Gevaar van de weg der pure wijsheid en zegening der liefde

 

Jullie zullen echter niet (anders) tot God bidden, Die alleen heilig, heilig, heilig is, maar slechts in de Liefde van de Vader, want alle mensen zijn zo een gruwel voor God, maar voor de ‘Vader’ zijn zij ‘kinderen’. Gods heiligheid is onschendbaar; doch de Liefde van de Vader daalt af naar de kinderen. In de toorn van God komen alle dingen in de eeuwige vernietiging; maar de genade en de erbarming van de Vader laat zelfs ook nooit een droom vernietigen. Alles moet van God sterven; maar dan komt het leven van de Vader over de doden.

 

Wie God [ver]zoekt, die zal Hem verliezen, zijn leven zal sterven; want God laat Zich niet roeren; en die Hem [ver]zoekt vanuit menselijke wijsheid, die is voor Hem een aanstotende gruwelijke dwaas, en dat heeft de zoekende onvermijdelijk de dood tot gevolg; want met die wijsheid verzoekt hij God; geen enkel geschapen wezen, met welk zintuig dan ook, kan dit aanroeren en het leven behouden. Want God is een eeuwig, de meest zuiverste, maar ook het meest oneindige felle vuur, dat nooit uitgaat en waar de ‘Vader’ het niet wil verzachten, daar zou het weldra voor eeuwig alles vernietigen. Daarom zou iedereen God moeten vrezen in alles, en de Vader boven alles liefhebben; want de Vader is het meest volkomen tegendeel van God.

 

En toch was God niet God zonder de Vader, die de eeuwige liefde in God is, en de Vader was Vader zonder God. Zoals echter de Vader al het leven in God is; zo is ook God alle kracht en macht in de Vader. Zonder de Vader zou God aan Zichzelf onuitsprekelijk zijn, want al het woord in Hem is de Vader; maar de Vader zou nooit een Vader zonder God zijn; en daarom zijn God en Vader één! Wie de Vader dus met de liefde ontroert, raakt ook God aan; maar wie de Vader veracht en de Godheid alleen maar met zijn wijsheid wil treffen, die zal de Vader niet zien. Doch de Godheid van het vuur zal hem grijpen, en hem in stukken scheuren, en hem tot in de oneindigheid vernietigen, zodat hij zichzelf voor eeuwig nooit meer zal hervinden; en dan zal het niet gemakkelijk zijn, dat de Vader opnieuw uit de gehele eeuwigheid hem [zijn verstrooide zielendelen] samenvoegt om hem dan opnieuw te vormen.

 

Maar zoals de Vader er is, zo is God er ook; doch de Vader openbaart zich alleen aan de kinderen; God kan Zichzelf niet openbaren behalve slechts door de Vader; en hier openbaart de Vader, zoals nu, Zich aan de Godheid. Wie dus Mij hoort, ziet en liefheeft, die hoort, ziet en houdt van God; en wie door de Vader wordt ontvangen, die zal ook door God worden ontvangen. Als iemand het onwaardig acht de Vader niet aan te nemen, dan zal hij enkel en alleen vallen in de handen van de oordelende en vernietigende Godheid, en er zal geen erbarming zijn, noch enige liefde en genade! Daarom, heb vrees voor de Godheid! Want het is vreselijk om in Haar handen te vallen! Heb de Vader maar lief !

                                                                                                      

Houd vast aan Zijn liefde, en laat jullie altijd beroeren en geleiden door de liefde van de Vader, zodat jullie nooit eeuwig de dood zullen smaken, behalve de scheiding van het lichaam, die een vloek is en de Godheid beschermt, maar door de beschermende liefde van de Vader. Uit de hand van God ontvang je de vloek; maar uit de hand van de Vader daarentegen de zegen der liefde en al het leven uit haar; houd je daarom vast aan de eeuwige liefde; dan zul je in de liefde bestaan; maar waar jij je aan de wijsheid houdt, daar zul je ten onder gaan en zul je tot niets en voor eeuwig verloren [verwaait] worden door de Geest van de Godheid.

 

[bron: ‘Lebensgarten’ boekdeel 1 – ontvangen door Jakob Lorber]

 

Bijbelteksten die hier van toepassing zijn: Deuteronomium 4:24: Want de HEER uw God, Die is een verterend vuur, een ijverig God. - Deuteronomium 9:3: Zo zult gij heden weten, dat de HEER uw God Degene is Die voor uw aangezicht doorgaat, een verterend vuur: Die zal hen verdelgen en Die zal hen voor uw aangezicht neerwerpen; en gij zult hen uit de bezitting verdrijven en zult hen haastelijk tenietdoen, gelijk als de HEER tot u gesproken heeft. - Hebreeën 12:29: Want onze God is een verterend vuur.

 

 

 UpToDate 2024-2025