Hoofdstuk 66

Asmahaël en de tijger

De vaderen lopen hier over een schaduwrijke begweg onder cederbomen en palmen richting middag [zuiden]. De reis duurde 60 minuten en zij zagen allen de natuur geheel doorzichtig, zoals de Heer dat ook beschreef ‘in de geheimen der natuur’.  Na ca. een half uur zag Asmahaël een verschrikkelijk grote oertijger, zols die nog zelden in het hooggebergte van Afrika en Azië voorkomen.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/49/Panthera_tigris_tigris.jpg

Asmahaël bleef stokstijf stilstaan. Adam gaf Henoch de opdracht deze tijger op te halen en gebood vervolgens het dier Asmahaël voortaan gedienstig te zijn, wat ook gebeurde.

De moeder van Asmahaël zag dit ooit in haar dromen. Maar zij werd door Lamechs dienaren, evenals zijn vader, op een verschrikkelijke wijze tot de dood gebracht, omdat zij weigerden Lamech als hun oppergod te beschouwen.  volledige versie 66

 

Hoofdstuk 67

Het bezoek van de vaderen aan de kinderen van de middag.

De vaderen kwamen aan bij al hun kinderen, die erg geschrokken waren van de tijger. Zij hadden al eens daarmee een ervaring opgedaan en des te groter was nu hun ontzag. Adam merkte hun grote vrees op en verzocht Henoch de kinderen gerust te stellen via de Heer. Want zo ze Henoch:  jullie hebben zich afgekeerd van Seths wijsheid en hebben angst voor datgene wat jullie moeten gehoorzamen!’

Henoch verzocht nu allen naar Aam te gaan en gezegend te worden. Toen ook Enos het volk verzocht op te staan, gaven ze de vaderen brood, melk en honing. En zij moesten weer 30 schreden achterwaarts gaan, zodat Henoch vrijuit kon spreken.

Daarop brulde de tijger zo verschrikkelijk, dat Adam aan Henoch vroeg, wat er aan de hand was. Adam moest hiervoor de tong van de tijger aanraken, zodat deze zou spreken. En zie, de tijger sprak. volledige versie 67

 

Hoofdstuk 68

Adams woorden tot de zijnen – de kinderen van de middag

Adam geeft in dit hoofdstuk aan, dat hij 900 jaar is. Want het was immers 900 jaarr geleden, dat hij de taal der dieren verstond. Zijn eigen ziel, waarin alle zielen van de schepselen verenigd zijn.

Zijn wij eenmaal in de liefde het eigendom van de Heer, wie heeft er dan nog behoefte aan macht? Aanvankelijk aarzelde Adam in zijn zwakheid de tong van de tijger aan te raken. Het was zo dat, als er een toespraak kwam van de oervaders, het volk de toegewezen plaats moest innemen naar hun leeftijd.

De Heer maakt ernst met zijn volk!

God is in Zijn heiligheid niet toegankelijk

God is in Zijn wijsheid ondoorgrondelijk

In Zijn genade onmetelijk

In Zijn macht boven alles vreselijk

In Zijn kracht voor eeuwige onoverwinnelijk

Deze God is ook de allerhoogste LIEFDE ZELF. Deze Liefde verzacht Zijn goddelijkheid. Adam accentueert wie en wat God is en wie en wat onze heilige Vader is. volledige versie 68

 

Hoofdstuk 69

Seths troostende woorden

Seth spreek: ‘Gods liefde laat het niet onverschillig of wij zus of zo handelen. Wanneer uit de ziel en uit de geest door de vrije wil het wezen één geheel wordt, dan gelijken ook wij in alles vokomen op God en zijn bijgevolg eerst dan Zijn kinderen. Daaraan gekoppeld is de gehoorzaaheid. Wees niet ontrouw aan je innerlijke liefde uit god. Leef niet alleen in je ziel strevend naar uiterlijke expansie.

Diamant is een groot symbool van de teugkerende gehoorzaamheid door het ware berouw. De waterdeeltjes [de tranen] hebben zich weer aangesloten en een nieuwe steen des levens van de ware wijsheid gevormd [in het berouwproces!]

De zogenaamde steen des wijzen zal door de wereld nooit gevonden worden. volledige versie 69

 

Hoofdstuk 70

Henoch predikt over de liefde

Henoch spreek wederom op verzoek van Adam voor de grote menigte. Hij smeekt de Heer in zijn hart om erbarming en genade, zodat hij vervult zou worden met woorden van leven. Want Henochs liefde tot God was onbeschrijflijk groot. Hij zag voor de eerste keer in zijn ziel [hart] een fel vurig schrift. Liefde tot God is in ieders hart ingeprint.

In vers 10: God Zelf was in het Woord, zoals het Woord in Hem. Alle dingen en wijzelf zijn ontstaan uit dit Woord. Dit Woord kan niemand uitspreken dan God alleen. Dit Woord is de eigenlijke naam van God. Niemand kan deze naam uitspreken. Deze naam is de oneindige liefde van de meest heilige Vader. We zien door innerlijk voelen [13]. Het laatste deeltje van het kleinste stofje kan niet gedeeld worden. [18]

Als wij ons verbinden met God de Vader, dan zal er nooit een einde aan je leven komen. Maar laat je dat na, dan scheid je je van het leven. Je leven zal daarna weliswaar niet ophouden; ook zal Ik daarom voor eeuwig niet ophouden voor jou een richtende God te zijn.

En dan zul je ook, als je van Mijn leven gescheiden bent, door de eeuwige ruimten van de diepten van Mijn toorn vallen, waarlijk, buiten Mij zal jouw eewige val niet zijn! Mij je God zul je nooit kwijtraken; maar je liefdevolle, beste heilige Vader Vader en met Hem een eeuwig, vrij geukzalig leven, dat zul je verliezen.

Is de gehoorzaamheid dan niet de geestelijke weg naar de liefde, die het doel van al het leven is?! [24]  volledige versie 70

 

Hoofdstuk 71

Sethlahems verlangen naar de ware wijsheid

De hoofdstam- en kinderen van Adam tot Jared begrepen de woorden van Henoch nu hee goed en zij allen waren met stomheid geslagen. SETHLAHEM [een met wijsheid hoogst begaafde zoon van Seth – dus uit de lijn van Seth en Enos stapte op Henoch af en zei:  ‘in naam van allen [het volk, dat 1 uur gaas beneden Adam en Eva woont] sta ik hier voor je!....

Zijn hoofdvraag was om bij Henoch in de leer te gaan. Henoch zei daarop: ,waartoe die roem?’ De pruimenboom wil in de leer bij de vijgenboom… zoiets zal in de eeuwigheid niet mogelijk zijn.

Daarmee is Sethlahem niet tevreden met Henochs antwoord en hij neemt het Henoch zelfs kwalijk om hem afgescheept te hebben en zo meer. Henoch moest nu een hele woordenvloed aanhoren. Maar Henoch legde hem in alle rust en liefde uit, waarom hij zo moest spreken tegen hem en zijn volk.  volledige versie 71

 

Hoofdstuk 72

De wijsheid van Sethlahem en de wijsheid van  Asmahaël

Sethlahem verontschuldigt zich nu deemoedig voor Henoch en hij ziet zijn blindheid in. Daarop zei Henoch:  ‘één ding is nog op je aan te merken, en dat is, dat je datgene wat alleen God, ons aller heilgste Vader, aan zijn kinderen geven kan, bij mij [Henoch] zoekt, die eveneens slechts een zwak mens, en je zodoende het werktuig in plaats van de materie prijst!’

Mocht je gedurende langere tijd niet verhoord worden, bedenk dan in de eerste plaats, dat zelfs de meest goede mensen ten opzichte van God louter boos en liefdeloos zijn…

Asmahaël werd nu door Adam verzocht te spreken om daarna met de oervaderen verder te reizen naar de kinderen van de avond  [het Westen] en ook die van middernacht [het Noorden]. Hij benadrukt in zijn betoog, dat de tijd nog lang niet rijp is om te spreken. Hij ziet een berg tussen het oosten en het Noorden nog heerlijker stralen dan de Zon. Gedachten zijn lichten van de ziel. volledige versie 72

 

Hoofdstuk 73

De hongerige tijger

Adam is nu vol lof over Asmahaël, waaraan meer wijsheid ten grondslag lag dan aan de woorden van Sethlahem.

Enos en Kenan beduiden de kinderen van de middag zich voor te bereiden op de komende sabbat. Deze brachten de vader een. De tijger werd onrustig, waarop Adam Henoch vroeg, waarom de tijger brulde. Nu blijkt in dit verhaal dat deze honger heeft, want het roofdier had al drie dagen niets gegeten. Daarop werden 3 onreine bokken naar hem toegebracht. Maar de tijger brulde nog steeds. En zwiepte verschrikkelijk met zijn staart. Daarop vroeg nu Henoch aan de tijger, wat er met hem was!

Het antwoord van de tijger:  ‘dat er met Gods gaven [hier voedsel bedoeld!]  zomaar in de mond gestoken wordt, voordat je daarvoor tot de heilige Gever om de zegen hebt gebeden en Hem daarna hebt bedankt!’ volledige versie 73

 

Hoofdstuk 74

Het wezen van de waarheid en de liefde

De vaderen schrokken geweldig van deze confronterende woorden van de tijger die Gods woorden waren. Dat zij – de vaderen – aten zonder te bidden en te danken. Zij nu beloofden de gehele dag niets meer te eten en baden ca. 30 minuten om vergeving.

Adam en de andere waren zowat verlamd in hun ledematen en weten niet hoe zij de verdere dag door te komen. Henoch werd nu gevraagd om te bidden voor hen. Hij deed wat henm opgedragen werd en er klonk een zucht in zijn gebed.

Maar de Heer zei: ‘Ik heb je zuchten duidelijk gehoord en heb je bede verhoord! Ga naar je vaderen toe, troost hen met de volle zegen uit Mijn grote eetkamer en verzeker hen van Mijn belofte, grijp hen dan onder de armen en zij zullen zich versterkt voelen als jongelingen. volledige versie 74