De begeleidende geest

In Swedenborg publicaties, editie 60 van 09-200 las ik het volgende: ‘Swedenborg vertelde aan een zekere Cuno, dat zijn engel hem dicteert en dat hij vlug genoeg kan schrijven…’ Cuno vroeg hem hoe hij in vredesnaam iemand kon ontmoeten in de geestelijke wereld, die nog in het land der levenden vertoefde [dus in leven en wel nog op de Aarde].

Swedenborg vertelde hem, dat hij drie uur lang in het geestelijke Rijk met de overleden koning [Adolf Frederik] gesproken had, die op 12 februari 1771 was gestorven. Hoewel de koning dus allang overleden was, was deze in druk gesprek met de koningin, die op dat moment nog leefde en op Aarde vertoefde.

Swedenborg verzekerde Cuno dat ieder mens zijn goede of boze geest heeft, die voortdurend bij hem is, maar zich soms van hem terugtrekt en in het geestenrijk verschijnt. Hiervan weet de levende mens niets, maar de geest bij hem weet er alles van. Zo’n vergezellende geest heeft alles in volkomen overeenstemming met zijn menselijke metgezel. In het geestenrijk heeft hij zichtbaar dezelfde gestalte, dezelfde vorm van gelaat en dezelfde klank van stem als de mens op Aarde. Ook draagt hij dezelfde kleding.

In één woord, deze vergezellende geest van de koningin verschijnt niet anders dan de koningin zelf, zoals hij [de koning] haar [de koningin] zo vaak in Stockholm gezien heeft…    

       Geestelijke Vonken

Ooit zullen alle verzamelde geestelijke vonken van de Godheid, d.w.z. uitgaande van de Vader in Jezus Christus  door zijn Heilige Geest, weer teruggebracht worden. Als de ziel verloren gaat, versplintert deze  in de grote hoeveelheid van de materie, en wordt opgelost in al haar delen, verspreidt zich in alle elementaire stoffelijke deeltjes van de schepping.

Afbeelding kan het volgende bevatten: vogel, lucht en buiten

Uiteindelijk kan er toch nooit iets verloren gaan, omdat alle geestvonken van de Godheid afstammen. Maar zo’n proces kan triljoenen jaren duren. Daarom kan God ook in alle universa elk deeltje materie [waarin de geest opgesloten ligt] voelen, elke gedachte van de mens is Hem bekend, ook al onze daden en gebeden! Toen de vrouw, die jarenlang menstrueerde dacht te kunnen genezen door het kleed van Jezus aan te raken, bleef dat niet onopgemerkt bij Jezus in de grote schare en de vrouw genas onmiddellijk. Toen Jezus in het publiek vroeg wie Hem aangeraakt had, zeiden de discipelen daarop, dat het toch een gewone zaak was om aangeraakt te worden in het gedrang van de opdringende massa mensen van het volk.                                   

www.zelfbeschouwing.info