Bidden tot onze Heer

                                   door Sadhu Sundar Singh (1889 tot1929]

                                                              uittreksel

 

Bidden tot God betekent niet, dat je bedelt bij God. Het gebed bestaat niet uit, wat dat betreft, een poging bij God te doen, om datgene te krijgen, wat voor het leven nodig is. In het gebed doe je veelmeer de moeite om God Zelf, de grondlegger van het leven, aan te grijpen.

Je kunt de wil van God niet veranderen, maar degene die bidt kan wel ontdekken,  wat God met hem van plan is. Want aan mensen van dit soort openbaart Hij Zich in hun verborgen hartkamer  en onderhoud contact met hen.

In het gebed ademen we als het ware de Heilige Geest in. God stort Zijn Heilige Geest in het leven van de biddende, zodat hij een "levende ziel" wordt. (Genesis 2:7, Joh. 20:22), en hij zal nooit meer sterven, want in gebed giet de Heilige Geest zichzelf in haar geestelijke longen en vul haar geest met gezondheid, kracht en eeuwig leven.

 

 https://missionswerk.de/wp-content/uploads/2017/12/Dark-clouds-470467932_16x9-651x355.jpg

Wanneer een mens ophoudt, om zijn gebedsleven te onderhouden, en daarom ook begint met het verslappen van zijn geestelijke leven, dan richten alle wereldse dingen, die  nuttig zijn voor hem, alleen maar schade en vernieling. De zon laat door zijn licht en warmte, alle planten leven en bloeien, maar laat ze ook verwelken en sterven. Op dezelfde wijze geeft de lucht alle levende wezens leven en kracht, maar het zorgt er ook voor dat ze degenereren en sterven.. Daarom "waakt en bidt".

Doordat hij bidt, wendt hij zijn hart tot Mij en ontvangt hij licht en warmte van Mij, en in het midden van de kwalijke geuren van deze slechte wereld, verheerlijkt Mij de zoete geur van zijn nieuwe en heilige leven. Maar er ontstaan in hem niet alleen slechts de zoete geuren, maar ook de opbrengst, dat daar blijft.

Wie bidt, wil niet zeggen, dat God hem niets zou geven zonder gebed of zijn noden niet kent. Maar bidden heeft de grote voorkeur: dat in de [kniel]houding van het gebed de ziel het beste bereid is, om de zegen van de Gever te ontvangen evenals elke zegening, die Hij schenken wil. Daarom werd de volheid van de Heilige Geest nog niet op de eerste dag op de apostelen uitgestort, maar pas  na tien dagen speciale voorbereiding. 

Als er aan iemand een zegen werd geschonken, die zich daarop niet speciaal had voorbereid, dan zou hij dit niet voldoende waarderen of lang koesteren. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met Saul. Hij ontving de Heilige Geest en de waardigheid van de koning, zonder haar te hebben gezocht. Daarom is hij beide zeer spoedig verloren; want hij was van huis gegaan, niet zozeer omdat hij de Heilige Geest verwierf, maar omdat hij zijn verloren ezels aan het zoeken was. (1. Sam. 9, 3; 10, 11; 15,13—14; 31, 4).  

De persoon die bidt, kan God alleen in de geest en in de waarheid aanbidden. De anderen lijken op een gevoelige plant. Tijdens de godsdienstoefening beweegt ze de leer en de aanwezigheid van de Heilige Geest: ze buigen hun hoofd en worden serieus; maar nauwelijks hebben ze de kerk verlaten, en ze doen weer zoals voorheen.    

Als we een boom of een struik, die goede vruchten of bloesems draagt, niet naar behoren verzorgen, dan ontaardt hij en deze valt weer terug in zijn wilde oude staat.

Op dezelfde wijze gaat het ook met een gelovige: als bij hem de intensiviteit van het gebed nalaat en zwak wordt in het geestelijke leven, dan houdt hij op, om in Mij te blijven, en hij zal, als gevolg van deze verwaarlozing, uit elke staat van zegen terechtkomen, en weer in zijn oude zonden terugvallen en verloren gaan.

En precies zo gedragen zich veel mensen in het gebed of bij een religieuze bijeenkomst. Ze zitten op de oever van de grenzeloze oceaan van God, maar ze denken niet na over Zijn Majesteit en liefde of Zijn Goddelijke aard, dat de zonde reinigt, en de hongerige ziel verzadigd.  

Maar wie Mij in het gebed met een zuiver hart nadert, zal in Mij, daar Ik de BRON van het levende water ben, datgene vinden, wat hem tevredenheid, versterking en het eeuwige leven geeft. [Jesaja 55:1; Jer. 2:13, Openbaring 22:17). Maar wanneer hij de vergankelijke en de betoverende geneugten van de wereld ziet, dan vergeet hij Mijn liefde, steun en zorg.

Bidden betekent als het ware met Mij in gesprek gaan. Wie deze gemeenschap met Mij heeft en in Mij blijft, die zal op Mij lijken. Er is een soort insect dat leeft tussen het gras en de groene blaadjes en zich ermee voedt: zij zal op dezelfde kleur gaan lijken. Zo heeft de ijsbeer, omdat hij midden in de witte sneeuw woont, dezelfde witte kleur, en zo ook de Bengaalse tijger, die op zijn pels de afbeelding van het riet draagt, waarin hij leeft. Op deze wijze heeft elk, die door het gebed in gemeenschap met Mij blijft, met de heilige Engelen en engelen aandeel aan Mijn Wezen; ze worden in Mijn beeld omgevormd en zullen op Mij gelijken. 

Hoe wonderbaarlijk zal diens gelukzaligheid zijn, die in Mij blijven! Met talloze heiligen en engelen gaan ze in de langverwachte hemel en hebben met Mij deel aan Mijn volledige heerlijkheid dat noch verlies, noch de schaduw van een verandering kent. (Joh 17:24; Jakobus. 1:17). De mens van het gebed zal nimmer alleen te zijn, maar in eeuwigheid bij Mij en bij Mijn heiligen vertoeven. [Matth. 28:20 en Zach.3:7-8]

Om wilde dieren te temmen en om bliksem, wind, licht en andere natuurlijke krachten onder controle te houden en deze toepasselijk te maken, dat is an sich niet zo heel groots. Maar om de wereld, de satan en het eigen Zelf met al zijn hartstochten de baas te worden, dat is waarlijk iets hoogst belangrijks en noodzakelijks. Alleen degenen die een gebedsleven leiden, verleen Ik de kracht, om de totale macht van de vijand te overwinnen (Luk. 10:17 en 20), zodat ze zelfs terwijl ze in deze wereld leven, met Mij aan de hemelse oorden [gewesten] vertoeven. (Efeziërs 2:6)

Satan is daar beneden, en zij zijn daarboven. Zo kan hij ze nooit kan bereiken. Veeleer blijven ze eeuwig veilig [in geborgenheid] en zonder beven van angst bij Mij. De bidder daarentegen, die de Satan en zijn Zelf heeft overwonnen, kan naar believen door de eeuwige hemel zwerven. 

Het is nu de tijd om in de vaten van ons hart de olie van de Heilige Geest te ontvangen en te bewaren, zoals de vijf wijze maagden dat deden (Mattheüs 25:1-13). Anders wacht ons niets dan verdriet en wanhoop, zoals bij de vijf dwaze maagden. Nu moeten jullie ook het Manna voor de Grote Sabbat verzamelen, anders zullen jullie alleen maar pijn en geschrei hebben. (Exodus 16:15 en 27) "Maar bidt, dat jullie vlucht niet in de winter geschiedt, dat is in de periode van de grote  verdrukking, of van de laatste dagen, "of op een sabbat", dat is de heerschap van de duizend jaren van de eeuwige rust, want zo’n gunstige gelegenheid zal dan ook nooit meer terugkomen. (Mattheüs 24, 20).

Zoals het klimaat, de vorm, de kleur en de groei van planten en bloemen verandert, zo ervaren de mensen dat, die met Mij in gemeenschap blijven, een ontwikkeling van hun geestelijke wezen in gewoontes, uiterlijk en gemoedsaard: ze trekken de oude mens uit en worden in Mijn glorieuze en onvergankelijk evenbeeld getransformeerd.

Vaak bidden mensen in mijn naam tot de Vader, maar zij blijven niet in Mij, dat wil zeggen, zij nemen Mijn Naam weliswaar in de mond en op de lippen, maar niet in het hart en leven. Dat is de reden daarentegen, waarom zij dat niet ontvangen, waarvoor zij bidden. Maar als zij in Mij blijven en Ik in hen, dan ontvangen zij, wat zij ook steeds van de Vader vragen, want zij bidden onder de leiding van de Heilige Geest.

De Heilige Geest laat hen zien, wat de Vader verheerlijkt en hen zoals ook anderen, goed doet. Er is een groot verschil tussen de gebeden van diegenen, die Mij alleen maar aanbidden en prijzen met hun lippen, en zij, die dat vanuit hun hart doen. Bijvoorbeeld: een ware aanbidder deed voortdurend voorbede voor een andere, zodat diens ogen zou worden geopend en hij de waarheid aannam, terwijl de andere, die alleen volgens de naam als een biddende verscheen, in zijn vijandigheid tot mijn ware aanbidders vaak bad,  at hij  met blindheid geslagen wilde worden. Uiteindelijk verhoorde God in Zijn liefdeswil de gebeden van de ware bidders, en de andere, die tot nu toe een huichelaar was, de geestesogen ontving. Met een gelukkig hart werd deze man een ware gelovige en een oprechte en trouwe broeder van Mijn ware dienaren.

Het gebed maakt voor de mensen dat mogelijk, die zij op andere wijzen onmogelijk achten. En zij ervaren in het leven zulke prachtige dingen, die niet alleen in strijd zijn met de regels en meningen van de wereldse wijsheid, maar deze worden allemaal voor onmogelijk  gehouden. Wie de zegeningen van een geestelijk leven van God ontvangen wil door het gebed, die moet geloven en gehoorzamen, zonder te vragen. 

 

Hij die bidt, moet geloven en gehoorzamen en zijn zwakke en verdorde handen naar Mij uitstrekken in het gebed; dan zal Ik hem het geestelijk leven geven, en het moet hem gegeven worden, zoals hij het nodig heeft. (Matth. 21:22).

 

Bron: Sadhu Sundar Singh (1889 tot 1929) - Jeugd Jezus, hoofdstuk 185: 1-22, GEJ-2-111: 1-10

Note: In het Hebreeuws betekent gebed Thephillah - Het is afkomstig van het begrip Pallel, en dat wil richten en beslissen. Als werkwoord stamt het af van Hith-pallei, d.w.z. een innerlijk streven. Thefillah is dus eigenlijk je [ge]weten.

 

 

 

 

 

 

 Tekstvak: Gebeden	van	de	Nieuwe	Openbaringen

(Een korte weergave)

   door Klaus Opitz

 

1.    Wie zo tot Mij komt, die vindt steeds verhoring

Uit algemeen menselijke visie zal onder gebed bedoeld zijn de ‚communicatie met een Godheid‘ het ‚gesprek met God‘, het verzoek, de dank, het zich overgeven of het zich laten gaan in het vertrouwen tot het eeuwige.

 

Meestal komt de mens eerst dan tot het gebed, wanneer het leven niet zo verloopt, zoals hij zich dat had voorgesteld: wanneer hij echter ongelukken, ziekte of sterftegevallen te doorstaan heeft, dan zoekt hij naar een steunpunt,

 

kijk naar boven, naar het onzichtbare Wezen, waarvan hij [de mens] vaak een vermoeden had, maar nooit genoeg waardig bevond…”

 

Miljoenen mensen bidden of geloven te bidden en zien geen resultaat van hun gebed, enerzijds omdat ze om de vervulling van wensen vragen, die niet uitvoerbaar zijn, omdat ze geloven, dat met het gebed hun gehele verplichting al tegenover hun Schepper is afgelost.

 

Vanuit deze inzichten ontstaan natuurlijk een hoeveelheid dwalingen, die vervolgens vaak leiden van geloof tot ongeloof, omdat de mens geen inwilliging  [schulddelging] van zijn bede verdraagt. Er moet hier dus een grens getrokken worden, waarom men bidt, hoe men en om wat men bidden moet.

 

Waarom men eigenlijk bidden moet, is wel daarom, omdat een gebed, wanneer  het uit het hart komt, dit in vrede en vreugde gemakkelijker zal geuit worden l…

 

Men moet bidden, omdat niemand zo troosten kan als Ik, vooral wanneer men Mijn woorden weet te begrijpen; want Ik wijs geen kind af, als het Mij in verdriet heeft opgezocht en zijn hele hart voor Mij weet uit te storten; Ik schotel hem niet de gepleegde fouten voor, maar zijn gebed zelf getuigde al, dat het deze zelf al kent  en nu bij de kwalijke gevolgen daarvan Mijn hulp afsmeekt.

 

Wie zo tot Mij komt, die vindt steeds verhoring, dat wil zeggen, hij vindt zijn rust weer, die hij van vroeger meende verloren te zijn…


De macht van het gebed moet de mens verheffen, ze tot Mij brengen, dit (is) het doel; want `gebed` betekent niets anders, dan aan Mij te denken en aan de verhouding tussen Mij en de mens. Wie dus zo bidt, die is met Mij in verbinding getreden, en wint hierdoor veel, omdat hij zijn eigen positie op deze wereld beter inziet, en zich gemakkelijker verzoent door het gebed tot de overgang in het andere leven, en doordat hij allang zich geestelijk inleefde, alvorens de aardse omhulling werd afgelegd, dat hem van het geestelijk rijk deed scheiden.’

 

(Uit Gottfried Mayerhofer: „De macht van het gebed“ (Festgarten) (Volledige tekst zie ook onder www.JESUS2030.de linker randkolom onder „Gebet / Meditation / Gesundheit (1)“. Uit de inhoud: Wanneer moet men bidden? / Hoe moet men bidden?

/ Om wat moet men bidden?...)

 

Jezus Zelf leert ons in de Nieuwe Openbaringen in veel teksten, hoe wij moeten bidden en wat wij moeten bidden. Hier een kleine keuze:

 

2.  Het oer-onze Vader,

hoe dit in het ‘Grote Johannes Evangelie’ wordt weergegeven.

 

Een leerling: „Heer en Meester, op welke wijze moeten wij U vragen, dat wij U welgevallig zijn en U daarmee niet tevergeefs om iets juist konden vragen? Want een mens op deze Aarde kan zomaar in allerlei benarde posities komen en daarmee kan hij met een juist verzoek om uitkomst zich slechts aan U richten. Hoe moet hij echter vragen en bidden?

 

Zeg Ik: In iedere nood en tegenspoed tot Mij smeken met een  natuurlijke spraak in het hart, en jullie zullen niet tevergeefs vragen! Wanneer jullie echter om iets vragen, doe dat dan met niet zoveel woorden en beslist niet met ceremonieën, maar vraag dus heel stil in het geheime liefdekamertje van  jullie harten:

 

Onze liefdevolle Vader, U die in de hemel woont,

Uw naam worde in alle tijden eeuwig geheiligd!

Uw Rijk van het leven, het licht en de waarheid kome tot ons en blijve bij ons! Uw enige heilige en gerechtvaardige wil geschiede op deze Aarde onder ons mensen, zoals ook in Uw hemelen onder Uw volmaakte engelen!

Geef ons echter het dagelijkse brood  op deze Aarde!

Vergeef ons onze zonden en zwaktes, zoals ook wij hen vergeven zullen, die tegen ons gezondigd hebben!

Laat geen bekoringen over ons komen, die wij niet konden weerstaan, en bevrijdt ons dus van alle euvel, waarin een mens ingevolge van een te geweldige verzoeking van deze wereld en haar boze geest geraken kan;

Want U, o Vader in de Hemel, is alle macht, alle kracht, alle sterkte en alle heerlijkheid, en alle hemelen zijn vol van dezen van eeuwigheid tot eeuwigheid!

 

Kijk, Mijn vriend, zo moet iedereen in zijn hart bidden, dan zal zijn bede verhoord worden, als die in alle ernst is gemeend -maar niet enkel en alleen  met


de mond, maar waarachtig en levend in zijn hart! Want God is in Zichzelf  een zuiverste geest en moet dan ook in de geest en de volle en ernstige waar- heid daarvan aanbeden worden. Als je dat nu inziet en begrijpt, handel daar dan ook naar, dan zul je leven, evenals iedereen die zo zal doen!' (GJE.10_32,03ff)

 

3.  Het onze Vader…

 

Vragen in het geestelijk licht bezien

 

„...Wat echter het ‚onze Vader‘ betreft, het staat met dit gebed er net zo voor, als met de vraag, hoe men dit moet bidden, opdat het vrucht brenge. Want wie datzelfde niet in de geest en in de waarheid bidt, die deugt evenzo als een blinde, die bekend wordt gemaakt met het verduidelijken van kleuren.

 

Hoe kan de (geestelijk blinde) zeggen: `onze Vader`, daar hij nog nooit de moeite heeft genomen, de Vader in zijn hart door de liefde en door het levendige geloof te erkennen en Hem in de geest en in de waarheid te voeden?

 

Hoe kan hij zeggen: `Gij die in de hemel zijt’, die noch de Vader en noch minder de hemel kent!?

 

Hoe kan hij zeggen: `geheiligd worde Uw naam!, hij die toch niet kent Mijn liefde,  en nog minder Mijn levend Woord en daarom ook onmogelijk het leven van het leven en de heiligheid van alle heil en alle nieuwwording uit Mij kent, wat alleen Mijn uitgesproken naam is!’

 

Hoe kan hij zeggen: `Uw Rijk kome!`, hij met al zijn gedachtes als een parasiterende plant aan de boom die vruchten moet dragen, d.w.z. hij, die aan deze wereld hangt!?

 

Hoe kan hij zeggen: `Uw wil geschiede`, hij die nog nooit er moeite voor gedaan heeft, om Mijn wil te erkennen en tegen elk nog zo gemakkelijk gebod in zijn hart of een grote lauwheid vaak al in zijn jeugd de weerspannige ongehoorzaamheid koestert en alles betreffende de dingen van het eeuwige leven met de allergrootste lichtzinnigheid in zich meedraagt.

 

Hoe kan hij zeggen: `geef ons het brood des levens`, hij, die van het gevraagde brood helemaal geen idee heeft in zijn hart, maar des te meer een grotere vreetbegeerte in zijn maag, die het feitelijke hoofdhart uitmaakt van zulk een vruchteloos biddende!?

 

Hoe kan hij om `vergeving van zijn zonden` vragen, wiens hart nog vol bedenkelijkheid is, omdat daarin niets anders woont dan toorn, nijd, hoogmoed, afgunst, brutaliteit en nog vele andere karakteristieke ondeugden!? -

 

Luistert, tot de vruchtrijke prestatie om zonden te vergeven, daarvoor wordt echter meer geëist, dan bij gunstige situaties niet vijandig te zijn. Want wie geen vijanden heeft, hoe moet hij dan vragen: ‚vergeef mij mijn zonden, zoals ik mijn vijanden vergeef!?’-


Ik wil daarmee niet zeggen, dat jullie je vijanden moeten maken, om dan iets vergeven te hebben; maar Ik wil ermee zeggen, dat het hart van jullie over iedere belediging, hoe ontaard dit ook mag zijn, moet verheven zijn. Anders halen jullie je, in plaats van vergeving, het gericht en de  verdoemenis op je hals.

 

Hoe kan hij verder zeggen: ‚leidt ons niet in verzoeking`, hij die in eerste instantie Mij helemaal niet kent en zomaar in het lege bidt, en hij als een bezetene, die Ik onopzettelijk van elke verleiding ontzie, zelfs echter wanneer hij van gevaar naar gevaar, van afgrond naar afgrond, en van de dood naar de dood rent!?

 

Zie, hoe gaat het met zo’n verzoek daarna! Lijkt het niet alsof hij te keer gaat, dat hij een grote weldoener is, die om ondersteuning vraagt, maar als hij dit ontvangen heeft, dan smijt hij dit voor een deel in het vuur, voor een deel in het vervuilde water, voor een deel in het stinkende rioolwater, en voor een deel in onraad en in de  graven, die vol zijn met rottende lijken. Denk je, of zo’n dwaas zijn gave gebruikt!?

 

Hoe kan hij eindelijk zeggen: `verlos ons van het euvel`, hij, die met al zijn vlijt zichzelf in al het kwaad stort!?

 

Als jullie dit gebed vruchtbrengend willen bidden, dan moeten jullie het bidden in de geest en in de waarheid doen, en wel bedenken, wat daartoe nodig is, om de ware vrucht van dit gebed te oogsten. Anders wordt dit gebed voor jullie het tegendeel van de grootste zegen en voor elk ander volwassene.‘ (HiG.01_41.03.13,08ff)

 

Verdere interpretaties zoals -het onze Vader, in relatie met ‚licht’-, -het onze Vader, in relatie met ‚leven‘-, -het onze Vader in relatie met ‚kracht‘-, en -het onze Vader in relatie met ‚orde’-, -het onze Vader in relatie met ‚vrijheid‘-, -het onze Vader in relatie met ‘waarheid’-, zie verder onder Jakob Lorber, Hemelse Gaven, boekdeel 2, bladzijde 163 e.v.

 

4.  Heer, U lankmoedige

 

"... Zoals zo’n geestelijk gevormde mens dan voor de mensen bidt, zo bidden ook Mijn engelen als hoogste geesten, die alleen maar het geestelijk welzijn van al hun toevertrouwde wezens toewensen.

 

In zulk een mens heeft zo’n gebed ook het grootste nut voor zichzelf, omdat hij een gewetensrust in zich bespeuren zal, dat hem ver over al het materiële verheft en voor hem alle kleine euvels van het menselijk leven in het niets laat vervloeien.

 

Degene, die vrij uit zijn binnenste hart dus tot Mij spreekt:

 

O Heer! U lankmoedige, liefdevolste Vader van ons allemaal!

Laat Uw geest der liefde neerstromen op dit verdwaalde mensengeslacht, welke, hoe dronken ook door wereldse begeertes, U helemaal vergeten heeft!

Laat in hen lichten Uw liefde, Uw erbarming, en verleen hen inzichten in Uw onwrikbare wetten van de materie,- en geestelijke natuur, opdat zij niet aanhoudend zondigen en zichzelf  daardoor onheil en nood bezorgen!

Laat ze begrijpen, dat broeder- en zusterliefde, een zwak ego is van Uw oneindige Vaderliefde, om hen samen te verbinden, en dat niet haat, eerzucht en smadelijke


voordeelzucht de drijfveren van al hun handelen moeten zijn en daarom de bron van alle leed worden.

Laat Uw licht van inzicht schijnen, zodat de duisternis, waarin onjuiste opvoeding en foutieve religiebegrippen, die zij ten val gebracht hebben, mogen verdwijnen!

Zegen, o Vader, Uw verdwaalde kinderen, want, hoewel nog verdwaald, zijn ze toch nog Uw kinderen, Uw schepsels!

Geef hen rust en vrede, opdat hen licht gegeven mag worden uit het eeuwige licht van Uw liefde! Amen!

 

Wie zo in staat is om voor de mensen te bidden, wie zo met dezelfde inborst dit alle dagen kan doen, en met dezelfde liefde en waar deze instemming dan ook de richting van zijn dagelijkse handelingen zijn, die bidt elk moment en zonder ophouden tot Mij, en vestigt in zijn innerlijk een stempel van vrede, die niemand teniet kan doen en beoefent zo de mensenliefde, zoals Ik ze eens gepredikt en zelf praktisch heb aangetoond. (Uit: Gottfried Mayerhofer, "Die Macht des Gebetes" (Festgarten))

 

5.  Een goede gebede

 

Hiermee geef Ik je een goede gebede voor diegene, die de wereldse geneugten niet kan weerstaan, omdat hij deze als geheel onschuldig en onschadelijk voorstelt, terwijl  hij een door Mijn liefde verwarmt hart dit als verkoelend ervaart en de wereldse  begeertes daarmee weldoend koestert, maar daardoor de giftige slangen juist nog  meer besluipen; zulke veroorzaakte kwade, oprechte helse slangen slapen voor Mij in, slapen zacht in voor Mijn liefde en genade met magnetische manipulaties, zodat het hart van Mij met de tijd bij hen is afgevallen en over moet gaan in een eeuwige dood!

 

Daarom geef Ik je dus hier deze machtige gebede! -

 

Wie dat levendig, trouw en in waarheid zal uitspreken, die zal daarmee deze boze slangen uit zijn hart verbannen! –

 

En schrijf dan zo de gebede!

 

Heilige, liefdevolle Vader!

Zie mij arme, zwakke, geheel uitgeputte zondaar met grote genade aan!

U, o lieve Vader, heeft mij met het hoogst, eeuwig ware liefdesvuur bewogen en trekt mij enorm tot U aan!

Maar ik, een lauw, ja vanuit de basis een koud wezen, beweeg mij slechts in de oude elementen van mijn aangeërfde doodskoude nu monter, opgewekt en levendig verder.

In Uw heilige elementen van het vuur van Uw liefde word ik straks traag en ongegrond lui en het is voor mij veel meer gemakkelijker en behaaglijker om dagen en weken lang rond te lopen in de oude elementen dan slechts een uur lang in de grote warmte van Uw liefde.

Dat leert mij de dagelijkse ervaring!

Ik zie echter ook, dat me dit slechts de volledige dood van de geest kan kosten, omdat zo’n gevoel mij uit de hel wordt ingeblazen!

Zo vraag ik U, zonder vertraging, o heilige, liefdevolste Vader, drijf de boze in slaap gesuste slang uit mij en adem mij in met Uw goddelijke troost, zodat ik niet meer in mijn oude dood de aanwezige elementen verzaak en te gronde ga in de zacht


verkoelende giffen van mijn eigen wereldse slangeneigenschappen, omdat ze van Uw verwamde hart, als het intussen weldoend werelds opklaart, mij nog besluipt en bekruipt!

 

O zie, hoe ik mij verheug, omdat ik met mijn werelds vreugdevolle gezelschap mij ergens tegenaan stoot en mij met haar amuseer over de ijdele en geheel en al onbeduidende dingen! Maar met U, o Vader, te praten en mijn hart en gezicht naar U toe te keren, daarvan word ik snel slaperig, vol met verveling. En het is niet ongewoon om mij met de onbelangrijkste wereldse werken de hele dag op te vrolijken, dan slechts een half uur  aan U te besteden.

 

O Heer en Vader, verhoor mij en wees mij arme en zwakste zondaar genadig en barmhartig!

 

Uw liefde brengt mij tot leven, Uw genade verlicht en Uw erbarming en mildheid  sterkt en trekt mij steeds krachtiger tot U.

 

O Vader! Neem mij met Uw hand en leidt mij voor eeuwig in Uw Rijk en in Uw vaderhuis. Amen.‘ (Hemelse Gaven.2_43.07.18,01)

 


 

6.  Heer, er gebeure, wat komt

 

„Heer! Het geschiede daar, wat komt, U alleen bent onze Vader, tijdelijk en eeuwig.

 

Van U en van niemand anders hangt ons toekomstig [ware] welzijn af: want wij weten immers wel, dat alle menselijke hulp, hoe ze ook mag zijn, voor niets deugt.

 

Uw wil geschiede!

 

Wij willen niemand buiten U om alleen vrezen, o Heer, en van niemand verwachten wij hulp, dan alleen bij U, o goede Vader!’

 

‘Bij U willen wij helemaal in het gehele leven zijn van deze wereld en evenzo in haar noodzakelijke dood, die ons vrij zal maken van het lichaam en ons dan eindelijk  naar


U toe leiden, want U bent onze enigste levende hoop door het geloof en onze enigste liefde in het opgewekte leven van onze geest!‘

 

‘Is jullie deze volledigste toewijding naar Mij niet mogelijk, waarin het in werkinggestelde levende geloof aan huis is, daarvoor komt dan een passend middel, waardoor de rust van de ziel kan worden bewerkstelligd’…(Hemelse Gaven.03_48.09.03)

 

7.  Gebed van het hart

 

O Vader, Heer en God, wij loven U, wij danken U!

U, God en Vader, eert de schepping wijd en zijd, alle sterren en alle hemelen zijn vol van Uw roem!

Alle engelen en alle hemelse legerscharen dienen altijd Uw wil!

Cherubijnen en Serafijnen zingen met hoge stemmen: `heilig is onze God, heilig is onze Vader! Alle landen, alle werelden, alle hemelen zijn vol van Zijn grote naaml!` Ach, mijn God en Vader, help, help, help, dat Uw allerheiligste, over de allermachtigste en krachtigste naam, dit meest waardigste ook van ons en door ons geheiligd moge worden!

Laat vooral niet toe, dat wij ooit verontreinigd mochten worden door gedachten, woorden of werken!

Erbarm U,  erbarm U over mij en de mijnen en over alle mensen!

Zie, mijn God en Vader, U hebt mij met de grootste genade een helder schijnsel in mijn hart gegeven; laat mij de hemelse wijsheid beseffen en ervaren, dat in het verborgene ligt en dat alleen nog uit Uw oneindige liefde en erbarming in mijn hoogst bedenkelijk ehart stroomt!’

Oh, verberg Uw goddelijk gelaat voor mijn misdaden en breng, breng in mij, o God en Vader, een rein hart en geef mij een zekere geest, ja geef mij Uw heilige geest!

Verwerp mij niet, o mijn God en Vader!

Troost, troost, troost mij steeds met Uw liefde en genade!

Ach mijn Vader, God en Heer, bekeert U ons, zo zijn wij bekeerd! Help ons, zo is ons geholpen!

En erbarm U over alle mensen, zielen en geesten! -  Amen.

O mijn Jezus, U allerheiligste, over alle machtigste en krachtigste namen. Amen!“ (Hemelse Gaven01_41.05.04.b,01ff)

 

8.    Verklaring Jezus voor alle ongeduldigen:

 

Wanneer het gebed echter de juiste geloofskracht heeft bereikt, dat weet Ik alleen.

 

Het welslagen richt zich altijd naar de zelfhandelende geloofskracht. Hoe meer deze vast en onverstoorbaar in Mijn naam voortduurt, des te nader ligt ook het welslagen, die steeds in de gehele, ongetwijfelde overgave, geduld en alle liefde en zachtmoedigheid ligt.

 

Wanneer echter deze de juiste graad heeft bereikt, dat alleen weet Ik, zoals al gezegd.


Om die reden mag in ieder verzoek het geduld niet worden uitgesloten, opdat een ieder zichzelf onderzoekt, hoe sterk hij zich aan Mijn naam houdt..

 

Dat zeg Ik, in Diens naam alle macht en kracht verborgen is!“ (Uit: Hemelse Gaven.01_41.04.18,01)

 

Volledige tekst zie onder www.JESUS2030.de, linker kolomkant onder „Gebet / Meditation / Gesundheit (1)“

 

[Opmerking: van Jakob Lorber heb ik gelezen, dat wij de Heer niet zoveel moeten vragen, want wij ontvangen immers al zo veel van Hem, vaak zonder het te beseffen. HIJ weet wel hoe het er met ons voorstaat! Natuurlijk wil de Heer graag, dat wij HEM steeds vragen, maar hij accentueert via Jakob Lorber, dat het nog beter is om te danken! Als wij Hem vragen, zal ons dan pas gegeven worden, als het ook vruchtbaar is voor ons. Maar we kunnen HEM in alle opzichten veel MEER liever nog danken. Geef! [in het Duits: Gébet!], terwijl het Duitse woord voor Gebet ‚gebed’ betekent. Geef, en er zal ook jou gegeven worden! We moeten ons toewijden aan de Heer. Teveel bidden [beten, bitten= vragen] kan ook egoïstisch zijn. Zo bezien is er een onderscheid tussen bidden en [aan]bieden [geven], bidden [bitten[ en bedelen [Betteln]. G.

 

www.zelfbeschouwing.info - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, september 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens

 

Genezing door gebed?

          (Klaus Opitz)

 

Gezondheid wordt met recht in ons wereldse leven als het hoogste goed geclassificeerd en ondanks dat wordt er nog voortdurend tegen de beginselen van een gezond leven gezondigd. De gevolgen zijn ziekten, het wegkwijnen aan een vroegtijdige dood. En aan het einde zal God de schuld krijgen om zijn eigen tegenslag.

 

‚Als de mensen zich nooit van God zouden afkeren, zouden ze ook nooit tot nood en ellende vervallen…

Ook ziekten van het lichaam zullen jullie zielen niet angstig en kleinmoedig maken; want lichamelijke ziekten zijn altijd alleen maar de bittere gevolgen van het niet opvolgen van de geboden.

 

Wie zich reeds vanaf zijn jeugd trouw aan deze geboden houdt, zal tot op hoge leeftijd geen arts nodig hebben en zijn nakomelingen zullen niet hoeven te lijden onder de zonden van hun ouders, zoals dat bij de oude, aan God trouwe volkeren vaak eeuwenlang het geval was.

Maar steeds als de mensen begonnen te ontaarden, is er ook weldra ernstig lichamelijk lijden over hen gekomen en hebben ze de gevolgen leren kennen van het te weinig of helemaal niet in acht nemen van Gods geboden’. [GJE-9-35-5-7]

 

 


 

Jezus is bekend met onze ontberingen

 

"Ja, zo is het, daarom moeten jullie bij alle nog zo weerzinwekkende verschijnselen op deze aarde niet de moed verliezen, want de Vader in de hemel weet ervan en weet het best waarom Hij ze toelaat!

 

Zo zijn de meeste ziekten, die de mensen moeten doorstaan, niets dan hinderpalen om te voorkomen dat de ziel één zou worden met het lichaam…” (GJE.02_169,11)

‘Wat  het  vlees  heeft  aangetrokken  [de  zonde],  zal  dat  hetzelfde  ook  weer       moeten

afleggen. Of dit nu gepaard gaat met of zonder pijn, dat is hier om het even.’ (GJE.05_075,07)

 

'Jullie geschiede naar jullie geloof; maar behalve wat jullie geloven, moeten jullie onthouden dat het voor een mens ter wille van zijn ziel niet altijd bevorderlijk is als hij met een volkomen gezond lichaam rondloopt; want als zijn vlees te gezond is, wordt het ook gemakkelijk geprikkeld tot allerlei zinnelijke lusten, waarin de ziel eerder mede begerig wordt dan wanneer haar vlees ziekelijk en zwak is, - en zo is een lichamelijke ziekte in zekere zin een wacht voor de deur van het innerlijke leven van de ziel! (GJE.09_158,11)

 

‘Vrees dus maar niet voor de veelvuldige levenslasten die je hier en daar op je aardse levensweg zult ontmoeten, want Ik zal ze ter versterking van je ziel en je geest op je weg brengen!

Als je dus zo nu en dan iets zal overkomen, bedenk dan dat Ik het ben die je zo'n versterking doe toekomen! Want hoe meer Ik een mens liefheb des te meer zal Ik hem ook verzoeken. Want een ieder moet net als Ik volmaakt worden, maar daarvoor zal veel zelfverloochening, geduld, zachtmoedigheid en algehele overgave aan Mijn wil nodig zijn’. (GJE.03_120,06)

‚het beste onder al Mijn schenkingen is het kruis, want in deze kiemt het ware eeuwige

leven voor ziel en geest!‘  (HiG.03_46.09.11,01)

 

Degene bij wie Ik nog allerlei leed en rampspoed toelaat, help Ik op de juiste tijd; degene die Ik echter zijn aards trotse en zwelgend goede leventje ongehinderd verder laat genieten, draagt zijn gericht en eeuwige dood reeds in zich en dus ook overal met zich mee. Nu weet je dus ook waarom menigeen met werelds aanzien en wereldse rijkdom ongestraft verder kan zondigen en gruwelijke dingen doen tot aan de dood van zijn lichaam.' (GJE.09_029,13)


Kunnen wij in de nood durven hopen op Gods hulp?


 

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden’,

schrijft Matthéüs in zijn Evangelie (7,7 e.v).

De zieken zeg Ik echter: ze moeten zich niet bedroefd maken om hun ziekte, maar moeten zich ernstig tot Mij wenden en moeten Mij helemaal vertrouwen. Ik zal ze troosten, en een stroom van de kostelijke balsem zal hun harten overgieten, en de eeuwige bron van het leven zal onuitputtelijk in hen helder worden, ze zullen genezen en zullen verkwikt worden als het gras na een onweersbui”. [Huishouding van God 1-1-3]

 

„Als je bij Mij alleen levendige hulp zoekt, dan zul je volkomen gezond worden; want daar zul je in Mijn liefde het krachtigste geneesmiddel tegen elk euvel in je eigen boezem dragen, dat het enigste universele geneesmiddel is!

Want zie, alle aardse geneesmiddelen lijken in elk opzicht in hun werking als een strijd van de helse geesten onder elkaar en zijn om die reden een echte bonum contra malum (goed tegen slecht), en daarom als een waar geneesmiddel, door dat de mens door elk euvel alleen om deze reden voor eeuwig kan genezen worden!” [Hemelse Gaven 3-45-15, e.v.]

 

…’Maar aan Mijn hulp zal het jullie niet ontbreken. Wat jullie zelf kunnen doen met de  jullie toegemeten kracht, moet je ook zelf doen; voor wat daarbovenuit gaat, zal Ik dan wel zorgen. Want heus, Ik zeg jullie: Wat je de Vader in Mijn naam en binnen Mijn orde, die jullie bekend is, zult vragen, dat zal je ook gegeven worden naar de mate waarin het voor jullie ziel nuttig is’. (GJE.06_021,9)

 

 

Wie Mijn Woord leest en ernaar leeft en een sterk, vast geloof heeft, aan diegene zal het Woord door zijn geloof helpen, zoals het zelfs in het Evangelie vaak te zien is.

Ontbreekt echter het juiste, levendige geloof, daar zal het ‚sta op en wandel‘ slechts van geringe werking zijn. Overeenkomstig daarmee zijn Mijn Woord en het levendige geloof steeds het beste geneesmiddel, ook voor het lichaam, en een apotheker heeft geen betere.” [Hemelse Gaven303_48.09.03,05f)

 

‚Alles hangt af van de ernstige wil van de mens; als hij zich serieus verbetert en in vol vertrouwen God, altijd in Mijn naam, smeekt om iets waars en goeds, zal het hem gegeven worden naar de maat van zijn reële verbetering en van zijn geloof en vertrouwen.


En je kunt nu met deze waarachtige belofte van Mij dan ook volkomen tevreden zijn. (GJE.06_069,10)

Jezus kan en wil ons dus in het kader van Zijn Ordening helpen, maar het of en wanneer moeten wij alleen aan Hem overlaten. Alleen Jezus weet, wanneer het de juiste tijd is voor een genezing: “Uw wil geschiede!”

 

(Uitvoerige omschrijving van de tekst „Genezing door Gebed“ [Heilung durch  Gebet]  zie onder WWW.JESUS2030.de in het themaregister [Themenregister]- zoeken onder genezing [Heilung] en aanklikken.

 

Tekstvak: Wij danken Klaus Opitz hartelijk voor zijn leerzame thema !

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, april 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens

 

Genezing door gebed?

          (Klaus Opitz)

 

Gezondheid wordt met recht in ons wereldse leven als het hoogste goed geclassificeerd en ondanks dat wordt er nog voortdurend tegen de beginselen van een gezond leven gezondigd. De gevolgen zijn ziekten, het wegkwijnen aan een vroegtijdige dood. En aan het einde zal God de schuld krijgen om zijn eigen tegenslag.

 

‚Als de mensen zich nooit van God zouden afkeren, zouden ze ook nooit tot nood en ellende vervallen…

Ook ziekten van het lichaam zullen jullie zielen niet angstig en kleinmoedig maken; want lichamelijke ziekten zijn altijd alleen maar de bittere gevolgen van het niet opvolgen van de geboden.

 

Wie zich reeds vanaf zijn jeugd trouw aan deze geboden houdt, zal tot op hoge leeftijd geen arts nodig hebben en zijn nakomelingen zullen niet hoeven te lijden onder de zonden van hun ouders, zoals dat bij de oude, aan God trouwe volkeren vaak eeuwenlang het geval was.

Maar steeds als de mensen begonnen te ontaarden, is er ook weldra ernstig lichamelijk lijden over hen gekomen en hebben ze de gevolgen leren kennen van het te weinig of helemaal niet in acht nemen van Gods geboden’. [GJE-9-35-5-7]

 

 


 

Jezus is bekend met onze ontberingen

 

"Ja, zo is het, daarom moeten jullie bij alle nog zo weerzinwekkende verschijnselen op deze aarde niet de moed verliezen, want de Vader in de hemel weet ervan en weet het best waarom Hij ze toelaat!

 

Zo zijn de meeste ziekten, die de mensen moeten doorstaan, niets dan hinderpalen om te voorkomen dat de ziel één zou worden met het lichaam…” (GJE.02_169,11)

‘Wat  het  vlees  heeft  aangetrokken  [de  zonde],  zal  dat  hetzelfde  ook  weer       moeten

afleggen. Of dit nu gepaard gaat met of zonder pijn, dat is hier om het even.’ (GJE.05_075,07)

 

'Jullie geschiede naar jullie geloof; maar behalve wat jullie geloven, moeten jullie onthouden dat het voor een mens ter wille van zijn ziel niet altijd bevorderlijk is als hij met een volkomen gezond lichaam rondloopt; want als zijn vlees te gezond is, wordt het ook gemakkelijk geprikkeld tot allerlei zinnelijke lusten, waarin de ziel eerder mede begerig wordt dan wanneer haar vlees ziekelijk en zwak is, - en zo is een lichamelijke ziekte in zekere zin een wacht voor de deur van het innerlijke leven van de ziel! (GJE.09_158,11)

 

‘Vrees dus maar niet voor de veelvuldige levenslasten die je hier en daar op je aardse levensweg zult ontmoeten, want Ik zal ze ter versterking van je ziel en je geest op je weg brengen!

Als je dus zo nu en dan iets zal overkomen, bedenk dan dat Ik het ben die je zo'n versterking doe toekomen! Want hoe meer Ik een mens liefheb des te meer zal Ik hem ook verzoeken. Want een ieder moet net als Ik volmaakt worden, maar daarvoor zal veel zelfverloochening, geduld, zachtmoedigheid en algehele overgave aan Mijn wil nodig zijn’. (GJE.03_120,06)

‚het beste onder al Mijn schenkingen is het kruis, want in deze kiemt het ware eeuwige

leven voor ziel en geest!‘  (HiG.03_46.09.11,01)

 

Degene bij wie Ik nog allerlei leed en rampspoed toelaat, help Ik op de juiste tijd; degene die Ik echter zijn aards trotse en zwelgend goede leventje ongehinderd verder laat genieten, draagt zijn gericht en eeuwige dood reeds in zich en dus ook overal met zich mee. Nu weet je dus ook waarom menigeen met werelds aanzien en wereldse rijkdom ongestraft verder kan zondigen en gruwelijke dingen doen tot aan de dood van zijn lichaam.' (GJE.09_029,13)


Kunnen wij in de nood durven hopen op Gods hulp?


 

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden’,

schrijft Matthéüs in zijn Evangelie (7,7 e.v).

De zieken zeg Ik echter: ze moeten zich niet bedroefd maken om hun ziekte, maar moeten zich ernstig tot Mij wenden en moeten Mij helemaal vertrouwen. Ik zal ze troosten, en een stroom van de kostelijke balsem zal hun harten overgieten, en de eeuwige bron van het leven zal onuitputtelijk in hen helder worden, ze zullen genezen en zullen verkwikt worden als het gras na een onweersbui”. [Huishouding van God 1-1-3]

 

„Als je bij Mij alleen levendige hulp zoekt, dan zul je volkomen gezond worden; want daar zul je in Mijn liefde het krachtigste geneesmiddel tegen elk euvel in je eigen boezem dragen, dat het enigste universele geneesmiddel is!

Want zie, alle aardse geneesmiddelen lijken in elk opzicht in hun werking als een strijd van de helse geesten onder elkaar en zijn om die reden een echte bonum contra malum (goed tegen slecht), en daarom als een waar geneesmiddel, door dat de mens door elk euvel alleen om deze reden voor eeuwig kan genezen worden!” [Hemelse Gaven 3-45-15, e.v.]

 

…’Maar aan Mijn hulp zal het jullie niet ontbreken. Wat jullie zelf kunnen doen met de  jullie toegemeten kracht, moet je ook zelf doen; voor wat daarbovenuit gaat, zal Ik dan wel zorgen. Want heus, Ik zeg jullie: Wat je de Vader in Mijn naam en binnen Mijn orde, die jullie bekend is, zult vragen, dat zal je ook gegeven worden naar de mate waarin het voor jullie ziel nuttig is’. (GJE.06_021,9)

 

 

Wie Mijn Woord leest en ernaar leeft en een sterk, vast geloof heeft, aan diegene zal het Woord door zijn geloof helpen, zoals het zelfs in het Evangelie vaak te zien is.

Ontbreekt echter het juiste, levendige geloof, daar zal het ‚sta op en wandel‘ slechts van geringe werking zijn. Overeenkomstig daarmee zijn Mijn Woord en het levendige geloof steeds het beste geneesmiddel, ook voor het lichaam, en een apotheker heeft geen betere.” [Hemelse Gaven303_48.09.03,05f)

 

‚Alles hangt af van de ernstige wil van de mens; als hij zich serieus verbetert en in vol vertrouwen God, altijd in Mijn naam, smeekt om iets waars en goeds, zal het hem gegeven worden naar de maat van zijn reële verbetering en van zijn geloof en vertrouwen.


En je kunt nu met deze waarachtige belofte van Mij dan ook volkomen tevreden zijn. (GJE.06_069,10)

Jezus kan en wil ons dus in het kader van Zijn Ordening helpen, maar het of en wanneer moeten wij alleen aan Hem overlaten. Alleen Jezus weet, wanneer het de juiste tijd is voor een genezing: “Uw wil geschiede!”

 

(Uitvoerige omschrijving van de tekst „Genezing door Gebed“ [Heilung durch  Gebet]  zie onder WWW.JESUS2030.de in het themaregister [Themenregister]- zoeken onder genezing [Heilung] en aanklikken.

 

Tekstvak: Wij danken Klaus Opitz hartelijk voor zijn leerzame thema !

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, april 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens

 

„En leidt ons niet in bekoring“

Kritiek op het gebed ‚onze Vader‘? 

                                 door Klaus Opitz

 

Zoals men weet  heeft Paus Franciskus in december de Duitse vertaling van een zin uit het onze Vader als ‚geen goede vertaling‘ bekritiseerd: „leidt ons niet in bekoring‘.  Zo is het, dat ‚niet God, die de mensen in deze beproeving stort, om dan weer toe te zien, hoe hij valt. – Een Vader doet zo iets niet; een vader helpt onmiddellijk weer op te staan. Wie jou in bekoring leidt, dat is satan.‘

 

Echter: „De Griekse tekst is juist vertaald. Hij luidt: `en leidt ons niet in de bekoring!’  (Thomas Noack)

 

Er waren nu talrijke voorstellen voor een passende omschrijving van de omstreden zin: „en laat ons niet in de valstrikken der verzoeking geraken’, en ‘leidt ons niet in beproeving’, enz.

 

In Frankrijk hebben de katholieke bisschoppen de volgende omschrijving gesanctioneerd: Laat ons niet in verzoeking geraken’. 

 

Navolgend hier de tekst van het onze Vader in de formulering van de jeugdcatechismus van de katholieke kerk YOUCAT (2010) (volgens Matth. 6,9-13; Lk 11.2-4) in kleinschrift en in grootschrift het onze Vader volgens het dictaat van Jezus aan Jakob Lorber in het ‘Grote Johannes Evangelie’, deel 10, blz. 70:

 

Tekstvergelijking:

 

Onze Vader in de Hemel,

Onze lieve Vader, Die in de Hemel woont

 

Uw naam worde geheiligd

Uw naam wordt te allen tijde en eeuwig geheiligd! 

 

Uw rijk kome

Uw rijk van het leven, van het licht en van de waarheid komt tot en blijft bij ons!

 

Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de Aarde

Alleen Uw heilige en gerechtvaardigste wil geschiede op deze Aarde onder ons mensen, zoals dus in Uw hemelen onder Uw voleindigde engelen! 

 

Geef ons heden ons dagelijks brood

Geef ons echter op deze Aarde het dagelijkse brood!

 

En vergeef ons onze schulden, 

Zoals ook wij vergeven onze schuldenaars  

 

Vergeef ons onze zonden en zwaktes, zoals ook wij hen zullen vergeven, die tegenover ons gezondigd hebben! 

 

En leid ons niet in verzoeking, 

En laat geen beproevingen over ons komen, die wij niet kunnen weerstaan, 

 

maar verlos ons van al het kwade

en bevrijd ons van alle euvel, waarin een mens als gevolg van een te grote wereldverleiding en haar boze geesten verstrikt kan raken. 

 

Want van U is het Rijk en de Kracht en de Heerlijkheid

Want van U, o Vader in de Heel, is alle macht, alle kracht, alle sterkte en alle heerlijkheid, en alle hemelen zijn van dezen vol  

 

in eeuwigheid.  Amen

van eeuwigheid tot eeuwigheid!

 

                        Orante

                                            [foto redactie]

 

Interpretaties volgens het dictaat van Jezus:

 

Uit: „Hemelse Geschenken“, deel 2, „Het onze Vader in meervoudige interpretatie‘, bladzijde 160:

 

„…`en leid ons niet in verzoeking!`

Ook deze bede is op zich weer niets anders dan een nog sterkere verzekering van de eerdere. Want het ‚leid ons niet in verzoeking’ betekent niets ander dan: laat ons vooral niet over aan onze eigen of wereldse liefde, of laat ons niet werkzaam zijn zonder Uw werkzame liefde in ons, of: zonder de hemel in ons! Dus – houdt onze liefde niet buiten de al-enige liefde van U!

`maar verlos ons van al het kwade! Amen.`

En in de laatste bede ligt niets anders dan alleen de wens, de wil of het levende verlangen volkomen bevestigend over al datgene uitgesproken waar het om ging in de vorige bede, evenals in alle voorafgaande, en betekent zoveel als: Vader! Maak ons absoluut vrij van onszelf en laat U volkomen alles in ons worden, of: U, de enge, eeuwige, werkzame Liefde; vernietig al onze (eigen-)liefde en laat U alleen onze liefde worden, of: laat ons volkomen één met U zijn!

Dat is dus de waarachtige hemelse betekenis van het gebed des Heren!  Dat moge goed in acht genomen worden! Want het is een zeer kostbare gave van de Liefde uit de bovenste hemel! – Goed begrepen?! Amen’. (Hemelse Gaven, deel 2, blz.350

 

Uit: Gottfried Mayerhofer, „Levensgeheimen“, „Onze Vader“ (bladzijde 164):

„…`Leid ons niet in bekoring‘,

wat geestelijk wil inhouden:`O Vader, erbarm U over Uw zwakke kind en help hem, opdat hij niet vaak en ook tegen zijn wil bezwijk voor de verzoekingen, die anderen hem bezorgen!`

Alleen in het oprecht erkennen van zijn eigen onmacht ligt de hele innigheid van een gebed tot een Almachtige, die Zich door mensen ‚Vader’ laat noemen en die deze mensen juist tot Zijn kinderen zou willen opvoeden en opkweken! – extra zou willen ontwikkelen! –

Zolang er trots en overschatting van zijn eigen krachten in een hart heersen, kan geen oprecht gebed of verzoek Mij bereiken. 

Wat Ik ooit gezegd heb luidt tegenwoordig nog zo, namelijk: ‚En als jullie alles gedaan hebben wat mensen mogelijk is, dan zijn jullie toch nog altijd nalatige knechten!‘.

In welke situaties de mens zich ook mag bevinden, met wat voor omstandigheden hij ook moet strijden, steeds moet hij er rekening mee houden dat hij het minste, maar Ik het meeste gedaan heb! 

Zo groeit zijn vertrouwen in Mij, zo bevecht hij zich zijn rust, zijn vrede; en alleen wanneer hij berouwvol voor Mij op de knieën valt en moet uitroepen: ‚Heer! Wat ben ik, dat U aan mij denkt!‘, wanneer hij bekent en inziet hoe weinig zijn krachten alleen toereikend zijn om tot zijn geestelijke eeuwige doel te komen, dan pas zal hij begrijpen wat de hulp van zijn geestelijke Vader waard is en hoezeer die verschilt van datgene wat andere mensen hem kunnen geven!

Alleen deze bekentenis, dat zonder Hem, de enige ware en steeds aan zichzelf gelijk blijvende Vader, niets mogelijk is, kan de mens, nadat hij zijn onmacht heeft ingezien, dan bewegen tot de uitroep waarmee dit gebed afsluit door te zeggen:

Omdat ik nu begrepen heb dat ik zonder mijn Vader in de hemel niets voorstel, vraag ik Hem dat Hij mij ver van al het kwaad zal houden of, zoals het in het gebed luidt: ‚

`van alle kwaad moge verlossen!`

Dat verlossen ofwel het vrijspreken van alles wat hij gedaan heeft, met of zonder zijn wil, moet natuurlijk plaatsvinden; anders is vooruitgang niet mogelijk en is het niet uitvoerbaar om een kind van de Vader in de hemel te worden. 

Daarom besluit dit gebed ook met het verzoek: `verwijder al het gevaarlijke van mij’, wat mij op mijn weg achteruit in plaats van vooruit zou kunnen brengen. Vergeef wat ik begaan heb en verhinder het kwaad dat nog komt.

Alleen zo kan de mens ook een rust, een troost in een gebed vinden, wat hem in weinig woorden zijn hele positie als mens en kind van God aantoont, namelijk dat hij een wezen tussen twee werelden, tussen het materiële en het geestelijke is, en dat hij aan het laatste gevolg moet geven als hij die naam waardig wil zijn waarmee hij de Schepper van al het bestaande aanroept.

Daarom begint het gebed met het aanroepen van de Vader en eindigt het met de bede aan deze God die, als Hij geen Vader was, de mens niet zou kunnen verlossen van zijn kwaad, hem niet zou kunnen vergeven en hem geen vertrouwen zou kunnen inboezemen!’

Volledige tekst zie onder Jesus2030.de en aan de linker zijkant onder „Gebed / Meditatie / Gezondheid (1)“, Thema „Het onze Vader – en verdere gebedteksten’

 

Verdere duidingen zoals „Het onze Vader in relatie tot het licht`“,  op het leven, op kracht, op orde, op vrijheid en op waarheid`“. Zie Jakob Lorber, „Hemelse Geschenken, deel 2, bladzijde 170 e.v.  Klaus Opitz

 

Het juiste vragen

 

 Gebed, Toewijding, Dacht Dat, Christus

    (ingekort)

door Klaus Opitz

 

In de tekst, die hierna volgt zijn er altijd weer uitspraken die nadere opheldering vereisen, bijvoorbeeld wanneer Jezus aan zijn schrijver Gottfried Mayerhofer het volgende dicteert:… "waarin Ik de biddende graag verleen wat in geestelijk opzicht voor hem of voor zijn naaste het beste is." (is het verzoek om gezondheid daarbij inbegrepen?), [Predikingen, hfdst. 24:20 e.v.] of „hoeveel gevallen zou Ik je kunnen opnoemen, waar zoal niet om gebeden wordt! De één wil geld, de andere gezondheid, de derde het welslagen van zijn ondernemingen‘… of „vraag en bidt; maar verlang niets onmogelijks, niets wat werelds is!In een aanvulling op de hoofdtekst moet daarom aangetoond worden, onder welke voorwaarden het verzoek om genezing in geval van een ziekte wordt bedoeld of uitgesloten wordt. 

 

 

Het juiste bidden

Gottfried Mayerhofer: „Het juiste vragen“, uit „Predikingen van de Heer“, hfdst. 24

 

…„Kijk naar de wereld, hoeveel onzin wordt daar van Mij verlangd! Hoeveel ingebeelde voorsprekers en voorspreeksters worden aangeroepen, die bij Mij ten gunste van de biddende[n] moeten voorspreken. Wanneer de mensen ook maar een beetje zouden nadenken over hun eigen manier van doen, dan zouden zij zich voor hun eigen kortzichtigheid moeten schamen en blozen, hoe zij God de Scheper en Heer van de oneindigheid, voor nietszeggende dingen in het bekrompen profane leven naar beneden zouden willen halen. Zij bedenken niet, dat het meeste kwaad en de meeste ongelukken niet door Mij, maar door het gedrag van de mensen zelf komen.

 

Wanneer Ik de mensen laat doen wat zij willen en zij zich ziektes en ongelukken op de hals halen, waaruit zij vervolgens geestelijk nut kunnen trekken, waarom zou Ik dat verhinderen, wat juist het beste voor de mensen is en tot hun geestelijk heil dient? Ik kan toch alleen de geestelijke vooruitgang en niet het wereldse goede leventje van iedere enkeling als hoofddoel van zijn aardse leven voor ogen hebben!

Hoe zou Ik Mijn kinderen dat kunnen laten toekomen, wat juist schadelijk voor hen zou zijn?

 

Kortzichtige, lichtgelovige mensen! U komt Mij vaak voor als kinderen, die met alle geweld hun handen in het vuur willen steken, omdat zij nog niet ervaren hebben dat vuur niet alleen licht geeft, maar ook brand.

 

Hoeveel gevallen zou Ik u kunnen opnoemen, waar al niet om gebeden wordt!  De één wil geld, de ander gezondheid, de derde het welslagen van zijn ondernemingen, de vierde jammert, omdat de dood een leegte in zijn familie bracht, de vijfde zou zijn kinderen in luxe en welzijn zo naar de hel willen zien lopen enz, enz.: maar niemand bedenkt, dat bij het verhoren van hun gebeden het geestelijk wel en wee van de toebedeelden vaak nog erger, nog slechter zou worden.

 

Zij bedenken niet dat juist lijden en ongeluk de hoekstenen zijn waaraan de wankelende mensen zich stoten, wanneer zij profane zaken huldigen en de geestelijke vooruitgang aan de kant zouden willen zetten.

 

Jullie, vaders en moeders van gezinnen, u wilt voor uw kinderen al het goede hebben, gezondheid, rijkdom, een lang leven en een goede positie in de wereld. Nu, wat u wilt als nietige creaturen in Mijn schepping, zal toch door Mij, denk Ik ook geoorloofd zijn! Het zal Mij toch ook wel toegestaan zijn Mijn kinderen zo op te voeden, dat zij van al het goede en mooie dat Ik in Mijn schepping, en nog wel voor hen alleen, opgestapeld heb, in volle mate kunnen genieten en dat zij geestelijk gezond, rijk aan liefde en in Mijn nabijheid over grote dingen gesteld kunnen worden.

Zie, Ik wil niets anders dan wat u zelf wilt; alleen bestaat er dat onderscheid, dat u mensen, andere scholen moet doorlopen om Mijn kinderen te worden, dan dat u uw kinderen wilt laten bezoeken. Hier lopen onze standpunten dus uiteen.

Daarbij moet Ik nog opmerken, dat u zich slechts om een korte tijdspanne bekommert waarin het uw kinderen naar uw begrippen goed moet gaan, terwijl Ik zorg draag dat het eeuwige, toekomstige leven van Mijn pupillen vol zaligheden en nimmer vermoede genietingen zal worden.

Jullie merken hieruit op, dat Ik Mij op dit punt vaak als de onverbiddelijke moet voordoen en uw dwaze vragen in het zand moet schrijven, opdat zij bij de eerstvolgende windvlaag weer verwaaien, terwijl Mijn veror­deningen in onvergankelijke, eeuwige stenen als wetten geschreven staan. Denk daarom goed na over uw gebeden en verlang niet van Mij de ondergang van Mijn kinderen! Ik heb ze voor het eeuwige leven, voor het geestes - en engelleven geschapen en niet voor een luxueus leven in het vuil van de wereld om Mij misschien eens een bevlekte ziel over te dragen.

Wanneer u dus bidt en Mijn hulp aanroept, bedenk dan dat Ik al vooruit weet om wat u tot Mij bidt en dat u Mij niets nieuws kunt vertellen! Bedenk dat de mensen, wanneer het niet Mijn wil geweest zou zijn om hen door hun eigen fouten wijzer te laten worden, niet in deze bittere omstandigheden terecht gekomen zouden zijn. Bedenk, dat uw enige troost uw vertrouwen in Mij is! Ook Ik had vertrouwen, toen Ik in de hof van Gethsemané onder de drang van Mijn grootste lijden dat Ik daar als mens moest ondervinden, bad: "Vader, neem deze bittere beker van Mij weg!" En toch werd de beker niet van Mij genomen, maar Ik moest hem ledigen tot aan de laatste druppel. Bedenk, dat Ik daar sprak: "Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede, O Vader!"

Wat Ik eens uitriep, waarop Ik Mij vrijwillig aan Mijn lot overgaf, dat moge ook uw enige troost en leidster zijn tijdens uw aardse levensloop!

Ja bid! Bid in Mijn naam, smeek vurig tot Mij! Het smeken geeft u troost, geeft u vrede, en u hebt uw plicht en wat u verschuldigd was tegenover Mij gedaan. Laat het verhoren of het niet verhoren van uw gebeden echter aan Mij over! Ik zie beter en verder en kan niet alles verhoren, wat blinde en onmondige kinderen wensen. U geeft uw kinderen immers ook niet alles wat zij willen, en waarom? Omdat u als volwassen mensen duidelijker ziet en verstandiger bent. En wat kleine kinderen met betrekking tot u zijn, dat bent u met betrekking tot Mij, en zelfs veel minder.

Vertrouw daarom op Mij! Ik weet te geven en te nemen, wanneer de tijd daar rijp voor is. Mijn wegen zijn ondoorgrondelijk, en vaak juist daar waar bij u tranen van verdriet in overvloed vloeien, vieren Mijn geesten en engelen een vreugdefeest.*) *) omdat de vertrouwende dichter bij Jezus kwam.

Het was het vertrouwen in Mijn altijd liefdevolle bedoelingen, dat Ik ooit Mijn leerlingen aanraadde. Datzelfde vertrouwen zou Ik ook bij jullie willen opwekken; want zonder dat kunnen jullie geen stap voorwaarts maken, zonder dat moeten jullie wel aan je lot wanhopen en tot het loochenen van God komen. Vertrouwen is de draad die jullie veilig uit het labyrint van het leven voert aan de hand van een liefhebbende Vader, die vaak juist daar waar Hij jullie het verst verwijderd leek, het dichtst bij was.

Vraag en bid; maar verlang niets onmogelijks, niets wat werelds is! Geest bent u en geest ben Ik! Ik kan alleen oordelen als een geestelijk wezen, en ook u moet er een gewoonte van maken om reeds tijdens uw leven hier aan het geestelijke in u de voorkeur te geven boven het wereldlijk- materiële.

Dan geldt ook voor jullie, wat Ik eens tegen Mijn discipelen zei: "Wat gij in Mijn naam vraagt, dat zal jullie gegeven worden!" Daarvan kunnen jullie verzekerd zijn, temeer omdat Ikzelf het je nu hier bij herhaling beloof! Amen. Predikingen, hfdst. 24

 

Nawoord

 

In dit korte nawoord moet worden aangetoond in welke mate de verhoring over het vragen voor een ziektegeval is bedoeld, als in de aangehaalde teksten daarover steeds weer wordt gesproken, en dat we niet naar wereldse zaken, maar naar geestelijke dingen moeten vragen.

 

1. "Zeg tegen de zieken, dat zij over hun ziekte niet bedroefd moeten zijn, maar dat zij zich vol ernst tot Mij moeten wenden en Mij volledig moeten vertrouwen. Ik zal ze troosten en er zal een stroom van kostelijke balsem in hun hart uitgegoten worden en de bron van het eeuwige leven die zich in hen openbaart, zal nooit opdrogen; zij zullen genezen en verkwikt worden als het gras na een onweersbui. [De Huishouding van God, deel 1, hfdst.1:3]

 

2. "Wanneer een mens zich realiseert dat zijn ziektetoestand afhangt van de verkeerde manier van leven, waar hij zondigt tegen Mijn natuurwetten, dan kan hij niet van mij verlangen, dat Ik de eenmaal vastgestelde wetten vanwege hem zal wijzigen.

 

Hij moet van een God een ander idee hebben, dan van een mens; want een mens kan dwalen, zich vergissen, en om die reden kan hij afwijken van zijn voorgeschreven wetten, deze omzeilen of zelfs helemaal afschaffen, maar dat kan Ik als God, als allerhoogste Wezen echter niet; bij Mij is alles volkomen, vanaf het bestaan der existentiële dingen tot in de eeuwigheid. Ik kan hoogstens zo handelen, zodat een verhoogde levensactiviteit tot snellere resultaten leidt, maar Ik kan niet handelen tegen de basisprincipes, die Ik heb vastgesteld.

 

…Daarom aan jullie allemaal, die Mij om hulp roepen en eerst dan het meest, wanneer de mensen jullie niet meer kunnen helpen, bedenk dan wel Mijn woorden:   :

In de eerste plaats moeten jullie je zelf helpen, jullie lichaam van vreemde stoffen te reinigen, zodat de ziel daarmee ook op datzelfde kan inwerken, en zij zich niet passief opstelt en rustig moet toezien, hoe vreemde invloeden het haar toevertrouwde kleed [lichaam] voortijdig verstoort en deze dan als een vroeggeboorte halfrijp of helemaal onrijp laat aankomen, waar ze alleen als volwassene uit het aardse bestaan kan voortschrijden als een uitgerijpte vrucht op een levensboom. 

 

Bedenk, dat Mijn zegen alleen daar zegen heeft, waar de bodem daarvoor tot de opname bereid is. 

Begin dus in de eerste plaats daaraan te werken, om de afvalstoffen grondig te verwijderen, die jullie in jullie lichamen misschien al jarenlang hebben opgehoopt, en dan, wanneer dit opgeruimd is, zal Mijn zegen zijn juiste werking hebben…’ (Gottfried Mayerhofer, "genezing door middel van magnetisme.  volgens: "Geistiges Leben" 4/2015, blz. 28)

 

3. 'Maar aan Mijn hulp zal het jullie niet ontbreken. Wat jullie zelf kunnen doen met de jullie toegemeten kracht, moet je ook zelf doen; maar wat daarbovenuit gaat, dat zal Ik dan wel zorgen. Want waarlijk, Ik zeg jullie: Wat je de Vader in Mijn naam en binnen Mijn orde, die jullie bekend is, zult vragen, dat zal je ook gegeven worden naar de mate waarin het voor jullie ziel nuttig is. (GJE.06_021,9)

4.Maar als je helemaal gezond wil worden, vertrouw Mij dan geheel en al, en meer dan oudere mensen en dokters, anders kan Ik je niet helpen. Ik kan vanuit Mijn grote genade het wel toelaten, dat je half gebrekkig genezen zult worden door de artsen; maar helemaal gezond en wel, dat zal waarschijnlijk er heel moeilijk of nooit van komen!

 

Kon je maar weten, hoe graag Ik zo menig mens zou willen helpen, als hij maar tot Me zou komen met vol vertrouwen, geloof en liefde;  maar nu komt de beste nauwelijks met een kwart geloof, met een zesde vertrouwen en een achtste deel liefde; kijk, onder zulke omstandigheden is er voor Mij dan ook weinig te doen onder dit soort van zieken.’ (uit: Jakob Lorber, Genezing en Gezondheidszorg, pagina 220)

 

5. "Mijn woord en het levende geloof zijn altijd de beste remedie voor het lichaam en er is geen betere apotheek. (Hemelse Gaven 3_48.09.03,06)

 

6. "... Trouwens, het beste medicijn is te allen tijde in Mij vertrouwen te stellen, zodat Ik zal helpen wanneer het daarvoor de tijd is, op welke manier dan ook." (Uit: Gottfried Mayerhofer, "De kracht van het gebed", "Lebensgarten")

 

7. "Ik Zelf kan (weliswaar) daar niet genezen, waar Ik de ziekte juist als geneesmiddel voor de ziel heb toegelaten!’ (uit: Gottfried Mayerhofer, "De kracht van het gebed" - "Festgarten")


De volledige tekst „Die rechte Bitte“ is te bekijken in www.JESUS2030.de, bij de linker zijkolom onder „Gebet / Meditation / Gesundheit (2)“