Iemand benaderde mij en vroeg, wat is nu de eigenlijke zonde tegen de Heilige Geest? Ik hoefde daarover niet lang na te denken, want ik was hem het antwoord schuldig. Ik merkte – hoe lastig dit ook was – dat ik dit niet precies wist. Dat bewoog mij ertoe om een grondig onderzoek in te stellen. Het nu navolgende is het resultaat. Misschien weten andere lezers hiervan nog meer?

                                          https://image-media.gloria.tv/bonifacius/d/a5/3za2n5ep2h81jtxe98r4vm8y4jtxe98r4vm81.jpg

De drie-eenheid en de zonde tegen de Heilige Geest

Johannes zegt immers ook: `In Christus woont de volheid van God' en hij zegt ook: `In het begin was God; en God was het Woord en het Woord was bij God; het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.' Jullie zeggen weliswaar dat er geschreven staat: `In het begin was het Woord, God was het Woord, want het Woord was bij God en God was in het Woord.' Dat betekent hetzelfde, want God en Woord is een en hetzelfde als Zoon en Vader. Of wanneer jullie zeggen: Woord en God, wat eveneens hetzelfde is als Zoon en Vader, is het ene niet eerder dan het andere, want Vader en Zoon of God en het Woord, of liefde en wijsheid zijn vanaf alle eeuwigheid volkomen één. De Heer is Eén, zowel als Vader, als Zoon en als Geest!

De Heer: ‘Jullie vragen hoe men het dan moet begrijpen dat de Heer zegt, dat de zonde tegen de Vader en de Zoon vergeeflijk is, maar de zonde tegen de Heilige Geest niet? Dat is toch heel begrijpelijk; wie strijdt tegen de goddelijke liefde wordt door de goddelijke liefde gegrepen en geheeld; wie strijdt tegen de goddelijke wijsheid wordt door de goddelijke wijsheid eender behandeld. Maar zeg zelf eens, als er een dwaas zou zijn die werkelijk tegen de oneindige goddelijke macht en kracht in opstand zou willen komen, wat kan hem anders te wachten staan dan dat de oneindige goddelijke kracht hem eveneens aangrijpt, maar hem dan weg blaast de oneindigheid in, vanwaar hij een hopeloos lange terugweg zal hebben te gaan om mogelijkerwijze weer dichter bij Gods liefde en erbarming te komen’. [Geestelijke Zon, deel 1, hfdst. 51:23 en 24.]

In Matth. 12:31,32 lezen we: lastering tegen de [Heilige] Geest! Een verdere samenhang in de Bijbel vinden we o.a. bij: Hebr. 4:4-8, Hebr. 10:26-29, 1 Joh. 5:16, Matt. 12:43-45 en 2 Petr. 2:20-22, 2 Thess.2:3 - Pluspunten: ‘God wil niet, dat sommigen verloren gaan. 2 Petrus 3:9. 'Hij wil, dat alle mensen behouden worden' 1 Timoth. 2:4

Iemand die denkt de zonde tegen de Heilige Geest bedreven te hebben, draagt daarmee het bewijs bij zich, dat hij deze zonde niet bedreven heeft. Maar iemand die deze zonde wel begaan heeft, zal er nooit last van krijgen, maar er in ten onder gaan.

Jezus tegen de Farizeeërs: ‘Als jullie Mij hoe dan ook belasterd zouden hebben dan zou Ik het jullie vergeven. Maar jullie zijn hoogmoedig geworden en hebt je bewapend tegen Mijn geest, die liefde heet en eeuwig Mijn Vader is en deze zonde zal je niet vergeven worden, niet hier en nog minder in het hiernamaals!’ GJE1-150:6 

Alle zonde en smaad wordt de mens vergeven, maar het smaden van de Heilige Geest nooit! (Matth.12:31) en GJE1-185:15.

SIMON JUDA [Petrus] zegt: "Heer toen U Zich voor mijn ogen in de rivier de Jordaan door Johannes met water liet dopen, zagen wij terstond een vlam in de vorm van een duif boven Uw hoofd zweven, en men zei dat dit Gods Heilige Geest was! En men hoorde toen ook een stem, als uit de lucht, die zei: 'Zie, dit is Mijn geliefde Zoon in wie Ik een welbehagen heb; luister naar Hem!' Wat was dat dan? Waar kwam die heilige vlam vandaan, en wie sprak die duidelijk gehoorde woorden uit? Hoe moeten wij dit opvatten en begrijpen?" GJE4-253:1

IK [Jezus] echter zei: "Dat was de stem van de Vader in Mij, en de vlam ontstond uit Mijn oneindige, uitstralende levenssfeer, die de werking is van Mijn Heilige Geest!’ Matth. 3:16,17 en GJE4-253:4.

PETRUS zei: 'Toen U Zich aan de Jordaan door Johannes liet dopen, openden de hemelen zich, en de geest van God zweefde in de vorm van een vurige duif boven Uw hoofd, en uit de hemelen hoorde men met een heldere stem de volgende woorden: 'Dit is Mijn geliefde Zoon aan Wie Ik een welbehagen heb, naar Hem moeten jullie luisteren!' En ook bij een andere gelegenheid hoorde ik precies diezelfde woorden, waarover wij eigenlijk tot op heden U nog niet zo precies om nadere uitleg durfden te vragen.’ GJE6-229:1

PETRUS verder: 'Heer, daar begrijpen we allemaal niets van, hoewel U Zelf zei, dat een mens alle zonden vergeven kunnen worden maar nooit een zonde tegen de Heilige Geest! U bent echter kennelijk niet de Heilige Geest, omdat U zei dat zonden tegen de Zoon vergeven kunnen worden. De Vader is het ook niet, omdat ook zonden tegen de Vader nog eerder vergeven zouden kunnen worden. Wel, wie en wat is dan de Heilige Geest? Wij zagen hem in de vorm van een vurige duif. Is hij een aan alle mensen vanaf Adam verborgen gehouden derde goddelijke persoonlijk­heid, of is hij één met de Vader of één met U? Hij kan toch niet heiliger zijn dan de Vader en U? En toch zei U, dat zonden tegen de Heilige Geest nooit ofte nimmer vergeven worden! Hij moet dus op een nog helemaal aan ons onbekende wijze beslist het Heiligste van alle hemelen zijn.’ GJE6-229:7

Jezus: ‘Kijk het beeld van de duif betekent voor jullie beperkte zintuigen ten eerste de grote zachtmoedigheid en ten tweede de grote vliegbekwaamheid van Mijn wil, die de eigenlijke Heilige Geest is; want waar Ik met Mijn wil iets tot stand wil brengen daar ben Ik ook al tot in de eindeloze verte aanwezig en breng iets tot stand’. GEJ.06_231,12

‘Wat de stem betreft die van boven uit de hemelen leek te komen, dat deed ook alleen maar Mijn geest, de uit Mij komende en Hem geheel vervullende liefde die alom met Mijn wil net als in Mij zo innig verbonden is. Dat de stem uit de hemelen leek te komen, moest jullie aangeven en leren dat al het ware en goddelijk goede eerst van boven komt, zoals ook de mens in zijn hart pas dan goed wordt zodra het mensenhart vanuit het door God verlichte verstand verlicht en daardoor werkelijk veredeld wordt.’ GEJ.06_231,13

‘Pas als het hart eenmaal verlicht is en in de ware liefde ontvlamt, wordt het helemaal licht en levend in de mens. Dan gaat ook jouw liefde spreken en zul je zeggen: 'Het licht in mij is mijn lieve zoon, in wie ik een welbehagen heb, naar hem -dat wil zeggen, naar al mijn wensen, begeerten en hartstochten -moet je luisteren!' GEJ.06_231,14

In een andere samenhang zei de Heer:

'Ik ben Heer en Meester, roep en spreek Mij dus ook als zodanig aan; meer is echt niet nodig! Maar kom Mij niet meer aan met de uitdrukking 'Heiligste! Want Ik ben hier net als jullie slechts een mens en zeg jullie, dat niemand heilig is dan alleen Gods Geest! Weliswaar woont Die in Mij, maar die gaat jullie voorlopig nog niets aan. Maar wanneer jullie zelf in deze geest wedergeboren zullen zijn, zal Hij voor jullie pas van belang worden en dan zullen jullie Zijn heiligheid begrijpen!’ [GEJ.08_205,08]

‘Wanneer de mensen in hun blindheid 'heilig, heilig, heilig' tot God zullen roepen, zal het er onder hen ellendig uitzien! Wie zó tot God wil roepen, moet eerst zelf van deze geest vervuld raken, anders is zijn roepen zinloos en dwaas en lijkt het op de aanroep van de heidenen, die door het gericht van de zonden der wereld gekneveld en geboeid zijn en zodoende onmogelijk de eeuwige, oneindige vrijheid in God, wat nu juist die heiligheid is, kunnen vatten en begrijpen!’ [GEJ.08_205,09]

‘Daarom ben Ik nu, zolang jullie nog in het gericht van de wereld leven, wel jullie Heer en Meester; maar wanneer jullie zelf in Mijn geest vrij en bewust ziende geworden zullen zijn, dan pas zullen jullie in mij God herkennen en 'Heilige Vader' tot Hem roepen. Maar dan zullen jullie niet, zoals nu, met de mond roepen, maar in jezelf, vanuit de levende geest; want God is in Zichzelf geest en kan daarom ook alleen maar in de geest en de levende en lichtend vrije waarheid aangeroepen en aanbeden worden!’ GJE8-205:10

‘Jullie begrijpen dit weliswaar nu nog niet en je kunt het ook niet begrijpen; maar als jullie blijven in het geloof in Mij en doen wat Mijn leer zegt, dan zullen jullie, als je geloof en je liefde gerijpt zijn, gedoopt worden door de Heilige Geest, die Ik aan allen zal zenden die door hun leven laten zien dat zij in Mij geloven en in Hem, Die Mij uit Zich in het vlees als Mensenzoon in deze wereld heeft gezonden; want het eigenlijke, waar­achtige, eeuwige leven is: dat je in Mij als de waarachtige Zoon van de Vader in de hemel gelooft en volgens Zijn leer leeft’. [GEJ.06_013,07]

‘Wanneer echter de Geest waarover Ik nu met jullie heb gesproken, tot jullie zal komen en jullie zal doordringen, zullen jullie uit jezelf alles begrijpen wat je nu allemaal ziet en hoort maar door je puur natuurlijke gesteldheid niet kunt begrijpen; want het lichaam kan de geest niet begrijpen en is op zichzelf zonder meer dood. Het heeft geen ander leven dan alleen maar het tijdelijke meeleven uit de levenskracht van de ziel, die met de geest verwant is en die helemaal op hem kan gaan lijken, en één met hem kan worden als zij zich helemaal van de wereld afwendt en haar zinnen alleen richt op het meest innerlijke, geestelijke, volgens de orde en wijze zoals Mijn leer en Mijn persoonlijke voorbeeld het jullie laten zien.’ [GEJ.06_013,08]

‘Daarom moet ieder van jullie zich inspannen om zijn ziel door haar eigen kracht te redden; want denk je dat zij als zij in het gericht komt zich wel zal kunnen redden zonder middelen daarvoor te hebben, terwijl zij zich hier met zoveel middelen die haar ten dienste staan, niet kan redden als zij niet bedenkt dat zij zichzelf als een onschatbaar goed moet zien dat, als het verloren gaat, op eigen kracht door niets weer gekocht of verkregen kan worden?!’ [GEJ.06_013,09]

‘Laat ieder daarom vóór alles zijn ziel proberen te redden! Want tegen allen zeg Ik, dat het aan gene zijde zo zal zijn: Wie liefde en waarheid, en dus de juiste orde van God, in zich heeft, zal er daar meteen nog heel veel bij gegeven worden; wie dat echter niet heeft of veel te weinig heeft, zal ook dat wat hij eventueel nog heeft, afgenomen worden, zodat hij dan helemaal niets zal hebben, en naakt, zonder middelen en zodoende zonder hulp zal zijn. Wie zal zich daar over hem ontfermen en hem vrijkopen?! Waarlijk Ik zeg jullie: Eén uur hier is meer waard dan duizend jaar daar.’ ­Grif deze woorden diep in je hart’; Zie ook: ‘de ware christelijke religie [Swedenborg], hfdst. 3 [GEJ.06_013,10]

Naschrift

De Alef [Alpha] bestaat in uit 3 Hebreeuwse lettertekens, namelijk 2 x het JOD-teken = dat is 2 keer de getalwaarde 10 en 1 x de WAW = dat is 1 x de getalwaarde 6, dus als een eenheid van 3 letters, waarbij de 6 [dus de Waw] de bovenste en onderste Jod [dus 10 met 10] zich met elkaar verbindt of samenvoegt; de 6 is een verbindend- of bemiddelingsteken. De beginletter Alef heeft als eerste letterteken van het Hebreeuwse alfabet de complete waarde van 26, dat ook de optelsom is van 10-5-6-5 [J-H-W-H] = God.

Het woord ‘geest’ betekent in het Hebreeuws ‘roeach’, dat overal tegelijk kan zijn. Bij Jezus daalde de Heilige Geest in de vorm van een duif, op Zijn hoofd neer. De Alef laat een eenheid zien die tegelijk ook een drie-eenheid is. In de letter Alef 1-30-80=111, zien we dit weer terug. De ÉÉN is tegelijk ook een DRIE-EENHEID. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn hoedanigheden van elkaar, en allemaal in diezelfde EENHEID. God is DUS een EENHEID, geen DRIEHEID, wel een drie-eenheid. Duizend [1000] wordt precies zo geschreven als de Alef. Beiden [de Alef als eenheid] vertellen over de één op alle niveaus. Beiden [ook de Eleph als 1000] zijn in principe in de optelling 111. De één in de eenheden, zowel in de tientallen als in de honderdtallen als 1+10+100.

www.zelfbeschouwing.info