Het handschrift 

 

De duim staat voor het ego en de ik-wilskracht. De duim is de opperbevelhebber en toonaangever van de hand. Zonder de duim kan men niet meer 'duimen'. Als we schrijven dan houden we drie vingers vast: de duim, wijsvinger met middelvinger. Alleen al met de duim en middelvinger kun je schrijven, maar het zal opvallen dat het moeilijk sturen is en dat andere spieren moeten worden belast van de arm. De wijsvinger als aanwijzingsvinger kan hierbij dienen als stuurman, de duim als kapitein, de middelvinger als roer (steun en toeverlaat). Elke hand bevat zesentwintig gewricht­jes en door de asymmetrische plaatsing van de vingers en door de onafgebroken dialoog met de hersenen, vormt de menselijke hand de meest verbazingwekkende natuurlijke concentratie van hulpmid­delen. De vingers geleiden verschillende kosmische krachten. De duim geleidt de kracht van de ZON, die speciaal opgehoopt is in hart, rug en ogen. Vandaar in de vingertaal met duim omhoog: Het gaat goed! Als men de duim in een vuist doet, verbergt men zijn eigen ik-gesteldheid. Met de duim drukt men op iets als kracht en macht. Het spreekwoord luidt: "Heb je dat uit je duim gezogen?" Duimzuigen prikkelt het gehemelte en de hypofyse, maakt bewustwording, het stimuleert het ik-besef van het kind.

                                                                                                                                                        

·         wijsvinger geleidt en zegt: ‘ik wil bewijzen, belerend, overtuigend en proevend;

·         wijsvinger is genietend: vinger ermee aflikken!

·         middelvinger is geleider, die dingen tot stilstand brengt;

·         ringvinger geleidt de kracht van schoon­heid, het genot en de harmonie, vinger der liefde;

·         pink is geleider van kracht, voortgaan, denken en gesprek;

 

Intuïtief zal men dus de juiste vinger gebruiken voor passende bezigheden. Door de handen te gebruiken, brengt men niet alleen een vorm in de stof teweeg, maar oefent en versterkt men ook zijn zielskracht, die ze geleidt. Wie geen handenarbeid wil verrichten, ver­liest vermogens en mogelijkheden, dus ook macht. Handen zijn uitdrukkingsvormen van aard en karakter. Door ze te beschouwen (ook de lijnen) kan men zelfkennis opdoen, kan men zich bewust worden van zijn aard en lot. Door wat de handen maken, bewijst men zijn eigen vermogens en voelt men de zékerheid. Wat handen doen, werkt terug op het karakter. Doe niet steeds hetzelfde. Werk aan de lopende band verarmt!

Met handen kan men ‘handelen’’ en ‘onderhandelen’, iets ‘vatten’ en ‘vervatten’, ‘grijpen’ en ‘begrijpen’. Koude zweethanden (klamme handen) verraden dat er angst is. Als iemand het koude (klamme) zweet uitbreekt, voelt hij zich eerder gepijnigd, dan bereid tot communicatie.

 

UpToDate 2024-2025