Hoofdstuk 30

Lamech wordt koning

Koning betekent ‘kan ik’.  [Opm. kunig – kun[d[ig]. Het volk wil weten of Johrad en Hail daadwerkelijk prooi geworden zijn van hyena’s en jakhalzen. Lamech stelde een zoektocht voor samen met zijn eerste dienaar Tatahar. Fat beviel het volk en wil Lamech daarom tot koning maken.

HUHUHORAH:  ‘er is nog een rechtmatige koning’.  Ze kwamen allen op de plek van het onheil aan en vonden resten van bloed en stukken kleding.

Hun woede richtte zich nu op de hyena’s, maar geen enkel dier liet zich zien. In de veronderstelling dat ze de bergen ingevlucht waren besloten ze omhoog te gaan – tegen het gebod van God in – de berg te beklimmen. Het waren wel 3000 mensen die op zoek waren naar de hyena’s, terwijl Lamech onder aan de voet van de berg zat te wachten. Het was MEDUHED [de sterkte] die allen ervan weerhield door te gaan en om terug te gaan naar beneden, want zij hadden zich toch al bezondigd tegen Gods gebod in de berg niet te betreden. Onderweg zag Meduhed een groot mens bij een vooruitstekend rotspunt. Het was SETH, de zoon van Adam. Seth waarschuwde hen dat dit hun dood kon betekenen. Door het bemiddelen van Meduhed kwamen ze aan de weet, dat Lamech de moordenaar was, maar ze mochten zich niet aan hem vergrijpen. [6]

Daarna zagen ze Seth als een lichtgloed en het volk bereikte de bergvlakte voor zonsondergang en tegen middernacht bereikten ze eerst weer hun huizen, dat tien uur verwijderd was van de hoge bergen.  [Opm. blijkbaar zo’n 30 kilometer] –  originele tekst

 

Hoofdstuk 31

De landverhuizing onder leiding van MEDUHED

Meduhed sprak nu met al deze 3000 bewoners, die inmiddels teruggekeerd waren en zei: ‘jullie hebben die reus bij de vooruitstekende rots gezien, die tegen ons zei: ‘let niet op Hanoch, maar op jezelf en op God. Laten we nu onmiddellijk met ons allen, ja de gehele familie van hier weggaan. Deze actie duurde twee uur en ze vertrokken in het 2e uur na middernacht. In totaal waren zij met 10.000 mannen en 20.000 vrouwen en evenzo vele kamelen en grote ezels. Na een pauze moesten zij – ook onder leiding van de Heer – nog 70 dagen lang voorwaarts lopen.  [Opmerking: gesteld dat een dagafstand 25 kilometer is en dat x 70, dan zou de afstand van Lamech tot de zee zo’n gemiddeld 1800 km. kunnen zijn.] En zij kwamen aan bij de STILLE OCEAAN.

Meduhed dankte de Heer en was erg dankbaar voor de genotvolle begeleiding en beklom een heuvel van 7 manshoogten [7 klafter] [Opmerking: een klafter is 1.90 m. x 7 = ruim 13 meter hoog.]  En hij hield een uitvoerige toespraak met ingeving van de Heer.  Zij mochten daar 70 dagen blijven, maar een wreedaardig leger van Lamech met Tatahar komt naar hen toe.

Op aanwijzing van de Heer vinden zij gereedschap bij een dichtbij gelegen grot aan het strand en daarmee slanke bomen te vellen en degelijke vaartuigen te maken om ermee de grote zee over te steken.   originele tekst

 

Hoofdstuk 32

Het Hooglied van Meduhed

En al spoedig maakten zij zeewaardige voertuigen met hulp van de Heer. Ondertussen rustten zij volledig uit van hun snelle werk en de Heer leerde hen hoe zij de sabbat moesten vieren en zich geheel onthouden van het werk. Zij konden weer teruggewonnen worden als kinderen van de Vader tot aan een zekere grote tijd van alle tijden op Aarde.

Het volk leerde via Meduhed om woorden in tekens vast te leggen met de geestelijke betekenis hierachter. [Opm. De Japanse tekens!] De afstammelingen van Mehuded bestaan nog! De Heer gaf Meduhed een lang Hooglied in de vorm van een gedicht, en zeer wijs samengesteld.  originele tekst

 

Hoofdstuk 33

De afvaart van de Meduhieten

Meduhed ging weer op de kleine heuvel staan en sprak met het volk de woorden, die hem door God ingegeven werden. Hij ontving instructies op welke wijze zij veilig over het water konden gaan naar de bestemming, die God hen zal aanwijzen. Het gereedschap lag nog in de grot. En zij moesten vruchten verzamelen voor minstens 30 dagen. De lastdieren zoals kamelen en ezels moesten zij achterlaten als teken dat zij daar waren en al het dierlijke achtergelaten hebben.

In één zeevoertuig mochten 120 mensen plaatsnemen: 40 mannen en 80 vrouwen. In totaal waren het 250 zeevoertuigen. Dan waren zij met 20.000 mensen ! Tatahar en zijn moordlustige bende zal hen zien wegvaren als de Meduhieten al 1000 manslengten [1000 x 1.90 m. = 19 kilometer] van de oever waren verwijderd en hen met stenen nagooien uit woede en frustratie.

Dertig dagen en nachten duurde de zeereis en zij werden geleid naar een land, dat zich bijna in het midden van het grote water bevindt en JHYPON heet. [Japan = veilige tuin!]  En zullen de vuurspuwende brandende weg zien op het eiland HONDA [Japan] die 3780 m. hoog is.

Dat land zal zijn als een paradijs met de eeuwige lente en de lekkerste vruchten op de zeer vruchtbare grond. De Heer wees hen er op om zuiver te leven en bij niet in achtneming van de goddelijke regels en wetten zal de mens sterven, maar zijn lichaam zal niet herrijzen. Zijn ziel en geest worden dan weer duizenden jaren lang tot fundament van de bergen…En zich weer duizenden keren laten gevallen om te moeten sterven als worm en hoger dier, tot weer volgens de genadige wil de waardigheid terugkomt om het ‘mens zijn’ te bereiken. [12]

Hier accentueert de Heer dat een vrouw NOOIT eerder dan in het veertigste jaar van een man beslapen mag worden om kinderen te verwekken. [13]  [Opmerking: hier mag aangetekend worden, dat er in de tijd der oervaderen een leeftijd bereikt werd van wel honderden jaren en de vruchtbaarheid ook zeer lang aanbleef, dan nu de gemiddelde mensenleeftijd van 80 jaar wordt geschat de geslachtelijke rijpheiddatum wellicht verschoven is.]

Er mag nooit over een ander geoordeeld worden, maar de zwakkere moet naar de sterkere gaan, zodat die hem kan steunen. [15]

De Lamechieten, die Meduhed achtervolgden, ontkwamen niet aan de toorn van God, want een steeds toenemende vloed van de zee dreef hen de bergen in, alwaar ze door de wilde dieren werden verscheurd van 14.000 mannelijke en vrouwelijke mensenwezens. Er bleven maar 14 mensen, 7 mannen en 7 vrouwen ongeschonden doordat zij zich schuil hielden tussen de 70.000 ezels en kamelen, die niet verscheurd werden.  [19]

De zeven overgebleven droegen dit verschrikkelijk gebeuren over aan Lamech. Deze adviseerde hen terug te gaan naar de bergen en God uit te dagen namens hem. Maar de jongemannen wisten inmiddels wel beter en wilden niet meer et deze wrede gevoelloze en goddeloze heerser van doen hebben en vluchtten we, samen met hun familie naar de zee, waar Mehumed met zijn duizenden over de zee naar Japan vertrokken. In een gebed aan de Heer wat ze nu moesten doen verscheen er ineens op strand een moorddadige hyena. Zij raakten allen in paniek, maar één van de zeven mannen zei: ‘luister, ik doe mijn hoofd in zijn muil. Als deze mij verscheurt, vlucht dan de zee in. En zie, de hyena deed hem niets, maar begon zelfs te spreken, zoals de ezel bij Bileam. En zij hoorden zijn hele verhaal aan, over het lot van de mensen en hun eigen lot. Na de lange toespraak sprak de grimmige hyena, die ook de beschermer was van Gods kinderen in de bergen – volg mij nu gewillig naar een duister hol in de bergen en zij [de hyena’s] leerden hen – met Gods toelating – dat ook zij hun rechten hebben wat naastenliefde en gehoorzaamheid betreft.

Verder werd er gezegd, dat de huidige mensheid al ver gezonken is, onder het niveau van een dier. originele tekst

 

Hoofdstuk 34

De Meduhieten in Japan

De Mehudieten kwamen dan aan in JHYPON of ook wel Japan – na een zeevaart van 30 dagen – op een groot eiland bij een brede monding van een stromende rivier en werden op deze rivier door een gedienstige wind in het binnenste van het land gedreven.

                             Gerelateerde afbeelding

Na een lang gebed – en ook van al de geredden – sprak Meduhed: ‘dat wij nooit de heilige wil van God uit het oog van ons hart verliezen en die altijd zeer nauwgezet met dank en lofprijzing vervullen.’ Laat nooit iemand denken dat hij groter en meer waard is dan de zwakste onder jullie broeders.

Laat er nooit een onwaarheid over je lippen komen; want de leugen is de grondslag van al het boze. Houd je ver van al het leedvermaak over de boetedoening van een zondaar, maar laat je liefde een gevallen broeder weer op de been helpen. In de volgende teksten krijgen zij allen belangrijke aanwijzingen en mochten zij op de een of andere wijze zich niet meer aan de voorschriften houden, hun land door een vreemd volk bezet zal worden en met aan het hoofd een keizer, die jullie als slaven zullen gebruiken… aldus Meduhed, die volgens de Heer sprak. [10]

Hij zal volgens de wil van de Heer nog zeer oud worden [28]. En het geslacht van de Meduhieten leefden als een gelukkig volk gedurende 1900 jaren tot aan de periode van Abraham en zij werden niet meegesleept door de zondvloed van Noach. [30]

Nog 600 jaar erna had de Heer geduld met dit volk, maar er was niemand, die zich bekeerde. Zo liet de Heer een volk komen – de MONGOLEN – tot een algemene gesel. De Mongolen konden over het water lopen – net zoals de Israëlieten door de Rode Zee.

De grot van Meduhed bestaat weliswaar nog, evenals zijn geschreven Hooglied en werktuigen, maar is op de zeer hoge berg ontoegankelijk.

Japan is vandaag nu half Mongools en half oer-Japans. [35] De Heer: ‘als jullie met je wereldse geleerdheid aanmerkingen hebben op Mijn geschrift, wat denken jullie dat Ik dan een met je wereldse onzin zal doen? De wereld heeft het woord in de zin. Ik echter heb de zin in het Woord.’

De Heer wil vooral zeggen tegen degenen die vanuit hun wereldse motieven in bijna iedere regel wel wat op de grammatica aan te merken hadden. De waarheid is in de geest, maar de geest is niet in de waarheid. [ 36]  originele tekst

 

Hoofdstuk 35

Een boeteprediking door de dieren

De hyena sprak wederom vermanende woorden tegen de 7 mannen en er kwam daarna zelfs een tijger- na ca. 30 dagen in deze grot [hol] gewoond te hebben – een maanronde van het volk. De tijger sprak speciaal met de aanvoerder van het kleine volkje [7 personen] en noemde nu zijn naam zoals hij heten moes: SIHIN = Zoon van de aardse hemel. [natuurlijke hemel]. De tijger zei: ‘niet de ezels en kamelen hebben jullie beschermd, maar wij. Dat heeft God ons bevolen!’ Daarna sprak een leeuw, en daarna een wolf…   originele tekst

.

Hoofdstuk 36

De herinnering aan Adams ongehoorzaamheid en de genade van God

Ook sprak door de wil van God een beer met hen. In dit hoofdstuk wordt de val van de eerste engelgeest beschreven en dat de Heer als Vader Adam als een broeder bejegende – de eerste mens. Na 7 dagen vergat Adam de woorden van de Schepper en bezondigde zich. [10]

De mens Adam bleef nog 30 jaar begenadigd en zo sprak de beer over de genade van de Godheid, Zijn liefde voor Zijn zondaren, het geduld en Zijn genade. [14]

Het was de geest van ABEL die door de dieren sprak. [21]

In dit vers accentueert de engel Abel aan de 14 mensen; de 7 mannen en de 7 vrouwen: "Kinderen van Kaïn, van mijn broer die in de macht van het boze was, die nog leeft en in zijn lichaam voort zal leven door alle perioden van het bestaan van de aarde heen tot aan het einde van alle tijden, onbereik­baar voor alle stervelingen tot aan het spoedige einde van alle boosheid, wanneer de Almachtige, na de grote tijd der tijden, door een kleine ziener [Jakob Lorber] aan de verre nakomelingen [dat zijn wij] grote din­gen zal verkondigen [Het Grote Johannes Evangelie] en uitvoerig gewag zal maken van jullie slechte stamvader (wat zojuist gebeurt en al gebeurd is).

De afstand die de 7 mannen en vrouwen naar de zee gelopen hebben duurt vanaf Hanoch-Lamech 120 dagen. Maar zij zijn op wonderbaarlijke wijze sneller naar hun doel gekomen.

Eens zullen de werelden zich buigen voor de Aarde [ook de stenen, planeten en Zonnen] omdat haar licht groter wordt dan dat van alle hemelen, want eens zal Gods heiligheid alle volkeren verlichten die van goede wil zijn. In dit vers zegt de engel Abel via de Heer, dat het nog 300 jaar zal duren, als deze zondvloed gaat komen, en vooraf gewaarschuwd door de jaren heen door leraren en profeten. ]27] [Opmerking: dan zou het theoretisch gezien qua tijdstip, dat Abel dit zegt 1656 n. Adam – 300 jaar gezegd zijn = 1356 – terwijl dit zich echter in de tijd afspeelt van Adam, die nu al tussen de 900-920 jaar oud is- en dat Lamech in 1356 regeerde]

Zelfs de broer van Noach [DE OPRECHTE ZOON, genaamd MAHEL, de laatste leraar, verviel in het kwaad. [29]

De zondvloed van 1656 n. Adam was zo hoog, dat de vloedgolven over de hoogste bergen stroomden. [30] [dus ook die van Tibet en de Himalaja].

De mens heeft een onsterfelijke geest [32]. De vrouw moet haar gezicht en lichaam goed bedekken, zodat de man niet tot ontucht geprikkeld zal worden. [37].

Lang bidden kan helpen om de ziel weer te reinigen na grote zonden bedreven te hebben en dat moet een goede aanwijzing zijn om naar de wedergeboorte te streven.  [38]

Door Abel geleid gingen de 14 omhoog naar de top van de berg en die reis duurde 7 dagen en 7 nachten en normaliter zou je dit in 30 dagen afleggen.  [41] De 14 mensen – nu volledig gekleed, werden begroet door de Zoon van de hemel [AHUJEL] en zijn vrouw AZA [stilzwijgend rechtvaardig verlangen]]. Zij waren kleinkinderen van Adam, vóór Seth. De grootte van AHUJEL was 166 duim en die van AZA 100  duim [dus 66 duim minder] – [Opmerking: Dit zijn allegorische maten, maar dit oude echtpaar waren wel aanzienlijk veel groter dan de mensen van Kajin].

Het land CHINA [Sina] bleef later voor de zondvloed gespaard en is heden ten dage nog vele malen beter dan andere landen op Aarde.

Een niet-wetergeborene mag daar nooit het Evangelie prediken!  originele tekst