Hoofdstuk 10

De verzoening van de Heer

In vers 2 spreekt de Liefde in de Vader tot het tweetal – Adam en Eva – en zegt, dat uit hen [uit hem en haar] zullen voortkomen [alle mensengeesten] dat gelijk is aan het aantal sterren, de hoeveelheid gras op Aarde en de hoeveelheid zand in de zee, die oneindig is.

De Heer zal hier en daar bergen laten ontstaan, die afwisselend tot aan het einde der tijden zullen branden [vulkanen?] – [bijv. in de omgeving van de berg, waar Adam is geschapen!]  [3]

Het roodachtig licht is als teken gesteld van Zijn medelijden voor de mensheid. Het witte licht als teken van de vreugde om de grote genade van de zeer heilige en boven alles goede vader. En die zacht witglanzende brede baan die over de sterren loopt, is vanwege het medelijden en de vreugde uit de voortijd, ontstaan door de tranen der Liefde, die toen medelijden had met de gevallen geesten. [5]

In de volgende teksten ontvangt het eerste mensenpaar [4151 v. Chr.] raadgevingen van de heilige goede Vader, hoe zij en hun nageslacht te leven hebben.

Een geest zonder zonde zal hen met een vlammend zwaard begeleiden over de gehele Aarde uit het paradijs en ook weer terugbrengen naar het paradijs. [16]   zie de originele tekst van hfdst. 10

 

Hoofdstuk 11

De geboorte van Kajin en Abel

In dit hoofdstuk benadrukt de Heer aan Jakob Lorber, dat de wereld in zeer korte tijd behoefte heeft aan dit werk van Zijn grote genade!

De appel waaraan Adam en Eva zich drievoudig aan bezondigd hadden, mocht Eva nu houden als getuigenis van hun zelfzuchtige begeerte. Deze vrucht die Eva aan  haar borst hield moest KAJIN heten, of ‘brenger van de dood’. [4-9]

De gehele Aarde onderwierp zich aan Adam, de zee, de wind,, de planten en dieren en de bergen. Adam sprak met hen, en zij antwoorden hun heer. [Opmerking: Adam kon bijv. gemakkelijk over het water lopen [zoals nu nog de bewoners in een hooggebergte Midden-Oost-Afrika dat nog kunnen – in een verborgen dal tussen de hoge bergketens en kilometers inktzwarte grotgangen. [13]

Bij Eva kwam de tweede vrucht, die Adam ‘ABEL’ noemde, dat betekent: ‘zoon van de zegen’. Deze Abel zal de eerste voorloper zijn van Hem in de grote tijd der tijden die op de Aarde zal komen. [25]

zie de originele tekst van hfdst. 11

 

Hoofdstuk 12

De belofte van de Heer

De grote tijd van de genade is aangebroken en het Nieuwe Jeruzalem daalt op aarde neer naar jullie allemaal. Deze stad is zo onmetelijk groot, dat ze het gehele aardeoppervlakte beslaat. Het zal alle bergen vermorzelen en deze gelijk maken aan de dalen vanwege het gewicht. De prachtige tuinen zullen het door Adam verloren paradijs zijn. [4-8]  zie de originele tekst van hfdst. 12

 

Hoofdstuk 13

De verdrijving uit het paradijs

In het eerste vers noemt de Heer Zich Jehova. Adam en Eva leefden al 30 jaar in het paradijs in een gezegende nakomelingenschap van 30 personen, behalve Kajin, die niet gezegend was. Er werd het mensenpaar geadviseerd om regelmatig ‘De dag des Heeren’ te gedenken. Op een van zo’n rustdag liep Adam in de mooie omgeving  en dat beviel hem buitengewoon, zodat zijn gedachten helemaal van God afdwaalden. [1] En toen hij langs de rivier EHEURA [gedenk de tijd van Jehova] liep, riep de kabbelende stroom hem luid toe, om de tijd van Jehova te gedenken. [2]

Maar Adam schonk er geen aandacht aan. Toen hij zo langs de oever liep struikelde hij over een plant en Adam vroeg haar of zij hem niet kende. Het antwoord van de plant was:  ‘Ik ken je niet!’ – maar ‘Pluk mijn bessen en drink ervan, en je zult mijn naam weten’. [dit was de stem van de slang!]  - [Opmerking: bij Eva was het de verboden vrucht, bij Adam waren het de bessen, die Adam niet kende – en hij mocht er feitelijk ook geen gebruik van maken[

Doordat Adam en zijn vrouw en intussen 30 familieleden ervan dronken [behalve Abel, die nog aan het offeren was!]  werden zij allen bedwelmd en pleegden incest met elkaar. [12-13]

Toen kwam de engel van het vlammende zwaard en prees het offer van Abel en zei tegen hem, hoe Adam en de zijnen gehoereerd hadden en nu verdreven moesten worden uit het paradijs naar een land met de naam: EHUEHIL ‘land van toevlucht’.  [de stamfamilie lukt het naar het Ehuehil in de Kaukasus, gelegen noordelijk van de Kura, oostelijk van Tiflis] [17]

De woning van Adam stond niet zo ver van de grot van rouw [hierover later meer!] en het doornbosje van de treurnis.  zie de originele tekst van hfdst.13

 

Hoofdstuk 14

Adam komt tot inzicht en heeft berouw

Aangekomen in EHUEHIL, waar niets groeide, zandvlakte en een brandende Zon, hoog aan de hemel. Abel bad de Heer om vanwege zijn familie deze troosteloze vlakte toch vruchtbaar te maken. [2]

Zijn gebed werd verhoord. Het regende hard en tussen de regen vielen zaden op de bodem. En in zeer korte tijd [op dezelfde dag] werd het vruchtbaar. En de plek waar Abel bad, groeide een zeer hoge boom met de naam BAHAHANIA [‘sterking of laving der zwakken]. [wordt 3x genoemd in de Lorbergeschriften].

Toen Adam deze schoonheid zag, zei hij: ‘Kinderen, juich en jubel niet te vroeg. Laten wij Hem danken uit het diepst van onze harten.

En allen rouwden bitter, behalve Kajin, die wel wilde huilen, maar het niet kon. Toen deze naar de grond staarde zag hij een slang, greep haar en scheurde haar in stukken en at het vlees op…[18]  zie de originele tekst van hfdst.14

 

Hoofdstuk 15

Kajin bekentenis

Abel wees zijn broer Kajin erop waarom hij de slang inclusief zijn bloed gegeten had. Daarop zei Kajin, dat de slang hem beval op te eten en hij zou dan heerser worden over de Aarde. [Opm. Hier is nu de derde keer, dat de slang aan het praten was en Kjin verstond zijn taal!]

Maar in wezen was Kajin de verleidende slang zelf, want doordat Kajin zijn zwaard over het hoofd van Abel zwaaide, werd zijn innerlijke ogen geopend en zag Kajin in, hoe fout hij gedacht had.

Abel sterkt kort erna zijn broeder Kajin en geeft hem instructies en hoop. [9]  zie de originele tekst van hfdst. 15

 

Hoofdstuk 16

De opdracht van de Heer aan Abel

Abel moest heel ver lopen van zijn woonplek naar een hoge berg in een grote woestijn en daar zijn eigen zwaard in een opening steken met de punt naar de hemel en de vlammende snijkanten naar het Oosten en het Westen. Het zwaard zou – na een dankgebed tot God – in een doornstruik veranderen met rode en witte bessen. Na 40 dagen, want zolang duurde de terugreis – moest hij deze bessen koken – 3 witte en 7 rode bessen. Hoe dit verder gaat, staat in de verzen 9-13 beschreven. {[Opmerking: de getallen 3 en 7 komen vaak voor bij Lorber en in de Bijbel: - bijvoorbeeld de oergeest [3] en de daaruit ontstane geesten [7]}  zie de originele tekst van hfdst. 16

 

Hoofdstuk 17

De nieuwe godsdienst en levenswijze

Abel wordt  tot priester en leraar benoemt van al zijn broers en zusters en tot trooster van zijn ouders. Hij leert de familie – van Hogerhand geïnstrueerd – allerlei vaardigheden. Bijv, dat zijn zusters uit gras  en plantenvezels maken en daaruit kleding vervaardigen voor hun broers. Aan Adam werd een wit kleed gegeven en aan Eva een rood kleed, aan Abel blauw met geel en deze kleding moest geverfd worden met geen zwarte vlek erop noch een scheur. [Opmerking: Swedenborg schrijft over geesten aan gene zijde, dat als zij zich bezondigen, zwarte vlekken op hun kleding verschijnen]

Kajin begeert zijn mooiste zuster AHAR: ‘de schoonheid van Eva’. En werkt met haar samen op de akkers. Ze zijn officieel een stel en Ahar is nu zijn vrouw. In vers 12 wordt aan Abel uitgelegd hoe hij brood moet maken en voordat hij het eet eerst God moet danken. In vers 21 staat er: eerst bidden, daarna danken. [Opmerking: hier is voor het eerst sprake van een gebed aan God]

Wederom is in deze tekst de beschrijving van driemaal het hart van Kajin en zevenmaal van Ahar aan de Heer offeren bij de conceptie. Mooie vrouwen is vaak de buitenkant van de ziel, maar de binnenkant is het aanzicht van de slang. Dit gegeven heeft betrekking op Kajins nageslacht, mocht hij het gebod van de Heer nalatig worden. [15]

Het geslacht van Kajin zal eens van de aarde verdelgd worden.  [16]

In dit bijzondere vers is als het ware sprake van de Phoenix, die uit haar as herrijst. De as die na het brandoffer van Abel na 3 dagen in alle uithoeken van de Aarde wordt uitgestrooid als teken van de toekomstige opstanding van alle vlees. [20] [Opmerking: crematie maakt, dat van de overgebleven psychische specifica deze toch noch geleidelijk toegevoegd wordt aan het geestelijk lichaam, die als zielengeest in het hiernamaals verder leeft].

De mens moet drie keer per dag eten, en dan met mate! Als er niet gebeden wordt, dan wordt de dood daaraan NIET ontnomen. [21] Wie het driemaal zal vergeten, die zal Ik met een lange slaap bestraffen. [22]   zie de originele tekst van hoofdstuk 17

 

Hoofdstuk 18

Kajins en Abels offer

Wij moeten de slang in onszelf veranderen in her evenbeeld van de liefde. Het was nu al precies 40 jaar na de oerschepping van Adam en Eva. Kajin vervloekte de hete Zon in het oude land, dat wij tegenwoordig Afrika noemen. [AHALAS] Want daar bevonden zich Adam en zijn familie, maar Kajin woonde wat verderop met de zijnen. [4]

Hij nam de aanbevolen regels niet in acht om op de sabbat Jehovah een offer te brengen. Op die dag was hij gemakzuchtig  en nam slechts tien garven zonder vruchten omdat die te zwaar waren en legde stro op het altaar, maar de rook steeg niet op naar de hemel, waaraan hij zich zeer ergerde. Terwijl Abel zich met liefde toewijdde aan de Heer, en Hem uitvoerig dankte met lofwoorden en in alle deemoedigheid. [Opmerking: zie hoe groot dit contrast al werd. Ook hier zou de listige slang haar werk doen!]   zie de originele tekst van hfdst. 18

 

Hoofdstuk 19

Kajins moord op Abel

De twee offerhaarden van Abel en Kajin hadden een afstand van 70 x 40 cm. [dat is maar ca, 280 meter, want 1 pas is ca. 40 cm.] Zoals beschreven ergerde Kajin zich zeer aan Abel, dat zijn offerrook naar de hemel steeg en de zijne niet. Abel vraagt de Heer Zich te ontfermen over zijn broer Kajin – dat ook in de allergrootste genade gebeurde, maar Jehova waarschuwde Kajin, dat deze zich moet verbeteren, waardoor het Kajin berouwde en naar zijn broer wilde vluchten. Maar… er was een slang om zijn voeten gewikkeld, die met hem sprak en vertelde dat Abel de Godheid wilde oevertroeven  - kortom – met een nogal negatieve uitlating over zijn broer Abel.

In vers 16 zegt de slang tegen Kajin, dat het de laatste keer is, dat hij [Kajin] in staat is zich van de nodige kracht te voorzien. Kajin geloofde de slang en vraagt nu zijn broer geveinsd hem van die slang te bevrijden. Dan volgt er een grote toespraak van beide broers. In de teksten 27-29 lezen we de fatale afloop.   Zie de originele tekst van hfdst. 19

 

Hoofdstuk 20

Kajins vervloeking en vlucht

De eerste hagel volgde direct op de aanslag van Kajin op Abel, en dit verschijnsel werd begeleid met hevig onweer en heftige windvlagen en donkere samengeraapte wolken, die het groente- en vruchtenveld van Kajin tot op de bodem verwoestte.

Het bleek nu, dat het de slang was, die Kajin op een dwaalspoor bracht, zijn broer Abel te doden en Kajin nu machtig zou worden, hij [de slang] dit echter zelf wilde worden, nadat deze het bloed van Abel genomen had, waardoor hij erg sterk was geworden. [6]

Kajin spreekt met de slang, die nu in een bekoorlijke gedaante van een vrouw voor hem stond, over zijn kracht, die de reusachtige Leviatan tot zijn meest gehoorzame dienaar kan maken. [13]

Kajin krijgt op zijn voorhoofd een zwarte vlek van de Heer, Die hem vroeg, waar Abel is. [24]

Hij vlucht weg met zijn familie naar het land NOD [d.w.z.: heen en weer gaan als vluchteling!]  dat betekent: droge grond van de zee. Maar omdat hij eerst bij EDEN aankwam, waar het hem zeer beviel, zag hij [in zijn verbeelding] overal een man staan met een grimmig gezicht en een steen. Deze verschijning werd veroorzaakt door de angst in hemzelf. [25]

In NOD verschijnt ABEl – nu als engel – en geeft zijn broer Kajin op een heuvel van 77 manshoogte [dat is vermoedelijk zo’n 130 meter hoog], allerlei instructies. [28]  zie de originele tekst van hfdst. 20