Barmhartigheid kent menslijk Hart,

Gegroeid tot best genomen start.          

 

Mededogen in menselijk Gelaat,

Verblijvend in een heerlijke staat.

 

Liefde, in goddelijk menselijke Vorm,

Gekomen tot een hemelse reform.            

 

Vrede, met in ‘n mens’lijk Kleed,          

Zo lijkt hij helemaal weer compleet.

 

God verschijnt en Hij is Licht,

De mens voor eeuwig uit zijn gericht.

 

Arme zielen dwalen nog in de Nacht,

belast met aards beladen vracht

 

Doch zij vertonen een menselijke Vorm

Aan het einde van de grote storm

 

Zij mogen in het Rijk der Dag Verblijven

willen zo nooit meer achterblijven!

 

  bron: Jakob-Lorber-Bulletin-International, 05-2016, nr.7: www.zelfbeschouwing.info

UpToDate 2022

web counter