Hersenpiramiden

 

toegezonden door Hans de Heij uit Nederland

 

In het stukje over hersenpiramiden, in het bulletin van november [2018], vergist de schrijver zich. Er staat in GJE 4, 232:4

“Toen de stenen voor Mij op hun plaats lagen, raakte Ik ze aan en zij werden doorzichtig als het zuiverste bergkristal. Daarna ademde Ik erop en zij verdeelden zich in miljoenen minuscule, viervlakkige piramiden, ieder bestaande uit drie zijden of zijvlakken en een ondervlak.”

 

Een viervlakkige piramide is een tetraëder. Die is volledig symmetrisch en dat past helemaal in de tekst die Jakob Lorber heeft mogen ontvangen. Het gaat dus niet om een piramide met een vierkante basis die vijf vlakken heeft, maar om de tetraëder. E.e.a. ziet er als volgt uit:

 

                                   image003 (1)

 

Zie ook deze link:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Viervlak

https://nl.wikipedia.org/wiki/Viervlak#/media/File:Tetrahedron.gif

 

Toeval bestaat niet, dus is de vondst van het bijgaande stukje kennelijk een toevoeging aan mijn vorige e-mail over de tetraëder en de piramide.

 

Verder zou ik je nog willen wijzen op het boek van E. Haich, “Inwijding.” Op blz. 256-271 schrijft zij een uiterst boeiend stuk over de vorm van de piramide. Vooral het feit dat IN de kubus de tetraëder terug te vinden is, vind ik buitengewoon verhelderend. De kubus staat voor de materiële wereld en de tetraëder voor de geestelijke wereld van de mens. Zie het bijgaande stukje van Ute Pesch.

 

Een en ander heb ik lang geleden ook op you tube gezet en met een video op mijn manier toen toegelicht. Nu zou ik het anders vertellen, maar de figuren zijn erg concreet.

 

Zie eventueel: http://www.youtube.com/watch?v=3E1lPcpV_mY

DAS WORT  [Het Woord] - 72e jaargang,  blz. 170.

 

Wat de piramides betreft, dat lijkt een schijnbare tegenstrijdigheid in het Lorberwerk. Een brief die ik onlangs ontving, eindigt met de zinnen: "Hoe verklaar je bijvoorbeeld het feit dat J. Lorber resp. de wetenschap over het hersenonderzoek en weliswaar met verwijzing naar de Egyptische piramiden (vierkante grondvlakte), een beschrijving geeft van de allerkleinste hersenpiramides, maar dat blijkbaar de tetraëders [de gelijkzijdige driehoek als basis- en zijkantvlakte] hier ten grondslag ligt?‘

 

Eerlijk gezegd was mij nooit iets twijfelachtigs opgevallen. Vandaag heb ik het GJE-4, hfdst. 232 naar aanleiding van dit prikkelgegeven nog eens opnieuw grondig gelezen en dit gaf mij veel stof tot nadenken. (opschrift: "De bouw van het menselijk brein") en ik vroeg me  af "Hoe deze verzen 4 en 12 dan met elkaar zijn te rijmen!?"

 

Ik wil er graag vanaf zien om alle verklaringen van de Heer in gesprek met Cyrenius hier neer te schrijven omdat ik er van kan uitgaan, dat elke geïnteresseerde toch graag de moeite doet, deze teksten zelf opnieuw door te lezen. Ik heb toen gebeden daarin verheldering te krijgen. Uiteindelijk ben ik gaan wandelen, want buiten, waar de stromende bronnen en de watervallen van de Allgäuse bergen hun weg volgen, waar de Weissach na de stromende regen de laatste dagen weer opbruist, daar kan ik dan het beste nadenken.

 

Het moet ik mijn opvatting nog beter toelichten: de Heer heeft altijd gelijk, ook dan, wanneer wij het niet meteen begrijpen. Bij het wandelen komen eerst dan uit mijn binnenste wat fragmenten naar boven.

 

Bij mijn tweede reis naar Egypte in maart van dit jaar, had ik niet alleen ca. 30 boeken bestudeerd en deze vergeleken met het Lorberwerk, en er alles uitgehaald tot op de bodem totdat de feitelijke waarheid aan het licht kwam.

 

Ik had het hiërogliefenalfabet uit mijn hoofd geleerd. In dit alfabet bestaat een vierkant, dat door de Egyptologen met het woord ‘krukstoel’ wordt vertaald. In zijn Oudegyptische levensboek legt de auteur Max Bänziger uit, dat de farao wordt afgebeeld zittend op een krukstoel – daarover bestaat een foto – en dat betekend, dat hij op de Aarde zit (de materiële wereld), omdat de vier hoeken dat aangeven.

 

        de vier hemelsrichtingen;

        de vier seizoenen;

        de vier elementen vuur, water, aarde en lucht.

 

Dit doet mij denken aan de Bijbel, d.w.z. aan het Oude Testament, waar geschreven staat,  dat de Aarde als een voetbank onder de voeten van God en de hemel Zijn troon is. [Red. Jes.66:1] 

 

Toen herinnerde ik me een uitleg in een van de twee delen van de "Geestelijke Zon", waar een volkomen naakte mens bovenop een piramide staat uitgebeeld.

 

Toen bedacht ik dat de oude Egyptenaren, die in het Lorberwerk worden aangeduid als een bijzonder wijs volk, en zeer bewust het vierkant hebben gekozen als grondbasis voor de piramiden! Deze schoolgebouwen, door de Heer aangeduid als ‘onderscheid-je-zelf-leerscholen’, waren gebaseerd op het besef: dat je hier leeft in de wereld der polariteiten, weergegeven door het hiërogliefenvierkant; we moeten onszelf trainen, d.w.z. de materie achter je laten, en opklimmen naar de top. Pas daarboven verschijnt de ware mens.

 

Om weer terug te komen op het GJE-4-232:

De oude Egyptenaren hadden met scherpe blik glashelder voor ogen, wat Jezus ons vertelt over ‘de hersenen vertelt in de juiste volgorde’ en eveneens over ‘de hersenen in de onjuiste volgorde’.

 

In dat laatste zagen ze nagenoeg alle in de meetkunst voorkomende stereotypische vormen en figuren en namen het vierkant uit de plattegrond van de piramide. Waren zij zich het feit bewust, dat de juiste volgorde mogelijk eerst nog moest worden overwonnen in de grote piramide gedurende het aardse leven, en na de dood in andere gelijkende ruimtelijke gebouwen, de reden ook was, waarom men de muren bedekte met beeldende versieringen, dat een wegwijzer zou moeten zijn naar boven en tegenwoordig nog te lezen is in het gepubliceerde Egyptische dodenboek.

 

Jezus zegt Zelf, dat de oude Egyptenaren terecht de piramidegrafmonumenten beschouwden als symbolen van de begrafenis van alle aardse dingen van de mens. Pas dan wanneer hij [de mens] daaraan heeft voldaan, kan hij uit de sfeer van de vierheid stappen en de sfeer van de drieheid van Osiris, Isis en Horus binnengaan, dat nog steeds bekend staat als de ongerepte liefde, wijsheid en macht van God.

 

Om het nog eens kort samen te vatten:

 

In geestelijke analogie betekent ‘het vierkant’ de Aarde, dat is de duisternis, en ‘de driehoek’ betekent de Hemel, dat is het licht.

De scholing binnen de piramide voert de weg dus vanaf beneden, dat is de gevallen mens in de gevallen schepping [de wereld van de materie], waar de ‘verkeerde’ hersenen te vinden is, en de weg naar boven voert tot de volkomen mens met de ‘ordelijke’ hersenpiramiden.

 

of:

 

De aardse piramide van de schepping, waarover Jezus spreekt tot Gottfried Mayerhofer, is gericht op het vierkant met de vier hemelsrichtingen, de vier seizoenen en de vier elementen. De hemelse scheppingspiramide berust op de driehoek van Vader, Zoon en Geest, d.w.z. Liefde, Wijsheid en Kracht. In het oude Egypte wordt zij Osiris, Isis en Horus genoemd. De "slechte" hersenschijfjes worden omgevormd tot de "goede" wanneer de mens het pad van de liefde tot God en de naaste bewandeld. Hoofdstuk 244 is betiteld met: "Het IK van de mens als eigen meester van zijn lotbestemming!" maar wel door de  "meest liefdadige handel en wandel", zo noemt Jezus het.  Ute Pesch

 

Antwoord

Als we de analogie van dit geheel betrachten dan heb ik – als ik het goed begrepen heb – het verband mogen zien tussen een vierhoek [de materie als Aarde, planeten en sterren] en een driehoek [als geestelijke gesteldheid, waar we allemaal naar moeten streven]. Dus een vierheid [4] en een drieheid [3]

 

Om het vertaalde artikel van Ute ‘leesbaar’ te maken [hier en daar was het mij onduidelijk in de Duitse tekst], heb ik enkele aanhalingstekens aangebracht met summiere toevoegingen. 

                                

Bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 03-2019, nr. 39:  www.zelfbeschouwing.info

 

UpToDate 2022

 

 

web counter