zij na het sterven in de hemel komen als geslachtloos wezen. Veel dingen worden in de heilioge Schrift verkeerd geïnterpreteerd of begrepen. Het is noodzakelijk dat een mens onderzoekt of zijn uitlegging van wat tot hem gezegd wordt wel juist is, zelfs als het hem gezegd wordt in het Woord van God. Anders kan hij voorbarige gevolgtrekkingen maken over wat bedoeld wordt, welke geheel in tegenstelling staan tot de bedoeling van de Bijbel.

 

We geven hier een voorbeeld. In Lukas 14:26 leest men: “Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moder, en vrouw en kinderen, en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn!” Dan gaat men bij het lezen van deze tekst toch niet meteen zijn familie haten, want hij weet, dat de Heer ergens anders zegt, dat hij ze moet liefhebben. Hij weet, dat de Heer leert, dat haat een zonde is en dat de mens zelfs zijn vijanden moet liefhebben (Mattheus 5:21,22 en 43-45)).

 

Zo weet de mens dat hier een diepere bedoeling moet zijn binnen de woorden het haten van vader en moeder, vrouw en kinderen en hij tracht die te vinden. Ook zal een mens, die ziet wat de Heer zegt over het huwelijk, dat de twee één  vlees zulen zijn en dat wat God verbonden heeft de mens niet zal ontbinden. Hierin ligt een diepere bedoeling, dat zij in de opstanding niet trouwen noch ten huwelijk gegeven worden. Dat zij niet waardig zijn om die eeuw te ververwerven en de opstanding uit de doden, noch zullen trouwen noch ten huwelijk uitgegeven zullen worden.

 

In deel drie van het Grote Johannes Evangelie wordt uitgebreid ingegaan over de aspecten voor het huwelijk.

 

De geslachtelijke omgang van mannen en vrouwen

"Kijk, het verwekken van een mens is een bijzondere aangelegenheid! Om een goede en gezonde vrucht te verwekken, moeten twee volwassen mensen, en wel een man en een vrouw, een juiste zielsverwantschap hebben, omdat ze anders moeilijk of ook vaak helemaal niet door de bekende geslachtsdaad tot bevruchting zullen komen.

 

Als nu een man en een vrouw in hart en ziel aan elkaar verwant zijn, moeten zij ook een huwelijk aangaan en volgens de natuurlijke orde alleen maar dan tot de geslachtsdaad overgaan als zij in goede harmonie een levende vrucht willen verwekken. Alles wat meer beoogt dan dat, is tegen de orde van God en de natuur en daarom een kwaad, en een zonde die bijna zo slecht is als die van Sodom en Gomorra!

Als een man veel zaad heeft, laat hij dat dan in een andere akker zaaien op de goede wijze van de oude vaderen en patriarchen, dan zondigt hij niet. Maar als hij er alleen maar heimelijk op uit trekt om zijn lusten bij veile deernen te bevredigen en zich zo te vermaken zonder een vrucht te verwekken, begaat hij daardoor zeker een grove Sodomitische zonde, zowel tegen de goddelijke als tegen de natuurlijke orde!

 

Alleen een jonge man, wiens geslachtsdrift door de bekoorlijkheden van een meisje zodanig is aangewakkerd dat hij zichzelf nauwelijks meer meester is, mag gemeenschap hebben met een maagd, met of zonder verwekking van een vrucht. Maar na de gemeenschap moet hij naar eer en geweten dat aan haar betalen wat Mozes heeft voorgeschreven. En ontstaat er na zo'n door de nood veroorzaakte gemeenschap een vrucht, dan moet hij de maagd het tien­ tot honderdvoudige geven van datgene wat hij volgens Mozes aan haar schuldig was als er géén vrucht uit de geslachtsdaad was voortgekomen. Want een maagd brengt voor zo'n man een grootoffer waar leven en dood mee gemoeid is! Als een man daarna zo'n maagd kan trouwen, moet hij dat niet nalaten, want, zoals gezegd, zij heeft hem een groot offer gebracht en hem van een bedwelmende last bevrijd.

 

Maar in het vervolg moet zo'n door zijn geslachtsdrift gedreven man meteen een fatsoenlijke vrouw huwen en in noodgevallen, in goed overleg met zijn wettige vrouw, ook een bijvrouw, zodanig dat er geen ruzie en onmin door ontstaat. Als zo'n man zichzelf echter kan verloochenen, zal hij daardoor al gauw, gemakkelijker dan een ander, een hogere, geestelijke genade van het innerlijke leven deelachtig worden.

Hoe men aan een wettige vrouw moet komen, heeft Mozes reeds volgens de hemelse orde voorgeschreven en dat moet ook zo blijven tot aan het einde der wereld.

Uit wat je nu hebt gehoord kun je gemakkelijk opmaken wat ontucht is en waarom Mozes dat als een zware zonde verboden heeft. Want God heeft de mensen alles volgens de goddelijke orde voorgeschreven. Wie zich aan die orde houdt, zal ook de vruchten van de zegen van boven oogsten; wie echter in strijd met die orde handelt, zal de vruchten van de vloek oogsten.

Als een door geslachtsdrift opgewonden man in zijn grote nood zijn kwellende vuur niet op een natuurlijke wijze blussen, dan raad Ik hem aan om herhaalde malen in koud water te baden en innig te bidden om verzachting van deze plaag, dan zal deze spoedig van hem worden weggenomen. Iedere andere manier is slecht en wordt de bron van verder kwaad en dat kwaad heet zonde en veroorzaakt ook weer zonden.

 

Tevens moet ook alle ouders op het hart gedrukt worden dat zij hun volwassen kinderen niet bloot moeten stellen aan prikkelende gevaren! Want brandbaar materiaal kan gemakkelijk ontvlammen, maar als de vlammen er eenmaal aan alle kanten uitslaan, lukt snel blussen vaak niet meer en iedere vlam vraagt zijn offer! Na het blussen wordt de schade die zij veroorzaakt heeft al gauw zichtbaar.            .

Daarom moeten vooral de maagden goed gekleed, maar nooit uitdagend gekleed gaan en de jongemannen moeten niet aan het nietsdoen overgeleverd worden, want nietsdoen is altijd de verwekker van alle ondeugden en zonden.

 

Wie echter eenmaal met een fatsoenlijke vrouw is getrouwd, is tot de dood aan haar gebonden en de scheidingsoorkonde van Mozes heft voor Gods orde de echtbreuk niet op als zo'n man dan met een ander zou trouwen. Trouwt de gescheiden vrouw, dan breekt ook zij het huwelijk. Kortom, wie na de echtscheiding trouwt, is een echtbreker, wie daarna niet trouwt, is dan ook geen echtbreker.

Geestelijk pleegt ook diegene overspel, die een reeds getrouwde vrouw aankijkt en daarbij in zijn hart het plan opvat om haar door allerlei verleidingen tot echtbreuk te verleiden, ook al heeft het geen resultaat.

 

Laat je je echter betoveren door de bekoorlijkheden van de vrouw van je naaste, dan bega je ook echtbreuk, want daarmee heb je de vrouw van je naaste tot hoer gemaakt en met haar hoererij bedreven. En dat is een grote en grove zonde voor God en voor de mensen, ook wanneer je met de andere vrouw een vrucht hebt verwekt. Maar het kwaad is natuurlijk nog groter als je met de vrouw van je naaste alleen maar terwille van de blinde en stomme drift der wellust hoererij hebt gepleegd. Zulke zondaren zullen moeilijk deel krijgen aan het hemelrijk."

 

Bepaalde uitzonderingen bij seksuele omgang

 

"Als de vrouw van een naaste echter bijvoorbeeld niet door haar wettige man bevrucht kan worden en toch sterk verlangt naar de verwekking van een vrucht in haar en dat aan jou vraagt, zeg dat dan tegen haar man! Vindt hij het goed, dan kun je die wens zonder te zondigen inwilligen. Als de vrouw bevrucht wordt en na de verstreken tijd nogmaals die wens uit en haar man is het daar mee eens, dan mag je, als je ongehuwd bent, de vrouw weer net eender ter wille zijn. Ben je echter zelf de man van een vruchtbare vrouw, dan moet je je kracht niet aan je vrouw onttrekken, want daarvoor heeft Mozes je toegestaan, naast de ene wettige vrouw, speciaal als zij onvruchtbaar mocht zijn, één of naar behoefte ook meer bijvrouwen te hebben, maar altijd alleen als de wettige vrouw daarmee instemt. Zou dit haar echter veel verdriet doen, dan wordt het tijd de bijvrouwen te laten gaan, zoals ook Abraham Hagar liet gaan, die hij genomen had omdat zijn vrouw Sarah zo lang onvruchtbaar was.

 

Als echter een vrouw, die haar wettige man verlaten heeft, uit een vreemd land zou komen en zich dan als een ongetrouwde vrouw bij iemand zou voordoen en zou verzwijgen dat zij al aan een man toebehoorde, dan begaat hij die haar tot vrouw neemt, geen zonde; ook dan niet, als hij later zou vernemen dat zij al getrouwd was maar haar man heimelijk had verlaten vanwege zijn hardvochtigheid en onvruchtbaarheid. Want toen hij de vreemde tot vrouw nam, wist hij niet dat zij al getrouwd was, en toen hij dat naderhand vernam, was zij al zijn vrouw, van wie hij dan, zonder als echtbreker te zondigen, slechts door de dood kan worden gescheiden.

 

Bij dit soort aangelegenheden zijn er al vaak heel wrede dingen gebeurd. De nieuwe echtgenoot probeerde dan, als hij onder de wet van Mozes stond en de vreemde vrouw hem te lastig werd, van haar af te komen door heimelijk naar haar eerste man te gaan en de ontrouwe, overspelige vrouw aan hem te verraden. Het gevolg was, dat zo'n vrouw dan werd gestenigd en de beide mannen weer opnieuw wettig een vrouw konden zoeken. Maar daar zal een eind aan moeten komen!

 

Ik zeg jullie: In zo'n geval moet een ongetrouwde man niet eerder een vreemde trouwen dan dat hij zich precies op de hoogte heeft gesteld van al haar vroegere omstandigheden! Levert dat niets op en voelt hij zich erg tot de vreemde vrouw aangetrokken, dan moet hij haar huwen. Verneemt hij dan later toevalligerwijs haar vroegere, burgerlijke staat, dan mag hij haar niet verraden, maar hij moet haar op dezelfde goede manier behouden als waarop hij haar heeft genomen. De vrouw kan door zeer trouw te zijn aan haar nieuwe gemaal, haar vroegere zonde goed­maken. Want God is geen onrechtvaardige rechter en weet de zwakheden van het menselijke lichaam precies af te wegen en er rekening mee te houden. Iemand, die zijn vrouw vermoordt, is erger dan een vrouw die echtbreuk pleegt!

 

Stel dat er eens twee buren zijn, waarvan de ene bij zijn vrouw geen vrucht kan verwekken omdat hij in zijn jeugd, doordat er niet goed op hem werd gelet, zijn vruchtbaarheid te veel heeft verzwakt, terwijl de andere buurman, afgaande op zijn grote aantal gezonde kinderen een sterk voortplantingsvermogen bezit omdat hij overal en altijd op de juiste manier heeft geleefd en in zijn jeugd goed is opgevoed. Hoe zou het zijn, als de onvruchtbare buurman naar de vruchtbare ging en hem vroeg in zijn plaats met zijn grote vermogen bij zijn vrouw een vrucht te verwekken, en als de vruchtbare buurman dat zou doen uit werkelijke liefde voor zijn goede en argeloze buurman, zonder daarbij ook maar enige gedachte te hebben om wellustig met de vrouw van de buurman om te gaan, wat erg zondig zou zijn? Wel, dat zou dan geen zonde zijn en nog minder een echtbreuk, maar zo'n handeling, waar met geen woord over gesproken zou worden, zou zelfs een te prijzen geheime liefdedienst zijn. Het moet geheim zijn, omdat buiten de genoemde personen niemand daar iets van moet weten, vanwege de eer van de onvruchtbare buurman, en opdat niemand zich daaraan zou ergeren. "

 

Over zondig geslachtsverkeer

"Als een ongehuwde of een reeds getrouwde man met de sensuele vrouw van zijn buurman zonder diens medeweten seksuele omgang heeft, is dat schandelijke hoererij. Zo'n vrouw is dan een echte hoer en de betreffende mannen zijn dan echte hoerenlopers, die als zodanig nooit het rijk van God zullen binnengaan omdat deze schandelijke hoererij alle goede gevoelens in hun ziel sloopt en al het geestelijke doodt.

 

Dergelijke hoererij is derhalve geen haar beter dan echtbreuk en vaak zelfs nog veel erger. Want bij echtbreuk kunnen omstandigheden meespelen die het begaan van deze zonde veel minder erg maken, en waard zijn dat de rechter deze zwaar mee laat wegen. Maar bij hoererij kunnen nooit wat voor verzachtende omstandigheden dan ook meespelen, want daar gaat het enkel en alleen maar om verderfelijke geilheid en daar hoeft de rechtbank ook geen enkele consideratie mee te hebben.

Een vrouw, die zich zonder enige aantoonbare noodzaak gemakkelijk daartoe laat verleiden, is slecht en verdient niet de minste consideratie, want zwakheid verontschuldigt hier niets omdat iedere vrouw door het juiste vertrouwen op God voldoende kracht kan krijgen. Maar nog slechter is een vrouw die de mannen zelf in haar overspelige net lokt om tijdens afwezigheid van haar echtgenoot met hen te hoereren!

 

Net zo schandelijk misdadig handelt een vrijgezel, en een getrouwde nog erger, als hij getrouwde vrouwen verleidt, in het verborgene geslach­telijke omgang met hen heeft en hen daarvoor betaalt. Want zo'n man verleidt ten eerste de vrouwen tot schandelijke ontrouw, en maakt ze in de tweede plaats bijna geheelonvruchtbaar , waarmee hij als een kwade storm de akkers verwoest zodat daar nooit meer met vrucht enig zaad gezaaid kan worden.

 

Tot deze zelfde categorie moeten ook ongehuwde en gehuwde mannen gerekend worden die tegen betaling met ongehuwde meisjes verkeren, en zo'n veile deern is net zo goed een hoer als de een of andere getrouwde vrouw die voor geld of andere geschenken te koop is.

Laat de jonge vrouwen maar vlijtig zijn en hun leven met werk vullen, dan zullen ze nooit behoeven te zeggen dat zij door armoe gedwongen werden, want iedere behoorlijke man houdt van een vlijtige en werklustige jonge vrouwen zal haar geen gebrek laten lijden. Als een werkgever echter een gierig en hard mens is, wel, ga dan uit zijn dienst weg en zoek een andere. Voor een vlijtige en nijvere jonge vrouw zal het echt niet zo moeilijk zijn een goede betrekking te vinden waar zij zeker geen gebrek zal lijden!

Maar het slechtst zal het eens diegenen vergaan, die er alles op zetten om zulke vlijtige, jonge vrouwen of zelfs jonge meisjes met allerlei geschenken te verleiden. Heus, zulke mannen, of ze nu wel of niet getrouwd zijn, lijken op verscheurende wolven in schaapskleren en zij zullen hun loon oogsten!

 

Wie echter een meisje of een maagd of een vrouw met geweld neemt, moet hier al zijn straf ondergaan! Het geweld mag zijn wat het wil, lichamelijk of het verleiden door kostbare geschenken, dat maakt voor deze misdaad geen verschil. Ook overredingskracht of het gebruik van magische, verdovende middelen, waardoor de vrouw zich schijnbaar vrijwillig ten dienste stelt aan de begeerte van de man, doet niets af aan de grootte van deze zonde, ook dan niet als werkelijk een vrucht verwekt zou worden, want zo'n verwekking gebeurt tegen de wil van beide partijen en maakt daarom de misdaad niet minder erg.

De meest verwerpelijke sexuele daad bestaat echter uit het schenden van knapen en in het erbij betrekken van andere ledematen en delen van het vrouwenlichaam dan die welke God daarvoor bestemd heeft, of zelfs in het schenden van dieren. Deze schenders moeten voor altijd geheel uit de menselijke maatschappij gebannen worden.

 

Als men over zulke misdaden rechtspreekt, moet men er altijd rekening mee houden welk ontwikkelingspeil zo'n ontspoorde man of vrouw heeft. Ook moet onderzocht worden of zo'n mens soms door een kwade geest bezeten is, die hem of haar daartoe aandrijft. In het eerste geval moet de gemeenschap ervoor zorgen dat zo'n zwak begaafd mens in een goed opvoedingstehuis wordt ondergebracht, waar hem net als een bedorven kind zolang discipline wordt bijgebracht tot hij een ander mens is geworden. Want als zo'n mens zijn dierlijke instincten heeft overwonnen, en als zijn verstand weer helder is, zal hij ook een reiner leven beginnen en niet gemakkelijk meer in zijn oude, dierlijke natuur terugvallen. In geval van bezetenheid moet zo iemand achter slot en grendel worden gezet, want zulke mensen moeten meteen, vanwege hun grote overlast, uit de vrije mensengemeenschap worden verwijderd.

Als zij eenmaal goed zijn opgeborgen, moeten zij door vasten en door gebeden in Mijn naam genezen worden. Als ze weer genezen zijn, en aantoonbaar is dat zij hun onreine bezetenheid kwijt zijn, kunnen ze weer hun volledige vrijheid terugkrijgen."

 

Maatregelen tegen geslachtelijk losbandig leven

CYRENIUS zegt: "Heer, indien er nog geen mens te vinden zou zijn met een geest die zo sterk is, dat zulke kwade geesten die het lichaam van een mens in bezit genomen hebben, zich voor zijn wil en woord moeten buigen, zijn dan mogelijkerwijs soms natuurlijke middelen te gebruiken? In ieder geval in die mate, dat zo'n mens dan door de kracht van het woord en de wil van een mens die geestelijk nog niet zo sterk is, van zijn kwaad bevrijd zou kunnen worden?

 

IK zeg: "Het eerste middel op natuurlijk gebied is het vasten. Men geve zo'n mens per dag slechts éénmaal een stuk roggebrood van een half pond en daarbij slechts één kruik water. Om de andere dag kan men hem eventueel wat aloësap, afhankelijk van de natuurlijke aard van de bezetene vermengd met een of twee druppels bilsensap geven. Deze natuurlijke hulp zal goed werken, maar zal slechts volledig helpen in combinatie met gebed en het in Mijn naam opleggen der handen. Over het algemeen moet de rechter in zulke gevallen in zijn hart steeds bedenken, dat de misdadiger die hij voor zich heeft slechts een erg afgedwaald mens is en geen complete duivel.

Is een mens echter hardnekkig in zijn uitspattingen en daarbij noch onontwikkeld of bezeten, dan kan men wel een harde tucht op hem toepassen.

 

Betert zo'n mens zijn leven en begint hij met juist inzicht zijn zonde te verafschuwen, dan kan hij ook met meer liefde behandeld worden. Betert zo'n mens zijn leven echter helemaal niet en blijft hij zichtbaar zijn losbandigheid koesteren -wat zo'n geile bok nooit geheel kan verbergen­ dan kan hij, als het iemand is die enige opleiding heeft genoten, uit de gemeente verstoten worden naar een ver woest gebied, waar de grote ontbering hem wel tot bezinning zal brengen. Als hij zijn leven betert, zal het hem wel beter vergaan -zo niet, zal het woeste land hem uitputten.

 

Betreft het een mens van geringere beschaving en levert het tuchtigen noch het vasten wat op, dan kan hij door een kundig arts gecastreerd worden en daardoor kan zijn ziel worden gered. Er zijn mensen die zichzelf hebben verminkt terwille van het rijk van God. Derhalve kan het - maar alleen in het genoemde geval -nodig zijn dat de plaatselijke rechtbank tot castratie laat overgaan, want in dit geval is het beter verminkt in het rijk van God te komen, dan onverminkt in de hel! Nu zul je wel weten, hoe alles wat het gevolg is van de vleselijke lust, gerechtelijk behandeld moet worden! Ik voeg er echter nog aan toe, dat in de toekomst alleen zo, zoals jullie het nu van Mij hebben gehoord, in gelijksoortige gevallen moet worden rechtgesproken.

 

Mozes heeft voor dergelijke misdaden steniging en de vuurdood voorgeschreven, maar dat moet slechts in uitzonderlijke gevallen, als afschrikwekkend voorbeeld, aan totaal verstokte zondaars voltrokken worden. Ik hef de wet van Mozes niet op, maar geef slechts de raad zó lang in alles met mildheid te handelen tot een te grote verdorvenheid noodzaakt tot uiterste gestrengheid.

 

Wees als rechters zacht en rechtvaardig door de ware naastenliefde, dan zullen jullie eens ook een zachtzinnig en mild, rechtvaardig oordeel ondergaan. Want met welke maat jullie meten, met dezelfde maat zullen jullie ook worden gemeten.

Als jullie barmhartig zijn, zullen jullie ook barmhartigheid ondervinden; zijn jullie echter streng en onverbiddelijk in je rechtspraak en oordeel, dan zullen jullie eenmaal strenge en onverbiddelijke rechters tegenover je vinden.

Bedenk bij zulke rechtszaken, dat ziel en geest van de mens heel gewillig en kneedbaar zijn, maar het lichaam is en blijft zwak, en er is niemand die zich beroemen kan op de sterkte van zijn lichaam.

In de eigenlijke zin van het woord kunnen er nu nog geen geestelijk wedergeborenen zijn, want de mensen zullen pas dan tot de ware en algehele, geestelijke wedergeboorte komen, als de Mensenzoon Zijn opdracht helemaal heeft vervuld.

Onthoud dit dus en handel daarnaar!"

 

Wanneer echtscheiding geoorloofd is

CYRENIUS zegt: "Hartelijk dank daarvoor, want nu ben ik helemaal voorgelicht over iets, dat mij altijd veel hoofdbrekens kostte bij het vellen van een goed oordeel. Ik geloof dat er nu nauwelijks een geval meer denkbaar is waarbij ik nog zou twijfelen hoe te moeten oordelen. Maar één vraag houdt mij nog erg bezig en dat is: Is er nu helemaal geen omstandigheid, waarbij men een eenmaal gesloten huwelijk kan ontbinden en de beide partijen, zonder zich schuldig te maken aan de noodlottige zonde van echtbreuk, weer kunnen hertrouwen?"

IK zeg: "O ja, zulke gevallen kunnen zich zeker voordoen, bijvoorbeeld: Als een man een vrouw trouwt, die er heel aantrekkelijk vrouwelijk uitziet, maar in de huwelijksnacht tweeslachtig blijkt te zijn. In zo'n geval kan, als dat geëist wordt, het huwelijk meteen worden ontbonden. Maar het is natuurlijk wel zo: Zonder klagers zijn er ook geen rechters op aarde. Voor dit soort gevallen zou er eigenlijk een wet moeten zijn tengevolge waarvan zo'n huwelijk helemaal niet mogelijk is, en waarbij degene, die van zichzelf wel weet dat hij niet deugt voor een huwelijk, als bedrieger ter verantwoording geroepen en tot schadevergoeding veroordeeld kan worden. Maar wat hier gezegd is van de vrouw, geldt ook als de man niet volledig man is. Als de vrouw hem verlaat en met een ander trouwt begaat zij geen echtbreuk.

 

Bij mannen kunnen er echter ook zijn die zichzelf gecastreerd hebben terwille van het Rijk van God, of die al in hun jeugd om de een of andere wereldse reden zijn gecastreerd, terwijl er ook zijn die zo geboren worden. Al die mannen zijn geheel ongeschikt voor het huwelijk en hun ongeschiktheid bepaalt van tevoren reeds dat een eventueel huwelijk verbroken mag worden.

 

Ook kan één van de beide partijen een zodanig lichamelijk gebrek hebben, dat de andere partij daarmee onmogelijk kan leven. Zo'n huwelijk kan ook ontbonden worden -maar alleen als de ene partij vóór het huwelijk niets heeft kunnen merken van het gebrek. Als hij of zij ondanks voorkennis toch het huwelijk is aangegaan, is het huwelijk geldig en kan niet worden ontbonden! Zulke gebreken, die een ontbinding van een reeds gesloten huwelijk mogelijk maken, zijn bijvoorbeeld: verborgen bezeten­heid van de ene of de andere partij, periodieke waanzin, een verborgen kwaadaardige huidziekte, kankergezwellen, het hebben van luizen, een ongeneeslijke longtering, vallende ziekte, het geheel niet functioneren van minstens twee zintuigen, het lijden aan jicht en een verpestende stank van het lichaam of de adem.

 

Als de gezonde partij er vóór het huwelijk niets van wist dat de andere partij een van de bovengenoemde gebreken had, kan hij meteen na het voltrekken van het huwelijk weer de algehele ontbinding eisen en die moet worden verleend! Want in deze gevallen is de gezonde partij bedrogen, en het bedrog ontbindt iedere overeenkomst en dus ook het huwelijk.

Als zulke echtgenoten zich in onderling overleg niet willen laten scheiden, is het huwelijk als geldig te beschouwen en later kan het behalve van tafel en bed niet meer worden ontbonden, want dan geldt jullie gezegde: Volenti non fit iniuria (Gewild recht is geen onrecht)!

Behalve deze gevallen zijn er haast geen andere die als reden voor een geldige echtscheiding geaccepteerd kunnen worden.

 

In alle andere onaangename gevallen moeten de echtelieden tot de dood geduld met elkaar hebben, want als de jonge echtgenoten de honing van het huwelijk smaakte, dan moeten zij de gal van het huwelijk ook leren accepteren.

De honing van het huwelijk is toch al het slechtste deel ervan, want pas bij het bittere deel van het huwelijk begint de gouden levensernst. Die moet echter overal zijn intrede doen, want kwam die niet, dan zou het slecht gaan met het zaad voor de hemelen.

Vaak begint pas tijdens bittere levensernst het zaad tot leven te komen en zich te ontwikkelen, terwijl dit tijdens een doorlopend honingleven net zo verstikt zou zijn als een vlieg, die zich gretig in de honingpot stort en door de te grote zoetheid van de honing het leven Iaat. -Is alles je nu duidelijk?"

 

Nog meer raadgevingen voor echtparen en rechters

CYRENIUS zegt: "Ja, Heer en Meester van boven! Iets is er echter nog wat ik zou willen weten, en dan is het huwelijk uitputtend behandeld.

Stel dat een man die geheel volgens de regels leeft, een vrouw heeft met een zeer zinnelijke natuur -zoals er zulke nooit tevreden te stellen vrouwen jammer genoeg veel zijn. Die zinnelijke vrouw verlangt dagelijks van haar man zelfs meerdere malen bevrediging en kalmering van haar lichamelijke behoeften. De man zegt weliswaar tegen de vrouw: ' Je bent in verwachting en hebt nu gedurende de tijd die God daarvoor bestemd heeft, rust nodig, opdat je je in je gezegende toestand geen kwaad en onnodig lijden op de hals haalt door de nutteloze bevrediging van je lichaam.'

 

Maar de zinnelijke vrouw wil niets horen en weten van deze goede raad en verlangt onstuimig van haar man dat hij haar wens inwilligt. Als de man doet wat zijn vrouw wil, begaat hij duidelijk ontucht met haar en zondigt hij volgens uw woord tegen de goddelijke orde. Wijst hij haar echter af, dan zondigt hij tegen de wil van zijn vrouwen noodzaakt haar tot allerlei onnatuurlijke bevrediging en of tot overspel en hoererij met andere mannen.

 

Anderzijds zijn er echter ook zulke geile bokken van mannen die hun arme, fatsoenlijke vrouwen vaak zelfs een paar uur voor de bevalling nog niet met rust laten. Daarover wordt vaak luid geklaagd, maar hoe moet een wijze rechter nu een uitspraak doen die rechtsgeldig en zowel voor God als voor ieder weldenkend mens aanvaardbaar is?

Als de nette man of de fatsoenlijke vrouw terwille van de goede orde en het Rijk van God echtscheiding aanvraagt, moet die dan gegeven worden of niet?"

 

IK zeg: "Ja, in dat geval kan na een verzoek van de ene of de andere partij een echtscheiding worden uitgesproken. Echter geen volledige, maar toch méér dan alleen van tafel en bed, namelijk ook van de wederzijdse verzorgingsplicht en van het erfrecht. Deze twee zaken houden bij een geringere scheidingsreden pas op als de ene partij langer dan drie jaar zonder deugdelijke reden geheel bij de slechts van tafel en bed gescheiden andere partij is weggebleven en zich niet meer om de achtergelaten partij heeft bekommerd, maar alleen eigen plezier heeft gezocht.

 

Bij de scheiding, die moet volgen op aanvraag van de goede partij in het door jou genoemde geval, vervalt ook meteen iedere andere op wat voor gronden dan ook gebaseerde aanspraak op recht.

Maar er moet streng op worden toegezien dat de scheiding pas dan wordt gegeven, als de goede partij daar om vraagt en de slechte partij daarin toestemt. Als de laatste niet toestemt, maar beterschap belooft, moet ook aan de goede partij geen scheiding worden toegestaan, maar men moet het slechts ambtelijk aantekenen en de klager tot geduld manen.

Als echtgenoten die zó gescheiden zijn, weer eendrachtig samen willen leven, behoeven zij niet opnieuw te trouwen, maar treedt op verlangen van beide partijen de oude verbintenis weer volledig in werking en een mogelijk nogmaals gevraagde scheiding kan hen niet meer scheiden, behalve in noodgevallen van tafel en bed.

 

Als een man echter een vrouw heeft die veel van hem verlangt en hij geeft haar zonder hartstocht, als hij daartoe in staat is, datgene, wat zij wil, dan begaat hij daar niet zo'n grote zonde mee tegen de orde van God, want de natuur van zo'n vrouw lijkt op een droge bodem, die de tuinman in de hete zomer vaker begieten moet als hij zijn planten wil behouden. Als dan de vochtige herfst komt, is de bodem vochtig genoeg. Daarbij moet deze man zijn vrouw ijverig geestelijk bewerken en vormen, en dat zal hem goede vruchten opleveren. Geduld is echter altijd beter dan het beste recht.

 

Een fatsoenlijke vrouw heeft vanwege de grote geilheid van haar man méér recht om scheiding te eisen, dan een man vanwege de grote geilheid van zijn vrouw. Want een eenmaal gezegende vrouw heeft rust nodig gedurende de tijd die God de natuur van de vrouw heeft voor­geschreven. Voor de man is geen tijd voorgeschreven en hij heeft dus minder rust nodig voor zijn natuur dan de gezegende vrouw. Daarom moet men in een rechtszaak eerder naar een gezegende vrouw luisteren dan naar een koele man.

 

Ook moet er bij een man rekening worden gehouden met het leven dat hij vóór het huwelijk heeft geleid, of soms een losbandige jeugd hem door veel zondigen koel en onbekwaam heeft gemaakt. Bij een erg veeleisende vrouw doet die vraag echter vrijwel niet terzake. Want als zij reeds als jonge vrouw zich vanwege het geld aan een ontuchtig leven zou hebben overgegeven, zou haar natuur daardoor erg zijn afgestompt, en als ze dan later nog de eerzame vrouw van de een of andere man wordt, zullen haar lusten erg zijn bekoeld. Maar als een vrouw in haar jeugd heel ingetogen haar hete bloed in toom heeft moeten houden ligt de eventueel strafbare reden niet in de tijd van haar ongehuwde jon­ge vrouwenstaat, maar alleen in de natuur van de vrouw, waar in dat geval het gerecht nauwelijks iets mee te maken heeft.

Tegen het geweld van de natuur is iedere nóg zo wijze rechterlijke uitspraak een loos gebaar. Daarom zouden bij een ontvlambare vrouw ook passende middelen van natuurlijke oorsprong toegepast moeten worden en tevens passende lessen voor het hart van de vrouw, en dan zal het wel beter met haar gaan. -Kijk, zo moet in dit geval gehandeld worden. Heb je soms nog bedenkingen, zeg het dan!"

 

Onderzoek van toekomstige echtparen

CYRENIUS zegt: "U heeft zojuist iets over natuurlijke middelen gezegd, waaruit zouden die kunnen bestaan?"

IK zeg: "Door op een natuurlijke wijze matig te zijn! Een tempe­ramentvol mens verbruikt altijd meer energie dan iemand die koel is. Daarom zijn warmbloedige mensen gulziger dan de koudbloedige en hun zin in veel en lekker eten en drinken groeit steeds.

Als zulke mensen matig worden, of op rantsoen gesteld, waarbij men hun vriendelijk uitlegt waarom men dat voor hen doet en matigheid en schraler eten aanbeveelt, zal het bloed weldra rustiger gaan stromen en de zinnelijke drift zal veel aan kracht beginnen in te boeten, zonder enig nadeel voor de algemene gezondheid van het lichaam en de ziel.

 

Als echter bij een zeer veeleisende vrouw, ook door langere handhaving van de gouden matigheid de natuur nog geen merkbare keer heeft genomen, moet zij bij afnemende maan 's avonds het aftreksel van gekookte sennabladeren met wat aloësap innemen, ongeveer vier eetlepels vol. Niet iedere dag, maar alleen iedere derde of vierde dag, en dan zal het er met de verhitte natuur van de vrouw wel beter uit gaan zien.

 

Pas als dit alles, aangevuld met goede lessen, weinig of niets oplevert, kan op aanvraag van de man de vroeger voor dit geval besproken echtscheiding van tafel en bed begonnen worden.

In ieder geval moet de koele en door haar wellustige man geplaagde vrouw tien keer eerder aangehoord worden - vooral als zij zich reeds in gezegende omstandigheden bevindt - dan een door zijn wellustige vrouw geplaagde man. Want een koele man heeft behalve de middelen der moraal nog een aantal natuurlijke tuchtmiddelen waarmee hij de opwinding van zijn vrouw heel heilzaam kan afkoelen, en de warmbloedige vrouw zal er geen schade van ondervinden als de man, gedreven door zijn geheim­gehouden goede wil, haar zo nu en dan eens ernstig onderhoudt. Dat moet echter nooit zijn oorsprong vinden in een onderdrukte woede of toorn, maar altijd in ware naastenliefde, omdat het anders niet alleen geen nut heeft, maar alleen zou schaden.

 

Dit is nu de kern van alle dingen wat betreft het huwelijk en alle mogelijke zonden, en overal ter wereld moet men zich daarnaar richten.

De staat moet zelfs een wettelijk voorschrift maken dat de eenmaal gesloten huwelijken moreel zo goed mogelijk gehouden moeten worden, en dat mensen die op een of andere wijze lichamelijke of geestelijke gebreken hebben, niet tot het huwelijk toegelaten dienen te worden, want uit zulke huwelijken kan nooit een volkomen gezegende vrucht voort­komen.

 

Maar ook bij mensen zonder gebreken moet onderzocht worden of de jonge bruidegom en de jonge bruid voor elkaar geschikt.zijn.

Als een gevolmachtigde, wijze onderzoeker zaken vindt die moeilijkheden kunnen opleveren, moet hij wachten met de toestemming voor het huwelijk en het toekomstige echtpaar heel duidelijk op de kwade gevolgen wijzen, en hun vertellen dat de geldige toestemming tot .het huwelijk niet gegeven kan worden zolang de genoemde zaken voort blijven bestaan.

 

Ook moet zo'n door de staat gevolmachtigde huwelijkssluiter de trouwlustigen de ernst en het hemelse, hoge doel van het gesloten huwelijk goed duidelijk maken.

De gevolmachtigde moet dan pas toestemming geven voor de huwelijksvoltrekking, als blijkt dat de trouwlustigen steeds serieuzer werken aan de oplossing van hun problemen, en alleen maar willen trouwen uit werkelijke liefde voor elkaar. Als teken van de onverbreekbare echtverbintenis moet hij de belofte van trouw in een boek opschrijven, met daarbij het jaar en de dag van de echtvereniging en hij moet steeds op de hoogte blijven van de latere huwelijksomstandigheden - hoe die zich ontwikkelen, goed of slecht.

 

Daarom moeten deze wijze gevolmachtigden voor het sluiten van huwelijken geen vreemde, in een gemeente binnen gekomen, maar altijd uit de plaats afkomstige mensen zijn, die de mensen, jong en oud, bijna zo goed als zichzelf kennen. Dan worden daardoor .zeker de vele slechte huwelijken verhinderd, en er zal dan veel zegen zijn in zo’n gereinigde gemeente.

Het zou daarom goed zijn als er in iedere grotere gemeente een rechterlijke macht voor huwelijkszaken zou komen, die steeds over alle huwelijkszaken zou waken. Natuurlijk zou deze rechtsmacht van zeer onbesproken gedrag moeten zijn, en aan het hoofd daarvan zou overal een man moeten staan zoals Mathaël.

 

Deze man zou er voor alles bij huwelijken op toe moeten zien, dat een jonge man nooit onder de vierentwintig jaar en een jonge vrouw nooit onder de twintig jaar een geldig huwelijk sluit. Want deze leeftijd hebben zij minstens nodig om voldoende gerijpt te zijn voor een. goed en ook geestelijk duurzaam huwelijk. Want te jonge echtelieden richten elkaar door wederzijds zinnelijk genot te gronde, ergeren zich al gauw aan elkaar en zo ontstaan de huwelijksmoeilijkheden.

 

Daarom moet voortaan al het ware geluk in het huwelijk afhangen van de genoemde huwelijksopperrechter. In de gemeente waar een zeer wijze opperrechter zijn belangrijke ambt zal uitoefenen, zal het er ook weldra het meest gezegend uit zien.

Zo'n opperrechter zal dan ook de opvoeding en de juiste tucht.van de kinderen in de hem toevertrouwde gemeente met oog en hart begeleiden en hij zal alle narigheid met de geëigende middelen weten te voorkomen. De weerspannigen zal hij tuchtigen en de ijverigen zal hij prijzen voor al het goede en ware en hij zal ze belonen door hen te wijzen op de zegen van hun huishouden.

 

Maar hij moet niet, zoals het hier en daar al gebeurde, bepaalde premies uitloven, want zulke uiterlijke motieven deugen niet voor de geestelijke ontwikkeling van een gemeente. Dan zullen de leden der gemeente alleen vanwege de premie met elkaar wedijveren in het goede en niet uitsluitend terwille van het goede, dat het enige moet zijn wat telt.

Afgezien van het feit dat zulke huwelijken op die wijze zuiverder in de orde van God worden gehouden en zich altijd zullen kunnen verblijden in hun zegenrijke vruchten van boven, behoeft het nauwelijks nog vermeld te worden dat daaruit ook voor een nog zo grote staat en het gezalfde hoofd daarvan, grote zedelijke en natuurlijke voordelen moeten voortkomen, want als een staat goede onderdanen wil hebben, moet hun ontwikkeling reeds in de wieg beginnen. Als ouders goede kinderen willen hebben, moeten zij deze ook al in de wieg beginnen op te voeden, anders verwilderen zij en worden hun ouders tot last in plaats van tot troost en steun op hun oude dag.

Blijven de huwelijken echter goed, dan zullen uit die huwelijken ook goede kinderen voortkomen, en goede kinderen worden ook goede staatsburgers en die worden dan ook in hun hart geheel burgers van Gods rijk, en daarmee is dan aan alles voldaan wat de goddelijke orde ook maar ooit van de aardse mensen kan verlangen! -Is dit alles je nu klaar en duidelijk? (GJE3 66-72)

 

Tijdens de periode van  Julius Caesar organiseerde men feesten, die vooral gericht waren op het geven van geschenken aan rechtschapen, zedelijk reine maagden, om ze daardoor aan te sporen op deze weg verder te gaan. Ook werden in deze tijd de huwelijken gesloten, waarbij slechts rein bevonden maagden als vrouw genomen konden worden. Een jonge vrouw, die haar maagdelijkheid niet goed bewaard had, werd van het huwelijk uitgesloten en kon in het gunstigste geval slechts een concubine worden van een man, die al één of meer wettige vrouwen had, -anders bleef er voor haar slechts de verachte en nederige slavenstand over. (GJE 3-104)

 

Ten aanzien van een bezorgde vader omtrent het huwelijk van zijn dochter:

“Hoe moeilijk is het voor een meelevend vader om voor zijn enige, lieve dochter een man te kiezen waarvan men met enige zekerheid vooruit zou kunnen beweren dat hij voor zijn dochter helemaal deugt en dat zij met hem gelukkig zal zijn! Hoe vaak hebben ouders in de huwelijks­tempels geofferd voor het welzijn van hun gehuwde dochters en gedacht dat zij daardoor een gelukkig huwelijk zouden verkrijgen, echter maar al te vaak waren alle offers voor niets! De huwelijken werden toch ongelukkig en de getrouwde dochter werd maar al te gauw een echte slavin in plaats van een vriendin en trouwe metgezellin van haar man.  Maar hier gebeurt wat ik van de ouden heb gehoord, namelijk dat de echte huwelijken door de goden in de hemelen gesloten worden. Het spreekt wel vanzelf dat het onjuiste begrip 'goden' helemaal weggelaten moet worden, want als men eenmaal de ene en alleen ware God heeft gevonden, bestaan de gefantaseerde goden niet meer .

 

Dit huwelijk is dus hier door U, o Heer, Zelf bepaald en bevestigd en ik kan nu met een gerust hart verwachten dat het ook Uw zegen, o Heer, niet zal ontberen, hoewel die natuurlijk door het juiste opvolgen van Uw heilige wil moet worden verdiend, omdat hij anders niet zou worden gegeven. (GJE 3-119)

 

Wat is onkuisheid?

Jurah vraagt de Heer iets over onkuisheid te vertellen, ook mede in verband met de wetten van Mozes: “Ik wil bijvoorbeeld slechts dat gebod van Mozes noemen, waarmee hij de onkuisheid als zonde verbiedt. Wat is nu eigenlijk precies onkuisheid? Bestaat die alleen daarin, dat men met een ongewassen lichaam gemeen­schap heeft met een vrouwelijk wezen en zich na de bijslaap wéér niet wast? Of verstaat men daaronder de geilheid van de begeerte, en de gemeenschap met een vrouwspersoon, een maagd, een hoer, een concubine of een jonge weduwe? Valt de blinde ontucht onder deze rubriek, of soms de stomme, sodomitische zonde, of misschien wel een verhouding met een heel begeerlijke vrouw van een andere man? Moet men, om geheel kuis te zijn, deze sterkste van alle natuurdriften helemaal onderdrukken? Maar als dat zo is, dan is het echtelijke bed toch zeker ook niets anders dan een plaats voor een, als zedelijk geldend, bedrijven van onkuisheid. Want wie staat er voor in dat de man niet vaker met zijn aantrekkelijke vrouw gemeenschap heeft dan alleen maar voor het verwekken van een vrucht?!

 

Ik heb mensen gezien en gekend die men ware gouden mensen zou kunnen noemen voor wat betreft goedheid, liefdadigheid, geduld, zacht­moedigheid en barmhartigheid, maar op het noodlottige punt van kuisheid waren en bleven zij zwak. Zij deden weliswaar veel om ook op dat punt sterk te worden, maar hun natuur liet zich niet dwingen, zelfs niet toen de natuurlijke, algehele impotentie hun deel werd. Een maagd met weelderige vormen maakte nog altijd dezelfde wellustige indruk op hen.  Ook heb ik mensen gezien en gekend die bij de grootste vrouwelijke schoonheid zo koud bleven als een brok steen, echte voorbeelden van kuisheid, maar voor de rest waren ze ook in alles ongevoelig! Niets ontroerde hen! Nood en ellende van de armen waren voor hen belachelijke zaken, tranen van lijdenden een truc om medelijden op te wekken. Een vrouw vonden ze een verachtelijk en gemakkelijk te missen onding, dat in de wereld geen ander doel had dan akker te zijn voor het zaaien van een soort graan. Het huwelijk vonden zij een van de belachelijkste instellingen van de menselijke maatschappij. Volgens hun mening moest men alle gezonde vrouwen in een groot gebouw opsluiten en hen daar door sterke en vruchtbare mannen laten bevruchten, dan zouden daar louter mooie, gezonde en sterke mensen uit voortkomen. De lelijke en zwakke vrouwen moest men echter uitroeien, of hen net als het vee voor het nederigste werk gebruiken en zo lang laten werken tot ze crepeerden! Dat zijn dingen die ik heb meegemaakt!

 

Nu vraag ik, of de op het punt van kuisheid zwakke mens niet in ieders ogen veel vóór heeft op de ijskoude kuisheidsheld! Wat mij betreft wel! Hoe u, verheven Heer en Meester, daar over denkt, weet ik niet en dat kan ik ook niet weten. Om daarom ook op dit door Mozes verboden punt duidelijkheid te scheppen, teneinde niet steeds in de fnuikende angst te leven iedere keer dat ik zó geslachtelijke gemeenschap heb voor God gezondigd te hebben, en als de geslachtsdaad hoe dan ook altijd een zonde is, zult U, o Heer en Meester, ook wel een geneesmiddel daarvoor kennen, waardoor men de begeerte en de drang als een verkoudheid kan verdrijven! Want er is niets ellendigers voor een eerlijk mens dan steeds maar van een bepaalde kant geprikkeld te worden om te zondigen. De natuur dwingt het lichaam daartoe steeds maar door met onweerstaanbare kracht en, valt men als een van nature zwaar lichaam door de vrije lucht, dan heeft men echter ook meteen een doodzonde begaan! Dat is dan toch wel een beetje te erg, vooral voor een mens, die, god zij geprezen, nog steeds zo goed mogelijk hoofd en hart op de juiste plaats had. Dus daarover, Heer en Meester, zou ik van U ook graag een duidelijke uitleg willen krijgen! Want dat lijkt mij in ieder geval een van de neteligste punten te zijn!"

 

De zonde tegen de kuisheid

IK zeg: "Als het leven van een mens geen onbeduidende grap is maar heilige ernst, dan kan ook de daad waardoor het ontstaat beslist geen beuzelarij maar ook alleen maar zeer heilige ernst zijn. Begrijp het motief goed, dan zal je vervolgens al gauw alles vanzelf duidelijk worden!

 

De aangename gevoelens bij de geslachtsdaad moeten op zichzelf niet de reden tot de daad zijn. De reden mag alleen zijn dat een mens verwekt zal worden!

Als je dat begrijpt, zul je weldra ontdekken dat de aangename gevoelens' slechts begeleidende verschijnselen zijn, waardoor het werk van de mens­wording op lichamelijke wijze wordt mogelijk gemaakt. Als het hoofd­motief je aanspoort, ga dan en doe het en dan zondig je niet! Maar daarbij moeten toch nog veel regels in acht genomen worden.

 

Deze daad mag niet buiten de sfeer van de ware naastenliefde plaats vinden. Een hoofdregel voor de ware naastenliefde luidt echter: 'Doe uw naasten datgene, wat u zelf wenst dat uw naasten u zullen doen!'

Wel, stel dat je een opbloeiende dochter hebt die een zegen is voor je vaderhart. Je zult om niets zo bezorgd zijn als om een echt, zegen­ brengend geluk voor je innig geliefde dochter. Daarbij is je dochter wel rijp en dus in staat een kind bij zich te laten verwekken. Hoe zou het jou dan te moede zijn als er een overigens geheel gezonde man kwam, die de drang voelde om bij een maagd een mens te verwekken en bij jouw dochter met geweld een vrucht verwekte?!

 

Kijk, dat zou je met een verschrikkelijke wraakzucht tegen een dergelijke boosdoener vervullen en je zou hem niet zonder de ergst denkbare tuchtiging laten gaan!

En toch zou deze man geen zonde tegen de kuisheid begaan hebben, want hij voelde serieus de drang om zijn zaad niet buiten een goed vat te verstrooien waardoor een weg tot menswording zou worden afgesneden. Maar anderzijds is de handeling toch zondig, omdat daardoor de ware naastenliefde erg veel geweld werd aangedaan!

 

Stel dat jij zelf in de vreemde serieus behoefte had aan de geslachtsdaad. In het veld trof je een vrouw aan en voor geld en goede woorden haalde je haar over je terwille te zijn en de vrouw willigde dat in. Dan zou je daardoor geen zonde begaan hebben tegen de kuisheid en je zou ook geen echtbreuk begaan hebben als die persoon tevens wettig met een man was getrouwd. Maar bedenk eens, in wat voor grote en mistroostige verlegenheid en vervolging de vrouw komt als de eigen man tegen haar zal zeggen: 'Vrouw, zeg mij wie je bevrucht heeft, want ik heb je sinds die en die tijd niet aangeraakt!', -kijk, dat je daardoor de huiselijke vrede tussen een echtpaar hebt verstoord, is een grote zonde tegen de naastenliefde! Want je zou jouw serieuze drang, als het geen behoefte is van de wellust, best nog tot een betere gelegenheid hebben kunnen uitstellen!

 

Hieruit zie je, dat een man bij handelingen, die overigens niet tegen de juiste en ware kuisheid ingaan, ook op alle andere menselijke neven­omstandigheden moet letten, wil hij niet tegen de een of andere wet zondigen.

Maar een man kan met zijn vrouw net zo goed onkuisheid bedrijven als met een hoer en nog erger. Want bij een hoer is niets meer te bederven omdat daar toch al alles bedorven is, maar een vrouw kan overprikkeld raken en daardoor terechtkomen in een hartstochtelijke begeerte, waardoor zij dan een veel aanstotelijker hoer kan worden dan een ongehuwde.

Wie echter geslachtsgemeenschap heeft met een ongehuwde, zondigt tegen de kuisheid, omdat zijn handeling alleen de bevrediging van pure wellust en niet het verwekken van een mens ten doel had en ook niet kon hebben, want puur verstandelijk moet hij al beseffen dat men op de landwegen geen tarwe zaait.

 

Naast de zonde tegen de gewone kuisheid begaat degene die met een hoer gemeenschap heeft, echter ook nog een zonde tegen het mens­zijn van zichzelf en van de hoer, omdat hij door die handeling zijn aard gemakkelijk grote schade toebrengt en de blinde hoer nog meer verhardt in haar geheime bezetenheid en haar daardoor ongeneeslijker maakt, hetgeen weer een zonde is tegen de naastenliéfde.

Wie echter gemeenschap heeft met een tot hoer gemaakte vrouw, zondigt op gelijke wijze twee­ en viervoudig wanneer hij zelf getrouwd is, omdat hij daardoor echtbreuk begaat.

 

Ik geloof nu, omdat je een man bent met zuivere gedachten, dat dit weinige voldoende zal zijn, te meer omdat een mens zoals jij zonder meer weet wat behoorlijk is voor een in alle opzichten fatsoenlijk man!"

JURAH zegt: "Ja, Heer en Meester, nu is alles me duidelijk en ik weet nu ook waartoe de vele ontaardingen van de kuisheid moeten leiden! Ja, nu is alles mij duidelijk! In alles bevindt zich maar één voor God geldige waarheid, welke thuis hoort in de eeuwige orde, - alles daaronder, daarboven en daarnaast is slecht!" IK zeg: "Ja, zo is het en zo zal het ook eeuwig blijven.  (GJE 3-214-215)

 

Onvruchtbaarheid

Zinka gaat in op de vraag van Cyrenius en zegt:

“Bovendien ken je de wil van de almachtige God van Abraham, Izaak en Jacob en je kent Zijn orde, waarin Hij vanaf het eerste begin van alle schepselen slechts één vrouw aan een man heeft gegeven. Vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid van een vrouw die eenmaal met een man in het huwelijk is verbonden, verschaft je geen reden voor het nemen van een bijwijf, want als je geduldig wacht, is het toch vrij eenvoudig voor God in de schoot van je vrouw nog op hoge leeftijd een levende vrucht voor je te verwekken! Lees de geschiedenis van de aartsvaders, dan zul je ontdekken dat hun geduld en hun overgave hun op hoge leeftijd nog de rijkste zegen heeft gebracht! Laat Herodias dus met rust en haal geen scheidsbrief bij de tempel, want God heeft nooit een scheidsbrief ingesteld! Dat heeft Mozes op eigen initiatief als mens gedaan vanwege de veelvuldige hardheid van de mensenharten. Daar heeft hij echter niet veel goeds mee verricht en in de ogen van God de Heer was dat geen goed voorschrift, daar kun je van verzekerd zijn! Houd je daarom alleen aan je vrouwen Iaat Herodias niet bij je komen! Geef Zinka (mij dus) de volmacht, en hij zal het wel in orde weten te brengen dat die adder niet meer bij je in huis komt! Als je deze raad zult opvolgen, zul je Gods vriendschap behouden, maar indien niet, dan zul je te gronde gericht worden en een vijand worden van Jehova! (GJE 4-13)

 

De gevolgen van de onkuisheid

(DE HEER:) "Maar wat betreft ingetogenheid van lichaam en van leven en ware maagdelijke kuisheid, is er op aarde geen volk dat deze deugd meer in ere houdt dan juist deze zwarten, en waaraan de zonde van de hoererij, de ontucht en de onkuisheid minder eigen is dan juist ook deze Moren.

 

Ook dat is echter iets van het grootste levensbelang, want als de blanken deze zonde zouden mijden en alleen maar geslachtelijke gemeenschap zouden hebben wanneer dat nodig is voor het verwekken van een vrucht in het lichaam van een deugdzame vrouw, dan zeg Ik jullie: Er zou er niet één onder jullie zijn, die niet op z'n minst helderziende zou zijn! Maar nu, bij jullie huidige zeden, verkwist zowel de man als de vrouw de beste krachten door vaak dagelijks de alleredelste en de meest aan de ziel verwante levenssappen te verspillen, waardoor zij nooit een voorraad hebben waaruit tenslotte een steeds intensiever licht in hun ziel zou kunnen ontstaan!

 

Daarom worden zij echter geleidelijk aan steeds tragere en op poliepen lijkende, genotzuchtige wezens. Zelden zijn zij in staat tot een heldere gedachte en zij zijn vreesachtig, laf, zeer materieel, humeurig, wispelturig, zelfzuchtig, jaloers en afgunstig. Zij kunnen moeilijk of helemaal nooit iets geestelijks begrijpen, want hun fantasie zwerft steeds binnen de aantrekkingskracht van het stinkende vlees rond en wil zich nooit verheffen tot iets hogers en geestelijkers. En ook al zijn daar zo nu en dan ook mensen onder die tenminste op momenten dat zij geen begeerte naar het vlees hebben een vluchtige blik naar boven richten, dan komen er toch méteen, als zwarte wolken aan de hemel, zinnelijke gedachten en deze bedekken het hogere zodanig, dat de ziel het volkomen vergeet en zich meteen weer in de stinkende poel van de lichamelijke lust stort!

 

Bij zulke mensen baten de goede voornemens, die zij niet zelden hebben, weinig of niets. Zij lijken meestal op varkens, die zich met steeds vernieuwde begeerte in de afschuwelijkste modderpoelen storten en daarin met het hele lichaam rond woelen, en op honden, die naar dat, wat zij uitgespuwd hebben, terugkeren en het begerig weer opvreten.

Laat het jullie daarom naar waarheid gezegd zijn, dat hoereerders en hoeren, echtbrekers en echtbreeksters, en ontuchtigen van allerlei soort en van ieder geslacht, moeilijk of ook helemaal nooit de toegang tot Mijn Godsrijk zullen vinden!

 

Als je dat nu in je hart wat te overdreven vindt, probeer dan eens zo'n zinnelijk mens te veranderen! Begin met hem op de geboden van God opmerk­zaam te maken en zeg tegen hem: 'Vrede zij met je, het rijk van God is dichtbij je gekomen! Houd op met je zondige leven, heb God lief boven alles en je naaste als jezelf! Zoek de waarheid, zoek het rijk van God in de diepte van je hart! Laat de wereld en haar ijdele materie varen en probeer het leven van de geest in je te wekken! Bid, zoek en handel binnen de orde van God!" -en je zult deze woorden tot volledig dove oren gericht hebben! Hij zal je uitlachen, je de rug toekeren en tegen je zeggen: 'Verdwijn, vrome dwaas, maak me niet kwaad met je domheid, anders noodzaak je mij je in je gezicht te slaan! ,

 

Zeg Mij, wat zou je dan nog verder tegen zo'n lichamelijke woesteling beginnen, vooropgesteld dat je daartoe niet door de overheid gemachtigd bent? ! Als je hem voor de tweede maal vermaant, staat je een nog ergere grofheid te wachten dan de eerste! Wat dan? ­

Verricht een wonder in zijn bijzijn! Zal hem dat misschien ogen en oren openen? O kijk, dat zal hij voor een goocheltruc aanzien en hij zal tegen je zeggen: 'Laat nog eens meer van die vermakelijke kunsten zien! ' -maar het mag hem niet schaden, anders vergrijpt hij zich aanjou en vecht met je op leven en dood; en als je zijn ledematen zou verlammen, zou hij je de ontzettendste vloeken naar het hoofd slingeren!

Daarom is een hoereerder niet alleen een zinnelijke zondebok, maar, als hij geprikkeld is, ook een heel slecht mens; hij zit vol wild vuur en is blind en doof voor al het goede en ware van de geest. Een rover zul je veel eerder bekeren dan een echte hoereerder en echtbreker." (GJE 4-230)

 

Uitzonderingsgevallen met betrekking tot huwelijkszaken

Ev. Matth.19, 10-12

MIJN LEERLINGEN kwamen daarentegen naar Mij toe en zeiden: "Heer, als het er wat betreft de zaak tussen een man en een vrouw zo voorstaat, dan is het werkelijk niet goed om te huwen! (Matth. 19, 10) Want soms zijn vrouwen immers ware hellevegen tegenover hun man, en daarom denken wij dat het wat Uw orde betreft toch niet zo heel erg onpassend zou zijn om zich van zo'n vrouw te laten scheiden en vanwege het huishouden naar de hand te dingen van een andere vrouw. Want krijgt een man een slechte, ontuchtige vrouw, dan is er in zo'n huis toch altijd ruzie en twist en vallen er veel boze woorden, wat in het huis zelf en bij de buren altijd ergernis moet opwekken. Maar als zo'n man zich van zo'n vrouw laat scheiden, zal er spoedig volledige rust in zo'n huis heersen. En in dit geval zijn wij toch wel van mening, dat de scheidbrief van Mozes voor ieder menselijk gezond verstand volledig gerechtvaardigd is."

 

Hierop zei IK tegen de enigszins verlegen leerlingen: 'Niet allen vatten dit woord (dat voor de Farizeeën gesproken werd), maar alleen diegenen aan wie het gegeven is om het te begrijpen (Matth. 19,11), en tot nog toe hebben jullie het ook niet begrepen, ofschoon het jullie gegeven is het te vatten; maar desondanks moeten jullie het begrijpen en dat zullen jullie ook!

 

Ten eerste verwijs Ik jullie naar hetgeen Ik je over dit onderwerp reeds meerdere malen gezegd heb, en dat op uitputtende wijze.

Ten tweede spreekt het vanzelf dat Ik jullie door Mozes nooit een scheidbrief gegeven zou hebben als Ik hiervan niet in sommige gevallen, die wel met redenen te omkleden zijn, de noodzaak had ingezien. Maar weten jullie dan niet wat voor een verderfelijk misbruik de Farizeeën in deze tijd en ook reeds lang daarvoor met echtscheidingen begaan?! Zijzelf stichten heimelijk allerlei onvrede in een overigens goed huwelijk en brengen het tenslotte zover, dat de echtelieden zich moeten laten scheiden. Wel, de echtscheiding wordt door de priesters voltrokken en kost veel geld, en dat is precies de reden waarom er in deze tijd zoveel echtschei­dingen voorkomen en waarom Ik in dit opzicht de Farizeeën Gods oerwetten voor ogen heb gehouden. Mijn macht kennen ze en daarom zijn ze ook met heimelijke boosheid verdwenen.

En ten derde zeg Ik jullie nog iets, en luister daar goed naar en teken het zelfs op! Zie, er zijn onder de mensen van beiderlei kunne sommigen die reeds vanaf de moederschoot onvruchtbaar zijn, anderen, maar alleen mannen, die door mensen om wat voor reden dan ook ontmand zijn, en tenslotte zijn er mannen die zichzelf omwille van het hemelrijk ontmand hebben! Wie dat begrijpen kan, begrijpe het! (Matth. 19,12)

 

Kortom, deze zijn niet meer geschikt voor een huwelijk, en ieder met zulke ontmande mannen gesloten huwelijk is volledig ongeldig en kan zonder enig bezwaar geheel gescheiden worden, en degene die niet onvruchtbaar is gemaakt kan zonder echtbreuk te plegen opnieuw trou­wen. Maar is iemands vrouw onvruchtbaar, dan kan hij met de juiste instelling datgene doen wat de oude vaderen gedaan hebben om nazaat te verwek­ken en hij zal daarvoor niet voor het gerecht gedaagd worden. - Ik denk dat jullie het nu eindelijk begrepen zullen hebben"

 

PETRUS zei: 'Op één ding na wel; maar wanneer iemand een vrouw heeft die puur uit aangeboren geilheid ondanks alle vermaningen en liefdevolle terechtwijzingen toch steeds hoererij bedrijft en dus totaal onverbeterlijk is, moet men zich van zo'n vrouw dan ook niet laten scheiden? Of wat is dan volgens Uw wil juist om te doen?"

 

IK zei: 'Je kunt je van zo'n vrouw die duidelijk echtbreuk pleegt zonder meer laten scheiden, - maar zolang ze leeft mag je geen andere vrouw huwen! Want je kunt niet weten of je vrouw zich in de toekomst niet bekeert en vol berouw terugkeert naar je huis, zodat je dan een trouwe vrouw hebt die haar leven gebeterd heeft. Heb je echter in die tussentijd een andere vrouw gehuwd, en je vroegere vrouw die zich heeft gebeterd zou dan vol berouw bij je terugkomen, dan zou je haar vanwege je nieuwe vrouw niet meer kunnen aannemen, en zie, dat zou immers toch iets slechts zijn voor jou en nog slechter voor jouw nu beide vrouwen; want de eerste zou je geen barmhartigheid kunnen schenken en van de laatste zou je niet kunnen scheiden, en toch moet je zo barmhartig zijn als je Vader in de hemel barmhartig is. Maar als je de barmhartigheid niet kunt beoefenen, wat ben je dan en wat wil je dan doen om in Mijn orde te blijven? Heb je echter aandrang en veel natuur, kijk dan terug naar de oude vaderen; maar wees in je hart God trouwen hoed je voor geilheid, ontucht en hoererij!

Want zij die hoererij en echtbreuk plegen zullen Gods rijk niet binnengaan?" (GJE 5-256)

 

Uit Bisschop Martinus: “ Want een vrouw is als een vat, maar een geestelijk vat om het licht uit jullie harten op te nemen en te bewaren. Tegelijk echter is de vrouw een dienstmaagd in de levenskeuken van het hart en houdt het heilige levensvuur brandend in de haard, die ik in jullie harten heb gebouwd. En dus moeten jullie nu ook elk een vrouw nemen en helemaal één met haar zijn voor eeuwig. Martinus, Ik denk, dat jou dat niet onaangenaam zal zijn?' MARTINUS zegt, diep bewogen: 'O, Heer, U kent mijn natuur het beste! Wat U me zult geven, zal mij oneindig gelukkig maken. Chanchah of Gella, dat is mij om het even; of als dat mogelijk zou zijn, zo'n zonnedochtertje. O, dat zou het allermooiste zijn!' IK zeg: 'Dat ligt nu aan jou; je bent vrij en mag daarom ook vrij kiezen!'  MARTINUS zegt: 'O Heer, alleen Uw wil geschiede!' IK zeg: 'Nu, neem dan degene, die het dichtst bij je staat!' MARTINUS, die vol zaligheid meteen om zich heen kijkt, ziet reeds Marelisael, de eerste en mooiste van de drie zonnedochters, aan zijn zijde. Hij brengt haar naar Mij toe en vraagt: 'Heer, is dit de juiste?' IK zeg: 'Ja!' en zegen hem voor eeuwig, waarmee Martinus voleindigd is.

 

Vol gelukzaligheid kust hij zijn hemelse vrouw en beseft nu, dat daardoor zijn liefde zich voor eeuwig met de wijsheid heeft verbonden. Beide loven en prijzen Mij nu als uit één hart en uit één mond. Want zo ontstaat uit de gescheiden Adam pas in de hemel weer een volmaakt mens, doch in een afzonderlijk, persoonlijk zalig wezen. Na Martinus krijgt Borem Surahil, de tweede van de drie zonnedochters en Chorel Hanial, de derde van de drie - en beide zijn gelukkig en onmetelijk zalig! MARTINUS, die zich van geluk en zoete verrukking nauwelijks kan beheersen, zegt: 'O Heer, Gij beste, heiligste Vader. Hier zou ik nu ook wel, zoals eens Petrus op de berg Tabor willen uitroepen: 'Hier is het goed om te zijn!' Maar alleen Uw wil geschiede!'

IK zeg: 'Mijn lieve, nu voleindigde Martinus. Heb je op de aarde het oude spreekwoord nooit gehoord: 'Wie de liefde heeft, voert de bruid naar huis.' Zie, dat zal nu ook bij jou het geval zijn. En, omdat wij in dit grote huis nu alles op orde hebben gebracht, zullen wij weer naar huis terugkeren! Maar de weg die we zullen gaan, zal voortaan open blijven voor deze nieuwe kinderen van Mij op deze grote lichtaarde tot in jouw en Mijn huis! Doch allen die jij hebt opgenomen in jouw huis, blijven voor eeuwig van jou en van Mij. Want wat van Mij is dat is nu ook van jou en wat van jou is, dat is ook voor eeuwig van Mij.

Zo zul jij ook voor eeuwig de beschermengel van dit huis en zijn gemeente blijven in Mij, zoals Ik in jou. Maar niet alleen de gemeente van deze aarde, doch ook alle twaalf poorten van je huis zullen je in talloze andere aardegemeenten brengen, waar je pas zaligheden zonder maat en tal zult vinden!'

 

Volgens Swedenborrg zijn er in de Hemel geen huwelijken die alleen van het lichaam zijn. De enige huwelijken die in de hemel bestaan zijn die waarin een huwelijk van ziel en geest tot stand gekomen is, in hetwelk de echtgenoten inderdaad tot één vlees geworden zijn. Ook kan niemand in het leven na de dood trouwen als zijn gemoed niet verlangt naar en in staat is tot een geestelijke vereniging met een echtgenote daar. Het is zelfs letterlijk waar, indien iemand daar in zijn hart niet een binnenste verlangen heeft naar een vereniging van de geest in het huwelijk,  hij onwaardig zou zijn voor een huwelijk in het leven na de dood.

 

De dood van het licham zal het karakter van een mens niet plotseling veranderen. Indien zijn leven boos geweest is, een leven alleen van zelfliefde en liefde tot de wereld, zal het door de dood niet plotseling veranderen in een leven van liefde tot de Heer en tot de naaste, noch omgekeerd. Indien een mens in dit leven geen huwelijk van zijn geloof en zijn liefde heeft tot stand gebracht, zodat hij leeft wat hij gelooft, zal hij in zijn eigen liefde blijven. Dat innerlijk huwelijk of verbinding tussen het geloof van een mens en zijn liefde moet in deze wereld worden gesloten, want anders kan het niet na de dood worden gesloten. Dit is een geestelijk huwelijk, een verbinding van de mens met de Heer, die in dit leven moet worden begonnen.

 

Met betrekking tot het huwelijk van man en vrouw is iets eenders waar. Indien zij in dit leven niet verlangen en streven naar een vereniging van hun gemoed en geest, kunnen zij na de dood niet getrouwd zijn. Of, indien zij ongetrouwd zijn en niet  zo leven, dat zij waardig zijn tot een eeuwige verbinding met iemand, kunnen zij na de dood niet getrouwd zijn. Overweeg deze dingen en dan kan worden gezien dat het huwelijk en waarvoor zij bedoeld zijn, een eeuwig huwelijk is, een huwelijk van ziel, geest en gemoed. Zulk een huwelijk behoort ieder mens in zijn leven te beogen. Voor zulk een huwelijk behoren zij van hun jeugd af aan te worden opgevoed en voorbereid. Zo’n huwelijk is een kostbare parel van het leven en een bron van gezegendheid, geluk en verrukking e  voor eeuwih in het leven hiernamaals.

 

De tegenwoordige verwarring over het huwelijk in de kerk en samenleving in het algemeen maakt het gemoed van zowel jongeren als ouderen ontvankelijk voor ijdele zelfzuchtige en onedele ideeën over het huwelijk. Het maakt het gemoed betrekkelijk weerloos tegen de onzedelijkheid die het hoofd en het lichaam van de moderne samenleving uitholt.

Maar men beseft over het algemeen niet welke schade gedaan wordt aan de geest van de mensen en aan hun eeuwig geluk door zulke verkeerde ideeën. Het huwelijk dat de Heer leerde is voor hen die bereid zijn erna te streven om het te volbrengen, de edelste van alle menselijke relaties. Het is de bron van innigste gezegendheid des levens, zowel in dit leven als in het leven hiernamaals. De hemel zelf is daarin en de hemel wordt in gevaar gebracht bij hen die er zich niets van aantrekken of die het geweld aandoen.

 

In het boek Weg tot Wedergeboorte zegt de Heer,  dat wellust  de geestelijke ontwikkeling verhindert

Zie ook Gr.Ev.Joh. VII/41 (8 - 13) (De Heer tot Agrikola) “Een goed, met verstand, wijsheid en zelfverloochening gepaard gaand huwelijk verhindert de geestelijke wedergeboorte niet, maar de wellustigheid maakt haar onmogelijk. Vliedt deze daarom erger dan de pest! Wellustelingen van beiderlei geslacht, zij het ook dat zij na enige tijd geheel tot inkeer komen en door grote zelf­verloochening een geheel kuis leven beginnen te leiden en door zo'n echte boete ook de volledige vergeving van hun zonden verkrijgen, zullen toch de volledige geestelijke wedergeboorte moeilijk of niet bereiken, maar slechts ten dele; want de ziel van zo'n mens heeft genoeg te doen zich zo ver van haar vlees vrij te maken, dat zij de vermaningen van de Geest zoveel verneemt, als tot haar heil noodzake­lijk zijn. Zo'n mens kan weliswaar nog zeer goed en wijs worden en veel goeds doen; maar tot de wonderbaar machtige daadkracht zal hij moeilijk in alle volheid komen. Dat kan zo'n ziel pas in het hiernamaals verkrijgen.

 

Een dergelijke ziel lijkt op een mens, die jarenlang ziek was en tenslotte door een zeer goed geneesmiddel gezond is geworden. Zoals deze echter door gebrek aan inwendige ontwikkeling van spieren en zenuwen en de oefening daarvan niet gemakkelijk tot de volle lichaamskracht van een kerngezond mens kan komen, evenzo gaat het een lang ziek geweest zijnde ziel; ontbreekt van aanvang af de ware en zuivere liefde tot God, evenals het geloof en de wil, dan ontbreekt haar nog meer de oefening daarin, en de kracht van deze drie eigenschappen van het leven der ziel blijven bij een volledig gebeterde wellusteling toch steeds achter, hoewel in de hemel over de algehele bekering van een zondaar meer vreugde heerst, dan over negenen­negentig rechtvaardigen, die nooit boete hoefden te doen. Want wil de liefde, het geloof en de wil krachtdadig wor­den, dan moeten zij reeds vanaf de jeugd behoorlijk ge­vormd en dan goed geoefend worden. - Wie kinderen heeft, die dient ze reeds vanaf hun prille jeugd te oefenen in deze drie delen van de zuivere liefde tot God en even­eens van het geloof en de wil, en zij zullen dan met de over­winning van de wereld veel minder moeite hebben.”

 

“Wat jullie onder de zinnelijke geslachtsdaad verstaan, betekent hier de vereniging van het goede van de liefde en het ware van het geloof tot een liefdevolle ontplooiing. Dit alles verhoudt zich hier als oorzaak, werking en doel. Wie aldus wil werken, moet immers eerst het werkende principe dat daaraan ten grondslag ligt in zich opnemen en dat is hier hetgeen onder het opnemen van voedsel wordt verstaan...

Jullie hebben ook op aarde reeds een overeenkomstige daad die lijkt op de geslachtsdaad van de geesten. Wat gebeurt er eigenlijk als een levenskrachtige man een of andere vrouw zogenaamd magnetisch behandelt? Hier gebeurt niets anders dan dat de man met zijn krachtige geest de zwakkere geest van de vrouw binnendringt, deze daardoor opwekt en met zijn kracht ondersteunt, doordat hij zich met haar voor een bepaalde tijd magnetisch verbindt en gedeeltelijk fijnstoffelijk verenigt of anders gezegd met haar een `geestelijke echtverbintenis' aangaat. Wat is de uitwerking van deze verbintenis? Als jullie maar enigszins de veel­vuldige verschijnselen op dit gebied beschouwen dan kunnen jullie onmoge­lijk wat anders zeggen dan: de kracht van de zwakke vrouwelijke geest is door de daarmee verenigde kracht van de mannelijke geest zeer verhoogd en kan in zo'n toestand dingen tot stand brengen die een geïsoleerde geest in zijn natuurlijke toestand toch hoogst zelden en dan nog slechts heel moeizaam tot stand kan brengen. Helderziendheid, het in zichzelf en anderen inzicht krijgen en, kort gezegd, het krachtige, helder geestelijke doordringen in anders ondoorgrondelijke diepten van de schepping, is het gevolg van zo'n vereniging.

 

Welnu, precies zo is geestelijk de zogenaamde geslachtsdaad geaard. Het is een elkaar vastgrijpen van twee innig verwante geestelijke potenties en het gevolg daarvan stemt dan ook overeen met de jullie bekende handeling die we zojuist hebben besproken. Nu zeggen jullie wel dat het allemaal duidelijk is, maar jullie vragen nog op welke manier deze handeling hier wordt ver­richt. Ik zeg jullie: zo'n handeling wordt op dezelfde manier verricht als bij echtelieden maar er is daarbij van een of andere vorm van zinnelijkheid geen enkel spoor te bekennen.

 

In de eerste Kerk, de Adamitische, werd de geslachtsdaad bij de mensen, die toentertijd voortdurend met de hemel in contact stonden, eveneens veel meer op een geestelijke dan op een zinnelijke manier verricht. Bij gelegenheid van zo'n daad werden de beide echtgenoten meer dan anders door de god­delijke Geest doordrongen, raakten daardoor lichamelijk in slaap, ontwaak­ten spoedig uit deze natuurlijke slaap en werden dan één in de geest en daar­door ook volkomen in hemelse vervoering gebracht. Eerst in die toestand verrichtten ze de geslachtsdaad en werden al spoedig daarna weer gescheiden en lichamelijk in de natuurlijke sfeer teruggeplaatst.

 

Om deze reden werd deze daad toentertijd ook `éénslaap', `medeslaap' of ook `bijslaap' genoemd. Daar de mensen mettertijd echter door allerlei wereldse genoegens aardser en zinnelijker werden, begonnen ze ook zonder geestelijke voorbereiding in hun aardse sfeer de vrouwen zuiver lichamelijk te beslapen, raakten daarbij niet meer in een geestelijke slaap of beter gezegd in een natuurlijke slaap opdat de geest vrij zou worden. Daardoor werden de vruchten als resultaat van oorzaak en werking dan ook zoals de oorzaak en de werking zelf waren. Jullie zeggen immers zelf: `Ex trunco non fit Mercurius'.( Uit een boomstronk ontstaat niets goddelijks.) Hoe is het derhalve dan mogelijk om langs zuiver dierlijk natuurlijke weg vruchten van de geest te verwekken? Ik ben van mening dat, als jullie slechts enigszins acht slaan op deze belangrijke, oudhistorische, volkomen ware beschrijving, jullie je nu ook de zuiver hemelse geslachtsdaad juister en waar­diger kunnen voorstellen dan jullie anders mogelijk zou zijn geweest, terwijl jullie deze daad, door zijn tegenwoordige, puur zinnelijke verschijningsvorm, op grond waarvan de wetten van Mozes met betrekking tot de onkuisheid werden gegeven, noodgedwongen als onzuiver en dus ook onheilig moesten beschouwen.

 

Dit weten jullie nu. Maar wat betekent dan de geestelijke `verrichting van de noodzakelijke behoefte', die met de natuurlijke overeenkomt? Wat bete­kent dan de natuurlijke? Niets anders dan het wegwerken van de uiterlijke vorm, nadat deze als draagster van levenbevattende substanties, deze sub­stanties heeft afgegeven. Kijk, het leven kan zich onmogelijk anders manifeste­ren en uiten dan slechts in een met haar overeenkomende vorm. Deze vorm komt overeen met alle uiterlijke vliesachtige omkledingen van de dingen. Ook al zijn de vruchten die jullie hier zien, niets anders dan louter levende overeenstemmende vormen, voortgekomen uit de liefde en de wijsheid van de Heer, maar dan zoals hier zichtbaar wordt, ook als overeenkomstige vormen van waarachtig geloof en daadkrachtige liefde, kunnen ze toch niet zonder een uiterlijke vorm worden voorgesteld, evenmin als een gedachte zich kan manifesteren zonder woorden.

 

Als jullie dus woorden horen, dan eten jullie geestelijke vruchten. De woor­den als vormen worden door jullie weer heel vlug geestelijk weggewerkt, maar de betekenis van de woorden blijft in jullie. Kijk, dit stemt volkomen overeen met deze geestelijke verrichting van de noodzakelijke behoeften. De vormen zijn de dragers van het levende. Daar het levende echter puur god­delijk en dus het meest innerlijke en allerzuiverst geestelijke is, kan het ook door geen uiterlijke geest volkomen zuiver worden opgenomen. Daarom schept de Heer dan overeenstemmende liefdevormen, die dan dragers van Zijn leven zijn. Willen we derhalve dit leven in ons opnemen, dan moeten we het samen met de vorm opnemen. Pas in ons wordt de vorm als levensdrager ver­nietigd; het leven wordt daardoor vrij en verenigt zich al spoedig met het even­eens goddelijke leven in ons, sterkt het en houdt het levendig. De vorm zelf, als vernietigde huls, wordt dan volgens de ordening van de Schepper uit ons gehele levende wezen verwijderd.

 

Bij jullie op aarde noemt men zoiets het `afval' maar hier wordt dat de scheiding genoemd. Bij jullie is de vorm grofstoffelijk, bij ons is het eveneens geestelijk, dus onmiddellijk vervluchtigend en geheel verdwijnend. Daar jul­lie dit nu allemaal weten zullen we weer terugkeren naar ons grote, wonder­mooie gezelschap. Kijk, ons vroegere stamouderpaar staat reeds bij ons. Hij komt naar mij toe en zegt: machtige bewoner van de eeuwige morgen en toch zeker een heel geliefde vriend van de Heer, zie, we hebben nu alles verlaten en ons gehele bezit en onze kostbaarheden op jouw aanraden weggegeven. Je ziet dat we met velen zijn en toch is er niet één onder ons die anders gezind zou zijn dan ik ben. We staan hier nu deemoedig voor je; zeg jij, die hier in Naam van de Heer bent, maar wat je wilt en wat de wil van de Heer is, dan zullen wij het doen!

 

Nu zeg ik tegen hen: geliefde broeders en zusters, heb geen spijt dat jullie gekozen hebben voor de liefde voor de Heer en volg ons in Zijn Naam! Kijk daarginds, aan de andere kant van de rivier waar jullie op min of meer onherbergzaam lijkende heuvels op gepaste afstand van elkaar kleine onaanzienlijke huisjes zien liggen, daar zal ik jullie naartoe brengen en ieder zijn eigen woning geven. Jullie zullen daar weliswaar niet zo aangenaam en mooi wonen als hier in dit prachtige paleis, maar daaraan zullen jullie moeten wennen, want in de eeuwige morgen in voortdurende tegenwoordigheid van de Heer woont men niet in zulke paleizen, maar in heel eenvoudige kleine hutten. Ook is men daar niet zo schitterend gekleed als hier maar de waarachtige kinderen van de Heer lopen bijna geheel naakt rond. Daar mag niemand werkeloos zijn, want de Heer weet zijn kinderen voortdurend volop bezig te houden.

 

Hier hadden jullie `zalige rust' en genoten heerlijk en vredig van alles wat jullie in zo'n rijke overvloed bezaten; daar wordt men echter niet zo onderhouden. Men moet er werkelijk ijverig werken om zijn dagelijks brood te verdienen. Hier hoefden jullie nergens om te vragen of voor te danken, want de Heer gaf jullie alles vrij uit Zichzelf in de grootste overvloed, maar daar zullen jullie altijd de Heer en de Vader moeten vragen en danken. Hier had iedereen als zelfstandig heer zijn eigen tafel en kon eten en drinken naar eigen welgevallen. Daar heeft niemand een eigen tafel, maar moeten allen bij de Vader aan tafel komen. Hier kunnen jullie eten wat je wilt, maar daar is de regel: eet wat jullie op tafel wordt voorgezet... (De geestelijke Zon – 45)

 

In het boek “Genezing en Gezondheid”, deel 4 vinden wij met betrekking tot het huwelijk vele hoofdstukken, die handelen over het heilig huwelijk van de mens.

 

           Gezond huwelijk.

      a)     Waarschuwing voor onreine wezens.

      b)    Zegen der kuisheid

      c)     Over het vermogen tot verwekken en het juiste gebruik ervan

      d)    Een evangelie van het huwelijk.

      e)    Vaderwoorden op de huwelijksweg.

f)     De wil van God voor man en vrouw

      g)    Slechte huwelijken en hun vruchten.

      h)    Man en vrouw

 

Bron: Philip N. Odhner, ds. Van Balen, Swedenborg, Jeugd van Jezus, Johannes Evangelie delen (Lorber), en aangegeven bronvermeldingen.

 

UpToDate 2024-2025