Infoservice Alzheimer und Demenz

Dementie

In zijn boek, ’Aan Gene Zijde‘, beschrijft Leopold Engel, dat mensen die onder dementie lijden, hun geestelijk lijden naar het hiernamaals meebrengen! Persoonlijk geloof ik dat de onmiddellijke situatie van de overledene maar een tijdelijke is, omdat door dit genoemde lijden er niet volledig langer kon gecommuniceerd worden met de ‘etherische’ piramidale hersensynapsen en het hart. Volgens Jakob Lorber komt het denken vanuit het hart – en niet vanuit het brein! Dat is toch wel een groot verschil. De verklaring van Leopold Engel is er een, waarmee hij wat anders bedoelde, zo wij het ook anders begrepen hebben.

Het is toch een genade van God als de mens zijn hele identiteit meebrengt zoals hij is. Slechts langzaam in de buitenaardse school van het leven, kan het mensenwezen andere kennis op doen en er meer licht worden gegeven, zodat elke invloed vanaf de buitenkant de ziel innerlijke pijn kan veroorzaken. Het brein was immers het raakvlak tussen de ziel en de buitenwereld.

BIJ HET ZIEKE BREIN trekt de ziel zich min of meer terug uit dit defecte schakelpunt en begraaft zij zichzelf. Hier mogen we de liefde van de Schepper niet buiten acht laten. Hij voert wijselijk het beste uit, wat de ziel het meest nodig heeft.

Het is wel menselijk om de wegen van God hier en daar te bevitten of kleingeestig te bekritiseren. Gods wijsheid en liefde gaat over alles, dus ook hier.

Ter herinnering aan de nagedachtenis van de Heer in Jakob Lorber, zegt Hij in verschillende passages waarom de mens sneller wat vergeet als hij wat ouder is geworden.

‚Wat wint de geest daardoor echter, als de mens met pure dode hulsen en schaduwen  zijn geheugen en zijn verstand daarmee aanvult? Niets; maar hij verliest daarbij nog en zal in een chaos van de buitenste schors, door hulsen en allerlei schaduwen omgeven zijn, zodat hij niet gemakkelijk ooit tot een vrijheid en nog minder tot het ontvangen kan komen van het levendige licht van zijn ogen.‘ [Ste.01_011,17]

‚Zoals zijn organen in de zintuigen zijn toegerust met de hoogste gevoeligheid, zijn ook de hersenen in zeer hoge mate gevoelig en vol activiteit. En daarin zit meer intelligentie dan in alle overige dieren, zelfs de grote olifanten niet uitgezonderd. Om die reden bezit ook menige vogelsoort vergeleken met alle overige dieren een bijzonder sterk geheugen, wat jullie ook overtuigend kunnen afleiden uit het feit dat sommige vogels zelfs geregeld menselijke zangwijzen alsook woorden en vaak ook hele zinnen kunnen nabootsen, wat bij geen ander nog zo slim dier mogelijk is. Daaruit kunnen jullie ook gevoeglijk concluderen dat dit geslacht dichter bij jullie staat dan het andere dat zich net als jullie moeizaam met zijn voeten over de Aarde verplaatst.‘ [Hemelse Geschenken, deel 1 vers 6, - blz. 68.

‚Echter let wel, zo’n eenvoudige taal als Ik in de index gebruikt heb, zal Ik dan niet gebruiken, omdat gisteren de een of ander bij zichzelf kon denken dat ook Mijn knecht [red. Jakob Lorber] wellicht in staat was om zoiets te zeggen, terwijl hij toch enkel en alleen maar een arme drommel is, omdat hij niets anders weet dan wat hij van Mij ontvangt.‘ [Hemelse Geschenken, deel1 vers 2, - blz. 112]

‚Dat weet hij en hij zegt ook niets uit zichzelf en kan het ook niet, omdat hij veel minder dan ieder van jullie ook maar ergens iets van weet. Juist daarom is hij voor Mij ook een tamelijk bruikbaar werktuig, omdat er in zijn hoofd bijna niets is, maar van tijd tot tijd des te meer in zijn hart, dat Ik alleen maar gebruiken kan omdat daarin geen geheugen is, maar wel een herinnering van de liefde in en tot Mij en in die herinnering de aanschouwing van datgene wat Ik wil en zeg. – Deze toestand van de mens is de juiste. – De toestand van de ‚knappe koppen‘ is echter een geheel verkeerde en niets anders dan de ijdelste dromerij van zieke, onnatuurlijke gebruikte hersenen.‘ [Hemelse Geschenken deel 1,vers 3, - blz. 112]

IK zeg: "Ja, beste vriend Cyrenius, als je geheugen je af en toe reeds op bepaalde punten in de steek begint te laten, kan Ik daar niets aan doen; want wat je nu zou willen weten, heb Ik jullie allang heel uitvoerig uitgelegd! Je bent het alleen maar vergeten; Ik zal je geheugen wat opfrissen, dan zal alles je wel duidelijk worden!" [GEJ.04_160,05] 

‘Op welke wijze het ontstaan wat het natuurlijke proces betreft, begrepen moet worden, heb Ik jullie voor zover dat voorlopig voor jullie noodzakelijk is, deze nacht al laten zien. En Mathaël, die heel vertrouwd is met de kennis der analogieën, heeft jullie een dag geleden ook verteld hoe de geschriften van Mozes opgevat moeten worden; en Ik moet jou, vriend Cyrenius, nogmaals zeggen dat je werkelijk erg kort van memorie bent! Wel heb Ik voorheen je geheugen nieuw leven ingeblazen en kun je je daarin nu, als je echt wilt, een beetje vrijer bewegen; maar om jouw twijfel aan de Mozaďsche mensenschep­ping terecht te wijzen wil Ik je er nog zoveel bij vertellen, dat jij en ook nog vele anderen daaruit kunnen concluderen waar het hier bij deze zaak nu eigenlijk om gaat.’ [GEJ.04_162,02]

‘Jullie moeten Mijn woorden beter ter harte nemen, dan vergeet je deze niet zo gauw, want alles wat je eenmaal echt ter harte hebt genomen, blijft beslist ook vast in je herinnering zitten en als je het nodig hebt, Iaat je geheugen je niet in steek. Maar als je datgene wat Ik gezegd heb alleen maar in je geheugen wilt opnemen, zul je het voor het merendeel binnen een jaar minstens honderd keer vergeten; want op latere leeftijd is het geheugen niet meer zo soepel als in de jeugd. En de jeugd vergeet al gemakkelijk wat zij geleerd heeft, laat staan de ouderen. Maar wat je eenmaal ter harte genomen hebt, is in het leven overgegaan en blijft voor eeuwig!’ [GEJ.04_178,15]

‘Iedere beweging die wij maken, wordt hier zowel enkelvoudig als duizend­maal duizend keer weergegeven en toch blijft een voorgaande of blijven ook duizend voorgaande houdingen die in de inwendige kamertjes van de piramide getekend staan, steeds voor het oog van de ziel zichtbaar, voortdurend door het geestelijke licht van de ziel verlicht; en dat veroorzaakt dat, wat men ten dele, geheugen' en ten dele 'herinnering' noemt, omdat het in het inwendige van de hersenpiramiden bewaard wordt. Dit bewaarde wordt echter door veelvuldige weerkaatsing zodanig vermenigvuldigd, dat men een en hetzelfde voorwerp dan ontelbare malen met zich mee kan dragen.’ [GEJ.04_234,04]

Weer zei THOMAS: 'Heer, versterk ons geheugen, dan zullen wij ook zeker alles onthouden, en nadenken over wat wij allemaal uit Uw mond vernemen!’ [GEJ.06_145,08]

‘Daarop zei IK: 'Dat heb Ik toch al gedaan voor zover het mogelijk was; maar verder dan jullie natuur verdraagt, gaat dat niet. Zodra echter de geest over jullie zal komen, zal deze jullie zonder meer in alle wijsheid binnen­leiden, en jullie zullen dan in het vervolg je aardse geheugen niet meer nodig hebben. Maar vanwege de vorming van de ziel is de mens ook een aards geheugen gegeven, dat bij een werkelijk vaste wil sterk genoeg is om een ontelbare hoeveelheid woorden, waarheden en handelingen te onthouden; alleen als de mens totaalonverschillig aan allerlei dingen en gebeurtenissen voorbijgaat, blijven die ook niet in zijn geheugen hangen, daarvan heb Ik jullie de reden bij Caesarea Philippi helder en duidelijk laten zien. Denk daarover na, dan zullen jullie die wel vinden!'   [GEJ.06_145,09]

IK zei: 'Zeg liever: 'Heer, sterk ons lichaam en onze wil!', want de sterkte van het geheugen hangt altijd af van de sterkte van de wil. Jullie ziel is weliswaar zeer gewillig, maar jullie vlees is zwak, en daardoor ook jullie geheugen, dat pas later sterker zal worden wanneer Ik de Heilige Geest over jullie zal zenden. -Maar let dan nu goed op, en wel met gespannen aandacht!’ [GEJ.06_229,13]

www.zelfbeschouwing.info