Alfabetisch register van de letter A-Z

Aardbevingen: An sich is aardbeving een protest in de onderwereld en dit uit zich met erupties. [vulkanische uitwerpselen op de aarde, het beven, schokken en splijten]. Aardbeven:  De volledige ontsteltenis van het hart  = geestelijke aardbeving.

Aarde: Een ander woord voor aarde is ‘terra’. Als materiestof heet het ‘molda’. De feitelijke naam van de aarde is ‘Gea’. Zij is ruim 4,57 miljard jaren geleden ontstaan. Een miljard jaar na het ontstaan ontstond er voor het eerst ‘leven’ op deze planeet. Het oppervlak is voor 71 procent bedekt met water. De aarde is een planeet, bedoeld voor leven van microben, planten, dieren en mensen. Het ‘mens-zijn’ op aarde is de hoogste graad, die bereikt kan worden en het nut daarvan is de weg door de materie heen terug naar haar geestelijke oorsprong. Volgens Lorber is de aarde de ‘woning van de mensheid’. [GJE1-157:4]; De aarde staat beeld voor het deemoedige; het laatste deel aan het lichaam van de mens is de onderste hoofdzenuwwrat van de kleine teen op de linkervoet  [GE8-76:5,6]; Er bestaat ook een geestelijke aarde, waar gestorvenen naar toegaan; eveneens bestaat er een instinctmatig leven onder de aarde; [GJE5-84:4] ‘Zij is voor de mensheid te zien als een gemeenschappelijke moeder .

Aardebol: De ether houdt de aarde met haar water samen en drijft rond in het heelal.

Aäron: Broer van Mozes en Mirjam. Hij was deels de spreekbuis voor Mozes [GJE7-192:12] en naar het volk toe. Aäron werd benoemd tot priester en droeg de Urim en de Tummin op zijn hart in de borstzak [Exod.2:28:30, GJE5-86:8]. Zijn ouders waren Amram en Jochebed uit de stam Levi. De houten staf van Aäron werd bij koning Faraoh in Egypte gebruikt voor een wonder. Aäron stierf in de buurt van Kades-Barneo op de berg Hor, en mocht het beloofde land niet in maar wel vanaf een hoogte die bekijken. Zijn naam betekent ‘verlicht’, [Hebr. ‘Ar’ is licht. Hij was gehuwd met Eliseba en  daaruit kwamen vier zonen: Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar. Hij was de drie jaar oudere broer van Moses en  zuster Mirjam.

Aartsengelen: Opperboodschappers, hoofdengelen; zij nemen een bijzondere plaats in. De naam ‘aartsengelwortel’: Lat,: ‘Angelica = Archangel’ is ervan afgeleid. Michaël incarneerde als hoge geest eerst in Sehel [ten tijde van Adam], later als Elia en ten tijde van Jezus als ‘voorloper’ in de gestalte van Johannes de Doper. ‘Aarts’ komt uit het Grieks als ‘eerst’ = [Engels: First – als ‘vorst’] en de eerste, de ‘oerpersonage’ of ‘arch’ als grondbasis; Het woord ‘angel’ is ermee verbonden. Archiël was een tijdelijke engel4dienaar ten tijde van Jezus op aarde.

Aartsvader: Hebreeuws: אב, Ab - is in het jodendom en christendom een aanduiding voor Abraham, Isaak en Jakob. Soms wordt ook wel de term patriarch gebruikt. De verhalen over de aartsvaders staan in het boek Genesis in de Hebreeuwse Bijbel. Jozef, zoon van Jakob, wordt niet tot de aartsvaders gerekend, maar de verhalen over hem en zijn broers worden wel gerekend tot de verhalen over de aartsvaders.  Adam is zelfs de stamvader van alle aartsvaders, maar wordt niet hierbij genoemd.

Aas: Dit kan diverse betekenissen hebben en moet aandachtig in de context zelf gelezen worden! Enerzijds ‘het luie en ongelovige Farizeeërdom’. [GJE9-71:4] Anderzijds zegt Jezus zelf ook een ‘Aas’ te zijn voor de wereld. Het aas is een zeer getrouwe spiegel van de wereld en toont haar ware gestalte. Het levende woord [de Bijbel] is de wereld tot een afkeer geworden en de wereld vlucht hiervan weg zoals van de pest.

Abel of Abehl: Een Grieks-Latijnse naamvan het Hebr. ‘Hebel’ en dat betekent ‘vergankelijkheid’. Hij werd vermoord door zijn jaloerse broer Kajin. [Gen.4:1-16, Matth.23:35]; de naam Abel betekent ‘zoon van de goddelijke liefde’. Ahab betekent liefde schenken, houden van.  El = geopenbaard goddelijk licht, Aheb betekent ‘hij houdt van God’, of de ‘zoon van de zegen’. Abel moet 320 n. Adam zijn doodgeslagen door Kajin. Want Adam zei tegen Eva, dat zij hem al 600 jaar heeft beweend. Nu is ons nu toch nog Henoch gegeven!’ Abel moet 218 jaar zijn geweest. Een andere betekenis voor Abel is ‘ademtocht’ of ‘ijdelheid’. Hij was de tweede zoon van Adam en hij werd schaapherder.

Abgarus: Deze was koning van Edessa. Hij komt naar de Heer toe, die in Antiochia verbleef en neemt Zijn leer aan. [GJE6-140];  Later ontstaat er een briefwisseling tussen beiden. Één van zijn brieven van de koning werd door een zekere Kado naar Jezus gebracht. [GJE8-171] – Abgarus was de 15e koning van Edessa, gelegen in het noordelijke Mesopotamië (13-50 n. Chr.). Na de gebeurtenis van Pinksteren heeft Thomas (één van de 12 leerlingen) en Thaddeus (één van de 70 leerlingen); deze  koning bezocht.  Zijn correspondentie met Jezus is ook vastgelegd door Eusebius van Cesarea op grond van Syrische documenten uit het archief van gelovige Essenen, dat in het Grieks werd meegedeeld. Jezus schreef terug via de jongeling Jakob, de zoon van Zebedeus.

Abraham: Vader van een machtig godverwant geslacht, vader van vele grote volken. Sara was zijn halfzus en echtgenote. Hij had twee bijvrouwen: Hagar en Ketura. Twee broers waren: Haran en Nachar. Zijn vader Terach of Terah kwam uit het Chaldeeuwse Ur. Abraham kwam in 2140 v. Chr. aan in Kanaan. Hij stierf met 175 jaar en werd in een grot bij Hebron begraven.  ‘Abar’ = machtig zijn, ‘Ach’ = broeder, vriend, ‘Am’ = moeder, geslacht of volk. Abraham werd 292 jaar na de zondvloed geboren [volgens Bijbelse telling!] Toen Sara stierf huwde hij met Ketura en krijgt hiervan nog zes zonen. [Gen.25:1,2, Gen.27:23,27]

Adam:  Deze werd persoonlijk door de Schepper geschapen rond 20-jarige leeftijd [volgens de joodse overlevering] in het joodse jaar 4151 v. Chr. dat is omgerekend astronomisch het jaar 4026 v. Chr. Uit hem werd zijn vrouwelijke zielendeel in de stof geformeerd als vrouwelijk wezen en daaruit ontstond Eva, zijn vrouw. Daarom wordt nog steeds gezegd bij een echtpaar: ‘mijn wederhelft!’ Uit de rode vettige leemaarde gevormd. A = Goddelijke wil, Dam = bloed, levensdrager, Dama = lijkend op, overeenstemmen, evenbeeld van God, mens. Adam, Zoon van erbarming en genade. Hij werd 930 jaar oud. Hij was de eerste mens op Aarde. Over hem staat veel beschreven in de ‘Huishouding van God’. [Jakob Lorber]

Adamitische periode: Dat is de periode van ruim 6.000 jaar geleden. In die tijd was de aarde al bevolkt met weelderige vegetatie en dierlijke mensenwezens. Deze wezens hadden geen goddelijke vonk in zich en konden geen besef hebben van een hoger geestelijke en goddelijk orde. Deze wezens hebben ervoor gezorgd, om de aarde ‘bewoonbaar’ en ‘leefbaar  te maken voordat de echte mensen op aarde eerst vanaf 4026 v. Chr.  [joodse tijd 4151 v. Chr.] konden leven [zie Adam in de personenregister!]

Aeonen: ongekende tijden.

Afgodtempels: Heidenen, die meer het accent leggen op uiterlijke rituelen, ceremonieën, relikwieën, dan zich bewust en oprecht te wijden aan één werkelijke God; zij onderhouden op deze wijze hun afgodendiensten.

Afrika: Heette oorspronkelijk ‘Ahalas’, het oude land; heeft ruim 1 miljard bewoners en 54 deelstaten. Afrika is de kinderwieg van de zwakken en de nakomelingen van Adam.

Agricola: Deze was een voorname Romein, die in gezelschap van Romeinse en Griekse kameraden op zoek was naar de ‘Grote Profeet’ en hij was naar Jeruzalem gekomen met behulp van Maria Magdalena. Hij kwam aan in de herberg op de Olijfberg bij Bethanië, waar Jezus Zich ophield. Hij herkent de Heer. [GJE6-181, 6-188];  Ook begeleidde hij de Heer naar Bethlehem, stootte daar op een troep Romeinse soldaten, die hem aanspraken als: ‘machtige gewelddrager van de keizer’. Dit zegt veel over zijn hoge ambt

Ahriman:  Ahriman en Lucifer zijn één en dezelfde persoon. Het zijn geen twee verschillende personificaties; deze twee worden jammer genoeg door elkaar gehaald of foutief geïnterpreteerd. Ahriman is een ander woord voor Satan of Lucifer.

Akka: Ook wel Procyon  genoemd; een verre ster in het heelal. De kleine hondsster. Procyon bevindt zich altijd in de buurt van zijn helderdere broer Sirius. Procyon of Akka is in helderheid de achtste ster aan de sterrenhemel en in helderheid de zesde die wij vanuit Europa  kunnen zien. [GJE1-213:02] – Philopold [zie daar!] is daarvan afkomstig en incarneerde naar de aarde om het kindschap van God te verwerven. [GJE1-214:1] – Op een slechts zeer gering aantal werelden in het universum is het toegestaan te incarneren op de aarde. De Heer kent iedere aard van alle werelden in de eindeloze ruimte, en ook de karakteristek en de geschiktheid van de bewoners en hun geesten die de verschillende werelden bewonen. De Heer weet het beste of een geest geschikt is voor de belichaming op deze aarde. Al hetgeen hiervoor geschikt was, werd naar de aarde gebracht. Het aantal van de naar de aarde gebrachte personen is maar klein en komt niet noemenswaardig boven de 10.000 uit. [GJE1-215:4,5].

Alexandrië: is heden een miljoenenstad in het noorden van Egypte, aan de Middellandse Zee. De stad is genoemd naar Alexander de Grote en is de op een na grootste stad van Egypte. Ze ligt aan de noordwestpunt van de Nijldelta.

Alfa: Letter voor de hebreeuwse letter Aleph; het eerste [the first, de vorst of koning; daarom de de koningsletter!

Alfeus: [Alpheus] Betekent: ‘God geeft een plaatsvervanger!’ Hij was de vader van Levi-Mattheüs [Marc.2:14] – ook vader van Jakobus de jongere. [Matth.10:3]

Amerika: Geheel Amerika heeft 1 miljard inwoners -  De Heer zegt in het tweede boek van Hemelse geschenken: ‘Ik zeg jullie nu zonder ‘Daniël’: het land in de zee zal ondergaan en de trotse koningin van de golven zal worden opgeblazen als kaf, wanneer ze zich nooit meer zal laten verzachten door de tranen van de weeën! - Kijk naar Amerika! Daar is de ‘tellende dag’ al begonnen! - Maar daar breekt hij! - [GJE10-29:06] Het verhaal in Amerika duurt niet lang meer. In Zuid-Amerika, waar Babylon veel erger wordt vertegenwoordigd dan het nu waar dan ook op aarde is, zal binnenkort een groot oordeel worden ontketend; want Babylon moet overal in een nieuw Jeruzalem worden omgevormd, en de zwijnen van de heidense Gadarenen moeten omkomen in het graf van hun nacht’.

Amethist [12e steen] Bisschopsteen genoemd, omdat het vroeger een geliefde edelsteen was voor kerkelijke  hoogwaardigheidsbekleders. Feitelijk een halve edelsteen en de kleur is violet kwarts. Vroeger geliefd in de joodse tempel als waardevolle edelsteen.

Amorieten: Bewoners van onder meer het bergland in Kanaän. Zij zijn afstammelingen van Noachs kleinzoon Kanaän (Gen. 10:15). Ze waren één van de Kanaänietische volkstammen.in het land Kanaän. Ze bewoonden daar het bergland ten westen en vooral ten oosten van de Jordaan (Gen.14:7,13; Num.21:13-26, Deut.3:8; Richt.1:34-36,11:13). De naam Amoriet betekent 'zegger', 'spreker'. Ze stammen van Noachs kleinzoon af. Hoewel zij van Kanaän afstammen, een zoon van Cham, maar niet van Sem, worden ze vanwege hun taal en cultuur in de wetenschap aangemerkt als een 'Semitische' stam.

Analogie: Op basis van overeenkomst of overeenstemming; identiek of gelijkend op.

Andreas: Betekent ‘manhaftige’; hij was erg bekend met de sterrenkunde. Broer van Petrus. Hij was de eerste die Jezus bezocht in Zijn woonhut in de woestijn bij het huidige Had Nes.  Andreas woonde in de buurt van Bethabara en was visser van beroep.

Antichrist: Het berekende verstand, de algemene overheersende zucht naar wereldse dingen.

Apocalypse: Dit is een onthulling van kennis of openbaring, verwijzend naar de Openbaring van Johannes uit het Nieuwe Testament. Openbaringen beschrijft de ultieme overwinning van het goede over het slechte. De diepere zin van een ‘beschreven’ apocalypse is een uitleg over een schifting tussen goed en kwaad en er kan weer een nieuwe betere periode aanbreken.

Apocrief: Een verzamelnaam van een niet als Heilige Schrift beschouwde Hebr. en oud-christelijke godsdienstige boeken. Op een kerkverzameling in 325 n. Chr. werd bepaald welke religieuze geschriften moesten opgenomen worden in de Bijbel. De geschriften die niet erkend werden, noemde men apokrief. Zoals bijvoorbeeld Judith, de boeken der Makabeeën en Tobith, enzovoorts.

Apostelen: In de Septuagint wordt de gedachte aangeduid als ‘boodschapper’ of ‘gezant’; In het Hebreeuws aangeduid met termen die zijn afgeleid van de wortel SHL De term apostéllō wordt ook in het Nieuwe Testament gebruikt. Aan het gebruik van de term apóstolos in het NT wordt duidelijk dat deze wordt gebruikt om iemand aan te duiden die met gedelegeerde autoriteit handelt. De vorm is Grieks, de inhoud Hebreeuws. Vooral het gebruik in Johannes 13:16 bevestigt dit; Een eerste historische verwijzing naar ‘de twaalf’ staat in 1 Korintiërs 15:5. Het betreft de twaalf leerlingen van Jezus in de meest betrokken kring om Hem heen. Zij waren eerst discipelen en later apostelen, daar zij uitgezonden werden om te prediken de leer van Jezus. Hun werd ook ‘macht’ gegeven zo nu en dan ‘wonderen’ te doen en mensen te genezen. [Matth.10 en GJE1-134:3,4]; Apostel betekent: ‘de uitgezonden zendelingen’ en discielen: ‘leerlingen’.

Arabieren: 80 procent van de Arabieren is Islamitisch. Arabieren zijn afstammelingen van de oude stammen in Arabië, het waren de vroege bewoners van het  Arabische schiereiland en Syrie; de bedoeïenen Arabieren waren nog steeds nomaden in de woestijn. In de literatuur van Jakob Lorber treffen we de veelvuldige beschrijvingen aan van het ‘stenige woestijnachtige’ handelsland met hun karavanen. Wordt als nomadenvolk genoemd in Jes.13:20 en Jer.3:2.

Arameeërs: Nakomelingen van Aram, de vijfde zoon van Sem. De volksstammen woonden in Syrië en Mesopotamië. Het Aramees was de oude Semitische volkstaal, die Jezus ook sprak in die tijd, dat Hij als Mens op Aarde was. Er zijn enige delen van de Bijbel in het Aramees geschreven.  [Ezra 4:8, 6:18, 7:12 en 26].

Arbel [berg]: Arbela ligt ten Westen van het Meer van Galilea. [Dan.2:40, 7:28].

Archangel: Oerengel.

Archiël: Deze engel haalt in enkele seconden een boekrol voor Philopold [zie daar!] van een zeer verre sterrenwereld, waar Philopold eerst leefde op de ster Prokyon, ook wel Akka  genoemd. [GJE1-213] Hij gebiedt de Satan;  [GJE1-225] Helpt de [gestolen] goud- en zilverschatten van de tempelpriesters van Jeruzalem uit de druipsteengrot te redden en sluit vervolgens de toegang van deze grote rots toe. [GJE2-4-6]

Ark van Noach: de juiste deemoed van een mens, de juiste naastenliefde tot God en zijn naaste. De uiteindelijke omvorming van de goddelijke geest in de ziel: wedergeboorte. De ark die Noach op Gods bevel bouwde in 150 dagen was van dennenhout [goferhout]. De ark was 150 meter lang, 25 meter breed en 15 meter hoog. De ark verzinnebeeld het geestelijke in de mens.

Armageddon: Het woord Armageddon, of Har-Magedon, komt maar één keer in de Bijbel voor, in Open.16:16. Het profetische boek Openbaring vertelt dat op de plaats die in het Hebreeuws Har-Magedon wordt genoemd, de koningen van de gehele bewoonde aarde vergaderd zullen worden tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.

Arnon: Als beek genoemd in de Bijbel: Deut.2:24, Num.21:13, Richt.11:18.

Asia: [Azië] besloeg oorspronkelijk een kleine streek in Lydië, maar dat ging steeds meer over op een groter gebied op het werelddeel, wat nu Azië heet. Het grootste werelddeel op de planeet aarde. Aan de westkant grenst het aan Europa en Afrika, in het noorden aan de Noordelijke IJszee, in het oosten en zuidoosten aan de Grote Oceaan en in het zuiden aan de Indische Oceaan.

Assur: Enerzijds het Papendom, anderzijds komt Assur van Asher, een Semit.

Assyrië: Een Aramees Rijk. De bevolking ontstond in de periode van Nimrod. Zij spraken de Aramese taal en stamden af van Set. [Gen.10:11,22 en Micha 5:5] Vernoemd naar Aram, zoon van Sem. Aram = Syrië. Het wordt in Genesis 25:20 Paddan-Aram genoemd en ligt tussen de Eufraat en de Tigris, het vaderland van Abram. In dit gebied lag de stad Haran, waar Laban eens woonde en deze was een Aramees. Rebekka en de vier vrouwen van Jacob eveneens.

Astronomie: Sterrenkundig bijzondere verschijnselen in het heelal bekijken. Astro komt van ster, sterrenbeeld; astronomie bestudeert de wetmatigheden van sterren en het eigen zonnestelsel. De natuurkunde wordt hierbij betrokken. Het professionneel ontdekken van kometen en meteoren is een zijdelings onderdeel hiervan. Gebaseerd op wiskunde en natuurkunde wordt er veel onderzoek gedaan. Amateuren doen op de achtergrond eveneens professioneel onderzoek.

Atheope: Dit was Kajin of Kain. Zijn naam en huidskleur werd door de Heer veranderd, toen hij vluchtte voor zijn zoon Hanoch en de oversteek deed naar zijn toegwezen land.

Atmosfeer: In de astronomie bezit de atmosfeer omhullende gassen die zich om een vast hemellichaam bevinden of dampkring wordt genoemd. Alle andere planeten in ons zonnestelsel  hebben een atmosfeer. De gassen worden aangetrokken door het zwaartekrachtveld  van het aardelichaam, en worden dan vastgehouden. De lichtere gassen, zoals waterstof  kunnen een snelheidsverdeling hebben. Zulke gassen zullen dan langzaam verdwijnen uit de atmosfeer. Ook sterren hebben een atmosfeer, bestaande uit bijvoorbeeld een fotosfeer, chromosfeer, ofwel met een overgangslaag en tenslotte met een corona. Jakob Lorber beschrijft de drie verschillende  ‘overlappende’ geestelijke atmosferen, die zich boven de natuurlijke aarde bevinden.

Atoom: Atomen zijn de bouwstenen, de basis van alles hier op aarde. Een elementair deeltje is een deeltje dat niet meer te splitsen is. De atoom heeft een kern en daaromheen een wolk van elementaire deeltjes. De kern van de atoom is opgebouwd uit elementaire deeltjes met de naam proton en neutron. In een mensenhaar passen bijvoorbeeld ongeveer 500.000 koolstofatomen. Van atomen kan men een atoomwapen of atoomwapen maken. Atoomaanvallen in het verleden op Japan kostten naar schatting 300.000 mensen het leven. Het was voor het eerst (en tot dusver voor het laatst) dat dit verschrikkelijke wapen werd ingezet.

Augiasstal: Ongeordende rommelige boel. Van oorsprong een veestal. Lorber spreekt hierover symbolisch, een dergelijke stal moet weer nodig gereinigd worden.

Augustus, keizer: In 9. v. Chr. is over hem een inscriptie gevonden. Hij was al 25 jaar keizer en vierde zijn jubileum 2 v. Chr. In 14 n. Chr. was hij 45 jaar keizer. Jezus was toen 20 jaar oud. In dat jaar kwam Tiberius aan de macht. Augustus betekent ‘verhevene’. Hij werd in 27 v. Chr. keizer. [De Romeinse en Joodse kalenders liepen destijds niet synchroon].

Australië: Een land op het zuidelijk halfrond en een groot aantal eilanden in de Indische en Grote Oceaan, waarvan Tasmanië  het grootste is. Het ligt ten noordwesten van Nieuw Zeeland en ten zuiden van Indonesië en oostelijk Papoea-Nieuw-Guinea. Australië is dunbevolkt. Het op vijf na grootste land ter wereld. In Jakob Lorber wordt het een aantal keren aangehaald.

Avond: Betekent de aardse geestelijke toestand van de mens, want zoals het met de schemering geleidelijk donker wordt, zo vergaat het ook met een materieel mens. [GJE1-157:13] – Mozes noemde de natuurlijke toestand van zijn volk ‘het diepere in de avond van de nacht’, omdat het volk lonkte naar wereldse dingen. [GJE1-157:7] Avond verzinnebeeldt de aardse dood en het vergaan van alle dingen. [GJE6-193:5] Het gaat bij de mens gedurende zijn leven er net zo aan toe als met het  steeds zwakker wordende schijnsel van de avond. Hoe meer de mens zich met materiële zaken bemoeit, hoe meer het in zijn hart zwakker wordt met de puur goddelijke liefde en zijn geestelijke leven. Daarom noemde Mozes een dergelijk licht van de mens evenwel ook avond. De avond is de wereldse sfeer van de mens. Het is de analogie van de aardse dood en het vergaan van alle dingen [GJE6-193:5 en Hemelse Geschenken 1-361:37].

Avondmaal: Jezus vierde het Heilig Avondmaal eind juni en werd een dag later gekruisigd. Het was toen volle Maan. Men zegt, dat Hij 33.5 jaar oud werd of 12222 dagen. GJE10-146 schrijft: ‘als Ik voor bijna 33 jaar te Bethlehem geboren was…’ Zie ook GJE146:1 en 146:3 en GJE10-116:14.

Avondrood: Het rode in de avond valt vaak samen met helder en rustig weer. De atmosfeer is dan meestal stabiel van opbouw en stofdeeltjes blijven zweven in de onderste luchtlagen. Wanneer de zon lager komt te staan als het richting zonsondergang loopt, moeten de lichtstralen van de zon een langere weg afleggen door de atmosfeer om bij onze ogen te komen. Tijdens die lange weg 'botst' het licht tegen de aanwezige stofdeeltjes, stikstof- en zuurstofmoleculen die de atmosfeer aanwezig zijn waardoor het spectrum van licht verstrooid wordt. De rode kleuren in het spectrum zijn het minst gevoelig voor deze verstrooiing waardoor we deze tinten van het spectrum dan ook het beste waarnemen. Hoe groter de luchtvervuiling, hoe roder het avondrood over het algemeen is -  https://www.weerplaza.nl/weerinhetnieuws/weerweetjes/hoe-ontstaat-avondrood/2934/ Jakob Lorber vergelijkt het avondrood op een geestelijke wijze in tegenstelling tot het morgenrood. Dat wat de aarde spiegelt, is tegelijk ook een weerspiegeling in de mens op materieel en geestelijk vlak.

Azië: In het midden van Azië, niet ver van het Himalajagebergte, leefde ten tijde van Adam een klein volkje,  afgesneden van de wereld en hoog in de bergen, conform de leefregels van hun oervader Noach. De latere Egyptische hieroglyphen waren een vervalste namaak van hun ware tekens. In het hooggebergte van Azië hebben onze oerouders Adam en Noach gewoond. Er valt veel te zeggen over dit grootste werelddeel en het wordt vaak aangehaald in de Nieuwe Openbaringen. Zie ook Asia.

Baäl: Betekent ‘heer’, ‘bezitter’, naam van een Kanaäntische godheid die op vele plaatsen wordt vereerd.

Babel: Hebreeuwse naam voor Babylon [Gen.11:9], oude stad op de oostelijke oever van de Eufraat. Ligt ruim 30 km. van Bagdad. Een andere naam is Babylon.

Babylonische ballingschap: Een gedwongen vertrek uit eigen omgeving of land betekent ‘leven onder ballingschap’. Deze heeft veertig jaar geduurd. Het joodse volk werd behandeld als de slechtste dieren en gevoerd met het voer van varkens en honden; de lieflijke dochters der joden zijn onder geseling en allerlei martelingen door de overmoedige Babyloniërs, dag en nacht verkracht, tot de dood volgde, evenals de knapen en jongelingen die eerst gecastreerd werden! [GJE1-137].

Babylonische spraakverwarring: Volgens de Bijbel in het boek Genesis werd ooit op aarde één taal gesproken. De mensen in die tijd vestigden zich in het land Sinear, vlakbij de rivier de Eufraat. Ze spraken af een stad te bouwen met een toren ´tot in de hemel´. Door hun hoogmoed veroorzaakte de Heer een grote spraakverwarring onder de mensen. Ze verstonden en begrepen elkaar niet meer en de bouw van de stad en de toren werd gestaakt. De mensen verspreidden zich daarna al spoedig over de gehele aarde.

Bagdad = Babylon.

Barnabe: Een uit Nazareth afkomstige Farizeeër en Leviet vroeg de opperste leiding in de tempel, of het Kindje Jezus in de tempel mocht spreken …en met goedkeuring. Barnabe was oorspronkelijk verbonden aan de tempel en werd na een driedaagse redevoering van Jezus in de tempel herbergier of gastheer in een bergdorp aan de overkant van het meer van Galilea, wiens kreupele dochter Elisa door de Heer werd genezen. Want toen Jezus haarfijn bewees dat Hij Zelf de beloofde Messias was, deed Barnabe ertoe besluiten de tempeldienst definitief de rug toe te keren en zich terug te trekken in een eenzaam bergdorp: alle bewoners lieten zich bekeren en het dorp ontvangt van de Heer grote voordelen.

Bartholomeüs: ‘De broederlijke’; [Hand.1:13]; Hij had twee jaar lang een goed baantje als ‘dode’ bij de Essenen, maar had uiteindelijk een gelegenheid in het geheim uit hun klooster van deze bedriegers te komen. [GJE2-98,99].

Bazuin: betekent ‘boodschap’; iets rondvertellen, rondbazuinen.

Bed nemen en wandelen:  [Matth.9:6] = ‘In de leer van Jezus onderwezen worden’.

Beeld van het beest: de wereldse verloedering en aanbidding van het geld.

Beëlzebub: Uit het Hebreeuws afgeleid van בַּעַל en betekent letterlijk ‘heer’; is een Bijbelse spotnaam voor Beëlzebul dat ‘heer van het huis’ betekent; zijn naam en die van Lucifer en nog meer dergelijke namen duiden hem de satan aan en typeren hem. Lucifer of Lichtdrager was de oor­spronkelijke, hem kenmerkende naam. Satana was de tegenpool van de Godheid.

Begeerte: Is te beschouwen als een daad; deze twee hangen samen als bloed en vlees, olie en vlam! Begeerte wordt meestal omgezet in daad, wanneer het in de wil besloten ligt. In het verstand dringt slechts de verlokking als verzwakking op. In ieder mens is bij de geboorte een  begeerte ingepland.

Begrafenis: De begrafenis van Jezus is het opbergen en het verwerpen der overresten van moeder Maria van Jozef.

Berg, hoge:  symbool van de bovenste, dus derde hemel.

Bergrede: deze vond plaats aan de voet van de berg Gerizim. Daar heeft het oudste en echtste huis van God gestaan! Jesaja voorspelde dit. De hele bergrede staat in Matth.5-7. De prediking duurde drie uur. [GJE1-39] Jezus sprak toen extra langzaam ten behoeve van de schrijvers.

Bergruïne: Een geloofskasteel met verweerde, gespleten en afgebrokkelde overblijfselen van de waarheden. In de Bijbel of Openbaringen symbolistisch opgevat.

Betfage: Dorp bij de olijfberg ten Oosten van Jeruzalem met de betekenis: ‘huis der vijgen’.  [Matth.21:1, Marc.11:1, Luc.19:29]; het zou nu Kafr et Tur heten! Van hieruit zond Jezus twee leerlingen om voor Hem uit om een veulen te halen vanwege Zijn intocht in Jeruzalem.

Bethabara:  ‘Huis van de oversteekplaats’, beschreven in Joh.1:2, Gen.28:19.

Bethanië: Ook wel El-Azariya genoemd. Dorp, stadje en gelegen in de provincie van Benjamin tegen de oostelijke helling van de Olijfberg. Woonplaats van Maria, Martha en Lazarus [Luc.10:38, Joh.11:1,18] Jezus was vaak bij Lazarus. De plaats van Jezus’ hemelvaart in Luk.24:50,51. Deze plaats lag dichtbij Jeruzalem, bij de Olijfberg, evenals Betfage.dat bijna aan Jeruzalem grensde op 15 stadiën van de stad. [ca. 2,9 km] – Joh.11:18, waar ook Simeon de melaatse woonde. [Matth.26:6].  In El-Azariyeh klinkt de naam van Lazarus als het ware door! Vanaf Bethanië naar het Oosten begint de echte woestijn van Juda, een karig steppenland. Het ligt aan de weg van Jiricho-Jeruzalem aan de Olijfberg. Het weer in de bergen kan plotseling veranderen in de maand november; vele mensen zijn verdronken door het plots opkomende water of omgekomen door dorst.

Bethlehem: Stad in de heuvels van Juda ten zuiden van Jeruzalem aan de heuvelamweg naar Hebron. In de omgeving van Bethlehem speelt de geschiedenis van Ruth zich af. [Ruth 1:1,2,19,22 en Ruth 2:4,11]. Het was eveneens de woonplaats van David, waar hij door Samuël werd gezalfd. Door Micha aangeduid als de plaats vanwaar de Messias zou komen. [Micha 5:2] De geboorteplaats van Jezus. Huis van het ‘levensbrood’ [Hebr.:‘Lechu’] Dit dorp is ontstaan in de tijd dat de Kanaänieten er woonden, 8 km. ten zuiden van Jeruzalem. Er woonden daar al vroeg de stam der Kalebieten in Efrata. [Micha 5:1]. De plaats der herkomst van Elimelek en Naomi en Ruth. Later de woonplaats van Isai en David [1 Sam.16:4]. Tegenwoordig heeft dit stadje zo’n 32.000 inwoners. Het lijkt veel groter dan het is, omdat drie, vier aangrenzende gemeentes als het ware een grote stad vormen.

Bethsaïda: Dit stadje werd door Jezus vervloekt  in Matth.11:21 en Luk.10:13.

Betsaïda: Vissersdorp op de noordelijke oever van het Galilese meer, waar de Jordaan in het meer uitmondt. De woonplaats van de apostel Filippus, Andreas en Petrus. [Joh.1:45, 12:21] bezocht door Jezus [Mark.6:45], die er een blinde genas [Mark.8:22]. De spijziging van de vijfduizend vond bij deze stad plaats. [Luc.9:10]. Ook één van de steden waarover Jezus Zijn uitspraak deed over de naliggende stadjes. [Matth.11:21 en Luc.10:13] Volgens Josephus een vissersdorp, dat door de tetrarch Philippus tot stad werd geheven. Tegenwoordig heet het ‘et-Tell’ en de ruïnes van de vroegere noordrand van het Galilese meer zouden nog bestaan, oostelijk van de uitmonding der Jordaan.

Bevolkingsdichtheid: Volgens Jakob Lorber is er op aarde genoeg ruimte voor de mensheid; op dit moment is dat onevenredig verdeeld; Er zal voor 2050 een grote schifting komen, waardoor er zoveel ruimte is, ook al zijn het 50 miljard mensen, wat wij nog niet kunnen bevatten. Volgens werelds onderzoek woonden er in 2018 al ruim 7,46 miljard mensen op de wereld. De bevolkingsdichtheid wordt berekend door het inwonertal te delen door de oppervlakte: bevolkingsdichtheid = inwonertal met oppervlakte; de bevolkingsdichtheid of de relatieve bevolking geeft de verhouding aan tussen het aantal der inwoners en de oppervlakte van een bepaald topografisch gebied. Meestal wordt de bevolkingsdichtheid uitgedrukt in het aantal inwoners per vierkante kilometer.

Bileam: Ook genoemd Balaäm, was een vermaard waarzegger uit Mesopotamië, [Syrië-Aram] die, ofschoon door Balak, de koning van Moab, juist met het tegenovergestelde doel ingehuurd en ontboden, de Israëliëten nagenoeg zegende (Num.22:1-24:25; Deut.23:3-6). Om echter niet onbeloond te vertrekken, gaf de heidense ziener aan Balak de raad de Israëlieten door bekoorlijke vrouwen tot hoererij en afgoderij te verleiden. Deze schandelijke raad berokkende hem de dood, en deed het nageslacht van Israël zijn naam altijd met afschuw noemen. Bileam was de zoon van Beor of Bosor en woonde in Pethor te Mesopotamië (Deut.23:4). Bileam werd ingehuurd om Israël te vervloeken, maar zegende het. [Num.23:7]

Bingen, Hildegard van: Zij was een Duitse benedictijnse abdis en geldt als eerste vertegenwoordigster van de Duitse middeleeuwse mystiek. Zij was onder meer actief op het gebied van religie, kosmologie, wetenschappen, filosofie, muziek en plantkunde. Zij was de eerste componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is.  Haar werd in 2012 de eretitel van kerklerares verleend. Hildegard werd geboren als tiende kind van graaf Hildebert van Bermersheim, in een adellijk gezin dat woonde op het slot van Bermersheim, niet ver van Alzey. Al op haar vijftiende jaar legt zij de gelofte af. Als Jutta in 1136 sterft, neemt Hildegard de leiding van de  vrouwengemeenschap over en wordt abdis.  Hildegard besluit in 1147 een zelfstandig vrouwenklooster te stichten op de Rupertsberg te Bingen, onder anderen gesteund door de aartsbisschop van Mainz. 

Binnenshuis: Geestelijk bekeken het spiegelbeeld van het innerlijke van de mens [GJE6-136:5].

Bladeren: Bladeren in planten vertegenwoodigen de plaats van de longen.

Bloed van druiven: Symbool van het Goddelijk ware; [Gen.49:11, Deut.32:14].

Bloed: ‘Bloed’ is evenals onder meer het Duitse Blut en het Engelse blood, een oude term voor verwantschap of afstamming die vroeger in het Nederlands vrij algemeen werd gebruikt, zoals in het volkslied getiteld ‘Wiens Neerlands bloed door d'aadren vloeit’ van de dichter des vaderlands. Hebr. ‘Dam = 4-40 = 44. Bloed betekent volgens Lorber het eigenlijke fysieke levensfluïdum, welke het lichaam het leven geeft, hem voedt en de voortplantingskiem aanreikt. Het is de drager van de bezigheid.  [GJE7-44:20, HG2-321:8].

Blum, Robert: Robert Blum, geboren op 10-11-1807, gestorven op 9-11-1848, was een Duitse democratische politicus, publicist, dichter, uitgever, revolutionair en lid van de Nationale Vergadering van 1848. Hij werd hij gearresteerd tijdens een verblijf in het hotel ‘Stadt London’ in Wenen en geëxecuteerd voor zijn rol in de revoluties van 1848 in de Duitse staten. Zijn leven aan gene zijde wordt uitvoerig beschreven in: ‘Van de Hel tot de Hemel’ in twee delen van Jakob Lorber.

Boehme, Jakob: Böhme werd geboren nabij Görlitz. Het enige onderricht dat hij genoot was in de stadsschool in Seidenberg. In 1599 huwde hij Katharina Kuntzschmann en vestigde zich als schoenmaker in Görlitz. Tussen 1600 en 1611 werden vier zonen geboren. Böhme was een zakenman die, net als alle andere burgers persoonlijke en economische problemen kende die het gevolg waren van de Dertigjarige Oorlog. Hij vertoefde vaak in het gezelschap van vrijdenkers; Hij ontving van de Heer ‘Openbaringen’ die de moeite waard zijn te lezen. Het boek ‘Aurora’ of ‘Morgenrood in opgang’, is een van zijn bekendste en vertaalde boeken.

Boek met de zeven zegels: De enige en ware goddelijke leer, welke de Heer samengevat heeft in twee verkondigde geboden. De zeven zegels corresponderen met de zeven grondeigenschappen van het goddelijke Ik

Boek, samengerold, een: Betekent zinnebeeldig het [af]sluiten van de geestelijke betekenis van het woord.

Boeken: Alle boeken waren in de oudste tijd in gelijkenissen of symbolen [analogieën] geschreven. In de geestelijke wereld heeft de mens de mogelijkheid de bibliotheken te bezoeken, zoals op aarde.

Bokken: Symbool van de bedenkelijkheden. [bokken [dwarsheden] gescheiden van de lammeren [gewilligheden].

Boom: ‘Boom’ en ‘schaduw’ in het Hebreeuws hebben met elkaar te maken. Boom = Ets = 70-90 = 160  en schaduw = TeSeLeM = 90-30-40 = 160; Een boom geeft schaduw! Boom correspondeert met de mens. Het zaad van de boom is de wil. De twijg of takken en het loofwerk is het vestand en de vruchten zijn de werken. Het eten van de boom is de opname van het eeuwige leven. De weg van de boom is de ingang tot de Heer.

Borus: Arts van Nazareth; de Heer voltrok het huwelijk van Borus met Sara [dochter van Jaïrus], die voor de tweede keer uit de dood werd opgewekt; hij is dan aanwezig bij de wederopstanding van Josoe.

Botten: Het hardnekkig geestelijk, zintuigelijke, trotse en hoogmoedige; het meest gerichte en van alle liefde weerbarstige deel van een mens.

Boze geest: Dat is een donkere kwaadaardige geestelijke entiteit, dat zich niet graag in de lichtwereld bevindt, maar graag in duistere sferen vertoeft; Als een boze geest bezit heeft genomen heeft van een menselijk lichaam, dan is dat net zo moeilijk om uit het lichaam van zo’n persoon te komen als om een ​​groot huis te blussen, dat al in al zijn delen door vuur is gegrepen. Mensen die ‘bezeten’ worden of zijn, gaan meer en meer eten, zo niet al hun voedingsgedrag zich heeft aangepast aan deze kwade bewoner van zo’n lichaam. Door te reinigen, te vasten en veel te bidden kan – hoewel heel moeilijk – een dergelijke boze geest uiteindelijk uit het lichaam gaan, daar er geen materievoedsel meer aanwezig is, waarin nog geestelijke substanties zijn, waarvan de geest zich gevoed heeft.

Buitenaards: Een woord dat gebruikt wordt om alle materie die niet van de aarde afkomstig is te omschrijven. Het kan zowel verwijzen naar materie die zich buiten de aarde bevindt, als naar materie die van buiten op aarde is beland. Buitenaards leven is een leven dat niet is ontstaan op aarde.  Er is zeker ‘bovenaards’ leven, een andere vorm van materie, wat het menselijk oog niet kan zien.

Byblos, Bijbel:  Griekse naam voor de stad Gebal, tegenwoordig ‘Jebeil’; het woord Bijbel komt van de naam van deze havenstad, waarheen het papyrus uit Egypte werd vervoerd. Biblia. Het woord Biblion kenmerkt een papyrosrol, één van de oudste schrijfmaterialen. Het in Egypte geprepareerde Papyrus werd vroeger ingeruild voor het begeerde ceder van Libanon en overgeladen in de Phönetische havenstad Byblos. Vandaar de naam Bibel. Oorspronkelijk waren er 77 boeken [en nog wat meer!] in de Bijbel, heden 66; de overige zijn voor apocrief gehouden. De Latijnse naam Biblia werd tot het woord Bijbel, dat is een verzameling van Bijbelse boeken. Voor veel mensen is de Bijbel een boek met zeven zegels [Openb.5:1], geschreven voor de mens als in een vreemde taal.

Cado: Een welvarend persoon, maar niet op God gericht persoon, stierf en kwam aan in het geestelijke rijk: na 14 dagen verzocht de Heer Jezus Zijn apostelen Paulus en Petrus, een gesprek met hem aan te gaan, dat Cado niet gewenst had. Allengs door zijn grove taal zag hij zich steeds dieper in het duistere rijk wegzakken, en bij een grot zag hij de vrouwelijke Minerva [Satan = Lucifer] met een vurige wagen komen en ging een tweegesprek aan. Uiteindelijk wilde Minerva haar duivelse beulknechten oproepen om Cado vreselijk te martelen, maar toen laatste alle kracht in zich bundelde en een steen naar haar en de duivels wierp, en daar de naam Jezus, God de Heer uitsprak, had hij de macht van Minerva verzwakt en gebeurde hem niets. Tenslotte werd hij naar de Heer geleid en volgden er vele gesprekken…[Van de hel naar de hemel, deel 2, hfst.174 – Jakob Lorber].

Caesarea: Dorp ten Westen van Tiberias, waar Jezus Zich vaak ophield bij de Romein Marcus, naast de berg Arbel [=Tabor]. Dit stadje lag nauwelijks een half uur van de hoge heuvel van de Romein Marcus, kameraad van Cyrenius, vlakbij aan de witte zeebaai tussen Tiberas en Migdal [= Magdela].

Canon: ‘Maatstaf’, ‘regel’; gebruikelijke naam van de lijst der boeken die de geïnspireerde Heilige Schrift uitmaken.

Cefas, Cephas of Kefas: Betekent ‘rots’ of ‘houvast’. De Aramese bijnaam van Simon met de Griekse uitgang Kefa’s. Dit was de naam die de discipel en latere aposel Petrus van Jezus kreeg. Ook soms aangesproken met Barjona – zoon van Jona. [Matth.16:17]

Cele-Syrië: Oorspronkelijk een dallandschap tussen Libanon en Anti-Libanon, later het gehele Palestina en Phenicië tot aan Eleutheros in het Noorden.

Ceremonie: Is een plechtigheid die een belangrijke gebeurtenis markeert. Tijdens een ceremonie worden [uiterlijke] rituele handelingen uitgevoerd, vaak uit traditie als belangrijke gebeurtenis in een mensenleven; soms ook uit gewoonte en bijgeloof.

Chaldeeën: [Gen.22:22] Een Aramees volk, dat in Mesepotamië leeft, met als hoofdstad Ur. [Gen.11:28, Joh.1:17, Jes.13:19, Hand.7:4, Dan.4:7, 5:7,11]. Daarom de ‘Wijzen uit het Oosten’. De Chaldeeën hielden aantekeningen van de loop der sterren nauwkeurig bij. Zonder moderne hulpmiddelen trokken ze de conclusie, dat een jaar 365, 6 uren, 15 minuten en 41 seconden heeft; deze berekening verschilt met de tegenwoordige berekening niet meer dan een half uur met de mening die huidige wetenschappers bij ons sterrenstelsel betrekken

China: Sina of Sihna = Sihin, de naam van een man   [GJE8-129:4,  HG1-36:46 en HG1-37:5]- land van Kajn? = Kina – Chinezen.

Chinnereth: [ander woord hiervoor is Kinnereth].

Chiwar: Zoon van een hogepriester uit Jeruzalem, opgegroeid in de tempel; deze weet te vertellen hoe het met de ark van het verbond gaat. Uit de annalen (jaarboeken) van de Schrift is bekend dat elke ongevraagde persoon zijn leven verloor als hij de ark met niet-toegewijde handen aanraakte; nu kun je op de ark klimmen en hem aanraken zoals je wilt, en er komt geen dodelijk vuur uit. De altijd groene staf van Aäron is droog om te verpulveren, en de stenen tafelen [tabletten] van de wet zijn gebroken; het manna [brood uit de hemel] bestaat alleen uit het idee! En de vuurkolom, waar is die ?! [GJE2-53,54]

Chorazin: Dorp tegen een rotswand ten noorden van het meer van Galilea. Jezus sprak een ‘wee’ uit over dit stadje, in Galilea, ca. 5 kilometer van Kapernaum; samen genoemd met Betsaïda, dat vroeger direct aan het Galilese meer lag.  [Matth.11:21 en Luc.10:13].

Christus: Komt van het Latijnse woord Christos, dat ‘Gezalfde’ heet. Grieks: ‘Haristos’, ‘Aristos’: ‘de beste, het edelste’; ‘Ara-hari’: ‘Heer van licht’; ‘Kh-R-S-T’: ‘Christ’. Betekent letterlijk: ‚Waarheid uit God’ of ‘de waarlijk Gezalfde van God’ [GJE6:22, GJE11:21]

Concilie van Nicea: Vergadering van  christelijke bisschoppen in Nicea in Bithynië [het hedendaagse Iznik in Turkije] door de Romeinse keizer Constatijn de eerste in 325.  Dit eerste oecumenisch concilie was de eerste poging om consensus te bereiken in de Kerk door middel van een vergadering die het hele christendom vertegenwoordigde. De grootste verwezenlijkingen van dit concilie waren de regeling van de christologische kwestie betreffende de aard van Jezus en zijn relatie tegenover God de Vader, de Heilige Geest, de opstelling van het eerste deel van de geloofsbelijdenis, het regelen van de datumberekening van Pasen en de afkondiging van het vroege canoniek recht. Er heeft ook nog een tweede concilie plaatsgevonden vanwege Arius, die Jezus apart zag van de Godheid en deze dwaling werd verworpen.

Cyrenius: Een machtig persoon met een groot aanzien; broer van keizer [Cäsar] Augustus. Cyrenius was stadhouder en vicekeizer over alle Aziatische landen en Egypte. Hij kende Jezus al vanaf diens kindertijd; hij begeleidde persoonlijk de heilige familie van zijn residentie in Tyrus per schip naar de Noord-Egyptische stad Ostracine; kocht voor hen een huis en was daar regelmatig gedurende 3 jaar op bezoek. Hij werd aanhanger en trouweling van Jezus. Zijn jongere broer Cornelius speelde in de jeugd van Jezus ook een belangrijke rol, ook later toen Jezus van 25-28 n. Chr. het land onderwees en predikte in Palestina.

Dagindeling: De ochtend is het oosten; de ex oriënt lux; De middag is het zuiden; De avond is het westen; De nacht is het noorden.

Dalai Lama: Een hoofdmagiër [met een groep magiërs uit de Himalaja] zei tegen de engel Rafaël: ‘wij hebben hetgeen wij nu gevonden hebben, toch altijd gezocht. Wij zijn toch ook mensen, en hebben God onder de veelzeggende naam Delailama (schept en vernietigt) ook altijd aanbeden en vereerd en hebben de leer van Zorouasto niet aangenomen, en toch hebben wij als priesters nooit enige openbaring gekregen. En dat was dan ook de oorzaak, dat juist wij, priesters, alle geloof verloren hebben, hoewel wij het volk voortdu­rend vast lieten geloven. [GJE7-104:1]

Daleth: ‘Geboorte via de deur’ als  geschenk van de schepping.

Daniel: ‘God heeft recht verschaft’. Daniël wordt naast Noach en Job genoemd. [Ezra 14:14,20]; Zoon van de dag of van het licht; [GJE4-218:4]

Dansers: Dansers van binnen zijn als doden, die niet meer geadviseerd of geholpen kunnen worden, omdat Satan ze allemaal bij de voeten neemt en snel met hen in een wervelende cirkel draait, zodat ze duizelig worden en niet staan, lopen of zitten, noch slapen, rusten, zien, horen, voelen, ruiken, proeven, noch kunnen voelen [Huish.v.God, deel 1, hfdst.1:6].

David: 2e koning van de 12 stammen; ‘de neergedaalde liefde van God.’ [GJE11]

De Highway nr. 90 loopt door het dal van de Jordaan naar Bet shean. Beit Yosef is breed en lang en werpt zich als een eindeloos landschap op en onderbroken door militaire straatversperringen en wegcafe’s, die goedkope benzine en droge maisfladen verkopen. Links zijn dan de hoogten van de Judese woestijn te zien. De grote scheur van het Jordaandal is wel het merkwaardigste geologisch verschijnsel ter wereld. Het sterkst in El Ghor. Hemelsbreed is het 100 kilometer lang. Officieel heet  de Jordaan ‘Al Urdun’ en betekent  ‘afdalen’. De breedte is nu circa 35 meter met soms wel een diepte tot 4 meter; ander woord voor jordaan is ‘jardan’

De menselijke geest is een organisme dat uitloopt in een natuurlijk organisme; het is gevormd uit drie regio's zoals een huis met drie verdiepingen, en zoals de woningen van engelen in de drie hemelen existeren. De menselijke geest groeit verder zoals zijn lichaam, het ene in omvang, het andere in wijsheid; het gemoed van elke persoon is zijn innerlijkheid, de ware echte mens en zijn geest wordt van regio tot regio verheven, maar dit vindt alleen van tijd tot tijd plaats wanneer hij waarheden verwerft en verbinding maakt met het goede. De geestesgesteldheid van de geest kijkt voornamelijk naar de geestelijke wereld; hij leeft voort na de dood en wordt dan geest genoemd; indien goed, dan is hij een engelengeest en wordt nadien een engel; als hij het kwade of slechte liefheeft, dan wordt hij een satanische geest, en daarna een satan.

Decapolis: Tienstedengebied, waaruit scharen kwamen om naar Jezus te luisteren. Grenzend aan het meer van Galilea, gelegen in het overjordaanse gebied [behalve Skythopolis - Matth.4:25].

Derde hemel: De betekenis hiervan is: de ‘hemel van de ware liefde’, het hoogste goed; in deze hemel wonen slechts de ware kinderen van de Vader, die met Hem mogen meescheppen en gezag hebben over alle universa in het oneindige heelal.

Diamant: Liefde tot God, de zuiverste waarheid zonder smet. Thummin = wijsheid en de ‘opname tot het goddelijk woord‘ – [GJE5-137:8  GJE5-13:5, GJE5-41:7,8, Geestelijke Zon2-86:6].

Dierenriem: ‘Zodiak’ ’indeling van het werk’.

Diermensen: Dit waren de dierlijke mensen, die voordat Adam op de aarde kwam, de aarde voorbewerkten; zij worden de pro-Adamieten genoemd en hebben miljoenen jaren voor de komst van de mensen de aarde zodanig bereid, dat het geschikt werd voor de echte mensen.

Discipelen: Met discipelen worden in het christendom de door Jezus Christus uitgekozen volgelingen aangeduid, en in het bijzonder de intieme groep van twaalf, de twaalf discipelen of de twaalf apostelen. Soms heten zij leerlingen.

Dode Zee = Zoutzee.

Doden, geestelijke: De verbinding met de Godheid verbroken.

Dood: Dood is geen uitsterven, maar een voortzetting van het leven en slechts een overgang; de toegang tot de geestelijke wereld gebeurt meestal op de derde dag nadat de mens daarheen is gegaan; hij weet dan niet anders dan dat hij zich nog in de vorige wereld bevindt; hij wordt daar voorbereid op de samenleving in de hemel of in de hel waaraan hij is toegewezen is; dood is het tegendeel van het leven.

Doodstraf: Heeft voor de ziel absoluut geen zin; de kans van zielengroei op aarde belemmeren, ondanks gevangenschap.

Draak: Symbool van de satan; ‘iemand de draak aansteken’ [spreekwoord!].

Drie: Werkzame wil van God, die uit Zijn liefde [1] en wijsheid voortkomen; [GJE6-18:6] Het voleindige en volkomene.

Drieenigheid van God: Ik ben de al-enige God in Mijn drievoudige natuur als Vader van Mijn Goddelijkheid, als Zoon van Mijn Menselijkheid en als Geest van al het weten, werken en inzicht [Huish. v. God1-2:10].

Duif: Hebreeuws taw = goed.

Duim: Symboliseert de ‘ik-kracht’ en de ‘naastenliefde’;  spreekwoord: ‘ik zal voor je duimen!’

Duisternis: Waar het ‘licht’ niet graag ontvangen wordt.

Duivel: boosardige demoon, het kwade euvel.

Duivel: Het euvel, het kwade.

Duizendjarig Rijk: Symboliek van de volledige wedergeboorte van de menselijke geest; De Heer in Zijn persoonlijke ‘menselijkheid’ en in Zijn volheid van de goddelijke drie-eenheid. Dit is binnen het christendom een begrip gebaseerd op een profetie in het Bijbelboek Openbaring. Volgens deze profetie zal Jezus Christus na zijn wederkomst op aarde, Satan (de duivel) opsluiten en een wereldwijd vrederijk stichten dat duizend jaar duurt.

Ebal: Naam van een berg tegenover de berg Gerizim [in Samaria], waarop gedenkstenen en een altaar werd opgericht. Deut.11:29, 27:4

Economische orde: Zelfzucht.

Eden, paradijs: Vreugde, lust [Ezechiël 27:23]; andere naam voor Beth-Eden;  je-den = het is dag! [GJE5-215:7]; Tuin betekent inzicht en wijsheid uit het Woord.

Edom: Betekent het natuurlijke. ‘Idumea’ is de Griekse vorm voor Edom [Marc.3:8] – in latere tijd is het de benaming van het oude Edom. Het geslacht van de Herodussen komt uit Ezau, uit de Idumea. Zie Jesaja 21:11

Een: Liefde in God of de Heer  [GJE7-18:4, GJE11].

Eeuwig, Eeuwigheid: Waarschijnlijk komt het overeen met de tijdsduur in de materiële werelden, weliswaar in de geest wat tijd hier is. Eeuwigheid betekent ‘tijd’ van ‘voortschrijden’, dat door de tijden wordt gemeten, maar eindeloos is; het eeuwige is het oneindige; [GJE10-155:2] Het eeuwige is het oneindige qua tijd. De eeuwigheid betrekt zich op tijden. De oneindigheid van God heet eeuwigheid met betrekking op de tijden

Efrath: Vruchtbaar land; Vereenzelvigd met Bethlehem; [Ruth 4:11, Micha 5:1].

Egypte: Andere naam: Misrajim [Mesraïm]; deze was een zoon van Cham; (Gen. 10.6; 1 Kron. 1.8).

Eigenliefde:  Een op zichelf gericht persoon; geen liefde of interesse tot de naaste.

Eigenliefde: Op zichzelf gericht, geen naastenliefde.

Eik: Zintuiglijk het IK-goede en het IK-ware van de kerk.

Einde van de wereld: Tot de tijd dat de mensenwereld tot een volmaakt einde gekomen is [GJE11].

Eindgericht: Een einde van een bepaalde tijd in een samenleving.

Eindtijd: De eindtijd, het einde der tijden, de laatste dagen, armageddon en eschaton is een voorstelling van de laatste tijdsperiode (het einde) maar ook binnen nieuwe geestelijke stromingen en in atheïstische en seculiere levensbeschouwingen, die erdoor beïnvloed kunnen zijn; ook een reiniging tijdens een  bepaalde periode in onze samenleving; dat wil zeggen een einde van een periode en een nieuwere kan aanbreken.

Elementen: etherische natuurwezens.

Elia[h]: Deze profeet wordt door de Heer geroepen als getuige [samen met Mozes] en verschijnt voor de laatste vier bekeerde Farizeeën [resp. twee Levieten] van de tempel; zij wensten de eens op aarde levende twee profeten nu te zien als geest.  Hier wordt duidelijk dat Elia ook Johannes de Doper was. In hem was de geest van de aartsengel Michaël. [GJE7-163, GJE1-2,GJE4-140; Elia = ‘God is Jaweh, profeet ten tijde van koning Achab; ‘Jah’ betekent de weg van het eeuwige leven’. Grieks woord voor ‘Elias’.  ‘El’ betekent ‘Goddelijk licht’.

Elias: De zuivere ziel van de mens, de macht, de juiste wandel volgens het Goddelijk Woord, de voorstraling van de Goddelijke liefde, het is de Goddelijke liefde, die vooraf gaat bij ieder gericht. [GJE3-195:4, Hemelse Geschenken, deel 2, hfdst.111:7]; Elias en Elia zijn dezelfde personen en niet verwarren met Elisa, zijn opvolger

Elisa:  Opvolger van Elia, een groot wonderdoener. [1 Kon.19:16]

Emmäus: Dorp gelegen ten Zuid-Westen van Jeruzalem 2.000 jaar geleden [Luk.24:13] Tegenwoordig situeert men haar ligging valselijk ten Noord-Westen van Jeruzalem met de Romeinse naam ‘Mosa’ of ‘Amwas’, dat 30 km. van Jeruzalem zou liggen. De verrezen Jezus verscheen aan twee mannen, die op weg waren van Jeruzalem naar Emmäus. [15 stadiën was vroeger 2,9 km]. Er is in deze tekst sprake van 60 stadien en dat zou dan bijna 18 kilometer zijn. Een vlotte wandelaar loopt deze afstand, de heuvels meegerekend, in 5-6 uur. Emmaus betekent ook bakkersdorp.

Emmaüsgangers: Deze waren de bezoekers aan een viering van het paasfeest in Emmäus, zoals beschreven door de evangelist Lucas; Emmaüs was een dorp in Judea op 11½ kilometer van Jeruzalem. Volgens Luc.24:13-35 zou Jezus daar op Paasdag aan twee discipelen zijn verschenen, die hem eerst niet herkenden. Een van de Emmaüsgangers, Kleopas,  wordt bij name genoemd; De herrezen Jezus uit de doden  wandelde zomaar tussen deze twee, die op weg waren naar Emmaüs en vroeg het tweetal: ‘Hebben jullie nooit gelezen wat Christus eens over Zichzelf zei toen de apostelen Hem benaderden om hun de Vader te tonen? Kijk, staat er niet geschreven: 'Ik en de Vader zijn één! Wie Mij ziet, ziet ook de Vader; omdat de Vader in Mij is en Ik in de Vader ?!’ Bij deze woorden begonnen de twee erg verbaasd te raken, en vroegen de vreemdeling een beetje bevreesd: ‘Beste vriend! Vertel ons of je niet een of andere kluizenaar bent of een of andere vrome man die goed onderwezen is in de Schrift; want met zulke woorden komt niet zomaar iemand op de proppen!’ [Boek ‘De grote Glockner’, hfdst.12:23,24].

Energie: ‘En’ = ‘binnen’, ‘ergein’ betekent ‘opwekken’.

Engelen: ‘Angelos’, de door het licht verwekte, de gepersonifiseerde wil van de Heer, de gedachten, ideeën en concepten van de verlichte geest; de vingers aan de hand van de Heer, het symboliseert de goddelijke wil. [GJE3-122:5, GJE7-56:15, GJE10-199:5].

Ephata: Openbaar je !  [Epha-t], Doe open! [GJE5-235:3].

Ephraïm van Bethanië: Deze was een vriend van de familie van Lazarus en was ook aanwezig bij de opwekking van Lazarus door Jezus.

Ephraïm: Het licht van de liefde en de macht van alle wijsheid  [GJE11] – De persoon Ephraim komt uit eigen interesse naar de burcht waar Jezus en Zijn leerlingen Zich in de winter ophielden. Hij wordt overtuigd van Zijn Goddelijkheid, Jezus van Nazareth. Ephraim wordt als allerlaatste apostel van de aardse werken van Jezus opgenomen in de kring. [GJE11-57]. Daarmee werd het getal vervuld, voor al diegenen, die beroepen waren om leraar te worden voor Zijn geestelijke schoolhuis.

Ephraim: Het Woord begrijpen uit hetwelk zij de kerk is.

Epicuristen: Mensen die op genot uit zijn, welstand en welzijn.

Esau: Een tweelingbroer van Jakob. Esau verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep. [Gen.25:29]; Hij was de stamvader van de Edomieten. Seïr is de naam van een streek, die zij bewoonden.

Esseae: Vanaf de brug over de Jordaan, waar een pad zich splitst; van daaruit leidt een oude weg naar Jeruzalem, en een nieuwe leidt van daaruit in de richting van Egypte naar de plaats Essea, die nog een goede dagreis daar vandaan was.

Essenen of Esseeërs: Joodse sekte ten tijde van Jezus; zij namen geen deel aan de tempeldienst, maar teruggetrokken op de westelijke oever van de Dode zee. Zij waren eerst bedrieglijke magiërs. Jezus legt hun bedrogsels op tafel, ontmaskert hen en vertelt Zijn leer en doet voor hen grote wonderen. Zij werden bekeerd en gingen later bij Hem in de leer. Het is een grote dwaling van veel religieuze schrijvers, die beweren, dat Jezus bij hen ‘de wonderen’ heeft geleerd. Aanvankelijk waren zij bij het joodse volk bekend als gekunstelde magiër; zij bleven lange tijd aan als de zuiverste christelijke gemeente na Jezus’ Hemelvaart.

Ethergebied: Toen de Heer het woord uitsprak: ‘Er zij licht!’, begon het door alle onbeperkte etherische gebieden te stralen en activeerde het materie tot leven, om aan te trekken, af te stoten, te verenigen, te scheiden, op te staan of te vergaan. Zonder Zijn woord ‘Er zij!’ en ‘Er zij licht!’ kan er geen etherruimte bestaan; ether is het oneindig krachtveldgebied van de Schepper.

Etherisch lichaam: Hiermee wordt het zogenoemd energielichaam van de mens bedoeld.

Ethiopië [Atheope]: Ethiopië en Eritrea gebruiken het oude Ge’ez-schrift, een van de oudste nog in gebruik zijnde alfabetten ter wereld. De Ethiopische Hooglanden zijn de grootste aaneengesloten bergketens in Afrika. Kaïn werd, toen hij voor zijn zoon Hanoch vluchtte, samen met zijn familie, door de Heer veranderd in een donker-zwarte huid met kroesig haar, zodat hij nooit meer herkend zou worden: ‘land van verbrand gezicht’, dat ten Zuiden van Egypte ligt [Kush of Koesj] beschreven in Jesaja 18, Hand.8:27.

Euphrat: Als rivier het onjuiste en slechte van de wereld. [HG2-270:6].

Eva: Wederhelft van Adam; haar naam betekent: ‘moeder van alle levenden’ [Hebr. Chawah]; [Gen.3:20] De voorbeeldige verlossing van egoïsme en uiteindelijke wedergeboorte; Ook wel Caiva genoemd; [HG1-7:11] Caiva = ‘Heva’of ‘Cha-ji-va’ = kracht, draagster van een ideeweg, levensweg en ‘va’ of ‘fa’ = ‘voortbrengen’. De liefde van Adam. Huish.v.God, deel 1, hfdst.40:32, hfdst.7:11, en boekdeel 3, hfdst.2:22].

Evangelie: De weg van de eeuwige genade, de schepping van het licht van God. Vrolijke boodschap. Ev. = eeuwig, angelos = bode, ang = scheppend verwekken, el = het geopenbaarde licht van God.

Ezechiël (Hebreeuws: יְחֶזְקֵאל, ‘sterk is God’ of ‘hij zal door God versterkt worden’) is een van de grote profeten uit de Hebreeuwse Bijbel. Volgens de traditie schreef hij het Bijbelboek Ezechiël in Babylonische ballingschap. Hij was de zoon van een joodse priester en behoorde bij de eerste groep Israëlieten die Nebukadnezar-2 in 598 v. Chr. naar Babylon voerde. Hij was tijdgenoot van Jeremia. In Mesopotamië leefde hij bij het Kebarkanaal  [Khabur] het huidige Schatt-en-Nil bij Babylon, waar hij als profeet optrad. Hij begon zijn profetische werk toen hij 30 was en deed dit 20 jaar lang. Hij werkte alleen als profeet in Babylon, nooit in Israël of Juda zelf. Het boek Ezechiël bevat aanwijzingen dat hij belangrijk was  in de raad van de oudsten voor en de hele gemeenschap sprak over hem.

Farao: [Pr-‘a]; Oorspronkelik betekent deze naam ‘paleis’ of ‘het hof’ resp. ‘het grote huis’. In het Hebreeuws ‘vruchtbaar’.

Farizeeërs: ‘Afgescheidenen’; zij vonden de mensen zondig in hun ogen; in werkelijkheid waren zij schijnheilig! Zij onderscheiden zich door hun ‘wetsgetrouwheid’; Een Farizeeër staat in ambt, waardigheid en aanzien gelijk met wat nu een kardinaal in Rome is.  (GJE 1-18) Farizeeën interpreteren letterlijk, erkennen de mondelinge overlevering.

Filippenzen: Paulus heeft een zeer persoonlijke, goede band met hen; [Phil. 4:15].

Filippus:  [Paardenvriend] woonachtig in Bethsaida, aanwezig bij de spijziging van de 5.000; een rondtrekkende evangelist; woont [later] in Caesarea; één van de twaalf discipelen; hij bemiddelt voor de Grieken, die Jezus willen zien; hij heeft vier dochters die profeteren.

Firmament: In de kosmologie van de Bijbel is het firmament, hemelgewelf of uitspansel, de structuur boven de hemel, bestaande uit een vaste koepel. God schiep het firmament om de wateren te scheiden. Water boven het firmament en water onder het firmament. Aan het firmament zijn de sterren bevestigd en waarachter wind, regen en sneeuw gelegen waren. Het woord firmament komt van het Latijnse woord firmamentum en werd gebruikt in het latere Latijn met ‘stevige of vaste structuur’, afgeleid van het Hebreeuwse Raqia, een woord dat zowel voor hemelgewelf als voor de bodem van de aarde in het Oude Testament wordt gebruikt. 

Franciscanen: Ook wel minderbroeders genoemd; Deze vormen een kloosterordeorde bestaande uit volgelingen van Fransisci van Assisi. Franciscus kwam uit Umbrië (Italië) en samen met zijn metgezellen schonk hij al zijn bezittingen aan de armen om zelf in pure armoede verder te leven. De Franciscanen behoren tot de bedelorden. Zo proberen zij Jezus Christus na te volgen.

Frankrijk:  = Gallië.

Frankrijk: Officieel de Franse Republiek, is een land in West-Europa en qua oppervlakte het op twee na grootste Europese land. Frankrijk ligt tussen het Zeekanaal, de Atlantische Oceaan en de Golf van Biskaje (in het Westen); Het eiland Corsica in de Middellandse Zee behoort tot Frankrijk, alsook vele overzeese gebieden. Frankrijk maakt aanspraak op een deel van Antartica. [Gallië]

Frohnleiten: Een gemeente in de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken, en maakt deel uit van het district Graz en omgeving. Frohnleiten telt ongeveer 6.500 inwoners.

Gabriël en Zuriël: Deze engelen houden de hele schepping onder controle. Ieder hemellichaam, elke zon, moet aan hun geringste wenken gehoorzamen. [Jeugd Jezus 152 – Ook Zuriël en Gabriël.

Gabriël: Een aartsengel, die door de Heer wordt aangesteld. [GJE9-119]. Hij verschijnt in de gestalte en persoon van de oervader Jared. [mijn kracht is God of God heeft Zich sterk betoond]; [Dan.8:16, 9:21]; Iemand die er uitzag als een man’, ‘kwam de man Gabriël in ijlende vlucht tot vlak bij mij’; deze engel gaf aan Zacharias en daarna aan de maagd Maria een boodschap; Gabriël zei tegen Zacharias: ‘ik ben een vorst onder de engelen en sta altijd voor het aangezicht van de Almachtige’. Gabriël en Michaël zijn geen namen van twee mensen in de hemel, maar met deze naam worden allen in de hemel bedoeld die in wijsheid zijn met betrekking tot de Heer en die Hem aanbidden.

Gadara: Gadarenen: [Gersenen of Gergesenen] Een plaats oostelijk van het Galilese meer; de plaats Geresa is identiek met Gadara; [Matth. 8:8] Jezus heeft eenmaal het gebied, althans het ‘land van de Gadarenen’ (meteen aan de overzijde van het meer van Galilea) bezocht en daar Legio, de bezetene genezen (Matth.8:28; Mark.5:1). Na zijn genezing ging deze als een ware evangelist de gehele streek door waar hij woonde. Men veronderstelt in de omgeving van Geresa. Dat Jezus de duivelen toestond in de kudde zwijnen te varen en in de zee te storten, kan erop wijzen, dat in het gebied ook heidenen woonden (Joden zouden zeker geen kudde van onreine varkens houden) Slechts een enkele keer (zoals Mark.7:31) kwam Jezus buiten Palestina zoals in Tyrus en Sidon. Ook in het gebied van Dakapolis genas Hij een dove man met een spraakgebrek. Dit gaan van Jezus naar een half heidens land was als het ware een voorschot op Pinksteren. Daar verrichtte Jezus wellicht ook de spijziging van de vierduizend (Mark.7:32-8:9). Gadara was een hellenistische stad in het Overjordaanse, waarvan het gebied zich volgens Matth.8:28 uitstrekte tot aan de oevers van het Galilese meer, tegenover de ruïnes van Muqeis of Umm Qers.

Galgal: Omwenteling van een wiel, werveling; [Ezech. 10:13]. [zie Gilgal]

Galilea, meer van, of Galilese zee: [Galil] Ongeveer het gebied van Jizreël en Naftali; deze zijn aan hun spraak herkenbaar; De Gallileeërs waren sterk vermengd met de heidense bewoners, zodat men van het Galilea der heidenen sprak [Jes.9:1].

Garizim: Onze vaders zeggen dat men op de berg Garizim, de eerste aartsvaders God al aanbeden hebben. De joden zeggen echter dat Jeruzalem de juiste plaats is om God te aanbidden. [GJE1-66,  GJE1-25:4]

Gea: Andere naam voor aarde, onze planeet of ster.

Geboortedag: Jezus zegt via Jakob Lorber: ‘Wie bijvoorbeeld eens per jaar de geboortedag van zijn vader viert moest eigenlijk ook iedere dag het geboorteuur vieren, wat beslist beter zou zijn dan de jaarlijkse geboortedag! Ik zeg je, al dat soort herdenkingsfeesten van de mensen hebben voor Mij geen waarde, tenzij ze dagelijks of liever ieder uur in het hart doorleefd worden. Overigens wil Ik hiermee de echte herdenkingsfeesten niet opgeheven hebben, maar ze moeten naast het jaarlijkse ook het dagelijkse in het hart meebrengen, omdat ze anders als dood en dus zonder uitwerking betracht moeten worden.’ [GJE2-157]

Gedachte: Gedachten vertegenwoordigen zichzelf concreet; een gedachte komt voort uit bewustzijn, vervolgens uit neigingen; er is niet het geringste denken dat niet voortkomt uit een ingegeven plezierprikkel van de wil; al het denken van de geest is in ruimte zonder ruimte en in de tijd zonder tijd; waar geen denken is, daar is ook geen idee; daarom is het innerlijk denken een waarneming.

Geest van de mens: De menselijke geest is een ontvanger voor het leven van zijn gemoed; hij leeft voort na de dood; als hij goed is dan wordt hij een engelse geest, nadien ook een engel, als hij slecht is, dan een satanische geest en nadien een satan; de geest van de mens is gemaakt uit eindige dingen, die geestelijke substanties zijn. Wanneer de mens van het lichaam gescheiden is, heeft de geest de volledige vrijheid te handelen in overeenstemming met zijn neigingen en gedachten die daaruit voortkomen; de geest is de innerlijke mens; het is datgene in hem wat hij denkt, wat hij wil en wat hij liefheeft, en dit is het aangename deel van zijn leven; Hij staat constant in verbinding met zijn gelijkenden in de geestelijke wereld; aangezien het stoffelijke lichaam waarmee zijn geest omringd is, in de natuurlijke wereld is; hij weet echter niet dat hij naar zijn gemoedstoestand in het midden van zijn gelijkende geesten staat, dus ook tegelijk aan genezijde, terwijl hij nog op de aarde leeft. De geest komt voort uit het feit dat de geesten met wie hij in de geestelijke wereld gemeenschap heeft, geestelijk spreken, maar de geest van de mens, zolang hij in een materieel lichaam is, op natuurlijke wijze spreekt handelt; Engelgeesten worden in de geestelijke wereld voorbereid voor de hemel als engel.

Geest van de wijn: De eeuwige waarheid [GJE3-225:18].

Geestelijke: Het meest innerlijkste en het alles doordringendste.

Geestenwereld: De geestenwereld is tussen hemel en hel; alle samenlevingen hier, die ontelbaar zijn, zijn wonderbaarlijk gerangschikt volgens de natuurlijke neigingen, goed en slecht; die samenlevingen zijn gerangschikt volgens de goede natuurlijke neigingen en zijn gerelateerd aan de hemel; samenlevingen die gerangschikt zijn volgens de slechte natuurlijke neigingen zijn verbonden met de hel; er zijn verschillende toestanden waar de pas aangekomen geest doorheen gaat voordat hij de hemel of de hel binnengaat; De geestenwereld verschijnt aan degenen die daar zijn als een grote aardomvang. Vanaf de  kindertijd tot de ouderdom verandert iedereen van situatie in die wereld; allen die in die tussensfeer zijn, zijn innerlijk verbonden met de engelen van de hemel of met de duivels van de hel; ieder mens komt na de dood in de geestenwereld en is volledig dezelfde als voorheen. Iedereen kan bij binnenkomst met zijn overleden ouders, broers, familieleden en vrienden praten.

Geheugen: Het menselijk geheugen is het fundament van haar wetenschap, inzicht en wijsheid; ieder mens denkt vanuit de inhoud van zijn / haar geheugen; het menselijk geheugen is als de herkauwers bij vogels en dieren; het menselijke verstand is de echte maag, die de spijzen verteerd;  wat niet ook in het verstand wordt opgenomen, blijft niet in de herinnering aan dingen.

Geld: Darius de Grote [522-486 v. Chr.] was de eerste vorst die gouden en zilveren geldstukken liet maken; voorheen gebruikte men staven, ringen en stukken gewogen metaal, die een bepaalde waarde vertegenwoordigden, om er zaken mee te doen; graan en andere goederen waren als betaalmiddel. De Israëlieten leerden in hun ballingschap echt munten [geld] kennen; hun eigen Hebreeuwse munten zagen we pas circa 160 v. Chr. verschijnen en dan niet met de beeltenis van een vorst erop, maar symbolen van vruchtbaarheid; in de geestelijke wereld hebben ze ook gouden en zilveren munten; de grote geldzakken gevuld met zilver duiden in grote hoeveelheden kennis van de waarheid aan, geestelijk beschouwt.

Gelijkenissen: Ik zal spreken in gelijkenissen en zal vertellen, wat vanaf het begin der wereld voor alle mensen een geheim was, zei Jezus. (Matth.13:35 en GJE1-192]; ‘Hebben de profeten dan niet bijna allen zonder uitzondering van Christus voorspeld, dat Hij slechts in gelijkenissen Zijn boodschap zou brengen. Eerst als de geest wakker is, zullen wij begrijpen, wat de Heer door middel van zo'n overeenkomstig beeld of in gelijkenisvorm allemaal gezegd en geopenbaard heeft, en juist daarin zal Zijn goddelijk woord eeuwig van ons menselijk woord onderscheiden. [GJE1‑42].

Gemoed: Het gemoed van de mens bestaat uit de wil en het verstand. Als deze twee één uitmaken, heet het ‘ gemoed’. Omdat verstand de ontvanger van het goddelijke ware is en de wil die van het goddelijke goede, is het menselijke gevoel niets anders dan een geestelijk en natuurlijk georganiseerde vorm van het goddelijke ware en het goddelijke goede.

Genealogie: Een verzameling van alle individuen met hun afstamming;  Zo bevinden broers of zusters bij de eerste betekenis zich in dezelfde generatie. Het is mogelijk dat een persoon met dier oom een kind krijgt; hierbij is het duidelijk dat de ouders van dat kind niet bij beide betekenissen in dezelfde generatie behoren. [zie ook generatie]

Genezareth, Gennesaret: Oftewel geschreven als: ‘Chinneret’, ‘genne’saret’; een Romeinse naam voor ‘Kinneret’ [Matth.14:34, Marc.6:53].  Stad op de noord-westelijke  oever van het meer van Galilea:  Wordt ook wel ‘zee van Tiberias’ of ‘zee van Galilea’ genoemd; het meer is ca. 21 km lang en 12 km breed; de jordaan stroomt er van noord naar zuid doorheen; Jezus ging bij Genezareth aan land na Zijn wandeling over het water. [Matth.14:34] 

Genezijde: ‘Na dit leven komt nog een leven, dat nooit eindigt, of het nu goed of slecht is, het duurt even lang’, zegt Jezus. [GJE1-148:2]

Georgië: Dit land bevindt zich precies in het gebied, dat historisch en door de Bijbel wordt aangeduid als Gog, Mesech en Tubal. [zie verder Ezechiël 38,39]

Geplaagden door God: de diverse beproevingen of verzoekingen.

Gerazim, Gerizim of Gerizzim: Een tweelingberg met de Ebal in het gebergte van Efraïm ten noordoosten en zuidoosten van Sichem; zie ook Richteren 9:7, Joh.4:20; deze berg is 870 m hoog en ligt tegenover de berg Ebal; het dal daartussen pronkt met de mooie naam Sichem; hier maakte God een verbond met Jozua, zoals dat verteld wordt in Joz. 24; de Samaritanen vieren elk jaar het paasfeest zo dicht mogelijk bij de top [de plaats heet nu NABLOES] De berg heet tegenwoordig Jebel et-Tor.

Geresa, Gerasa: Ook wel geschreven als ‘Jerasj’; ‘eén der steden van de Dekapolis. Niet ver van de rivier de Jabbok, waar Jakob zijn worsteling had. [Jabbok en Jakob zijn bijna identiek!]  Bij deze stad genas Jezus een bezetene [Marc.5:1, Luc.8:26] maar volgens Matth.8:28 vond een dergelijke gebeurtenis daarentegen plaats in Gadara.

Geresa: Stad van de Decapolis; de naam zelf wordt niet zozeer in de Bijbel genoemd. De Gerasenen daarover wel! [Luc.8:26, Marc.5:1] Niet te verwarren met de Girgasieten, dat verwisseld wordt met de  Gadarenen, de bewoners van Gadara. [Matth.8:28]

Gericht: Het oordeel dat na de dood over de mens komt, hangt af van het gebruik van zijn vrije wil in geestelijke zaken; want onder het oordeel wordt verstaan ​​de veroordeling tot de hel, dat is de verdoemenis; maar voor de zaligmaking wordt de uitdrukking gericht helemaal niet gebruikt, maar wel voor opstanding tot leven.

Germanus: Latijn: broeder; 2.000 jaar geleden waren de Germanen nog heidenen en er was geen enkel spoor meer over van geestelijke ontwikkeling. Toch waren de Germanen van die tijd, eens in Azië, de wieg van het mensengeslacht en hadden uit de hemelen de rechtstreekse opvoeding genoten. [GJE2-211,212]

Geroepenen: zij, die gevolg geven aan de wijze adviezen van onze Heer en ernaar handelen.

Getal van het beest: In negatieve zin ‘zelfzucht’, in positieve zin: ‘dienstbaarheid’; het getal 666 verzinnebeeldt de geest of het leven enerzijds als dier, waarbij de eigenliefde, hebzucht bij alle groten der aarde haar hoogste top bereikt heeft; daar betekent dat getal 666 in haar negatieve volheid, waarbij ‘eigenliefde’ voor de 600 staat, ‘gestolen hemelse vuur’ voor de 60 [dat wil zeggen het goddelijk gebod is tienvoudig voor het eigene toegepast] en slechts de 6 voor de ‘naastenliefde’: de meest volkomendste slavernij.

Gevoel: Het gevoel zet de toon aan, de gedachte de rede; het louter natuurlijke gevoel is begeerte; gelijkwaardige houdingen verenigen zich, ongelijksoortige scheiden zich af; wat tot liefde behoort, wordt neiging genoemd; de neiging van liefde is in de hemel de warmte; de gedachte is een vorming van het gevoel; de uitstroming van liefde wordt gevoel genoemd.

Geweten: Het geweten op zichzelf is niet zomaar een pijn, maar een geestelijk verlangen te handelen in overeenstemming met de gebruiken der religie en overtuigingen; de emotionele pijn, die sommigen als geweten beschouwen, is niet het feitelijke geweten, maar een verzoeking die een strijd van geest en lichaam is en wanneer dit geestelijk is, komt dit voort uit het geweten; Is zij daarentegen natuurlijk, vindt het zijn oorsprong in ziekten; en allen die een geweten hebben, spreken vanuit hun hart van wat ze zeggen en doen vanuit hun hart.

Gewichten en maten: Een efa is 3,6 liter; een dagreis is 20 mijlen; een mijl is 1.480 meter; een el is 50 centimeter; een juk is 50 are; een sabbatsreis is 2000 el; een stadie is 185 meter.

Gezond: Ge-zond is ‘sound’ [Engels] en betekent ‘klinken’,  ‘gezond doordklinken’.

Ghemela: De vijf maagden, waaronder Ghemela werden uit het dal, zonder dat zij het bemerkten, naar de hoge hoogten van Adam naar Abedam verplaatst. Ghemela in gesprek met Abedam [de Heer Jehovah] en aanschouwt Zijn wonderen. De Heer sprak tot haar en zei: Kijk, mijn beste Ghemela, Ik hou van je alsof Ik niemand anders had dan jou in de oneindige oneindigheid waarvan Ik zou kunnen houden! Maar kijk, zo is het niet; want de oneindigheid bevat ontelbare wezens die van Mij houden zoals jij en daarom ook weer door Mij worden bemind zoals jij - en iedereen die van Mij ontvangt, heeft meer dan wat hij van Mij heeft ontvangen genoeg voor alle leeftijden! [Huish. v. God, deel 1-182].

Gilead (Hebreeuws:גִּלְעָד) was een stad en een streek in de Hebreeuwse Bijbel. Gilead lag vanuit Israël gezien aan de overzijde van de Jordaan. De richters Jaïr en Jefta woonden in deze stad. Jefta werd echter verstoten omdat hij een buitenechtelijk kind was. De stad en het omliggende gebied waren bekend om haar geneeskrachtige kruiden. Gilead betekent ‘de wijsheid of het licht’, die veranderlijk en onvast is. Laban zei tegen Jakob: Deze hoop zij vandaag een getuige tussen mij en tussen u! Daarom noemde men zijn naam Gilead [Gen.31:48].

Gilgal: Steenkring in de omgeving van de Jordaan [2 Kon.2:1]; Bekend op het gebergte van Efraïm of aan de voet van de Gerizim [2 Kon.2:1, Deut.11:30]; Gilgal betekent feitelijk ‘incarnatie’. Een offerplaats bij Jericho in het zuidelijk deel van het jordaandal. De Hebreeërs waren hier gelegerd, nadat ze over de Jordaan Kanaän waren binnengetrokken. [Joz.4:19, Mich 6:5] Ze plaatsten twaalf gedenkstenen, die ze van de droge rivierbedding hadden verzameld [Joz.4:20]. Waarschijnlijk vond de overtrek van de jordaan in de zomer of nazomer plaats. Zij werden tijdens hun kampement besneden. Steenhoop genoemd, ten oosten van Jericho [Joz.4:19] waar de Israelieten na hun vertrek uit Sittim bij de wonderbare overtocht kampeerden. [Micha 6:5]

Gloed: Symboliseert de volledige eigenliefde.

God: De liefde, de eindeloze wijsheid van de Algeest!

Godheid: De van eeuwigheid afkomstig van alle oneindigheid der oneindigheden doordringende kracht, welke was en is en eeuwig zal zijn in het oneindige Zelf.

Gods kinderen:  Deze komen overeen met het hart van God.

Godshuizen: Waarin broeders en zusters samenkomen om dan die Ene, alleen de ware God de eer te geven. Hun kinderen zullen in de godshuizen onderwezen worden in de leer die Ik nu aan de mensen geef voor hun tijdelijke en eeuwige heil, zei Jezus [GJE2-172].

Gog:  Gog en Magog zijn een persoon en een land genoemd in de Hebreeuwse Bijbel in Ezechiël 38. Gog is de heerser van het land Magog die de uiteindelijke strijd zal voeren tegen het volk van God. In de Openbaring van Johannes 20:8 worden Gog en Magog genoemd als twee landen onder de heerschappij van Satan.

Golangebergte: 5-30 kilometer noord-oostelijk gelegen van het meer van Galilea. [Golanhoogten]

Golgotha: Calvarië, Kalvariën of schedelplaats, schedelvorm; op deze plaats zou [volgens de legende] de schedel van Adam zijn begraven; vroeger een plaats even buiten Jeruzalem; Hebr. 13:12;  [Gulgul-ta = schedel] Herken hierin het woord ‘gilgal’. De naam van een heuveltje bij Oost-Jeruzalem, dat de vorm van een schedel had en gebruikt werd voor executies.

Gomorra: [Gomor’ra]; Voormalige stad in het dal van Siddim in het zuidelijk Dode-Zee gebied. Werd verwoest om zijn verdorvenheid. [Gen.10:19 en Gen.13:10]; Symbool van het kwaad. [Deut.32:32]; Wordt samen met Sodom genoemd; Zuid-oostelijk van de Dode Zee of onder dit meer; stad van de Pentapolis.

Gouden kalf: Toen de Israëlieten ongeduldig 40 dagen op Mozes wachtten, die op de berg Horeb was, maakten zij een gouden kalf en aanbaden het; De Heer noemde Zijn volk toen niet meer ‘Mijn volk’, maar zei tegen Mozes: ‘uw volk’; En Mozes vermorzelde daarop het gouden kalf tot pulver en wierp het in de zee en liet het volk daarvan drinken als homeopathische remedie.

Graal: Komt van het Arabisch ‘kerel’ = kelk, ker of cer [cor] = hart en ‘el ‘ is het licht van God; In het Latijn: calix ca = kracht lix [spreek lich] = licht [Lat. lux].

Griekenland: Het land van JAVA in het Oude Testament. Hebreeuwse equivalent van ons Jonië. [Gen.10:2,4 = 1 Kron.1:5,7]; Wordt naast Tubal genoemd in Jes.66:19, Ezech.27:1, Joël [3] 4:6; De Joniërs [Zach.9:13, Dan.8:21, 10:20, 11:2].

Grijsaard: Grijsaarden als ‘ouden van dagen’ stonden bij de oude oervaders in het de teken van wijsheid.

Groen: De hoop, het vertrouwen; Deze kleur is de intensiefste en ook de krachtigste kleur.

Gymnasium: Ook aan gene zijde bestaan scholen of hoge scholen.

H: [Hebr.] letter: dat bij de naam van Abram en Saraï bijgevoegd werd; het betekent het oneindige en eeuwige.

Haardracht van Jezus: Dit zou krullig zijn, toen Hij nog als zoon van Jozef werkte in het timmermansvak. [GJE2-49].

Had Nes: Dichtbij gelegen aan de Jordaan, waar Johannes doopte; circa 35 minuten te voet.

Hades: De Hades heeft een vorst, die de boze engel des doods tot dienen ondergeschikt zijn. Deze zoeken alle afgescheiden geesten op, die in de donkere tussensferen aankomen en nog niet hun einde vol gemaakt hebben, dat wil zeggen, die nog niet deemoedig, zachtmoedig en liefdevol genoeg zijn tot het burgerschap van de hemel, of het christendom nog niet helemaal hebben tot zich toegetrokken hebben, op allerlei wijze verleiden, verwarren, betoveren, of ook wel tot kwellen bereidt. Intussen, wanneer zij het slechts verlangen, worden zij steeds begeleid door goede engelen, die hen zo lang met onderricht begeleiden, tot zij het nog achterstallige van het menselijke verderf volledig hebben afgelegd door de werking van de Heilige Geest. 

Hagar: Bijvrouw van Abraham, de tweede vrouw van Abraham; deze kreeg ruzie met Sara en vluchtte de woestijn in op weg naar haar vaderland Egypte; in de woestijn liet God haar weten, dat ze terug moest gaan en Hij beloofde haar een zoon, de latere Ismaël en de stamvader der Arabieren. Later kreeg Sara een zoon en om de vrede te bewaren stuurde Arbaham haar weg met haar zoontje. Ze verdwaalden in de woestijn en stierven bijna van dorst; maar een engel wees hun een waterput aan en zo werd hun leven gered. Ze gingen in de woestijn Paran wonen, ten zuiden van Palestina. Ismaël huwde een Egyptische vrouw. [Gen. 16 en 21]; Van haar stammen de Hagarieten; [Galaten 4:24]; Paulus geeft hierover een allegorisch verhaal.

Hagel: Betekent in de geestelijk wereld ‘het helse slechte’.

Hand: De linkerhand komt overeen met de liefde (hartkant), de rechterhand met wereldse bezigheden. Zoals de ene hand de andere wast, zo ook hier; de ene dienst is de andere waard! De Heer geeft dat altijd zelfs weer dwars en dubbel terug! [GJE1-34,  GJE 1-44:2);  Hand = de wil, de daad [goed of slecht]; Hand, linker: de wil van de liefde.

Handel: Waar handel wordt gedreven, daar hebben geloof en liefde afgedaan en daar waar geloof en liefde verdwenen zijn, daar kan de Heer weinig of niets doen. (GJE 1-12-5)

Hanoch, stad:  Gebouwd door Hanoch, niet te verwarren met ‘Henoch’. Een zekere Kisehel nodigt Lamech uit om met hem – en om speciale redenen –  in de grote stad rond te trekken en maakte het koningschap van Lamech aan alle bewoners duidelijk dat hij nu een goede, door God gezalfde koning was.

[H]armageddon: Centrum van de Apocalyps, 4 kilometer lang gaat de Serpentines omhoog, smal en stijl; [Open.1:17, Richt.4:14 en 5:1]; Berg van Megiddo [2 Kon. 23:29, 2 Kron. 35:22, Openb.16:16]; Hebreeuws gebergte van Giddo. Vooral sinds de dood van Josia werd bij deze plaats de naam een symbool van ongeluk voor de legers die zich daar verzamelden. [Zach.12:11]; Harmaggeddon duidt de staat en impuls aan om te strijden vanuit vervalste waarheden, voortkomend uit machtswellust.

Haran, Harran of Charan: Belangrijkste handelsstad en karavaancentrum in het noord-westen van Mesopotamië aan de Balikh, waarbij Abrahams familie gevestigd was. De ruïnes bij het dorp Haran bestaan nog! Hier vestigde Terach, de vader van Abraham zich met zijn familie en deze stierf daar later [Gen.11:31,32]

Haran: Charan, een broer van Abraham, de vader van Lot. Zijn dochter Milka huwde met haar oom Nahor en deze Milka werd de grootmoeder van Rebekka.

Hart en longen: Twee essentiële onderdelen die ontstaan ​​en bestaan ​​in het menselijk lichaam; deze twee zijn in elk van hen werkzaam, omdat het hart overeenkomt met liefde; de longen met wijsheid; het hart correspondeert met de wil en het goede, inclusief de activiteit van liefde; de ademhaling van de longen met het verstand en diens waarheden en het geloof.

Heber, [Eber]: Genoemd als 4e van de 10e generatie tussen Sem en Abraham. [Gen.11:14]; Sem wordt de vader van alle zonen genoemd, terwijl in Gen.10:25 Arabische stammen met Heber in verband worden gebracht. Later komt Heber als persoonsnaam voor in Neh.12:20.

Hebreeën: Zie ook Heber. Specifieke benaming der oude Israëlieten, het meest gebruikt in de verhalen van Joseph en Mozes, vooral waar een Egyptenaar over de Israëlieten spreekt. Door niet-Israëlieten werd deze naam met verachting gebruikt.

Hebreeër: Die van de overkant [van de Eufraat], bevolking van Mesopotamië; [Gen. 10:21] Eber, zoon van Sem wordt beschouwd als stamvader. De naam wordt het eerst vóór Abraham gebruikt. [Gen.40:15];  Jozef vertelt dat hij ontvoerd is uit het land der Hebreeën. Jona 1:9 zegt, dat hij een Hebreeër is. Ook Paulus noemt zich in 2 Kor.11:22 een Hebreeër [Aramees]. Open.16:16 betreft deze taal.

Hebron, He’bron of El-Khalil: Kanaänitische koningsstad in het bergland van Juda. Hier woonde Abraham [Gen.13:18] en hij begroef zijn vrouw in de grot van Makpela. [Gen.23:9,19]; Hebron wordt ook Kirjath-Arba genoemd; de eerste residentie van David.

Heer [onder de mensen, de]: De Heer zou in het jaar 919 na de schepping van Adam gedurende anderhalve maand lang Zich opgehouden hebben bij de Adamieten onder de berg Libanon in Phoenicië; de nakomende moeder van Noach is dit gezegd, dat de Heer Zelf als Redder in de Messias weer Zich belichamen zal; In die tijd leefde ook Maria onder de naam Pura en de eerste keer op deze wereld.

Heerwegen: Een heerweg of heerstraat was een verharde lange-afstandsweg in het Romeinse Rijk. Het Romeinse wegennet was van cruciaal belang, omdat het troepenbewegingen, koerierdiensten en bevoorrading drastisch sneller maakte. Daarnaast bevorderde het wegennet de handel. Het spreekwoord ‘Alle wegen leiden naar Rome’ verwijst naar de eeuwenlange faam van de Romeinse wegen.

Heidenen:  Het industriële en de dienaren van de afgoderij [HG3-454:6 en GJE9-40:7]

Heilig Avondmaal: Het brood wordt het goddelijk goede in de hemel genoemd, de wijn het goddelijk ware; het Heilig Avondmaal is het allerheiligste van de godsdienst. Het is een sacrament van boete en daarom tot inleiding tot de hemel.

Heilige Geest: De hoogste kracht van de goddelijke liefde, de machtigste wil van God waardoor de werken en wezens hun volledige bestaan ​​krijgen; het is het grote uitgesproken woord 'worde!' Het is daar wat de liefde en de wijsheid in God besloten heeft; In de woorden van het Oude Testament wordt de Heilige Geest nooit als God genoemd, maar alleen de Geest van de Heiligheid op drie plaatsen; het leven dat van de Heer uitgaat, wordt de geest van God genoemd en in de Bijbel de Heilige Geest.

Heilige Schrift: Het Woord is het goddelijke ware Zelf; De hele Heilige Schrift profeteert over de Heer en voorspelt Zijn komst; de Bijbel werd gedicteerd door de Heer Zelf; de Heilige Schrift is als een spiegel, waarin men God ziet, maar ieder op zijn eigen manier; de Bijbel is de volheid van God.

Hel: Een overmaat aan dingen [GJE2-185:12,13]; De hel wordt gevormd door mensen met hun slechte gebruikmaking tegen God en worden na hun sterven duivels en satans; de hel bestaat uit myriaden van myriaden van geesten, en vanwege al diegenen die geschapen zijn door de schepping van de wereld, het kwaad in het leven en onwaarheden hebben gediend en van het geloof en God verwijderd zijn. De hellen zijn gerangschikt in ontelbare samenlevingen of verenigingen volgens alle diversiteiten in de liefde voor het kwaad. Toen de Heer in de wereld kwam, overwoog de macht van de hel de macht van de hemel te overtroefen. In die tijd van Jezus waren de hellen zo vol en hoog geworden, zodat ze de gehele geestenwereld opvulden, die zich in het midden tussen hemel en hel bevindt, en niet alleen de onderste hemel in beroering brachten, maar zij kwamen ook tot de middelste hemel en veroorzaakten op duizend manieren twist. In de hel zijn degenen die zichzelf hebben liefgehad en vooral de wereld. De hel is onder de aarde van de geestelijke wereld, die van geestelijke oorsprong is en de hel is daarom niet in het uitspansel, maar in het schijnbare verlengde ervan. De hel bestaat uit grotten en tuchthuizen. De rook die men in de hellen ziet, bestaat uit de onwaarheden, veroorzaakt door geraffinneerheid en het vuur is de woede die oplaait tegen de tegenstrijdigen; het helse vuur is vijandschap, haat en wraak.

Helena: Deze naam betekent ‘de stralende’, de lichtgevende; zij, die licht geeft of die licht uitstraalt. Dochter van Ouran, koning over Pontus, een wijze Griek. Zij wordt door de Heer met Malhael verbonden in den echte [huwelijk], nadat deze door de koning tot zijn vicekoning wordt benoemd. [Gen.3-82, GJE3-188]

Helena: Dochter van de Griekse waard aan de straat tussen Essea en Jericho. Zij werd door de Heer van het koorts genezen en de gehele familie van de waard werd bekeerd. [GJE9-3]

Heli: De zwager van Zacharias uit Hebron (een jaar ervoor werd in zijn huis (in Hebron) de dood van Johannes bekend gemaakt). Zijn zoon, was een vriend van Lukas (ook een Leviet).

Hemel, de grote: Het is een wet dat de mens zijn natuurlijke wereld in het klein moet regeren vanuit zijn innerlijke hemel, of vanuit zijn geestelijke wereld, zoals God vanuit Zijn grote hemel de grote wereld regeert.

Hemelbibliotheek: In het geestelijke rijk bestaan ook bibliotheken, zoals hier op aarde.

Hemellichamen: De hoogmoedige mens werd tijdelijk in een vast gericht geplaatst, waardoor de vorming van hemellichamen kwam. Deze aarde en deze hele eigenlijk lichamelijke hemel met haar zonnen, manen en alle werelden, zullen eenmaal vergaan, als al de daarin door het oordeel gevangen gehouden geesten via de vleselijke weg zuivere geesten zijn geworden; maar de zuivere geesten blijven voor altijd, en zullen en kunnen, net als Ik en Mijn woord, in der eeuwigheid niet ophouden te bestaan. [GJE1-165:10, GJE1-4:4]

Henoch: Een voorvader van Noach en werd op 365-jarige leeftijd 'door God weggenomen'. Het leven van Henoch wordt beschreven in Genesis 5:18-24. Hij was 65 toen hij Methusalem verwekte. Daarna kreeg hij meer zonen en dochters. Henok, nakomeling van Seth, een vroom man; Hij wandelde met God, die hem plotselingwegnam. Zijn naam betekent ‘toegewijd’, ‘leraar’; Chenoq [Henoch] betekent genade van het geestelijk zien, de wil van Jehova; ‘cha’ = drager v.h. idee; ‘Noq’ of ‘Nox’ = de nacht; [N-ok = het niet zien, de duisternis.

Herodus: Koning ten tijde van Jezus’ geboorte; Hij regeerde van 37 v. Chr. tot 4. v. Chr. Hij was erg streng en wreed. Hij had tien vrouwen en ging letterlijk over lijken. Van hem is bekend de kindermoord uit Bethlehem [kinderen van 0-2 jaar]. Hij stierf een verschrikkelijke dood met een luizenziekte als straf op zijn wrede handelingen tijdens zijn geliefde verbliijfplaats in Jericho.

Hersenen: Het menselijk brein is een geestelijk en natuurlijk georganiseerde vorm van het goddelijke ware en het goddelijke goed; de hersenen zijn georganiseerd en het gemoed zit erin; activiteit en interactie in het geestelijk organisme van de hersenen samen met het leven,  dat vanuit de Heer binnenstroomt; de mens heeft twee hersens; één in de achterkant van het hoofd, dat de kleine hersenen wordt genoemd, en de andere in het voorhoofd, die de grote hersenen wordt genoemd; de liefde van de wil woont in ons kleine brein, en het denken van de geest in het grote brein.

Het beviel de Heer om het gezicht van zijn geestt bij hem te openen en hem zo de geestelijke wereld binnen te leiden; Hij mocht bij de engelen en geesten in hun wereld zijn; Hij sprak met de apostelen, met overleden pausen, keizers en koningen, met de hervormers van de huidige kerk, zoals Luther, Calvijn en Melanchthon, en met anderen uit afgelegen gebieden; met zijn familie en vrienden evenals met geleerden die waren overleden, en dat zevenentwintig jaar lang onafgebroken; Hij mocht degenen zien die zich op de planeten van deze zonnewereld bevinden, ja, zelfs ook degenen die zich op planeten in andere werelden buiten dit zonnestelsel bevinden; hij was tegelijkertijd in de geestelijke als in de natuurlijke wereld; het werd hem vaak toegestaan met mensen te spreken aan gene zijde [met hun geest], terwijl deze nog op aarde leefden; sommigen in het hemelse gebied, anderen in het helse; hij mocht ook dagenlang met hen praten; Swedenborg zwierf door verschillende gebieden in de geestelijke wereld met de bedoeling de voorbereidende scholing van hemelse dingen te observeren die op sommige plaatsen daar worden weergegeven; hij was in de staat waarin de profeten waren, toen ze geestelijke dingen zagen, met het verschil dat hij tegelijkertijd in de geest en in het lichaam was, en slechts een paar keer buiten het lichaam; de Heer openbaarde hem de geestelijke betekenis van het Woord waarin de goddelijke waarheid in haar licht is; de Heer had hem vanaf zijn vroegste jeugd op dit ambt voorbereid.

Hij was Farizeeër, half-blind, wordt door de Heer van zijn blindheid genezen en ziet daardoor ook geestelijk; hij instrueert scherp zijn Farizeeër-collega's, maar wordt door drie engelen tegen hun woede beschermd [GJE1-174, 172].

Hippos: Paard, in het Aramees: ‘Soesitha’, geheten merrie. Tegenwoordig heet het ‘Qala’at el; Op één van de uitstekende rotshellingen aan de Oostkust van het Galilese meer.

Hoer[erij]: Dat is de liefde van de wereld [HG2-155:7]

Hond: Symbool van trouwheid.

Hor, de berg: Op deze berg [op de grens van Edom] stierf Aäron, toen hij er met zijn volk langs kwam op weg van Egypte naar Kanaän [één van de laatste legerplaatsen op de Uittocht].

Horeb, berg: Berg van de wetgeving en als zodanig voorkomend in Ex.17:6.

Huis van de Heer: Liefde van de Vader [HG3-11:15]

Huis van God: Het goddelijk woord en de goddelijke leer; de mensen, die het woord van God horen, en het met vreugde in zich opnemen en ernaar leven [GJE7-171:14 en GJE8-122:16]; de liefde van de Vader; [ HG3-11:15].

Huis: Voor de meeste nieuwkomers in de geestenwereld zal een huis worden voorbereid dat lijkt op het huis waarin ze in de wereld verbleven.

Huisraad: Wereldse voordelen [GJE9-70:7].

Huizen bouwen, duur uitziende: Jezus zegt: ‘Bouw in de toekomst geen duur uitziende huizen, maar ga in armelijke hutjes wonen, en dan zal er niemand van jullie belasting eisen behalve de koning van Rome, die daar alleen het recht toe heeft; en hij vraagt slechts twee tot drie honderdsten. Als je dan wat hebt, dan kun je het geven, en heb je niets, dan ben je vrij.’ [GJE1-132:9,10]

Hulplichaam: Dat is een fijnstoffelijk lichaam, dat nodig is om zich plotseling te manifesteren als een niet-aardse wezen, om materiële wezens tijdelijk gedienstig te zijn; en vaak is dat een engel, maar dan niet in een hemels lichtgestalte, maar lijkend op een mens zoals wij, en vaak zichtbaar in jeugdige leeftijd.

Hut van Jezus: Deze lag tamelijk ver in de woestijn bij Had Nes, circa 35 minuten lopen van de Jordaan. De hut was uit leem en biezen, op een onherbergzame plek. In deze hut kon je net in staan en niet zo ver van de plek waar Johannes de Doper predikte.

I of J-letter: Hebr. Jod, ‘het levenswiel’, ‘van het leven’.

Ibri: Hebreeër [van gene zijde!].

IJdelheid: Iedere ijdelheid is het zaad van hoogmoed, waaruit al het kwaad in de wereld gekomen is, nog komt en altijd zal komen.  GJE2-206, GJE1-108

IJsbeer: De ijsbeer of poolbeer is een grote geelwitte beer, die langer en groter is dan de andere beren  De ijsbeer komt enkel voor in en rond het noordpoolgebied. Hij is het meest vleesetend van alle beren, en leeft vooral van zeehonden.

IJsland: In Jezus tijd werd men bij ernstige schennis [in Palestina] verbannen naar de ijslanden van Europa!.

Immanuel: Betekent ‘God met ons!’ [Jes.7:1, Jes.7:14, Jes.8:8]; Matth.1:23 ziet de belofte vervuld in Jezus. ‘Im-Manu-El’ =  in de mensengeest is het licht van God; ‘Ym’, Im, Em = binnen en ‘Manu’ = mens;  ‘El’ = de zich in de schepping en in de mens openbarende Godheid of  God in ons. El = Gods licht, dat is de Goddelijke geest in de mens, het Goddelijk Christuslicht in de mens. God de Heer zei met ons. [GJE5-107:5]

Immuniteit van de ziel: De grotere ongevoeligheid (van het lichaam) is alleen maar een gevolg van de door allerlei zelfverloochening en vrijer van het lichaam geworden ziel, waardoor dan ook de juiste harding van het lichaam tot stand komt. [GJE3-12-2]

In het jaar 31 zei Johannes tegen koning Abgarus, dat zijn zoon wel sterven zal, maar vanwege de grote liefde, in de hemel opgenomen zal worden. De laatste brief ontving de koning in het jaar 32 op 16 maart, enkele maanden voor de kruisiging van Jezus. Koning Abgarus was verwant met keizer Tiberius was een roemrijke heerser over de volkeren aan de andere zijde van de Eufraat. Hij werd gekweld door een verschrikkelijke ziekte.

Incarnatie: Betekent letterlijk vleeswording en is afkomstig uit het Latijn: in, carn komt van van caro, carnis: vlees en atie van ‘atio’ is ingaan. Het Latijnse werkwoord is incarnare (in het vlees komen).

India: Uit het Oude Woord en het Israëlische Woord verspreidden de religieuze leringen zich naar India en hun eilanden - degenen die daar in een God geloven en volgens de voorschriften van hun religie leven, worden ingevolge hun geloof en handelwijze zalig.

Industrie[tijdperk]: De industriële revolutie is de overgang van handmatig naar machinaal vervaardigde goederen die gepaard ging met grootschalige organisationele en sociale veranderingen. De industriële revolutie begon rond 1750 in Engeland en vervolgde begin negentiende eeuw in de rest van Europa.

Intelligentiedeeltjes: Zielspartikelen; Ook wel intelligentiepartikels genoemd. Maar zijn wezen wat betreft de vorm, dat is de ziel, en die moet tot op het laatste atoom datgene weer in zich verenigen, wat haar eens uit de vol­heid van Gods Zijn vormende idee werd verleend. Dit gegeven be­staat uit eindeloos veel intelligentiedeeltjes, die vanzelfsprekend bij het sterven van de mens niet in één ogenblik vrij gemaakt kunnen worden. Daar zijn delen van zijn lichaam en specifica, die hij tijdens zijn leven in- en uitgeademd heeft; ook alles wat van zijn lichaam af­komstig is, zijn tranen en andere afscheidingen van het lichaam. Zelfs zijn kleding, zijn behuizing; kortom alles wat hij op de een of andere manier met zijn kracht heeft voortgebracht en gedaan, moet metter­tijd als het ware als gelouterd, psychisch specificum door de ziel wor­den opgenomen. Daardoor kan de geest in zichzelf een totale beschou­wing hebben en hierdoor een duidelijke herinnering heeft aan alles, wat er met zijn complete wezen is gebeurd. Vervolgens hoe die hele, lange weg er uitzag, waarlangs hij [de mens] nu weer in zijn oereerste volkomenheid terug is geko­men.

Intrede in het geestelijke rijk: Meestal direct na het overlijden waarna men nog drie dagen een proces te doorstaan heeft.

Isaäk: ‘Hij lacht’; de enige zoon van Abraham; hij wordt 180 jaar te Hebron, waar hij begraven werd; de voorvader van Jezus; Hij werd geboren toen zijn moeder Sara 92 werd; Isaak huwde toen hij veertig was met Rebecca; twintig jaar later kregen zij een tweeling: Esau en Jacob. Isaak leefde ca. 1700 v. Chr. en stierf op 180 jarige leeftijd;  [Gen.17] ; Isaäk is afkorting van Yishaq-El = God moge toelachen, zoon van Abraham en Sara. Hij was gehuwd met Rebecca. [Gen.21]; Vader van Ezau en Jakob [Gal.4].

Isaï = Jessai, Jesse; [1 Sam. 16:1]; hij woont te Bethlehem, kleinzoon van Ruth en Boaz, de vader van David. Zijn dochters Zerja en Abigaïl werden de moeders van twee beroemde militairen Joab en Amasa. In Jes.11:1-2 wordt verteld dat de Heer zal komen uit de stam van Isai. [Jes. 9:5]

Ish en Isha: [Hebr.] Man en vrouw; Adam, de man (Hebr. ish) noemde haar aanvankelijk naar zichzelf, Isha (ook overgeschreven als Iesja), door de Statenvertalers in de 17e eeuw heel treffend met een nieuw Nederlands woord,  'Manninne', vertaald. Want zij was vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente. Zij was gelijk hem en uit hem. Isha, het Hebreeuwse woord voor 'vrouw', is de vrouwelijke vorm van Ish, het Hebreeuwse woord voor 'man'.

Iskarioth: Man uit Keriot, bijnaam van Judas.

Islam: onderwerping aan God, een monotheïstische godsdienst en een van de drie grote(re) zogenoemde abrahamitische religies. Het Arabische woord islam betekent letterlijk overgave aan God of onderwerping en wijst op het fundamentele, religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan Gods wil en wetten.

Ismaël: God hoort, zoon van Abraham en Hagar. Ismaël is wel zelf aanwezig op de begrafenis van zijn vader; [Gen. 25:19]; Josmaël, dat God hore, zoon van Abraham en Hagar. [Gen.16]; voorgesteld als vader van twaalf stammen [Gen.21].

Israël: [Jakob]: Bijnaam van Jakob, ‘strijder van God’ of ‘dat God Zich sterk tone!; Israël is het middenpunt van de Aarde; Het land Israël ligt in het midden van de wereld (uit de oude Midrasch) en Jeruzalem ook weer daarvan in het midden van dat land. Het heiligdom ligt in het midden van Jeruzalem en daarin weer het allerheiligste in het midden en de lade weer in het midden van het allerheiligste; de steen voor de lade heeft te maken met de 7e dag = Shetia, uit deze zou de wereld gegrond zijn; Israel betekent: ‘uit de heerschappij van God’.

Israël: Betekent in geestelijke zin de geestelijke kerk; Wat haar geschiedenis aangaat, sinds de oprichting in 1948 is de staat Israël verwikkeld in een Arabisch-Israëlisch conflict over het grondgebied van Palestina. Na de oorlog van 1948/1949 veroverde Israël in 1967 tijdens de Zesdaagse Oorlog  het overige gebied van Palestina en begon in 1973 de Jom Kipoeroorlog waarin Israël meerdere gebieden veroverde. Dit alles leidde tot grote spanning met de Palestijnse bevolking. Sinds 1967 worden de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, Gazstrook en de Syrische Golanhoogten door Israël bezet.

Jaar van de schepping: Het jaar 4151 na de schepping van Adam werd het Kindje Jezus geboren in 6 v. Chr. De opbouw van Jeruzalem duurde 7 x 70 jaren = 490 jaar, tot de Messias kwam bij Jeruzalem in Bethlehem;  [Hebr. B=2 - I=10 -  Th=400 – L=30 – Ch=8 - M = 40].

Jaargetijden of seizoenen:  Lente = het eerste leven van liefde in de mens; zomer = de volste energie uit het leven van de liefde; herfst = vruchten van de werken van de liefde en genade ; winter = koude in rust, maar daardoor het meest ontvankelijk voor de warmte.

Jaartijd: In het rijk van de reine geesten zullen duizend jaar voorbijgaan als één dag. En in het rijk van de onreine geesten zullen één dag duren als 1.000 jaar. Dan komt de Heer weer terug op de 3e werelddag, dat wil zeggen ná 2000 n. Chr. [bron: GJE2-63].

Jabes: Plaats waar de eerste koning van Israël met zijn zonen [koning Saul] is begraven.

Jacob in Egypte in 1866 v. Chr. Hij zei eens, dat uit hem de Messias komt. Gen. 1:49:10 en via Nathan in 1028 v. Chr werd dit bij David nog eens benadrukt in 1028 v. Chr.; Jakob leefde 1866 v. Chr.; Hij kwam 125 jaar vóór de uittocht in het land van Gosen; zijn nakomelingen vertrokken 235 jaar later vanuit Gosen naar Kanaan. De periode van Jozef tot Mozes duurde 60 jaar. Precies 80 jaar ná de geboorte van Mozes kwam de uittocht.

Jacobus, de visser: Was een zoon van Zebedeüs en een ‘neef’ van Jezus. Zijn moeder heette Salome. Hij was één van de twaalf apostelen. Niet lang na de stichting van de eerste christengemeente werd hij gedood. Jacobus en Johannes waren broers. Hun vader was Zebedeus. Zij waren vissers en visten in het meer van Galilea, niet ver van de monding van de Jordaan, ook niet ver van de visplaats van Petrus en Andreas; Volgens Papias, bisschop van Hiërapolis, zou Johannes gestorven zijn in 44. [Gal.2:9]. Jacobus en Johannes besloten om leerlingen van Jezus te worden, om dan samen met Hem de volkeren der aarde te beheersen! Ook zij waren al veel vergeten van wat Ik hen vaak als kind reeds behoorlijk duidelijk voorspeld had. (GJE 1-12-3 en 1-103)

Jacobus, Jakobus, broeder van Jezus: Schrijver van ‘De Jeugd van Jezus’. Jacobus was een van de vier zonen van Jozef van Maria. Hij was even oud als Maria, toen deze het Kindje Jezus baarde met 14 jaar!

JaHeWeH: Hebreeuwse Godsnaam; In Exodus 3:4 uitgelegd als ‘Ik ben, die Ik ben!’

Jaïrus: Griekse vorm van Jaïr [hij verlicht, vos]; een tempeloverste van de synagoge, wiens twaalfjarig dochtertje wordt genezen.

Jaïrus: Hoofd van de synagoge van Kapernaum, wiens dochter Sarah door Jezus uit de dood werd opgewekt; de laster van Jaïrus en daarom een hernieuwde dood van zijn dochter Sarah; de tweede opwekking van Sarah door de Heer; Jaïrus’ neerlegging als hoofd van de familie.

Jairuth; Koopman in Sichar; als vriend van de Messias in Sichar, en in Kis.

Jakob [Israël]: Aartsvader en zoon van Isaäk; Hij heeft twee vrouwen, de zusters Rachel en Lea en twee bijvrouwen, de slavinnen Bilha en Zilpa. Jakob was de jongste van de drie aartsvaders, samen schenken de vrouwen hem 12 zonen en een dochter; hij leefde ca. 1600 v. Chr. Na zijn dood werd hij gebalsemd en na 70 rouwdagen bijgezet in de spelonk van Machpela, bij zijn ouders en grootouders [Hebron]; In Gen.25:26 wordt de naam afgeleid van Ageb = ‘hiel, maar in Gen.27:36 en Hos.12:4 van het werkwood ‘Ágab’ = bedriegen.; Jakob-El = ‘dat God bescherme!’

Jakobs put: Bij Sichem [in de provincie Samaria]; [Joh.4:5, Gen.33:18,19, Joz.24:32] Tegenwoordig is er een kerk overheen gebouwd.

Jakobsbron: De oude Jacobsbron lag nauwelijks veertig passen voor het oeroude dorpje van Jacob, richting Sichar. Deze bron stond op een zeer goede waterader, er omheen bevond zich een ouderwetse sierlijk gemetselde rand en ernaast groeiden schaduwrijke bomen. Het gesprek vond plaats op een hete zomerse dag met een Samaritaanse vrouw. Het was hoogzomer! De inwoners van dit dorpje sloten zich af voor de joden, dus ook toen Jezus en de Zijnen het dorp binnentrok. Datzelfde, zei Jezus Zijn leerlingen, zal ons lichamelijk en vooral geestelijk nog heel vaak overkomen, als wij door de dorst van onze liefde gedreven aan de deuren (harten) van de mensen zullen kloppen om een kruik te zoeken voor het putten van het levende water; maar wij zullen de harten gesloten en leeg vinden. (GJE 1-25-7,11, 1-29-2)

Jakobsladder: De zielsmatige ontwikeling van een gevallen oergeest via de minerale wereld, planten en dieren tot uiteindelijk gevormd tot een waardige mensenziel.

Jakobus Alphaus: dat is Kleophus.

Jakobus: broer van Judea.

Jammeren: Klagen.

Japan:  Andere naam is Nippon, Ihypon [een zekere tuin].

Jara[h]: Jongste dochter van de rijke eigenaar en gastheer Ebahl aan het meer bij Genezareth; haar eerste ontmoeting met Jezus; ze kijkt naar de open hemel; krijgt de aartsengel Raphael als leraar en gids.

Jared: Ontzag voelen, de gave God ontzag te hebben voor Hem.

Jaren: In het rijk van de reine geesten zullen duizend jaar voorbijgaan als één dag en voor de onreinen duurt één dag als 1.000 jaar. De Heer komt weer terug op de derde werelddag, dat wil zeggen  na 2000 n. Chr., dat is ruim 6000 n. Adam [3 x 2.000]; we leven nu in het wereldjaar 6047. De verwachting dat Jezus werkelijk komt, dat  is vóór 2030 door eerst een ‘grote schoonmaak’op de wereld te laten plaatsvinden! [GJE2-63]

Jebus: Kanaänitische naam voor Jeruzalem [Joz.18:28, Richt.19:10,11, 1 Kron.11:4,5, Richt. 19:10] Een oude naam van Jeruzalem waar de Jebusieten wonen; De Kanaänieten waren de nakomelingen van Cham, een zoon van Noach. De Jebusieten waren leden en oude bewoners van Jeruzalem en van een Kanaänitische volksstam, die in Palestina woonden, toen de Israëlieten ca. 1300 v. Chr. deze stad veroverden. [Joz.15:8. Joz.18:16, Richt.1:21, Num.13:29, Ezr.9:1, Zach.9:7]; Zolang de Jebusieten de baas waren in Jeruzalem, heette de stad Jebus. In de dagen der Jebusieten bestond er al een waterschacht. Op de oostelijke heuvel van het oude Jeruzalem was er al een bron. De beek Gihon op de Ofelheuvel. Ook de heuvel Moria (tempelberg) en Bezetha. Jeruzalem geschreven als URU SALIM of URU-SILIM-MA. De Kalvarieberg is in het midden gespleten. De helling van de Ofelheuvel is steil.  [2 Samuel 5:6]. Hierna heette de vesting Jebus de burg Zion en de stad van David. Het oudste Jeruzalem lag op de oostelijke heuvel.

Jehovah: Eigennaam van Israëls God toen de joden uit de eerste eeuwen van onze jaartelling de vier medeklinkers van de naam JHWH tegenkwamen, daarom lazen zij het in heilige vrees. De algemene naam Adonaj = de Heer, waarvan de eerste A bijna als een stomme E klonk. Rond de 9e eeuw werd deze naam van klinkers als leesteken voorzien en zette men het als Adonaij, dat moest worden uitgesproken. Later werd het niet meer begrepen en las men de 4 letters JHWH met de klinkers van EDoNaij als Jehowah. JHVH = ‘de weg van het leven’. J = de weg en HVH = ‘het steeds evoluerende creatieve leven’ .

Jered of Jared: Betekent dienaar, zoon van Mahalel, de latere aartsengel Gabriël ! Vader van Henoch, ook de voorvader van Jezus; hij werd 962 jaar oud!

Jeremia: Één van Israëls grootste profeten, werkte in Juda onder de laatste koningen en ook nog na de val. ‘Hij die verhogen doet; een priesterzoon uit Anatot; zijn vader heet Chilkia [Hilkia]; hij profeteert 40 jaar, voor en na de val van Jeruzalem zijn de profetieën van hen opgetekend door zijn secretaris Baruch; [2 Kron.35:25, Ezra 1:1, Dan.9:2, Matth.2:17, 27:9, Zach.16:14]; Jeremia leefde van 645-587 v. Chr. In zijn tijd vochten Assyrië en Babylonië met Egypte om de wereldmacht. Het boek Klaagliederen is door hem geschreven. [staat niet helemaal vast];  Het woord ‘jeremiëren’, dat jammeren betekent.

Jericho: Een oude oasestad [Deut.34:3]; In de onderste Jordaanvallei,soms Palmenstad genoemd. De Israëlieten lagen vóór hun intocht voor deze eerste stad door hen veroverd en als zodanig zeer vaak genoemd in de Bijbel en weer herbouwd onder Achab [1 Kon.16:34]; bezocht door Elia. Elisa maakte het water van de bron gezond; [2 Kon.2:4]; Tegenwoordig heet het Tell es-Sultan met de rijk stromende Elisabron, 2 kilometer ten noordwesten  van het stadje Riha, dat de naam bewaart, terwijl de ruïnen van het Herodiaanse Jericho, dat Jezus bezocht, nog zuidelijker lagen. Stad aan de wadi Qilt, die de weg naar Jeruzalem bewaakte. Herodes de Grote stierf in het paleis dat hij hier bouwde. Jezus riep bij Jericho Zacheus uit de vijgenboom naar beneden. [Luc.19:1] Een barmhartige Samaritaan hielp een reiziger op weg naar Jericho [Luc.10:30]; Maanstad; Stadje aan de benedenloop van de Jordaan; de oudtestamentische stad lag op de puinheuvel waar nu de bron van Elisa is bij de heuvel Tell-er-Sultan; 3 km daar vandaan lag het het Nieuwtestamentische Jericho. Er zijn stadsmuren gevonden. Men vond de resten van een wijdere buitenmuur, die om de voet van de heuvel  liep en daarbinnen een dubbele muur. In de tijd van Jezus bestond er een dubbele Jericho, het oude en het Herodiaanse. Het moderne Jericho is het dorp, dat de Arabische naam Er-Riha draagt, ten Oosten van het nieuwe Jericho, meer naar de Jordaan toe. Van Jericho naar Jeruzalem is het een steile klim. Een andere weg is korter, maar door Samaria. Een stenige weg, hoog en laag kronkelland. Zelfs voorbij Bethel [Jakobsladder].  Geestelijk bezien betekent Jericho: de geestenwereld van de maan.

Jeruzalem: Sinds de verovering door David de hoofdstad van zijn en Salomo’s rijk, later van Juda. Door de Arabieren, ook wel el-Qudds genoemd, dat is de heilige stad. Stad van Salem = vredestichting. Een zeer oude stad met als eerste naam Salem [Gen.14:18]; daarna bekend als Jebus; ligt 53 kilometer van de Middellandse Zee en ruim 20 kilometer van de Dode Zee. Het rotsplateau waarop het is gebouwd was 765 meter hoog. Jeruzalem werd toegedeeld aan Benjamin, die de Jebusieten niet kon verdrijven. [Joz.15:8, Joz.18:28, Richt.1:21, Richt.19:10]; Later ingenomen door David, die er de hoofdstad van zijn rijk maakte. Het wordt ook Jebus en stad van David genoemd [1 Kron.11:4,5,7]; David bracht de ark van het verbond hierheen om dit tot middelpunt van het land te maken. De stad wordt ook wel Sion genoemd. Hoofdstad van Juda, na de scheuring van de monarchie na de dood van Salomo. Jezus van Nazareth werd in Jeruzalem gekruisigd in 28 n. Chr. [Matth.16:21]; Ruha = residentie, Sa = voor de; Jeruzalem is de stad van God en geestelijk betekent het: ‘het Goddelijk Woord’ of de ‘Goddelijke leer’. Jeruzalem met zijn 12 poorten [12 stammen v. Israël]. Het eeuwige rijk van God en het ware leven. Jeruzalem betekent in geestelijke zin de kerk. Volgens het gericht wordt onder Jeruzalem de kerk verstaan ​​met betrekking tot de leer waarin alleen de Heer wordt vereerd.

Jesaja: Betekent ‘Jaweh is heil’. Één van Israëls grootste profeet, werkend ca. 740-700 v. Chr., naar wie het eerste profetenboek is genoemd. Profeet van de toekomst; Jesaja profeteerde in 718 over het 7e woord; [Jes.63:1-9, Jes.53:4]. ‘Zie deze man is een echte profeet’. Ik geloof dat wat hier heeft plaatsgevonden, de vervulling is van wat de profeet Jesaja heeft voorspeld toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziektes heeft Hij gedragen. Jesaja is de profeet voor alle tijden – Jesaja bericht in 723 en 717 v. Chr. dat de Heer lijden zal; [Jes. 53:5, Jes.46:4,13, Jes.52:13]; Jesaja heeft terecht over het volk Israël of de joden geschreven en ook voorspeld volgens Matth.15:7: Dit volk nader­de Mij met zijn mond en eert Mij met zijn lippen, maar zijn hart is verre van Mij. (Matth.15:8); Opdat daardoor ook vervuld wordt, wat Jesaja, Mijn profeet, voor alle tijden en voor Mijn nu op te richten Rijk op Aarde over de domme koningen voorspeld heeft. [Jes.32:6-20, GJE1-137 [13], 1-102, 2-123,137]; hij werkte ca. 60 jaar in Juda onder de koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Jechizkia, vader van Itiël, uit Benjamin.

Jezuïeten: Deze vormen een religieuze orde. Zij leven doorgaans niet in kloosters, wel in gewone huizen, jezuïetenhuizen genaamd. Zij hebben geen eigen ordekleed. Net als veel andere orden leggen zij geloften af van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Zij onderscheiden zich van andere orden vooral door een bijzondere gelofte van gehoorzaamheid aan de paus voor de zending, en vallen niet onder het gezag van een bisschop; De jezuïeten richtten zich in het verleden vooral op onderwijs en missie (bekering). 

Jezus in Egypte: De totale woonperiode van Jezus heeft op één week na, drie jaar geduurd. Op 27 januari 9 v. Chr. kwam het Kindje Jezus aan in Ostracine [Noord-Egypte] en keerde terug op 20 januari 6. v. Chr.

Jezus uiterlijk: Hoewel Hij uiterlijk [heus] geen knappe man was, want Hij was wat klein van postuur, en Zijn handen waren ruw en hadden lidtekens van het werken, maar Zijn hoofd was waardig en Zijn ogen waren wel het mooiste. Ook om de mond had Hij een bijzonder vriendelijke, hoewel tevens ook waardig, ernstige trek. De stem van Zijn mond kon men echter werkelijk manlijk in verrukking brengend noemen, want die klonk tenminste voor mijn oren als het mooiste en zuiverste gezang. [GJE2-240]

Jezus: Hebr.: Jeshua, afkorting van Jehoshua [Jozua]; Jaweh redt. Mozes opvolger was Jozua, een voorvader van Jezus. [Hand.7:45, Hebr.4:8, Luc.3:29, Matth.1:21, Col.4:11] Zijn naam betekent ‘Redder’, uit de stam van Juda. Zijn stiefbroeders: Jakobus, Joses, Simon en Juda. Jezus heeft 3 paasvieringen meegemaakt, dat men kan opmaken uit: [Joh.1: 2:13,23, Matth. 21:21,2 [5:1] 6:4, 3:11:55, 12:1,13:1, Matth. 26:1];  Jezus is de Goddelijke kracht, het levende Woord en de liefde in God. De naam Jezus is zo heilig dat het door geen enkele duivel in de hel kan worden genoemd. De naam Jezus betekent de gehele zaligmaking door de verlossing. Naar Zijn priesterambt wordt Hij ‘Heer Jezus’ genoemd, en naar Zijn koninklijk ambt ‘Christus’.

JHWH:  De onuitsprekelijke naam van God; men zegt: ‘de Eeuwige’; ‘Ik zal zijn die Ik zal zijn’; meestal en uit eerbiedigheid, wordt Adonai wel uitgesproken.

Job, Bijbelboek: Het boek van de oude kerk en geschreven vol met overeenstemmingen.

Johannes Marcus: Zoon van Petrus, de Evangelist die Petrus ook naar Bagdad begeleidde.

Johannes, schrijver:  Johannes komt van het Hebr. ‘Jehochanan’: ‘God is genadig’; zoon van Zebedëus en Salome, broer van Jacobus de oudere; de leerling die Jezus liefhad. [Joh.13:23]; Ook de auteur van het boek Openbaringen en de drie brieven van Johannes. Ook hij was visser en werd een van de eerste discipelen na Andreas en Petrus; Johannes =  de weg van de eeuwige genade [Jo=de weg, of ‘hij; ‘Chan’=genade en ‘An’ = voortdurend.].

Jona: Jonas, lieveling, duif; hij was de 5e profeet onder de kleine profeten. [Matth.12:39, 16:4 en Lucas 11:29]; Zoon van Amotthai, uit Gath Hefer, die optrad onder Jerobeam-2. Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een walvis zat, zo zal ook de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het midden van de Aarde zijn. (Matth. 12:40) - Met het midden van de Aarde wordt in de eerste plaats het graf aangeduid; maar in geestelijke zin betekent het, dat de Ziel van de Mensenzoon af zal dalen naar gevangen zielen van gestorvenen en ze dan vrij zal maken. [GJE1-186]; De profeet die naar Nineveh werd gestuurd om de ondergang te voorspellen;  Een apart verhaal met de walvis, die hem opslokte gedurende 3 dagen, nadat Jona naar Spanje per schip vluchtte; Ook Joppe heeft ermee te maken.

Jonaël: Een bekeerde hogepriester in Sichar [Samaria]; eerst aangesproken als opperhogepriester. Uitvoerige gesprekken met hem; hier voor de eerste keer met zijn naam. Hij werd aangesteld om het evangelie te verspreiden. Hij komt tot de Heer in Kis [noordwestelijke deel van het Tiberiasmeer].

Jonaël: Hogepriester in Sichar bij Samaria; hij ontmoet Jezus o.a. bij het voormalig  kasteel van Ezau; De Heer zegent hem en zijn maagdelijke zuivere dochters tussen 12-21 jaar.

Jonatha: Deze was visser in Ostraïne [Egypte] en ontmoet het Kindje Jezus gedurende drie jaar. Hij was zeer groot van gestalte [reusachtig], ongehuwd en heeft het Kindje Jezus ettelijke malen over het water gedragen. Hij verhuisde later van Egypte naar Palestina in Kis aan het meer van Galilea en huwt op aanraden van de dertigjarige Jezus, een weduwe.

Jongste dag: De dag waarop de menselijke ziel uit zijn lichaam wordt gehaald; wanneer de mens zijn lichaam zal verlaten, zal en de Heer hem verlossen uit het gericht van de materie; dit is het ontwaken op de jongste als laatste dag.

Joodse jaartelling: Deze begint vanaf Adam. De gangbare joodse telling geeft echter een verschil aan van 391 jaar. Het feitelijk joodse scheppingsjaar vanaf Adam is 4151 v. Chr.  [dat is onze wereldtelling 4026] Jezus is geboren in 4151 resp. in 4026. Het joodse jaar wordt niet aangegeven als ‘Anno Domini’; AD: ‘in het jaar van de Heer’, met het geboortejaar 0 van Jezus als beginpunt, maar als ‘Anno Mundi’; AM: ‘in het jaar van de wereld’, met het scheppingsjaar 4151 resp. 4026 als beginpunt.

Joram: Arts  in Sichar, hij ontvangt van de Heer de Samaritaanse Irhael als vrouw [GJE1-33].

Jordaan: De feitelijke rivier van Israël [Palestina] aan de voet van de berg Hermon door samenvloeiing van bergbekens en bronwateren 43 meter boven Middellandse zeeniveau. Stroomt door het Hulemeer [circa 2 meter boven de zeespiegel], dat zuidelijker van de berg H. is gelegen. Bereikt na 16 kilometer het meer van Galilea [circa minus 212 meter onder de zeespiegel], stroomt vervolgens 350 kilometer na een bochtig verloop, de Dode Zee in. [circa minus 392 meter beneden de normale zeespiegel]. Jordaan betekent ‘het afdalende’; zij ontspringt tussen de Libanon en de Hermon met een lengte van wel 400 kilometer,  terwijl de afstand slechts 200 kilometer is. De Jordaan was in de tijd van Jezus zo’n 200-300 meter breed, feitelijk een geologisch fenomeen.

Josafat,  dal van: Toestand van de innerlijke rust van de ziel, wanneer de handelwijze een juiste was.

Josafatdal:  De aardbeving en de duisternis bij de dood van Jezus aan het kruis, en daarna de geopende graven in de vallei van Josafat hebben daar werkelijk plaatsgevonden.

Jozef van Arimathia: Hij symboliseert het weetgierige geloof in de Heer.

Jozef van Maria: Echtgenoot van Maria; hij stierf in de handen van Jezus op circa 99-100 jarige leeftijd. Jozef zag tijdens de geboorte van het Kindje Jezus de opkomende volle Maan en de sterren, zowel de op­komende als de ondergaande, al­lemaal stilstaan! De Maan kwam niet los van de horizon en de ster­ren wilden er niet achter verdwij­nen!  En er was ook nog een beekje, met een sterk verval van de berg neerkomend. Maar zijn water stroomde niet omlaag het dal in, maar het stond­ of hing ­stil in zijn bedding! Jozefs huis stond 900 meter ten zuiden van Nazareth. Dit lag vrij dicht aan de hoofdweg [ca. 300 meter er vandaan]. Het huis of hof van Jozef van Maria lag ca. 1 kilometer van Nazareth vandaan. Tegenwoordig is op de plek, waar ooit Nazareth heeft gestaan, een afvaldepot geworden.

Jozef: Lievelingszoon van Jakob en Rebecca; aartsvader, door zijn broers uit afgunst [naar Egypte] verkocht, waar hem een roemvol bestaan wachtte. [Gen.37-50] Hij was gehuwd met Asna, een Egyptische en later begraven in Sichem.

Jozua: Zoon van Nun, dienaar van Mozes, wordt 110 jaar en begraven te Timnat-Serach; hij was een hoge bevelhebber.

Juda: Zoon van de aartsvader Jakob en Lea, stamvader van de belangrijkste Israëlitische stam, wiens naam Yehúdah in Gen.29:35 populair wordt verklaard met het werkwoord ‘Hódah’, lofprijzen. De belangrijke provincie Judea komt hier vandaan en werd pas in de Romeinse tijd gebezigd. De toekomstige generaties, die door de aanvaarding van Jezus’ leer naar de stam van Juda geteld worden.

Judas: Judas Iskarioth, die zijn meester veraadde voor 30 zilverlingen en zich daarna verhing. Iedereen die zichzelf verrijkt met wat dan ook [eigenliefde], of het nu met wetenschap of met goud is. Als men dit niet allemaal van de Heer ontvangt of op zijn minst zo'n grote liefde voor Hem en zijn beste vrienden krijgt, is hij net zo goed een Judas Iskariot, een dief en een rover, aangezien hij al deze dingen bezit. En zo maakt en zondigt Judas op kosten van Jezus. Judas vertegenwoordigd het joodse volk; het feit dat Jezus werd verraden door hem was een teken dat dit werd gedaan door het joodse volk aan wie het Woord in die tijd was gericht; Judas was een handelaar in vis en aardewerk, wat hij zelf ook produceerde; hij werd door Thomas als een nieuwe leerling voorgesteld; zijn tweezijdige karakter; hij heeft een verklarende mening over Jezus; zijn politieke plannen over Jezus, gemotiveerd door Herodus; zijn verraad, zijn verkeerde beoordeling over de doelstelling van Jezus, zijn late inzicht, wanhoop en zelfmoord.

Julel: Één van de acht broers, [onder andere van Henoch], die het dal van Lamech bezochten en op de terugreis op de berg door de kracht van de Heer slechts zevenduizend passen werden ingehaald buiten de stad, waar Lamech woonde, en waar de hoge grond [berg] begon. Zij moesten de Heer alles vertellen, een voor een, wat er in de diepte met hen was gebeurd en hoe Lamech zich gedragen had en al het goede dat daar gebeurde!

Kaïro: Kahi Roug: Een van de grootste stieren van deze omgeving, de hoorn dat ‘geheiligd’ was.

Kajafas: [Hebreeuws: יוֹסֵף בַּר קַיָּפָא, was hogepriester in de joodse tempel tot drie jaar [31 n. Chr.] na het sterven van Jezus; hij was vooral bekend geworden omdat hij volgens het Nieuwe testament samenspande om Jezus te doden; volgens dit verhaal was Kajafas voorzitter van het Sanhedrin tijdens het proces tegen Jezus. Kajafas was getrouwd met een dochter van Annas die eerder hogepriester was geweest (en tot aan zijn dood nog als zodanig werd aangesproken). Ook vijf van zijn zwagers hebben dit ambt bekleed. Zijn invloed was erg groot; Hij bleef 18 jaar in functie in Jeruzalem, wat opmerkelijk lang was en erop wijst dat hij capabel was en nauwe banden onderhield met het Romeinse bestuur.

Kajin of Cahin: Betekent doodsbrenger. Hij is het gevolg van een drievoudige ongehoorzaamheid tegen God en is de dood van Adams en Eva’s lichaam, want Kajin werd gewekt  door hun begeerdheid in de zelfzucht. Kaïn = smid; naar de klank verwant met ‘verweven’. [Num.24:22]; land van de Kenieten, afstammend van Kaïn;  Kaïn bouwde echter al, door influistering van de satan, voor zijn zoon Hanoch een stad met diezelfde naam; en hij heeft daardoor de basis gelegd voor alle kwaad op aarde. [GJE3-10-2]; Nathánaël, die zelden of nooit iets ze tegen Judas: 'In jou woont de geest van Kaïn, begrijp je wel? En deze geest verbetert zich op deze Aarde niet; want de wereld is de geest van Kaïn, en daarvan kun je geen verbetering verwachten!' [GJ1-114: 17]

Kalender, joodse: De joodse kalender rekent met maanmaanden en een jaar duurt 354 dagen

Kalvarië: Golgotha, ook deze heuvelrots is samen met de muren en huizen van Jeruzalem ingestort tot volledig puin door een aardbeving; inwoners in het nu huidige deel van Oost-Jeruzalem [oud-Jeruzalem] beweren, dat deze heuvel nu in privébezit is.

Kana: Dorp in Galilea.  Geboorteplaats van Natanaël [Joh.21:2, Joh.4:46].

Kanaän: Afstammeling van de ‘zoon van Cham’, betekent ‘handelaar’, ‘kramersvolk’ [Zef.1:11] en ‘koopman’ in Zach.14:21; ‘A-nou-an’ betekent de ‘kracht van het geestelijk nieuwe land’; het beloofde land, de naam voor Palestina, dat tussen de Jordaan en de Middellandse Zee ligt. Als in het Oude Testament over Kanaän wordt gesproken, bedoelt men het gebied tussen Egypte tot Syrië. Het ‘purperen’ land met haar purpurkleurige rotsen; de purperverf komt uit Fenicië; de verklaring ‘laagland’ slaat alleen op de kuststreek; verder is Palestina [het huidige Israël] een bergland; het land wordt bewoond door vele volken, voornamelijk afstammend van Cham. De spraak van Kanaän was Hebreeuws; [Jes.19:18, Hos.12:8]; gebruikt als scheldwoord voor Israël; Ka-Nani betekent ‘land van de welstand’; het land ziet er op het eerste gezicht stenig uit, waar eens mogelijk het hof van Eden heeft gelegen bij Jeruzalem, de stad van God [Bethlehem].

Kapernaum: [Kafar’naum]; Een vissersdorp of stadje op de noordwestelijke oever van het Galilese meer, 10 kilometer boven Tiberias. Tegenwoordig: Tell Hum. Hier begon Jezus zijn prediking in Galilea [Matth.4:13] en Hij onderrichtte in de synagoge [Joh.6:59]; Jezus weeklaagde over Kapernaum [Matth.11:23, Luc.10:15]. Er was daar een beschermmuur in een loodrechte rotswand circa 40 meter over de Jordaan in de hoogte van het tegenoverliggende Kapernaum. Daar moet 2.000 jaar geleden traptreden bestaan hebben en men kon toen zo naar beneden lopen. Niet ver van deze plek werd ook Jezus gedoopt; verderop lag een bergvlakte waar Jezus de zaligpredikingen verkondigde; kort boven de Eremosgrot opent zich vandaag nog een bepaalde vorm van terras die met de berg (1200 meter hoog) in de rug het karakter heeft van een amfibietheater; op deze plek vermoedt men de bergprediking; zijwaarts over de Tagha kan men deze betoverende plek opzoeken; de bergprediking met 7 geboden; het midden van de bergprediking is een gebed met 7 verzoeken en de 4e is onder meer brood; bij Tell-Hum liggen ruïnes van K. Het feitelijke Kapernaüm heeft noordelijker en westelijker gelegen, omdat 2.000 jaar geleden het meer van Galilea 1/3 groter was dan nu. Alle steden en dorpjes moeten historisch verder landinwaarts gezocht worden, hoewel daar geen of nauwelijks sporen van overgebleven zijn. Dorp van Nahum;  Kafarnaum moet heel mooi gelegen hebben in de omgeving van het meer; dit hebben uitgravingen bevestigd. [1Kor 9:5].

Kasteelruïne Ezau: Dit kasteel heeft echt bestaan in de buurt van Sichem-Sichar en werd indertijd door Jezus [2000 jaar geleden] plotseling in een oogwenk ‘gerestaureerd’ en dit bijzonder gebeuren wordt vooral weergeven in het eerste deel van de Grote Johannes Openbaringen, deel 1.

Katten: De ogen van katten verschijnen als lichten ingevolge hun brandende begeerte naar muizen.

Kefas, Cefas of Cephas: In het Aramees en Grieks: ‘rots;’ dezelfde betekenis als Petra [Joh.1:43]

Kelk: De kelk waaruit Jezus later gedronken heeft was altijd in bezit geweest van de kinderen van Noach. De kelk is zelfs in Egypte geweest. Misschien heeft Jozef, de onderkoning daaruit gedronken en deze drinkbeker expres in de korenzakken van zijn broers gedaan. Dat is echter een gissing. Ook Mozes bezat de kelk. Haar massa was zo dik als die van een klokkenschaal. De kelk is ook bewaard gebleven bij Jakobus, de stiefbroer van Jezus [Jacob de kleinere]. Melchizedek bracht deze uit het land van Semiramis naar Kanaan. De kelk heeft bovenop de ark gestaan. Na het offer van Melchizedek bleef de kelk bij Abraham. De kelk zal eens voor de dag komen.

Kenieten: Afstammelingen van Kaïn; deze nomaden trokken op het Sinaï-schiereiland rond en leefden van smidswerk. De Chinezen zijn de afstammelingen van Kajin. De C kan ook als een K worden uitgesproken, dus als Kina.

Kerit: Dat betekent beek.

Kerk, de ware: dat is ware de liefde tot God en zijn naaste.

Kerstfeest: Dit feest wordt regulier op 25 december gevierd; de Grieks-orthodoxe kerk doet dit op 9 januari, hoewel Jezus in het echt geboren was in het joodse jaar 4151 na de schepping van Adam op 7 januari en voor onze wereldse tijd was dit in 4026 n. Adam.

Kidron, Kedron:  Een diep dal tussen Jeruzalem en de Olijfberg; een 5 kilometer lang diep dal ten oosten van Jeruzalem; de beek Kidron stroomde erdoorheen, vooral tijdens het regenseizoen. De beek lag [en ligt] oostelijk van Jeruzalem, tussen de stad en de olijfberg, stromend naar de Dode Zee.  [2 Sam.15:23, Joh.18:1]

Kinarot: Cinneroth, Kinneroth = harp = vergelijk de vorm van het meer van Genezareth, dat erop lijkt.

Kindschap van God: De voorwaarden hiervoor wordt in de Bijbel zowel in de Nieuwe Openbaringen [of het Nieuwe Woord] speciaal benadrukt; Om het kindschap van God te bereiken, moet de mens ‘volmaakt’ zijn zoals de Heer Zelf, wil je het zoonschap voor de eeuwigheid bereiken! Want wie de liefde heeft overwonnen, heeft ook het kindschap overwonnen, aangezien liefde en kindschap een en dezelfde zijn.

Kinneret: Vroeger een versterkte stad aan de weg langs de noord-westelijke oever van het Galilese meer en toebedeeld aan de stam van Naftali. In Joz.11:12 heet het ‘Kinarot’ of ‘Kinneret’ en in Matth.14:34 ‘Gennesaret’ en in Marc.6:53 als centrum van een streek genoemd.

Kinnor: Een tokkelinstrument, waar onder andere David op speelde.

Kis: Een voormalig dorpje ten west-noorden tussen Kapernaum en Migdal aan het meer van Galilea

Kisehel: Deze was een moedig persoon ten tijde van Adam op de grote berghoogte; toen hij een vreemdeling  bekeek, die gekomen was uit het lager gelegen dal, en niet wetende dat het de Heer Zelf was in de persoon van Abedam. Zo bekeek hij Hem eerst van top tot teen, maar vond niets over Hem dat zijn aandacht had kunnen trekken, behalve een oprecht vriendelijk karakter, en daarom moedigde hij Hem onmiddellijk aan! Want het was bijna onmogelijk om die grote berg hoogte, waar zij leefden, deze zonder enig gevaar te beklimmen en dat kon zelfs een wonder genoemd worden.

Kisjonah:  Rijke eigenaar van het dorp Kis dat een tolstation had. Hij biedt moeder Maria en de lijfelijke zonen van Jozef een nieuw huis aan met wat land. [GJE1-146, 230]

Klappertanden en wenen: Wereldse calamiteiten over het recht, waarheid en leven [GJE8-195:12].

Kleed, wit:  Symbool van onschuld.

Klinkers [vocalen]: Omdat de klinker de tonage dient; betekent het gevoel. De klinkers I en E kan men in de derde hemel niet uitspreken, daarvoor hebben ze wel de klinkers Y en EU [of Ü en Ö]; de letters A, O en U zijn bij engelen speciaal in gebruik, omdat ze een volle toon geven.

Kloof: Er bestaat een grote kloof tussen de hemel en de hel.

Komeet: Een komeet aan het uitspansel is niets anders dan een nieuw geschapen wereld in wording! De kern ervan is het vat tot opname van voedende levens­kracht uit de Heer. Die levenskracht wordt door een van de Heer uitgegaan spe­ciaal vuur zeer krachtig door­gloeit, en lost zich daardoor op in voedende dampen. Maar om nu te voorkomen, dat die dampen, die een reeds enigszins ontwikkelde levens­kracht bezitten, zouden vervluch­tigen, en aan het nieuwe hemel­lichaam zouden worden onttrok­ken, worden ze door ontelbare monaden (etherdiertjes) opgeno­men, en die voegen ze dan weer tot verdere voltooiing aan dat he­mellichaam in wording toe.  [De jeugd van Jezus, hfdst.220].

Koningen: Heersers en veldheren moeten er wel zijn; maar begrijp goed, dat deze door God daarvoor zijn uitgekozen en geroepen en voorts rechtstreekse afstammelingen van vroeger gezalfde konin­gen moeten zijn. Die zijn dan geroepen. Maar wee ieder ander, die zijn arme hit verlaat en zich beijvert om door allerlei middelen de heersersstaf te verkrijgen! Werkelijk, die zou beter nooit geboren kunnen zijn. [GJE2-9]

Korenschop: De Heer heeft Zijn grote korenschop in Zijn hand; Hij zal Zijn dorsvloer vegen zoals Hij wil en Hij zal het koren in Zijn schuur verzamelen, het kaf echter verbranden met het eeuwige vuur en uit de as maken wat Hij wil. De akker (wereld)  is van Hem en ook het koren (de kinderen van God). Het kaf (kinderen van de wereld of van de duivel). Van Hem is de schuur (de hemel) en van Hem is het vuur (de hel) dat nooit uitgaat.  (GJE 1-24-1-2).

Kosmos: KSM - [K=kracht, S=vuur, actief verwekkende geest, M= water, het vormgevende zielselement.

Kreta: Grootste eiland in de Middellandse Zee; ook daarheen zijn de joden in de verstrooiing gekomen zoals wij begrijpen uit de volkerenlijst van Hand. 2:9, en volgende.

Krokodillen: De begeerten van de hel [geestelijk opgevat].

Kruis: Een beeld van geloof bij de rechtopstaande balk: dat is als liefde tot God; de dwarsbalk van het kruis symboliseert de liefde tot de naaste.

Kruislijden van Jezus: De verlossing en het lijden aan het kruis zijn twee verschillende dingen die niet mogen worden verward; de mening dat het lijden aan het kruis de verlossing zelf was, is een fundamentele fout van de kerk. Wat is dan wel de verlossing?  [de volledige uitleg hiervan is te lezen in het nog uit te geven nieuwe boek: ’Het Kruislijden van Jezus’ en mogelijk al in 2022].’

L’Rabbas: [Mattheüs]: De feitelijke schrijver v.h. Mattheüsevangelie.

Lamech: De uitvinder van de doodstraf.

Lazarus: De zoon van een rijke landheer in Bethanië, later zelf eigenaar van een herberg in Bethanië en een herberg op de Olijfberg. Een trouwe vriend van Jezus, Die daar vaak verbleef. Zijn zusters waren Martha en Maria van Bethanië. Lazarus neemt 120 bedelaars en andere arme mensen uit de omgeving van Jeruzalem en Bethehem aan, die hij aanstelde als landarbeiders op zijn grootbezit grond. Hij werd door Jezus genezen. Toen hij stierf en al een paar dagen dood was, riep de Heer tot zijn ziel en stond hij op uit het graf.

Lazarus: Een groep joodse tempelpriesters werd in het verblijf van Lazarus in Bethanië bekeerd; zijn zusters waren Martha en Maria; Lazarus neemt 120 bedelaars op die genezen worden door Jezus en andere arme mensen uit het gebied rond Jeruzalem en Bethlehem als landarbeiders; zijn dood en opstanding door Jezus.

Leer Jezus: Zonder de leer van Jezus wordt de Bijbel niet begrepen; Degenen die de Bijbel of het Woord lezen zonder de leer van Jezus, tasten in het duister wat betreft alle waarheden; De Heer leert iedereen door het Woord [de Bijbel en de Nieuwe Openbaringen] en weliswaar via de aanwezige kennis die bij hem is. De leer van Jezus wordt speciaal in het Evangelie van Johannes [in de Bijbel] beschreven, naast het Evangelie van Marcus en Mattheus.

Leeuw: Symbool van de Heer Zelf; ‘Le o wa’ = ‘het kwaad vlucht voor de zon’; Le’’  = het slechte of zijn nakomelingen; ‘El’ = de goede of goede zoon; ‘O’= de zon van de God;  ‘Wa’ of ‘Wah’ = vlucht; Leeuw = de kracht of almacht van God.

Leopold Engel: Maakte het elfde deel van de Grote Johannes Openbaringen af, jaren na Lorbers dood.

Letters: In de geestelijke wereld, dus niet in de hemelrijken, existeren de harde consonanten. Het schrift in de derde hemel bestaat uit omhulde en uit diverse gekromde letters, bij welk ieder letter een bepaald nut heeft. De letters bij de engelen in het geestelijke rijk lijken op onze letters op aarde, en meer nog op de Arabische letters, bij anderen weer op het oud-Hebreeuws; de letters zijn echter van boven en beneden omgebogen en hebben elk een geestelijke betekenis.

Levi: Derde zoon van Jakob en Lea [Gen.29:34]; ‘Ji-llaweh’; ‘hij zal zich aan mij hechten’.

Levi: In het NT is het de tollenaar Mattheus,  die Levi heet.

Leviathan: Naam van een mythologisch monater, type van de chaos. In Job 40 en volgende geconcretiseerd in de krokodil. Betekenis voor Satan.

Lezen, veel:  teveel informatie is niet goed voor het hart, omdat veel ‘kennis’ de harten ‘koud’ maakt.

Libanon: Witte bergen, bergketens van ca. 170 kilometer lengte ten noorden van Israël, evenwijdig aan de kust, met toppen tot boven de 3.000 meter en eeuwige sneeuw.

Lichaam van Jezus: Het uiterlijk goddelijk Woord; het kruis afnemen betekent ‘het Woord’ en het bevrijden van de schijnbare tegenstrijdigheden; het lichaam zalven en omwikkelen = waardering en respect voor het goddelijke Woord; het lichaam van Jezus begraven = levenloze dorst naar kennis om verworven kennis in het graf van het diepere begrip te plaatsen.

Lijden: Terwijl het lichaam lijdt, lijdt niet de ziel, maar heeft het alleen leed; maar God neemt dit lijden na de overwinning weg, zoals men de tranen van de ogen veegt.

Lijst toelichtende onderwerpen   [A-Z]

Linker kant lichaam: Hartzijde, van waaruit het bloed het hele lichaam binnenstroomt, het is de positieve of geestelijke kant.

Lithostrotos: Het geplaveide plein, Gabbatha genoemd, waarop Pilatus’ rechterstoel stond [Joh.19:13] Indien Jezus veroordeeld werd in het voormalige paleis van Herodus, dan moet L. het publieke plein daarvoor hebben aangeduid. Zo kan Gabbatha, bult of hoogte, de oorspronkelijke benaming zijn geweest van de Zuid-West-heuvel met de bovenstad; later beperkt tot het paleiscomplex, dat dit hoogste staddeel beheerste. Localiseert men het Praetorium in de Antonia, dan moet men Gabbatha anders verklaren, en het Lithostrotos vereenzelvigen met het burchtplein, waarvan een indrukwekkend gedeelte in het begin van de vorige eeuw is ontdekt.

Lompen: Symboliseert het eigenlijke aardse slechte.

Longen: Komt overeen met de geestelijke waarheden.

Lorber, Jakob: geboren op  22 juli 1800 en stierf in  Graz op 24 augustus 1864). Hij was een mysticus uit Stiermarken die, naar eigen zeggen door goddelijke inspiratie, een groot aantal boeken schreef over Jezus en Zijn leer onder de noemer: ‘De Nieuwe Openbaringen of ‘Het Nieuwe Woord’.

Lorber, profeet: Zoon van het licht, die het licht van leven en liefde uitdraagt; ‘Or’ = licht, vlam; ‘Ber’ = scheppen, bevallen; ‘Bara’ = scheppen; In het Aramees: ‘Bar’ = zoon, het geschapene; in het Engels: ‘Bare’ = dragen, uitvoeren.  L’or-ber.

Lot en zijn vrouw: (Hebreeuws: לוט) Lot is een persoon in de Bijbel, wiens verhaal wordt verteld in het boek Genesis. Lot was een neef van Abram (later Abraham geheten), de zoon van Abrams broer Haran. Abram en Lot trokken weg uit het Ur der Chaldeeën, om te gaan naar het land Kanaän. Vanwege een hongersnood weken zij gedurende enige tijd uit naar Egypte. Beiden beschikten over grote rijkdommen en veel vee. Er ontstond onenigheid tussen de beide mannen over het gebruik van het land en zij besloten uit elkaar te gaan. Lot kreeg van Abram de eerste keus en koos voor de vruchtbare vlakte van de Jordaan. In Genesis 14 wordt verhaald hoe Lot tijdens oorlogshandelingen in zijn woonplaats Sodom gevangen werd genomen, waarop hij bevrijd werd door Abram. Over de vrouw van Lot is alleen bekend, dat zij werd tot een pilaar, toen ze omkeek naar de regen van vuur en zwavel op de stad Sodom.

Lucas: Reisgezel van Paulus, die, mede uit Paulus’ prediking, zijn [derde] evangelie samenstelde, en tevens de Handelingen der apostelen schreef. Lukas, de evangelist, was een schilder en dichter en schreef zijn evangelie pas vijftig jaar na Jezus, evenzo als het door de apostel geschreven evangelie, verzameld uit verschillende onderzoekingen en verzamelingen. Meerdere onjuiste toevoegingen in beide teksten [Lucas en Handelingen] gaan terug naar Lukas’ vriend Theophilus in Athene. Het blijft speculatief dat Lucas arts was, omdat hij veel over ‘zieken’schreef; tenslotte weten we uit de Lorberliteratuur dat hij dichter en kunstenaar was, want hij schilderde.

Lucht: Geen enkele kwaliteit van lucht kan verhoogd worden tot enige kwaliteit van de hogere gelegen ether.

Luchtreis: De twaalf discipelen werden uitgezonden door Jezus en na enige tijd ook weer ‘teruggeroepen’;  hun ervaring wordt uitvoerig in het eerste deel van het Grote Johannes Evangelie beschreven, hoofdstuk 164.

Lucifer: In Jesaja opgevat als degenen die uit Babylon komen, in het bijzonder de Jezuïeten, wanneer ze worden meegesleept door een ijver die velen vanuit een helse liefde hebben.

Luz: Amandel, een oude naam van Bethel, door Jakob veranderd. In Joz.16:2 schijnt men twee diverse plaatsen te veronderstellen. Het is is een Knanaänitische naam voor Betel. [Hebr. AWR = 1-6-200 = licht.

M: Hebr. letter van het water, uitdrukking van het moederlijke, het idee van de vorm die iets innerlijks, levends omsluit, het vloeibare golvende, het ‘wiegende’.

Maan: In het evangelie van Jakobus [Jeugd van Jezus – Jakob Lorber] vraagt een zekere Jonathan [Ostracine in Egypte] over de Maan. De Heer zegt hem dan, ‘dat de Maan een nevenaarde is, die eveneens ook bergen, dalen, vruchten, dieren en mensenwezens heeft. Een deel van de Maan, dat wij met het blote oog niet kunnen zien, lijkt op de Aarde. Haar licht komt door de Zon en haar lichtwisseling komt door haar positie en dit verandert elke minuut door de draaiing der Aarde. De vlekken, die wij op de Maan zien, zijn diepere en donkere oorden van beproevingen’. (Jakobus Evangelie 1-174); De maan van de aarde met haar afgewende kant, wordt voortdurend bewoond door mensen en dieren; er is vegetatie, water, lucht en alles, wat voor ondersteuning van het natuurlijke leven noodzakelijk is. Dit geldt ook voor alle andere manen van alle andere planeten. Want de mensen, die op een planeet een natuurlijk leven hebben aan de afgewende zijde, zijn in hun natuurlijke gestalte ook veel kleiner, dan zij die wonen op de aardeplaneten. [Sat.1-151]; Ook de Geestelijke Zon, deel 2 beschrijft, dat er op de maan bepaalde leerscholen zijn of verbeteringsinstellingen voor geesten, die daar leven onder erbarmelijke omstandigheden, maar daar ook heel langzaam vooruitgang zullen boeken. Zulke geesten behoren daar van oorsprong niet thuis; aanvankelijk was de Maan in de aarde opgenomen en is op een zeker moment door haar gebaard; ze cirkelt nu steeds nog als een groot kind om haar moeder heen, maar heeft geen ik, zoal de aarde en ze kan dan ook niet om haar eigen as heen draaien; daarom zien wij altijd dezelfde kant van de maan, het monotone.

Maanzielen: Zielen van een rijp volk komen, als zij eens in alle slechtheid zijn gestorven, door hun eigen wil in de diepte der aarde. Want omdat zij pure materie zijn geworden, is dat hun element, en zij willen en kunnen daarvan niet scheiden. Wel zal er alles, ja zelfs het uiterste aan gedaan worden om alle kwellingen en smarten op hen loslaten om hen vervolgens los te maken van de materie. En als er dan een van de materie loskomt, komt deze in de school die op het geestelijke deel van deze aarde bestaat. Pas daarvandaan gaat ze dan verder naar de maan. Als ze daar iedere graad van zelfverloochening heeft doorgemaakt en daarin sterk is geworden, wordt ze naar een volmaaktere planeet verheven en daar in de ware wijsheid onderwezen. Wanneer dan zo'n ziel in het ware licht is opgenomen, wekt dat licht, als het sterker en sterker wordt, de warmte van het geestelijke leven op, en de ziel begint zich zodanig met haar geest te verenigen, dat langzaam maar zeker haar gehele leven liefde wordt. Als die liefde dan sterk en krachtig genoeg is geworden en is overgegaan in de echte innerlijke levensvlam, dan wordt het in de ziel van binnenuit licht en stralend, en pas dan bevindt zo'n ziel zich in de toestand waarin ze opgenomen kan worden in de vrije wereld van de gelukzalige gees­ten, waar zij dan als een kind weer verder opgevoed wordt. Maar totdat een op aarde stoffelijk geworden ziel zover is, kunnen in het gunstigste geval toch altijd wel verscheidene honderden jaren verstrijken. [GJE2-141].

Magadan: Gebied aan de westelijke oever van Galilea, waarheen Jezus Zich begaf na de 2e broodvermenigvuldiging; wordt ook wel vergeleken met Migdal, de woonplaats van Maria Magdalena. [Matth.15:39]

Magdala [Migdal]: Vissersstadje aan de westeljke oever van het Galilese meer,vlak bij de plek waar Jezus 4.000 mensen te eten gaf. Maria Magdalena kwam uit deze plaats bij het meer van Gennesareth.

Magdala of Migdal: Dorpje, stadje aan de westelijke oever van het Galilese meer; slechts genoemd ter bepaling van een der Maria’s, die Magdalena heette. Magdalena is identiek met Maria Magdalena, die een andere was. Magdalena gold als de ‘koningin van de deernen’.

Mallona: Een vorig bestaande aarde; het betekent: ‘zij is slecht, ziek’ [Frans: malade]; [Lat. mallum = het kwaad] ‘on a’ = ‘ze is’.

Mammon: Een christelijk symbool voor ‘het beheerst worden door geld’. De Mammon is een afgod, bekend uit de Bijbel. Het woord mammon in het Syrisch staat voor ‘geld of rijkdom’. In de Willibrordvertaling is het vertaald als ‘geldduivel’. In het Evangelie volgens Mattheüs 6:24 staat: ’Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon’ [= geldzuchtig zijn]  Naast deze genoemde tekst staat het ook nog in Lucas 16:9,11,13 vermeld.

Mamre, Mambre: Eiken of terebinthea van Mamre in de omgeving van Hebron, waar Abraham zijn tent opgeslagen had. [Gen.13:18, 18:1, 18:4,8]; het betrof één boom! De grafspelonk van Machpela zou er tegenover moeten liggen. [Gen.35:27]

Manna: Het levende Woord van de Heer.

Marcus de Romein: Oud-soldaat die gediend heeft onder vicekeizer Cyrenius en er bevriend mee raakte, woonde in een armelijk huisje. Hij naderde God steeds via het hart volgens de leer van Jesaja. Marcus, de spraakzame oude rechtschapen krijgsman kon op een smeuïge manier vertellen. Zijn woning stond vlak aan de oever van het Galilese meer, ongeveer 500 passen van zijn woning. [GJE2-183,193]

Marcus de Romein: Romeinse veteraan bij het meer nabij Caesarea Philippi; [Er waren in die tijd meerdere Caesareas!]; zijn verhaal; De Heer komt voor het eerst naar zijn arme hut;  daar ook een bezoek van Cyrenius; nadat Markus een veel groter en rijker bezit kreeg door het wonder van de Heer [kuuroord], stelt Cyrenius hem als stadshoofd aan over Caesarea en de omgeving.

Marcus: Zoon van de apostel Petrus [Simon Juda] en wordt door Petrus aanbevolen als schrijver en hij komt naar de Heer [GJE1-89]; een voorlopige beschrijving van zijn late missionarisresidentie met zijn vader naar het toenmalige Nieuwe Babylon, de latere Arabische Bagdad; Petrus’ martelaarschap in Babylon zelf; wat Markus in een notendop weergeeft, heeft hij voornamelijk geput uit de leringen en geschriften van apostel Paulus, en hij wist ook al veel van zijn vader. Markus de schrijver is unaniem de zoon van Petrus.

Maria Johanna: Magdalena zag eerst Jezus en daarna ook Maria Johanna, en Magdalena  wilde Hem toen meteen omhelzen maar werd afgewezen. Daarna zag Maria Johanna Hem en viel toen neer met Magdalena aan Zijn voeten en deze werden door hen beiden vastgehouden;  (Matth.28:9). Maria, Jacob en Salome zagen niets (Marc.16:1), maar voelden alleen de nabijheid van de Geest van de Heer. De drie weer anderen merkten echter niets van de verschijning van de Heer en probeerden onderweg zelfs heel hard om hun twee gezichten te presenteren als puur werk van hun verhitte verbeelding. Wat de eerste melding aan Petrus betreft, was het eigenlijk alleen Magdalena die de boodschapper was, en alle anderen bleven in de tuin waar het graf in een rots was uitgehouwen. 

Maria Magdalena: Zij staat beeld voor de Rooms katholieke kerk; De Farizeeërs dachten als volgt over Jezus: ‘In één woord, wij weten nu genoeg, en het is hoog tijd dat we bij hem weggaan; anders behekst hij ons nog en zijn we reddeloos aan de duivel overgeleverd! Kijk nu toch eens, hoe hij de vijf dochters van die gehate tollenaar vleit, en hoe ze hem letterlijk aanbidden! Ik zet duizend pond tegen een stater, dat deze profeet en heiland, als hij nu naar Jeruzalem komt, maar al te gauw met de koningin van alle hoeren, de wereldberoemde Maria van Magdalon, zeer intiem kennis zal maken en met haar een hele hartelijke vriendschap onderhouden zal, en misschien ook nog wel met Maria en Martha van Bethanië, waarvan men zegt dat die na Maria van Magdalon de meeste bezoekers krijgen!' [GJE1-146:12] Maria Magdalena is dus niet Maria van Magdalon! Haar naam is weliswaar identiek aan Magdalena von Magdalon; zij leidt een groep Romeinen en Grieken in Jeruzalem naar de herberg op de Olijfberg, waar Jezus met de Zijnen logeert; zij wordt soms 'de meid' genoemd; haar genezing van bezetenheid door Jezus; vermelding van de ware naam en oorsprong van het kasteel Magdalon en haar rijkdom; later komt zij weer bij hetzelfde gezelschap op de Olijfberg; zij maakt de voeten van Jezus nat met haar tranen en droogt deze met haar haren; in Bethanië zalft ze de voeten van Jezus.

Maria van Bethanië: Zuster van Lazarus; zij zalft de voeten van Jezus.

Maria van Jozef: Lichamelijke moeder van Jezus [zonder conceptie!], zij was de tweede vrouw van Jozef [GJE1-189]; Gabriel's getuigenis over Maria tijdens haar aanwezigheid in het gezelschap van de Heer bij Kisjonah [GJE9-130]; deze bood moeder Maria een huis aan met een klein landgoed waar ze de arme kinderen van Kis les gaf [GJE1-230]; Over haar bescheidenheid lezen we in GJE9-195.

Maria van Jozef: M-ar-jah = M = mijn, Ar =licht, Jah = ik [mijn lichtkleed]; De Heer Zelf noemde Maria NOOIT Zijn moeder; Jezus kwam via Maria ter wereld; nadat Hij echter Zijn Godheid in zijn menselijk lichaam had verworven, legde Hij al het menselijke van haar af. Onder Zoon van Maria wordt het menselijke begrepen, dat Hij aannam.

Mars: Planeet, symbool van strijd en oorlog [GJE3-102:19].

Martha von Bethanïe:  Zuster van Lazarus.

Materie: Is niets anders dan de wil van de almachtige Vader, dat voor een bepaalde tijd vaste vorm heeft aangenomen. Huis van de dood, materiedeel van de goddelijke toorn, getemperd door genade; materie is een samenstelling van substanties; in de geestelijke wereld is alles substantieel en niet materieel.

Materiële waarden: Waarden en geld in economische recessie; Jezus had Zijn leerlingen er opmerkzaam op gemaakt, dat er spoedig een tijd zal komen, waarin het geld, goud en zilver de mens regeren zal; Het geld zal bepalen hoeveel men voor de wereld waard is. Dat zal een slechte tijd zijn. Het licht van het geloof zal doven en de naastenliefde zal evenzo hard en koud zijn als het geld. [Mattheus 10:10]

Mathael: Hij was een van de vijf bezeten straatrovers die door de Romeinen onder de hoofdman Julius gevangen werd genomen en bij Markus, de oude soldaat en kameraad van Cyrenius in de buurt van Tiberias, genezen. Hij, Mathael zal spoedig tot grote wijsheid komen [zijn wedergeboorte is hem beloofd door de engel Raphael tijdens dit aardse leven]. Hij wordt door de Heer aan koning Ouran als leraar gegeven; door Ouran aangesteld als zijn onderkoning en getrouwd met Ouran's nobele dochter Helena. Zijn roeping was de voorloper van Paulus onder de heidenen.

Mattheus: Douanebeambte, Griek van geboorte en Romeins staatsburger; hij was de eigenaar van het tolstation bij Sibara aan de noordelijke oever van de Galilese zee; hij verzorgde de Heer in zijn herberg, want Jezus genas zijn oom, die aan jicht leed, en werd Zijn leerling; Mattheus is mogelijk identiek aan Matthias, herbergier bij Kapernaum waar de Heer meerdere keren verbleef.

Mattheus: Naam van een apostel en evangelist; [Marcus 3:18, Luc.6:15, Hand.1:13, Matth.10:3]; Mattheus de tollenaar: [Matth.9:9]; in parallelteksten heet hij Levi: [Marc.2:14, Luc.5:27]; Hij was apostel en evangelist, een Galileeër; douanebeambte in dienst van de Romeinen in Sichar [bij de grote tolmuur aan het meer van Genezareth]; hij maakte aantekeningen van de Jeugd van Jezus; zijn roeping door Jezus om de leerprediking op de berg van Garazim bij Sichar op te nemen; later werd hij de apostel van India; zijn evangelie kwam nooit naar Europa, maar hij was wel de creator van het echte Matthaus-evangelie, dat we kennen onder de naam L'Rabbas; hij schreef pas na de aardse tijd van Jezus dit alles op in Sidon volgens verschillende bronnen en ooggetuigenverslagen. [GJE1-38]

Mayerhofer: Volgens lezers van Lorber zou hij een incarnatie zijn van Jafet, de zoon van Noach [of de geest van Jafet leefde in hem]. Hij leefde als Duits gepensioneerde en Griekse majoor in Triest. [Dld]

Medicijn: Het medicijn moet zich steeds aan de ziekte aanpassen en niet omgekeerd. [GJE2-154]

Meer van Galilea: Dit meer had 2.000 jaar geleden een veel meerzeer uitgestrekte en diepere zee met een totale doorsnede van 4.000 klafter. [GJE2-134]

Melchizedek: Hij was God Zelf; de koning [priester] van Salem – Hij was er ineens en leefde in de tijd van Abraham en Zijn naam betekent: ‘Koning der gerechtigheid!’ Abraham bracht Hem eens het tiende van een veroverde buit [Genesis 14:18-20]..

Mensenzoon Jezus: Dat is de Heer betreffende het Woord; het teken van de Zoon des Mensen in de hemel is de verschijning van de goddelijke waarheid in het woord van Hem.

Menswording: Dat is  een wezenlijk kenmerk van het christelijk geloof: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus werkelijk mens is geworden, die is van God’ (1 Joh.4:2). God heeft Zich ten volle geopenbaard in het vlees [lichaam] door een menselijke gestalte aan te nemen en heeft de Menswording aangenomen en gestreden tegen allerlei verleidingen als Mens.

Merkteken op de [rechter]hand: De industriewereld, de heerszucht door macht.

Merkteken op het voorhoofd: Heerszucht door het wereldse verstand.

Messias: Middelaar tussen het puur menselijk verstand en de goddelijk-geestelijke waarheid; een ander woord voor Messias is Heiland of Verlosser. [Messias in het hebreeuws: M=40 Sh=300 I=10 Ch=8 – De Sephardische joden hebben deze titel verbonden met de 358ste dag van het jaar, dat is 25 december].

Metafysiek: Metafysica in donkere tijden is noodzakelijk.

Methusalem: Deze stierf volgens de overlevering van de Rabbijnen één week voor de zondvloed. Ook Methusalah genoemd en zijn naam betekent ‘doodsoverwinnaar’; hij werd 969 jaar oud. Daarom zegt men wel eens: ‘zo oud als Methusalem’. Hij was een zoon van Henoch.

Micha: De 6e van de kleine profeten.

Michael: Deze oerengel symboliseert het hemelse gezelschap; Gabriel en Michael zijn allen in de hemel, die in de wijsheid van de Heer zijn en Hem aanbidden; De aartsengel Michael en de satan vochten om het lichaam van Mozes, dat wil zeggen om de dode materie van zijn leer. De aartsengel Michaël, de machtigste hemelgeest - na God, heeft met al zijn kracht en macht toch drie dagen en nachten een harde strijd moeten strijden om het lichaam van Mozes.  En Michael heeft na een gevecht van drie dagen het lichaam van Mozes aan de satan moeten afstaan! GJE1-131, GJE1-67, GJE2-89].

Middellandse Zee: De middenzee van alle zeeën. Het echte midden is daar, waar de Heer is. Het land Israel ligt ook in het midden van de wereld [uit de oude Midrash]. Jeruzalem is daarvan weer het midden. De Middellandse zee kan als zee bij uit­sluiting de Middenzee heten, omdat het echte midden daar is, waar de Heer is! En omdat de Heer hier bij deze zee is, daarom is dit de Mid­dellandse Zee, het midden der zeeën! [J.J. 218]

Migdal: Woonplaats van Maria Magdalena’ betekent ‘wachttoren, vesting’; tegenwoordig existeert daar in het woeste landvlakte nog een brokstuk van een poort, wellicht van 2.000 jaar geleden.

Milt: Een vuurhaard, vuurkachel.

Mitsrajim: Betekent Egypte.

Mohammed: Eertijds werd hij boven de Mohammedanen geplaatst, maar omdat hij als ‘God’ over alle dingen van hun religie wilde regeren, werd hij van zijn zetel verstoten.

Moren: Dat zijn de Ethiopiërs’.

Morgenkop: Deze zeer hoge berg lag eerst bij Genezaret, maar werd 2.000 jaar geleden verplaatst naar een veel meer noordelijk gelegen omgeving van Kis in een heuvelig gebied en als berg veel lager en afgevlakter.

Morgenland: Het koninkrijk van God, het juiste koninkrijk van het leven; betekent de eeuwige leer.

Morgenschemering: Het symboliseert de mens, die het Woord van God begint te horen.

Morgenster: Symboliseert Jezus Christus.

Moslims: [Islam] Er zullen tijden komen, waarin men de verontreinigde leer van de Heer te vuur en te zwaard aan de volkeren zal prediken, maar dat zal een grote ramp voor de mensen zijn [GJE2-59].

Mozaïsche wet: (Hebreeuws: תֹּורַת מֹשֶׁה, in de Septuagint, ‘woord van Mozes’, ‘leer van Mozes’) is de naam die in de Hebreeuwse Bijbel wordt gegeven aan de religieuze wet van de Israëlieten. Het is in bredere zin ook een aanduiding van de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel, omdat deze traditioneel aan Mozes werden toegeschreven. Deze vijf boeken van Mozes staan in het Jodendom bekend als de Thora (‘Wet’).

Mozes [Moisez]: In Exodus 2:10 wordt zijn naam populair verklaard; Mozes betekent: ‘mijn opname’:  Moi ie sez.

Murahel: Zie Philopold.

Myriaden: Dit woord komt voor in het Bijbelboek Openbaringen, als er gesproken wordt over ‘myriaden van engelen; [Openb. 5:11, Lucas, Handelingen en Hebreeën, Brief van Judas.] Het woord ‘myriaden’ wordt gebruikt om aan te geven dat het gaat om een ontelbaar grote groep.

Mythe: Het woord ‘mythe’ betekent ‘overlevering’, maar het Latijnse woord ‘Fabula’ betekent  ‘fabel’. Fa = vuur en Bel = bol, dus vuurbol. Een dergelijke betekenis zal men niet in een woordenboek aantreffen. Magie in een woord kan een etymologische achtergrond hebben. Zoals piramiden de naam ‘chammajim’ dragen, zo heeft schoorsteen de naam ‘cheminee’. Beiden hebben met vuur te maken. Mythen waren overeenstemmingen waaruit de oermensen spraken; de wetenschap van overeenstemmingen werd in Griekenland mythisch; oude mythen hebben op menselijke zielen nog een samenhang.

Naamgeving: In Bijbelse tijden kregen de kinderen nooit de naam van vader en moeder, opa of oma. Jaspar betekent bijvoorbeeld ‘hij zal schrijven’. De namen werden destijds intuïtief gegeven, passend bij de ziel. [1 Samuel 25:25].

Nadenken:  Op een natuurlijke en geestelijke wijze nadenken, terwijl men het Woord leest.

Nahim: Het eerste leerjaar van Jezus was ook die van Naïn in Galilea, maar het volgende vond plaats in Nahim in Judea: er bestaan twee soortgelijke dorpjes, die met elkaar geen verband houden,om verwarring te voorkomen.

Naïn [Nain]: (Hebreeuws: ניין, ligt circa 20 kilometer zuidwestelijk van het meer van Genezaret en 7 kilometer zuidwestelijk van de foutieve Taborberg, in een bergachtige regio, aan de zuidelijke grens van Galilea naar Samaria. Naïn wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel vermeld, het stadje geniet vooral bekendheid wegens een van de wonderen van Jezus. Gedurende de tijd nam Naïn in betekenis af. Op een bepaald moment was het niet meer dan een gehucht, waar slechts enkele families woonden. Aan het eind van de 19e eeuw werd Naïn beschreven als een klein dorp. Naïn wordt tegenwoordig regelmatig door pelgrims en toeristen bezocht. Volgens het Lukasevangelie 7:11-17 ging Jezus samen met de apostelen en een grote mensenschare naar Naïn. Net voor de stadspoort kwam Hij een grote rouwstoet tegen, het betrof de begrafenis van de enige zoon van een weduwe. Jezus kreeg medelijden met de vrouw en beval de dode jongen op te staan. In aanwezigheid van de weduwe en een grote menigte stond de dode jongen op en begon te spreken. Jezus moet ook via Naïn gereisd hebben, toen Hij volgens het evangelieboek Mattheüs, vanuit Nazareth komend, onderweg was naar Kapernaüm.

Nathanaël: Betekent ‘gegeven heeft God’. Discipel of leerling van Jezus-; hij wordt genoemd in Joh.21:2 ; in de apostellijst komt hij echter niet voor; men speculeert dat hij dezelfde is als Bartolomeüs [maar deze naamdrager betekent geheel iets anders; Nathanaël was de derde volgeling van Jezus; hij was visser in het gebied van Bethabara aan de Jordaan, ook goed bekend met Petrus en Philippus; hij werd geroepen door de Heer. En was aanwezig toen Jezus werd gedoopt door Johannes en hoorde zijn getuigenis over de Heer; was ook de schrijver van het Grieks evangelie [GJE1-149]; hij rapporteert over de wonderen van de Heer en concludeert: het grootste en eeuwig blijvend wonder is Zijn woord.

Natuurgeesten: Dat zijn voor het menselijke oog onzichtbare lucht- een aardewezens, bekleed met een niet-999 stoffelijk lichaam.

Nazarener: Dat is de bijnaam voor Jezus; Nazaret betekent ‘jonge spruit’ of ‘bewaker’; Nazarener of Nazoreeër is de naam voor iemand, die uit Nazareth komt.

Nazareth: (Hebreeuws: נצרת - Natsrat, Arabisch: Elnasrat,) was een stadje in het voormalig Palestina;  het bestaat allang niet meer en werd na de val van Jeruzalem tussen 65-75 n. Chr. door de Romeinen, zoals ook met ieder joods dorpje en stadje, met de grond gelijk gemaakt. Enkele vrienden van de geschriften van Jakob Lorber weten af van de juiste ligging, want de plek ligt vlak aan de Jordaan en is enkele uren te voet van het voormalige Kapernaüm.

Neus goed gevormd en zacht: Een uiterst delicaat en zeer scherp emotioneel ritme.

Neus, scherpe: Onmiskenbaar beoordelingsvermogen.

Nicea, kerkelijke vergadering van: Deze werd bijeengeroepen om de verdoemde ketterij van Arius te verwerpen; die vergadering introduceerde de leer van drie goddelijke personen uit de eeuwigheid; dit gaf aanleiding tot het huidige gerechtvaardigde geloof; de raad begreep geen andere drie-eenheid dan een drieënige Godheid.

Nicodemus: Betekent volksoverwinnaar’; de verborgen liefde tot de Heer; hij was in de tijd van Jezus een overste der joden; in een nacht vroeg hij Jezus om raad, want hij wilde niet dat men hem zag gaan naar Jezus. Toen later Jezus gekruisigd zou worden, zei hij dat het toch wel nodig was iemand te verhoren alvorens over Hem te oordelen; bij de begrafenis van Jezus bracht hij 100 pond specerijen mee om zijn lichaam te balsamen; maar zonder het te bekennen stond hij aan Jezus’ kant; [Joh.3:7:19]; Nicodemus was ook tempelhoofd en de hoogste burgemeester van Jeruzalem, een geheime aanhanger van Jezus. In zijn volgende bezoek komt hij aan bij Lazarus op de Olijfberg tijdens een lichtverschijning van 12 twaalf pilaren, waar hij de Heer ontmoet met de leerlingen; hierna verblijven Jezus en de leerlingen in de herberg van Nicodemus in Emmaus, waar ook de zeven Nubiërs arriveren;  laat op de avond van de dag van de ‘intocht van Jezus’ in Jeruzalem gaf Hij Zijn laatste leerprediking in de tempel, en komt Nicodemus opnieuw naar Hem toe met drie stadsoversten die bij Lazarus in Bethanië verblijven en Jezus hulp aanbieden om te vluchten naar het buitenland [GJE11-68].

Nieren: Vreugde, rustplek van de ziel.

Nieuwe Openbaringen: Miljoenen mensen hebben hun oordeel al klaar over de Heer, zelfs nu Hij allang is teruggekomen op de wolken, zoals voorspeld. Want het is niet mogelijk om zelfs de Nieuwe Openbaringen als belangrijke aanvulling op de Bijbel voor geldig te houden, maar toch kan de NO beschouwd worden als een zeer goede ontsluiering van het Woord. De Heer heeft immers Zelf voorspeld, dat Zijn Woord eeuwig en altoos gehouden zal worden [GJE 1-5-16].

Nijl:  Op één na de langste rivier van de Aarde, namelijk 6.650 km; het water in de Nijl veranderde eenmaal tot bloed bij Mozes.

NO: Afkorting voor ‘Nieuwe Openbaringen’.

Noach: Deze was een oprecht gelovig mens en trouw aan de Heer. Hij speelde een belangrijke rol bij de bouw van de ark in 1656 n. Adam vanwege de komende zondvloed.  Noach = ‘rust’, ‘vrede’, ‘troost’; zoon van Lamech, vader van Sem; hij nam dieren en zijn gezin mee in de ark om de zondvloed te overleven; veertig dagen lang regende het totdat het water 15 el boven de hoogste bergtop stond; toen na 150 dagen het water zakte, leefde hij met met zijn zonen Sem, Cham en Jafet nog langer en hijzelf 350 jaar en hij stierf met 950 jaar; [Gen. 6-9].

Nod: Betekent ‘ver van God af’; in het Hebr. is Nod is ‘verbanning’ en Nud ‘ronddwalen’. Betekent verder een stad waar men heen kon vluchten en men zich veilig stelde, zoals Kajin dat deed, toen hij zijn broer Abel vermoord had; Nod lag ten Oosten van Eden.

Noha: ‘Nou’ = nieuw, ‘Ha’ = hebr. van ‘Cha’ = leven, het ‘overleven’, ‘Nou-aha’ = nieuwe liefde, nieuw verbond; nieuw huwelijk van God met de mensheid; de gerechtigde zoon.

Noorden: De wereld in de sfeer van haar beproevende deemoediging.

Noordse ijsbeer: Dat is Rusland.

Nostradamus: Geboren op 23-12-1503 (of op 14 december volgens de juliaanse kalender); hij was een  Frans apotheker. Volgens vele bronnen zou hij ook een arts zijn geweest, hoewel hij uit de Faculteit der Geneeskunde van Montpellier is gezet. Zoals veel van zijn collega's uit de tijd der Renaissance beoefende hij ook de astrologie. Hij heeft vele toekomstvoorspellingen gedaan. Het belangrijkste wat ons nog te wachten zou staan is de komst van de persoon Chiren. Dit zou een Europeaan zijn, die langdurige wereldvrede zou brengen. Hij heeft zijn eigen sterftedatum voorspeld.

Nubië:  Noua Bia: Nieuwe woonplek.

O, letter: De volledige Godheid in haar zuiverheid of reinheid; het oog der Godheid. Wordt veel toegepast in de derde hemel omdat het een volle toon geeft.

Obadja: De profeet van heden en toekomst, profeet van het uiterlijke en innerlijke, zoals het uiterlijk geloof en innerlijke liefde.

Octavianus Augustus: Keizer Augustus ten tijde van Jezus, broer van Cyrenius en Cornelius.

Oertijd: Ontstaan met de ‘oerknal’ of big bang is een populaire benaming van de kosmologische theorie, die op basis van de algemene relativiteitstheorie aannemelijk maakt dat 13,8 miljard jaar geleden het heelal ontstond uit een enorm heet punt, met een bijna oneindig grote dichtheid. Tegelijkertijd met de oerknal zouden ruimte en tijd zijn ontstaan.  De theorie is onder meer gebaseerd op de waarneming van het voortdurend uitdijende heelal, en er blijkt geen grens te zijn aan dit oneindige.

Ofel: Een heuvel, zuidelijk van Jeruzalem; de tempelheuvel; de Davidsstad; wordt in diverse Bijbelteksten genoemd.

Olav Rodge: Pater Olav Rodge uit Bergen [Noorwegen], gedateerd was uit 1952. In dit schrijven gaat het over een toekomstige wegvoering van deze aarde. Zijn artikel kan men downloaden onder: https://www.gloria.tv/media/nsk1kMAwMm5; het betreft een thema over ‘wegvoeringen’.

Olijfberg: De Olijfberg is een bergrug ten oosten van het toenmalige Jeruzalem. Tussen de berg en de stad ligt het Kedrondal.  De olijfberg zal voor Zijn majesteit in tweeën scheuren’. [Zacharias 14:3]  Deze is 804 meter hoog en ligt ten Noord Oosten van Jeruzalem, precies aan de overkant van de Kidron-vallei. De top van deze berg is slechts 54 meter hoger dan de berghoogte van Jeruzalem (750 meter). De profeten Haggaï, Zacharias en Maleachie zijn daar begraven. De Heer is van daar opgestegen ten hemel. De Olijfberg ligt iets buiten Jeruzalem en strekt zich bijna uit tot het voormalige Bethanië. Daar, waar de Heer is opgestegen, moet gelegen zijn tussen Jeruzalem en Bethanië. Aan de voet van de berg ligt het hof van Gethsemane. Als Adam en Eva uit het paradijs verdreven waren hadden zij daar in een van de grotten getreurd. Het was destijds een woeste plek. Gethsemane is een half uur van de plek van het avondmaal. Volgens de beschrijvong van Lorber moet het toenmalige paradijs gelegen hebben in de streek van Bethlehem! De top van de olijfberg is circa 75 meter hoger dan het tempelplein.

Onderaarde:  Dat is in de eerste plaats de hel.

Oneindigheid: God is oneindig omdat Hij in Zichzelf is en existeert en omdat Hij vóór de schepping der wereld was, dus voordat ruimtes en tijden werden geschapen; het oneindige is in het eindige zoals in de opnamevaten, en in mensen, die van elkaar evenbeelden zijn; de oneindigheid en de eeuwigheid houden vast aan het goddelijke wezen; de oneindigheid van God heeft betrekking op het zijn, de liefde op het wezen van Hem; in het Woord is er een oneindigheid, dat wil zeggen het bevat ontelbare dingen, aangezien zelfs engelen dat bij zichzelf niet kunnen overzien; de oneindigheid van God in relatie tot de ruimte betekent onmeetbaarheid.

Onmogelijk: Het is voor God onmogelijk iemand te veroordelen die rechtvaardig leeft en op de juist wijze gelooft; anderzijds is het ook onmogelijk voor God iemand zalig te verklaren, wanneer deze slecht leeft en bijgevolg in verkeerde dingen gelooft; dit is tegen de almacht van God; het is ook onmogelijk voor God mensen op een andere manier te verlossen dan door het veronderstelde menselijke.

Oorlogen van Jehovah: Dit was de naam van het historische deel van het Oude Woord. Onder deze oorlogen van Jehovah werd begrepen en beschreven ‘de oorlogen van de Heer’ met de hellen en de overwinning over ze, omdat Hij in de wereld zou komen.

Openbaring van Johannes: Voornamelijk geschreven in analoge overeenkomstigheden; het beschrijft hoe de christelijke kerk tegenwoordig is opgebouwd, en ook dat de Heer dan zal terugkomen, de hellen zal onderwerpen en een nieuwe engelhemel zal scheppen, om daarna een nieuwe kerk op aarde te stichten; Alles is nu in de Openbaringen geopenbaard en verklaard, ter wille van de nieuwe kerk.

Openbaring: Zonder openbaring is kennis van God en erkenning van God niet mogelijk; door de openbaring kan de mens deze invloed opnemen, en zo een geestelijk mens worden vanuit zijn natuurlijkheid; de oorspronkelijke openbaring heeft zich over de hele wereld verspreid, maar vele mensen hebben het op diverse manieren verdraaid.

Openbaringen, de Nieuwe: Zie ‘Nieuwe Openbaringen’; Zijn Woord zal eeuwg en altoos gehouden worden [GJE1-5-16]; God toont de ziel innerlijke beschouwingen via de buitengewone Openbaringen, dat is Zijn Nieuwe Woord, de weg naar Zijn orde. [GJE2-210]

Opgravingen:  Waar een ruïneheuvel [tell] is, daar was vroeger vaak een stad.

Oren: symboliseert de voeten van het hoofd, waarop men loopt.

Oriënt: Betekent het ‘Oosten’Orion: (Afkorting Ori) is een opvallend sterrenbeeld aan de hemelequator In de Griekse mythologi was Orion een jager die de Plejaden achtervolgde. Op het noordelijk halfrond is Orion in de winter niet te missen. Hij lijkt op een zandloper met linksboven een heldere ster en er omheen nog een paar. Samen worden ze de Gordel vaan Orion, Driekoningen of de Jakobsstaf genoemd.

Orion: symboliseert de Liefde van God.

ornelius: De Heer zei tegen hem: ‘Over een aantal jaren zullen Mijn met Gods Geest vervulde leerlingen bij jullie komen en je dopen met de Geest van God. Je zult daardoor alles krijgen wat je nodig hebt… Over enige jaren, wanneer je gedoopt wordt met de Heilige Geest uit God, zal deze Geest jou en alle anderen inwijden in alle hemelse wijsheid. Dan pas zul je alles heel duidelijk zien, wat je nu nog donker en verward voor je ziet.! Maar bewaar hetgeen je nu geopenbaard is alleen voor jezelf. [GJE2-63:6 en GJE2-47:14]; Cornelius was de jongste broer van de hoofdstadhouder en vicekeizer Cyrenius. Zijn persoon komt na lange tijd weer ter sprake in Sichar, zonder hem bij naam te noemen. Hij was ten tijde van de dertigjarige Jezus overste in Kapernaum [GJE1-87]; Zijn dochter wordt door Jezus opgewekt [GJE1-128]. Zijn leeftijd wordt genoemd, tegen de zestig jaar. [GJE3-167] Broer van Cyrenius en keizer Augustus; Kisjonah had een dochter en die huwde met Cornelius en dus werd Cornelius schoonzoon van Kisjonah uit Kis. [GJE2-56]

Oude Poort: Bekend in Jeruzalem [Neh.3:6, 12:39] ten westen van de tempel. De poort zou ook de Efraïmpoort geheten hebben.

Oud-Hebreeuws: לשון הקודש: 'De heilige taal' is de taal van het jodendom. Er bestaan verschillende historische perioden: achtereenvolgens het Hebreeuws van de Thora. Op diverse manieren heeft het Hebreeuws invloed uitgeoefend op de Nederlandse woordenschat. Een deel van de woorden is via het Jiddisch gekomen; hiervan worden veel woorden niet in Vlaanderen gebruikt. Een ander deel is rechtstreeks aan het Hebreeuws ontleend, voornamelijk onder invloed van het jodendom. Verder is een groot deel via talen als het Grieks en Latijn aan het Hebreeuws ontleend. Voorbeelden van woorden van Hebreeuwse oorsprong, die via het Jiddisch in de Nederlandse taal kwamen: bajes (van bajit = huis), gabber (van chaver = vriend), goochem (van chacham = wijze), jajem (van jajin = wijn), jat, jatten (van jad = hand; ook het aanwijsstokje met een handje, de 'jad'), lef (van lev = hart), mesjogge (van mesjoega' = gek), smeris (van sjmirot = patrouilles van beveiliging), sores (van tsarot = zorgen) en tof (van tov = goed).

Palestina: Afgeleid van Filistea en het Hebreeuwse woord voor Filistijnen staat in Jesaja 14:29 beschreven. Het heilige land: Zacharia 2:12. Wordt in de Bijbel Kanaän genoemd. Het is een smalle strook land in Zuidwest-Azië, aan de Midellandse Zee, 240 kilometer lang, 140 kilometer breed, met een oppervlakte van 26.000 vierkante kilometer. Nadat de joden het veroverd hadden, noemde men het Israël.

Palmstad: Andere naam voor Jericho.

Paradijs, het: Dit zou gelegen zijn bij Bethlehem, geboorteplaats van Jezus. Paulus had een mystieke ervaring, dat hij weggevoerd werd naar het paradijs [2 Kor.12:4]; Hebr.: ‘Pardes’ = ‘boomgaard, tuin’. Komt voor in Hooglied 4:13, Pred.2:5, Neh.2:8; het aardse paradijs heet in de Bijbel Eden.

Patmos: Eiland in de Egeïsche zee, waar Johannes zijn visioenen beschreef. [Openb.1:9].

Paulus: Saulus van Tarsus (Cilicië), ca. 29 n. Chr. Leider van de vroege christelijke kerk en speelde een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de gebieden rondom de Middellandse Zee, in het bijzonder in Klein-Azië en Griekenland. Zijn naam wordt het eerst gebruikt bij zijn ontmoeting met de landvoogd Sergius; zijn Hebr. naam Saul, die in de Griekse vorm Saulus de lachlust kon opwekken.

Peleg: Zoon van Heber, familie van Noach; hij werd 209 jaar; zijn naam betekent ‘verdeling’; want in zijn tijd ontstonden de verschillende talen; zie peleg als ‘ploeg’, ‘omploegen’.

Pella: Stad van de Decapolis, door de overlevering aangewezen als de wijkplaats der christengemeente van Jeruzalem bij de ondergang van de ‘Heilige’ stad.

Pentapolis: Het vijfstedengebied. [Gen.13], nl. Sodom, Gomorra, Adaa, Zeboïm en Bela [di. Zoar]; zij worden voltallig genoemd in Gen.14:1,8, terwijl in de volgende verzen slechts de koningen van Sodom en Gomorra nadrukkelijk worden vermeld als verslagen, de eerstgenoemde Abraham tegemoet gaat. Lot woonde in Sodom, dat zeer slecht was. Lot vlucht daarna naar het ‘kleine’ Zoar, dat gespaard blijft van een vernietiging der vier steden zonder Zoar [Gen.10:19], hiervan is alleen sprake in Deut.29:22. Over de Adama en Zeboïm spreekt slechts Hos.11:8. Klaagliederen 4:6 heeft het over Zoar. Ook Gen.19:23,30 wordt verder één keer genoemd in de gebiedsbeschrijvingen. Men kan de resten van Zoar vermoeden in de ruïne van Ba bed-Dra.

Personagelijst    [A-Z]

Personagelijst    [A-Z]

Petrus was de zoon van Jona in Bethsaïda, van beroep visser, later ‘mensenvisser’. Petrus = Kephas, Kepha = ‘fundament’, ‘hoeksteen’.

Petrus: Bar Jona in Matth.16:17; De apostel Petrus was enige jaren na de hemelvaart van Jezus bij Jozef van Arimathea. De brieven der Hebreeën zijn niet door hem geschreven, maar waarschijnlijk door Paulus. In Geschenken uit de Hemel, 3-64-22 zegt de Heer, dat Petrus zelf, voordat hij nog van Jeruzalem wegging, waar hij zich enige tijd ophield, in een van de huizen van Lazarus, Nicodemus, of van Jozef van Arimathea, het klaarblijkelijk nodig achtte in Jeruzalem een zogenaamde kerkvolkverzameling te houden.

Pharao: Vare on = ‘hij hoedt’, ‘hij is de herder’  [Varaonen, Varion; Phar = vruchtbaar.

Pharizeeër: Varizaer betekent ‘hoeder’, ‘herder’; een Farizeeër is ook een soort ‘koning’ op de troon, die met zijn scepter regeert.

Philippus was ongehuwd en omdat hij tamelijk veel van de Schrift wist gaf hij onderwijs aan de arme vissers. Hij kende Jozef van Nazareth persoonlijk, en kende Jezus ook en wist daarom veel van wat er bij Zijn geboorte en in Zijn jeugd was voorgevallen. Hij was ook een van de weinigen, die in Zijn persoon heimelijk de Messias verwachtte; Philippus en nog enkelen hadden een zekere hoop behouden, want ze kenden de voorspelling van Siméon en Anna, die bij Zijn besnijdenis in de tempel uitgesproken werd, en daar verwachtten ze veel van. [GJE1-9:3-5, GJE 1-9-2) Philippus. [=zijn naam betekent paardevriend].

Philippus: Langs de weg, die nog enige tijd langs de oevers van de Jordaan slingerde, troffen wij Philippus aan, eveneens geboortig uit Bethsaïda, die in alle vroegte met een slecht net in de golven van de Jordaan een ontbijt zocht. Petrus vestigde de aandacht op de Heer en zei: 'O Heer! Deze man lijdt veel en is zeer arm, maar tevens is hij een zeer eerlijk en een godvruchtig mens. Wat zou U er van denken, als U hem ook met ons mee liet gaan?' Op zo'n hartverwarmend voorstel van Petrus kan Ik alleen maar antwoorden met: 'Philippus, volg Mij!' Deze laat zich dat geen tweemaal zeggen, laat zijn net op de grond vallen en volgt Mij, zonder te vragen waarheen. Pas onderweg zegt Petrus tegen hem: 'Degene, die wij volgen, is de Messias!' Philippus zegt dan: 'Op het moment, dat Hij mij zo liefderijk geroepen heeft, heeft mijn hart mij dat al ingegeven'.

Philopold: Deze was een Griek en koppig stoïcijns. Hij ontvangt van de Heer een herinnering aan zijn eerdere leven op een andere wereldlichaam [planeet]. De engel Archiel brengt hem het bewijs met een boekrol uit een zonnewereld van de ster Procyo [daar Akka genoemd], want hij woonde eertijds daar en werd toen Murahel genoemd. In Kana in het dal werd hij bekeerd, bezoekt daar de Heer en later beschrijft hij een biografie van de goddelijkheid van Jezus van Nazareth.

Phoikas: Een Griekse jeugdnaam van de latere koopman Agamelom, die later werd geadopteerd door een barmhartige jood in Tyrus en bekeerd werd tot het Jodendom. Later ontmoet hij de Heer in een herberg in het Jordaandal. [GJE11-7]

Pilatus procedure: 26-36 n. Chr. Zijn vrouw is gevlucht naar het huis van Lazarus en Stefanus een nog niet bekende jongeling bracht haar in het geheim voeding. Toen Jezus ruim 30 jaar was, regeerde de landvoogd Pontius Pilatus met een harde hand. [GJE1-150] Pontius Pilatus, de verwijfde slappe landvoogd, was al aan de macht toen Jezus een half jaar met Zijn prediking begonnen was. En dat was al in het jaar 25 n. Chr. Pilatus  regeerde tot 30 n. Chr. Als Jezus in het jaar 28 n. Chr. gekruisigd werd, dan zou Pilatus nog 2 jaar geregeerd hebben! Het 14-jarige meisje Jarah droomde tevoren, dat de zwakke Romeinse landvoogd Jezus tot de dood aan het kruis laat veroordelen. En Jezus heeft bij al die pijnlijke martelingen niet één kreet van pijn gegeven. Ze spijkerden de Heer aan het dwarshout. Met Pontius Pilatus is echter niets te beginnen (zei de hoofdman uit Genezareth). Hij is een natuurvorser, een boezemvriend van de geleerden van Pompeji en Herculanum, en hij bekommert zich weinig om regeringszaken. Hij laat Herodes en de tempelpriesters hun willekeur maar  botvieren, als zij hun schatting aan Rome maar op tijd en op de juiste wijze betalen. Gelukkig behoor ik hier niet bij de staf van Pontius Pilatus, maar bij die van Cornelius en die staat weer onder de wijze en heel rechtvaardige oude vader Cyrenius.

Piramide: ‘Pira mi dai’ betekent: ‘geef me wijsheid’ [GJE4-206:5, GJE5-72:3] het geloof, het gerechtigde deemoedige leven van de mens.

Plaatsen in de geestelijke wereld: In de geestelijke wereld zijn er plaatsen, steden zoals in de natuurlijke wereld, maar daar  zijn deze slechts een verschijning van de plaats volgens de staat van liefde en wijsheid; de geest kan van de ene plaats naar de andere worden verplaatst met betrekking tot verder schouwen, terwijl het geestelijk lichaam in zijn eigen plaats vertoeft; iedereen wisselt vanaf zijn kindertijd naar de ouderdom naar diverse plaatsen en liggingen  [verhuizingen] in de geestelijke wereld.

Plagen: De plagen in Egypte worden vergeleken met de plagen in de Openbaring; elke plaag duidt op iets verkeerds in geestelijke zin; de verwoesting zal voortzetten totdat ze valt.

Pontius Pilatus was een trage landvoogd. [GJE2-86,120,163,192]; Zijn naam betekent: ‘met een speer’; zijn residentie was in Caesarea [vlakbij Tiberias] aan het Galilese meer; ‘Pileatus’= met een hoed, nl. de wolk om de top bij goed weer; Pilatus is de wereld. Tegenwoordig heet de heuvel naast de berg Arbel ‘hoed’, dat zou de voormalige heuvel moeten zijn van de Romein Marcus, aan het meer.

Pro-adamieten: 5 ½ jaar miljard jaar geleden werd de aarde uit de centrale zon geworpen. Vóór Adam bestonden er dierlijke mensen, de Hottentotten en de Papuas, die niet met Gods geest geïnspireerd waren, want zij waren in hun spraak zonder articulatie.

Pro-consul van Syrie en Cilicië: Deze was in 7 v. Chr. met de telling begonnen; Munt van Quirinius = Cyrenius.

Profeten: Het Hebreeuwse woord voor profeet betekent ‘hij die voor een ander spreekt’.

Projectielen: Dat zijn voorwerpen, die door een kracht wordt afgeschoten of weggeslingerd. Het doel van het afschieten van projectielen is meestal om iets of iemand (het doel) zo te raken dat het doel wordt uitgeschakeld (vernietigd, beschadigd, of gewond of gedood).  Een projectiel wordt meestal als wapen gebruikt. In ruimere zin kunnen brokstukken van een ontploffing of botsing bedoeld, of onbedoeld, zoals bij een ongeluk, projectielen vormen. Projectielen verplaatsen zich alleen door de snelheid die ze bij het afschieten hebben meegekregen. Ze worden onderscheiden van voorwerpen met eigen aandrijving, bijvoorbeeld raketten en vuurpijlen.

Pura: Pur = met overvloed, puur [lat.] = het pure, het onberispelijke; Pura leefde ten tijde van Adam, incarneerde ca. 3.300 jaar later in de latere Maria van Jozef, die het Kindje Jezus baarde.

Quepha = Q [kh] = geestelijk leven, geestelijke  zon [Ph] als symbool van de verkondiging van de manifestatie van een geestelijk idee. Een echte rots waarop de Heer zijn ware kerk de ware liefde en wijsheid uit hem kan opbouwen. Ook de uiterlijke mens, die echter zijn hele wezen door allerlei beproevingen naar binnen keert.

Rafa: betekent ‘reus‘.

Rafaël: Deze engel zegt: ‘Zelf heb ik reeds verscheidene werelden met kleine zonnen geschapen en ze zelf geheel bevolkt. En al deze werelden zijn meestal beter van alles voorzien dan deze aarde van jullie. Alles plant zich daar net zo voort als hier en de geesten kunnen daar net als hier een grote volmaaktheid bereiken. En waarom zouden zij dat niet kunnen? Uiteindelijk komt toch iedere geest uit God, evenals de kiemen van de toekomstige gewassen nu al verscheidene miljarden jaren uit de kiemen van eerdere zaden gereproduceerd zijn’. ‘Rafael  is de leider en beheerser van alle werelden en zonnen. Hij ziet eruit als een knaap van 16 jaar. Hij is net zo stil als een zacht verkoelend avondbriesje en zo zacht als de zachtste wol van een lam.’ GJE2-140,166,145

Ram: Lat. ‘Aries’ en Hebr. ‘Ari-es’ dat ‘lichtvuur’ betekent; in het Ind.: ‘ram’, oud-Egyp.: ‘Kostron’ = ‘hij is de kracht van de opstanding’; ‘het openbaar worden van het leven’.

Rechter voet: De rechtervoet geeft de voortgang in de wereld aan GJE1-44 [2].

Rechter: Eenmaal zal ieder volgens zijn geloof, leven en de daden die hij volgens zijn geloof uit liefde heeft gedaan, zijn eigen rechter zijn! De Heer zal niemand oordelen, maar rechter van ieder mens zal zijn eigen liefde zijn. [GJE2-32:8,9]

Rechts:  De negatieve materiële kant van waaruit het bloed terug naar de longen en later terug naar het hart wordt ge            pompt.

Regulus: ‘Kleine koning’; R-G [reg] = ‘prikkelen’, ‘in beweging zetten’, L = ‘geluid van het geestelijke leven dat verandert in het materiële’; R-g-l = ‘opwekker van leven’; ReG van ‘regent’; reguleren.

Rijk van God geweld aandoen: Met de juiste inspanning het koninkrijk van God veroveren.

Rip: Bescherming van het innerlijke; krachtig liefdesleven van Adam  als mens; Goddelijke genade en barmhartigheid.

Robijn: Liefde van het hart; Hebr. ‘Our’ = licht, vuur , het vuurlicht van de liefde; ‘Urim’ = liefde voor de natuur; liefde voor de naaste; Werkzaamheden volgens het goddelijke woord; Urim = de aardse vasthoudendheid van de rouwende Eva; zij is symbolisch te verstaan evenals haar gerechtigde schaamrood, dat gekleurd is via het misbruik van de geheiligde liefde van Adam in haar;  Robijn betekent het hemels ‘goede’, welks goede van de derde hemel is.

Roklus: Hij was een Griek en leider van een deputatie uit Caesarea Philippi op weg naar gouverneur Cyrenius, met onrechtmatigee vastgoedpromoties; om deze redenen benoemt Cyrenius zijn eerste en vroegere wapenbroeder, kameraad Markus, tot stadskolonel over deze stad en haar omgeving; Roklus en zijn groep worden ontmaskerd als Essenen die de wonderen van de Heer bij Markus willen bespioneren; maar allen worden geleidelijk door de Heer zelf bekeerd; later ontving de Heer in Bethanië een delegatie van drie Essenen; spoedig daarna gaat Jezus Zelf naar Essea; Roklus zich veel grondbezit toegeëigend in Tyrus en Sidon en kon wat dat betreft zich zowaar met Cyrenius grondbezit meten; Roklus kende Jezus van Nazareth al uit Diens jeugd en beschreef dit in het bijzijn van Zinka en de engel Rafael. Roklus ontvangt van de Heer de kracht en genade voor echte wondergenezingen, waarvan hij als eerste der Essenen  in Zijn aanwezigheid werkt.

Rome, Stichting: Dit zou plaatsgevonden hebben rond het 753e  Romeinse jaar. Jezus geboorte vond plaats in het joodse jaar 7-1-4151. Keizer Augustus vierde enkele weken later op 5 februari 6 v. Chr. zijn 25 jarige jubileum.

Roos: Symbool der liefde, de zuiverste, geurigste liefde tot God uit het hart van de kerk.

Rots uitstekende in Galilea meer: Richting Kis vanuit Kapernaüm steekt een onbeklimbare hoge rots uit het meer zodat het een erg sterke branding veroorzaakt. Direct boven deze rots verhief zich 2.000 jaar geleden een hoog steil gebergte, waarover vanaf die plek aan de kust geen weg meer voerde. [GJE1-147]

Rozendoorn: Symbool van alle beproevingen van de vrijheid en de vele verleidingen van de wereld, tegelijkertijd ook de vuurzuigers van de liefde.

Rugkant van de mens: Dat is zijn geleefde zijde.

Ruth: Betekent ‘vriendin, gezellin’; de hoofdpersoon van het gelijknamige Bijbelboek. Zij is een Moabitische, trouwt met haar losser Boaz, wordt moeder van Obed en komt zo voor in de geslachtslijst van Jezus.

S : letter: Symboliseert de slangenhuid van de eigenzinnig satanisch gescheiden eigenliefde.

Sabbatfeest: De zevende dag van de week symboliseert de werkzame genade.

Sabbatsreis: 2.000 jaar geleden was een sabbatsreis circa 1 kilometer; de schriftgeleerden beweerden, dat men op een sabbat niet meer dan 1.000 meter mocht afleggen.

Sadduceeën: Deze tempelregeerders zonder enige godsdienst geloofden alleen wat in de wet van Mozes stond; ze geloofden niet in Jezus; evenmin in een leven na de dood; zij kwamen meestal voort uit voorname priesterfamilies maar moesten niets hebben van de Farizeeërs; toen Jezus echter veroordeeld moest worden, spanden zij zich met de Farizeeërs samen.

Salem: Betekent ‘heel’, ‘gaaf’ [Gen.14:1, Gen.33:18, Hebr.7:1,2]; plaats waar Melchizedek koning in Jeruzalem is [Psalm 76:3]; Salem is een andere naam voor Jeruzalem [Gen.14:18; Psalm 76:3, Hebr.7:1,2], de stad van koning Mechzedek met Jeruzalem vereenzelvigd.

Salim:  Stad in het oosten van Midden-Samaria. Daar doopte Johannes de Doper. [Joh.3:23] ter localisering van Aenon, waar Johannes later doopte omdat daar veel water was. Aenon duidt op een groep bronnen [ain = bron, een dergelijke groep vindt men in het Jordaandal, ruim 12 km. ten zuiden van Beth-Sean [Skythopolis] waarbij de tell Ridgha ligt, die de ruïnes van Salim zou kunnen bevatten.

Salome: Vriendin van Cornelius [broer van vicekeizer-stadhouder Cyrenius].

Salomo: hij was de derde koning in Israël [de eerste was Saul, de tweede David].

Salomo’s tempel: Deze  was gebouwd op de tempelheuvel 724 m. boven de zeespiegel; Salomo bouwde de tempel in het 480e jaar na de uittocht van Egypte.

Samaria: Betekent ‘waker’; ‘Semer’ verkoopt aan koning Omri een berg [terrein]; deze bouwt er een stad op en noemt deze stad Samaria; het wordt de hoofdstad van het Israël van de tien stammen; Samaria werd in de 9e eeuw v. Chr. gebouwd en lag 9 kilometer van Sichem.

Samuël (hebreeuws שְׁמוּאֵל, betekent ‘naam van God’ of God werd gehoord’; hij was volgens de traditie een profeet die sterk betrokken was bij de vorming van het koninkrijk Israël, in de periode rond 1000 v.Chr. Hij was naast profeet ook richter over het volk en priester. Hij was een zoon van Elkana en Hanna.  Hanna was lange tijd kinderloos en bad God om een zoon. Als Hij haar gebed zou verhoren zou Hanna haar zoon aan God teruggeven. Toen Samuël oud genoeg was bracht zij hem naar de priester Eli in Silo om dienst te doen in de tabernakel.

Sanskriet: Sanah scrit:  De Heilige Schrift, ‘ik ben verborgen [Asthera].

Saracenen: Een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen de Oost-Romeinse keizers zich al vroeg (8e eeuw) bekeerde tot de islam. In de loop van de middeleeuwen werd de term uitgebreid naar alle moslims en later alle tegenstanders van de christenen, of ze nu Arabisch, Perzisch of Turks waren. De Saracenen waren in de middeleeuwen berucht in Europa als piraten en plunderaars. De Saracenen speelden een belangrijke rol bij de kruistochten.

Sarah: Dochtertje van Jaïrus; haar vader was als hoofdman gestationeerd in Kapernaüm, noordelijk gelegen van het Galilese meer. Deze Sarah werd door Jezus opgewekt uit de dood. Ze wordt zelfs twee keer uit de dood opgewekt; later getrouwd met Borus, arts van Nazareth.

Sarah: Echtgenote van Abraham; ‘vorstin’; de negentigjarige Sarai in Sarah; vrouw van Abraham en tevens zijn halfzuster; omdat zij zelf geen kinderen krijgt, geeft zij haar slavin Hagar als bijvrouw aan Abraham, om via haar toch kinderen te krijgen. Later wordt Sara zelf een zoon beloofd; Jesaja 51:2 noemt Sara samen met Abraham de stamouders van Israel. Paulus gebruikt haar verhaal als voorbeeld in [Rom.4:19, 9:9, Gal. 4:22;  Hebr. 11:11, 1 Petr. 3:6]; Sara werd 127 jaar en begraven in de spelonk van Machpela bij Hebron. [Gen. 11]

Sat:  Betekent tijd.

Satan: [Satanas]; Betekent ‘tegenstander’.

Satan: Sat: ‘Verdichte tijd’, ‘in zich verzadigd’, wat zowel de geestelijke doorlaatbaarheid van het licht alsook de uitdrukking van de eigen zelfliefde uitdrukt; ‘an’ = eeuwig, voortdurend; de satan is de te starre stilte en traagheid, het steeds toenemende verlangen naar ledigheid; de satan is vrijwel de gehele materiële schepping, de samenvatting van de hele materie; de kwintessentie van de toorn van God; de dode materie en de daarin gebonden geesten.

Satans terugkeer: Jezus zei: ‘Als echter alle aarden en zonnen geheel in mensen zijn opgegaan, [dus de opklimming via de wereld der mineralen, planten en dieren tot uiteindelijk een mensenziel] zal ook van die ene [satan] niets meer over zijn dan alleen maar zijn 'ik' dat in volkomen eenzaamheid zich na tijden van tijden zal moeten gaan omkeren, wanneer het zich niet wil prijsgeven aan een eeuwig versmachten. Dan zal er geen stoffe­lijke zon en geen stoffelijke aarde meer in de eeuwige einde­loze ruimte rondcirkelen, maar overal zal een wonderheerlijke nieuwe geestelijke schepping met zalige vrije wezens de einde­loze eeuwige ruimte vullen, en Ik zal als altijd dezelfde God en Vader van alle wezens zijn van eeuwigheid tot eeuwigheid, en deze gelukzalige toestand zal daarna nooit eindigen. Daar zal één kudde, één schaapsstal en eén herder zijn! Maar wanneer dat allemaal zo zal worden is in aardse jaren gemeten nooit te omschrijven! En zou Ik je het getal meedelen, dan zou je dat onmogelijk kunnen begrijpen. En zou Ik het getal omschrijven door te zeggen dat er duizendmaal duizend periodes van duizend jaar zullen voorbijgaan, waarbij het aantal periodes gelijk is aan het getal van de korrels zand in de zee en op de gehele aarde, vermeerderd met het getal van het aantal grassprietjes in alle landen en op alle bergen der aarde, vermeerderd met het getal van alle druppels in de zee, in alle meren en stromen, rivieren, beken en bronnen, dan zou je dat allemaal toch niet kunnen tellen om zodoende het moment van de uiteindelijke verlossing te bepalen! [GJE2-63]

Satans terugkeer: Jezus zei: ‘Als echter alle aarden en zonnen geheel in mensen zijn opgegaan, [dus de opklimming via de wereld der mineralen, planten en dieren tot uiteindelijk een mensenziel] zal ook van die ene [satan] niets meer over zijn dan alleen maar zijn 'ik' dat in volkomen eenzaamheid zich na tijden van tijden zal moeten gaan omkeren, wanneer het zich niet wil prijsgeven aan een eeuwig versmachten. Dan zal er geen stoffe­lijke zon en geen stoffelijke aarde meer in de eeuwige einde­loze ruimte rondcirkelen, maar overal zal een wonderheerlijke nieuwe geestelijke schepping met zalige vrije wezens de einde­loze eeuwige ruimte vullen, en Ik zal als altijd dezelfde God en Vader van alle wezens zijn van eeuwigheid tot eeuwigheid, en deze gelukzalige toestand zal daarna nooit eindigen. Daar zal één kudde, één schaapsstal en eén herder zijn! Maar wanneer dat allemaal zo zal worden is in aardse jaren gemeten nooit te omschrijven! En zou Ik je het getal meedelen, dan zou je dat onmogelijk kunnen begrijpen. En zou Ik het getal omschrijven door te zeggen dat er duizendmaal duizend periodes van duizend jaar zullen voorbijgaan, waarbij het aantal periodes gelijk is aan het getal van de korrels zand in de zee en op de gehele aarde, vermeerderd met het getal van het aantal grassprietjes in alle landen en op alle bergen der aarde, vermeerderd met het getal van alle druppels in de zee, in alle meren en stromen, rivieren, beken en bronnen, dan zou je dat allemaal toch niet kunnen tellen om zodoende het moment van de uiteindelijke verlossing te bepalen! [GJE2-63]

Satanswater: Er wordt verteld, dat Jozef en Maria de verplichting door de tempel was opgelegd om het dodelijke satanswater te drinken, of zij de waarheid spraken;  [GJE2-237].

Saturnus: Satur = verzadiging, verzadigde ster.

Schapen:  Betekent liefdadigheid.

Scheol: Sheoula [hel] ‘She’,  ‘Shei’, ‘Shea’ = het dorst; ‘Oul’, ‘voul’ = de in zichzelf verlatene mens, scholing in eenzaamheid [GJE5-72:2].

Schorpioen: ‘Skora pi on’ = Hij drinkt schors, ‘scoro’ = schors, ‘pi’, ‘pia’ = drinken en ‘on’ = hij.

Schrift rond 900 ná Adam: Negen honderd jaar na Adam was er al het Schrift, dat over de Schepping van de wereld ging, dat de Heer aan de Adamieten gaf. Dit Schrift is door de stormen des tijds verloren gegaan en het ligt nu in alle rust ergens verborgen in de aarde van Japan. Dit zal echter in de naaste toekomst weer als zichtbare getuigenis van het verleden boven water komen.

Schriften: Er bestaan in de geestelijke wereld evenzo geschriften als op deze wereld.

Scythen of Skythen: (Oudgrieks]; Latijn: (Scythae) waren Iraanse ruiterstammen die tussen de 7e eeuw v. Chr. en de 4e eeuw n. Chr. grote gebieden in de eurazatische steppe bewoonden.

Seba: Vissersdorp aan het meer van Galilea; In het dorpje Seba, een vissersdorp aan de Galilese zee, zetten de vele bewoners en ook diegenen die de Heer uit andere dorpjes daarheen gevolgd waren, grote ogen op over Johannes de Doper en zeiden: 'Hoe is het mogelijk dat hij een zonde beging? Want dat hij U, o Heer, nadat hij U toch herkend had, niet gevolgd is, dat was dan toch een hoofdzonde waarvoor hij nu moet boeten!? Heer plegen wij onrecht, als wij zo oordelen?' [GEJ1-140:7]; vlak in de buurt van Kis.

Sehel: Degene die het goddelijke licht ziet, ‘Seh’ = zien, schouwen; ‘El’ = goddelijk licht en ‘Seh-el’ = glashelder goddelijk licht.

Sehel: Deze was de jongste en laatste zoon van Seth. Ook een van de twaalf die een visioen uit Abedam hadden. Hij zag de naderende zondvloed en de nieuwe aardse tijd die daarop volgde. Hij ontving het getuigenis van Abedam [de Heer] dat hij al in de baarmoeder een onsterfelijke afstammeling was van de hoogste van alle hemelen, die hem eeuwen geleden had herkend als zijn lieve, heilige Vader en aan zijn zijde stond toen de eerste zon werd geschapen, waardoor Sehel heeft ook bijgedragen. Sehel was allesbehalve welsprekend, maar niet toevallig, maar opdat de naam van God door zijn harde tong zou worden verheerlijkt. Omdat Sehel een ongehuwde man bleef en zijn vader Seth geen kleinkinderen had, werd de laatste boos op hem en verbande hem naar het zuiden. Seth had daar spijt van nadat Abedam de hoge oorsprong van Sehel had onthuld. Na de bekering van Lamech werd Sehel door God getransfigureerd en geautoriseerd om zijn grote werelddienst te doen. Dit gebeurde voor de ogen van de kinderen van God van de primitieve mensheid - ze zagen echter alleen hoe Sehel plotseling verdween.

Sekem: Sechem, Sichem betekent ‘schouder’ [Num.26:31, Joz.17:2]; zoon van Gilead, stamvader der Sekemieten uit Manasse.

Serrhe: Daar verbleef Jezus en de Zijnen een nacht en de volgende dag gingen zij onder veel betuigingen van liefde weer te voet stroomopwaarts.

Sethlahem: Hij was een van de middagkinderen uit de lijn van Seth en Enos en kwam naar Henoch toe, boog diep voor hem en zei: 'Henoch, zie, hier sta ik voor je in de naam van iedereen; mijn naam is Sethlahem (dat wil zeggen: 'Een zoon van Seth begiftigd met wijsheid'). Maar Henoch stond onmiddellijk op en zei: 'Hoor, Sethlahem, waarom die opschepperij?! Hebt u dan de wijsheid ontvangen dat u met haar bent uitgegaan om op te scheppen wat niet de moeite waard is om op te scheppen, en weet u niet hoe u moet opscheppen over hem aan wie alle eer toekomt?! Of denk je dat het leven ook geleerd kan worden als zo'n wijsheid die je met een koud hart hebt geleerd, zodat je een meester in wijsheid zou worden ?! O Sethlahem, Sethlahem, zorg ervoor dat je niet stikt in je ijdele honger naar kennis!

Sfeer: Dat is een omgeving waar men zich prettig of onprettig voelt; het is een situatie of toestand maar geen locatie. Ieder mens leeft in zijn eigen sfeer. [GJE2-61]

Sferen: dat zijn tevens ook leerscholen.

Sichar, vesting: Omdat het voornamelijk een vesting voor Romeinen is, hebben ze het van Sichem gescheiden, er een wal omheen gelegd en het een eigen naam gegeven. Het plaatsje was niet groot. Vanaf de Jakobsbron was het maar 1000 passen, daarna even links en dan was het nauwelijks zeven veldwegen gaans tot aan de eerste huizen van Sichar. [GJE1-66]

Sichar: Dit is niet de stad Sichem hoewel het dicht bij de Jakobsbron lag. [Joh.4:5]; plaats in Samaria, dicht bij de put van Jakob. [Job.4:5]

Sichem: Betekent ‘schouder’ en 360 graden of cirkel  [Gen.12:6]; stad in het dal tussen de Ebal en de Gerizim. In deze omgeving, bij More, verschijnt God aan Abraham, die er een altaar bouwt. [Gen.33:18]; later doet Jakob hetzelfde; [Gen.33:19, Joz.24:32]; Jakob koopt een stuk grond van de zonen van Hemor, de vader van Sichem. Gen.34:4 vertelt de geschiedenis van Sichem, de zoon van de Chiwwiet Hemor en Dina; in de toespraak van Stefanus wordt Sichem genoemd. [Hand.7:16] Stefanus betekent ook çirkel waarvan wij nog de ringdagen kennen op de 360e dag als kinderspel, waarbij getracht wordt een stok of speer door een ring te werpen, terwijl je op een paard zit. [Gen.23:19, Joz.24:32]; de grote wegen kruisten elkaar daar; na de ballingschap werd Sichem de hoofdstad van de Samaritanen; Sichem betekent ‘de wijsheid’. Het oude Sichem is de gedeeltelijke uitgegraven Tell Balata.

Sichem: Een belangrijke Kanaänitische stad en religieus centrum aan het oosteinde van de bergpas tussen de Ebal en de Gerizzim in het midden van Samaria. Het was de eerste stad waar Abraham in Kanaän kwam [Gen.12:6] Jakob kwam hier bij zijn terugkeer uit Paddan-Aram. [Gen33:18]. Aangevallen door Simeon en Levi [Gen.34:26] In deze plaats begroef Jakob de godenbeeldjes [Gen.35:4] en zocht Jozef zijn broers op. [Gen.37:12-14]. Het gebeente van Jozef, dat uit Egypte was meegebracht, werd hier begraven. [Joz.34:32, Hand.7:16]

Simon Juda [Petrus]: Simon van Juda; ook Simon Jona; Kephas genoemd Petrus; hij was een apostel en broer van Andreas en werd door de laatste naar de Heer gebracht; over zijn latere zendingswerk met zijn zoon Markus in Bagdad; [destijds het nieuwe Babylon] en het martelingschap van Petrus aldaar; volgens GJE11 en andere bronnen uit Lorber heeft hij de stad Rome nooit gezien.

Simon von Kana: Ook wel Koban genoemd, een huisbaas op wiens bruiloft de Heer voor het eerst water in wijn veranderde. Hij wordt een leerling van de Heer en voor het eerst met de anderen uitgezonden [GJE1-134].

Sion, de berg [har Tsion]: Zion in de zuidwesthoek van het oude Jeruzalem; daar staat een gebouw met een zaal voor het laatste avondmaal (Cenakel); daar zou ook het graf van David bevinden. Zeven synagogen bleven daar overeind. Deze berg lag ten zuidwesten van de ommuurde stad Jeruzalem. De naam Zion werd het eerst gegeven aan de zuidelijke top van de oostelijke heuvel, dus aan de Ofel. [2 Sam.5:7]. Eerst later werd Moria [de tempelberg] Zion genoemd [2 Kron.3:1]. Een vlakke rots, een soort tafelberg.

Sirius:  Sirjezc [GJE4-199:5].

Sjeool: Waar na de dood alle ‘demonische’ mensen samenkomen en een schimachtig bestaan leiden; het dodenrijk, dat men zich denkt onder de aarde bevindt; de schimachtige wezens kunnen in gestalte variëren van menselijke vorm tot dierlijke schrikbarende wezens.

Skelet: Verschijning van de ziel aan gene zijde door zelfmoord.

Slakkenomhulling: Dat zijn de laatste materiële restanten van bijvoorbeeld van het allerlaatste wezen in alle universa.

Slang, de oude: Hebr. ‘Na-chasch’ = ‘na’ = niet, ‘cha’ = macht, ‘asch’ = het geestelijke vuur; symbool van alle kwaad; symbool van de satan; zinnelijke verlangens; onze trotsworm; verlangen naar alle hoererij; wellustige verlangens.

Sodom en Gomorrah: Een van de tien steden in de vlakte rondom het Jordaandal tussen het gebergte van Judea en Jordanië, dat in de tijd van Abraham en Lot werd verteerd door pek en vuur, vanwege de slechtheid van het volk. De zwavelachtige ‘Dode Zee’ is hiervan nog steeds getuige. ‘Sodoma’, vaak met Gomorra genoemd; de plaats van deze steden is niet precies bekend; misschien in het dal van Siddim. Lot kiest voor deze streek, die hem paradijselijk toeschijnt. [Gen.13:10]; in die tijd is Bera koning over Sodom; het zegt iets over Abrahams voorbede voor Sodom: ‘als er ook maar tien rechtvaardigen zijn, zal de stad worden gespaard’; maar deze worden niet gevonden. Lot en de zijnen vluchten en de steden worden ‘omgekeerd.

Sowjet: Russ.: ‘Sawjet’, gesproken en ‘Cowet’ wordt geschreven als ‘Co’, de kracht, het vermogen; wet = de wetende geest; ‘Wjes’ = de kenner, de duivel.

Span, Spanne: 22 centimeter.

Spanje:  Vermeldt in Rom.15:24,28 als land dat Paulus bezoeken wil.

Spijziging der 5.000: Johannes 6:16-21; ‘5.000 mensen’betekent de wereld die al haar geestelijke voedselvoorraden heeft verbruikt; ‘eenvoudige knaap’: een pure, ongerepte atmosfeer, een beetje kinderlijk geloof; ‘vijf gerstebroden’: de nog steeds pure en ongerepte vijf zintuigen, Jezus’ leer aan mensen: ‘over twee vissen’: liefde van het goede en het ware geloof is de liefdewarmte en wijsheid van het leven; ‘de twaalf manden’: de twaalf stammen van Israël [GJE6-42:2-5].

Spraak: Er is een universele taal waarin alle engelen en geesten spreken; dit heeft niets gemeen met de taal van de mensen in de wereld; in deze taal komt elke persoon na de dood terecht, omdat het vanaf de schepping bij iedereen is ingeplant; een ieder spreekt met zijn eigen taal in de geestelijke wereld; zelfs het geluid van de geestelijk taal kan zo verschillend zijn van het geluid van de natuurlijke taal, ja dat zelfs het geestelijke geluid, zelfs de zeer luide, niet eens wordt gehoord door een natuurlijke persoon, noch het natuurlijk spraakgeluid van geestelijke mensen.

Sprinkhanen: Symboliseert roekeloze frivole mensen, die tussen God en de dood heen en weer springen [HG3-124:6].

Stammen van Israël, twaalf: De totaliteit van het goddelijke, de nooit bereikbare perfectie in alles.

Steen: Symbool van alle liefdeloosheid, wereldgeleerd beredeneren zonder hartgevoelens. Een steen ligt in het diepste gericht.

Stefanus: Volgens Handelingen was Stefanus de eerste van zeven door de apostelen aangestelde diakenen. Hun taak was om de aalmoezen eerlijk te verdelen onder de weduwen. De apostelen konden zich zo concentreren op preken en lesgeven. Hij werd gestenigd na in Jeruzalem de hogepriester en oudsten te hebben beschuldigd van moord op Jezus. De latere apostel Paulus  stemde met zijn executie in. Zijn naam betekent cirkel en is identiek aan Paulus. Deze houdt een rede voor het Sanhedrin [Hand.7]; tot 4 x toe noemt hij een periode van 40 jaar; opmerkelijk is dat vanaf deze toespraak tot de duur van de verwoesting van Jeruzalem ook 40 jaar was. [Jeruzalem is in 70 n. Chr. verwoest; Stefanus heeft Jezus niet gekend in het jaar 30 n. Chr, want Jezus werd eerst in juni 25 n. Chr. gekruisigd.

Ster, vallende: Symboliseert degenen die uit de genade worden geworpen en verstoten vanwege hun ongerechtigheid en daarom worden verteerd.

Sterftedatum Jezus: Jezus werd in 9. v. Chr. geboren en begon in 22 n. Chr. en is in 25 n. Chr. gestorven en al in de vroege zomer; want Hij heeft 33 jaren en 5 maanden geleefd op aarde, dat omstreeks 29 juni was.

Sterren: Sterren zijn evenwel zonnen, en dienovereenkomstig vele werelden; elke samenleving in de hemel verschijnt voor degene die onder de hemelse lucht staat soms als een ster.

Sterrenhemel: Ook wel uitspansel genoemd, is de benaming voor de hemel die men ziet als men omhoog kijkt op heldere en donkere nachten. Objecten die waargenomen kunnen worden zijn de maan, sterren, kometen, planeten en zelfs verre nevels en sterrenstelsels. Een in het oog vallend verschijnsel is de Melkweg, een dikke band van sterren en interstellair stof die over de nachtelijke hemel loopt. Deze melkweg is feitelijk een spiraalarm van het sterrenstelsel waar onze eigen zon en aarde zich in bevinden. In de meeste delen van Europa zijn door lichtvervuiling en smog als gevolg van verstedelijking van het landschap steeds minder van deze sterren te zien. Op plekken met weinig lichtvervuiling en weinig vocht in de lucht zijn wel veel sterren te zien. Dit is vaak op grote hoogte in woestijnen, ver van de bewoonde wereld. Op deze plekken zijn vaak grote observatoria te vinden die de sterrenhemel bestuderen.

Sterven:  Zielen kunnen in eeuwigheid niet sterven.

Stichting stad Rome: De stad Rome is genoemd naar haar eerste koning. Dit zou hebben plaatsgevonden op 21 april 753 v. Chr. Het ontstaan van Rome is een gebeurtenis waarover meerdere verhalen de ronde doen. Keizer Augustus had opdracht  gegeven om een verhaal over het ontstaan van Rome te maken. Rome werd volgens een beroemde legende gesticht op 21 april 753 v. Chr. in de landstreek van Latium in Italië.

Straffen in de hel: Die duren in eeuwigheid; we hebben het hier over de straffen zelf. Het betreft niet de eeuwige duur van mensen in de hel!

Sukkot:  Stad in het Jordaandal bij de monding van de Jabbok.

Sundar Singh: Hij stamde uit een welgestelde familie. De eerste keer dat hij in aanraking kwam met het christendom, was zijn reactie vijandig. Naar eigen zeggen kreeg hij echter een visioen, waarna hij zich bekeerde. Dit had tot gevolg dat zijn familie hem verstootte. Hij kreeg nog meer visioenen en zag het als zijn taak om door de dorpen te trekken en Indiërs te bekeren. Hij had Indiase en Westerse volgelingen, maar ook vijanden. Zo overleefde hij enkele moordaanslagen. Hij reisde meerdere keren naar de Himalaya, om van daaruit zendingswerk in Tibet te doen. Na een rondreis door Zuid-India werd hij uitgenodigd naar het buitenland te komen. Hij bekritiseerde het materialisme en het gebrek aan geestelijkheid die volgens hem in het westen heersten. In 1929 begon hij aan een nieuwe reis naar Tibet, maar kwam daar niet aan. Verschillende zoekexpedities bleven zonder succes.

Swedenborg: Een van de grootste zieners en schrijfprofeten allertijden. (Geboren in Stockholm, op 29 januari 1688; Hij verbleef vaak in Engeland en Nederland. Gestorven op 29 maart 1772. Hij was een Zweedse wetenschappermysticusfilosoof en theoloog. De familie Swedenborg was van adel. Zijn vader Jesper Swedenborg was bisschop en professor aan de universiteit van Uppsala.

T, letter: Volgens de handeling van de men, gepaard gaande met het kruis op-zich-nemen, en het volbrengen ervan.

Tabor [berg]: [De feitelijke Arbelberg naast Tiberias]. De hoogste en tegelijkertijd diepste kennis van God in geest en in waarheid.

Taddeus of Thaddeus: Betekent ‘moedig’ in het Aramees; Hij was een van de zeventig discipelen [Matth.10:3, Marc.3:18, Judas 2]; en was bij koning Abgarus in Mesopotamië met Pontos en Perzië.

Tandengeknars:  Tandenknarsen: werelds geruzie over rechthebberij, waarheid en leven; dit betekent in het Woord een samensmelting van de onderlinge slechtheid of het onware.

Tartarië:  Het Oude Woord, dat voor de tijd van Israel zich nog in Azië bevond en het is bewaard gebleven in het grote Tartarië.

Taurus: Stier; [denk aan het middel Taurine!]; ‘Ti a our sat’: de tijd van de stier om op zijn achterpoten te gaan staan;  ​​‘Sat’ = tijd.

Teken van de Mensenzoon:  Nieuw ontwaakte liefde met al haar hemelse attributen.

Tellurisch: Aards [het aardse]. Aardkost, aarde  - tot de aarde behorend.

Tempelbouw: 'Zes en veertig jaren’ had men voor het bouwen van de tempel nodig, en u wilt dat in drie dagen alleen doen? Want zij wisten niet, dat Hij over de tempel van Zijn lichaam sprak. [Joh.2:20-2, GJE1-13:2]; De tempel stelt de mens voor, waarin ook het allerheiligste is. Dit mag nooit ontheiligd worden. Salomo bouwde de tempel in het 480e jaar na de uittocht van Egypte, dat is omtrent 500 v. Chr. en nog eens 500 jaar later Herodus. Hij begon met de tempelbouw ongeveer in 17 v. Chr.

Terach:  Stamt af van Sem,; Terah was de vader van Abraham; hij trekt met zijn familie weg uit Ur en gaat naar Haran waar hij sterft. [Hand.7:4, Lucas 3:4] – Terah vertrok met zijn kinderen, dicht bij de Perzische Golf.

Terugkomst Jezus: Jezus zei tegen Zijn leerlingen: ‘Als je met z'n tweeën bent en beiden een grote angst voor de mensen hebt, ontvlucht dan een stad waar men jullie zal vervolgen en ga naar een andere! Want voorwaar Ik zeg jullie: Je zult lang niet in alle steden van Israël gepredikt hebben, voordat Ik als de Zoon des mensen weer bij jullie zal komen (Matth. 10:23) als Degene, die voor ieder het gericht, een verwoestend vuur in zijn hart ontsteken zal, en de kwade worm in de borst van de boosdoener zal wekken; en het vuur zal niet doven en de worm zal niet sterven; jullie zullen daardoor echter gerechtvaardigd worden. Want wee degenen, die jullie hebben vervolgd en de hand aan jullie geslagen hebben!' [GJE1-138:15]; De Heer zal terugkomen op de 3e werelddag ná 2000 n. Chr. [GJE2-63]

Testament: Wat het verschil maakt tussen het Oude en het Nieuwe Testament is dat de Heer liefde en liefdeactiviteit in het Nieuwe Testament leerde.

Theologie: Er bestaat geen theologie zonder waarheden, en waar deze niet zijn, daar is geen kerk; ingevolge de kennis en erkenning van God is de feitelijke zielsmatigheid van alle dingen in de gehele theologie neergelegd; helaas is theologie tegenwoordig grotendeels gedegenereerd van een hoog geestelijk niveau naar een lagere niveautrap.

Theophilus: Betekent ‘Vriend van God’; Luc.1:3, Hand.1:1; een onbekende aan wie Lucas zijn beide geschriften opdraagt; zie elders uitgebreid onder Evangelist en [Lukas].

Therapeut: In het Grieks betekent het ‘genezer’ komt van het Aramese Essaya; [Jezus - Iosis].

Thomas: De derde discipel van Jezus. Hij droeg Judas voor aan de Heer en werd de scherpste criticus van Judas en krijgt met hem ruzie.

Thummin: Hebr. ‘Thum’ betekent gerechtigheid, waarheid; symbool van terugkerende gehoorzaamheid door oprecht berouw; Adams tranen van berouw, bewaard in de boezem van de aarde om tot een vertroostend teken te zijn van de toekomstige wedergeboorte, zoals het zou moeten zijn en elke ontbering van de verleidingen der wereld zou moeten weerstaan.

Tiberias: Het meer van Galilea lag 2.000 jaar geleden niet zover van het toenmalige Nazareth. Er is een berg aan het uiterste topje van dit meer. [GJE2-170]; Tegenwoordig is het meer 9,5 km. breed, 21 kilometer lang, en 50-70 meter diep; de totale oppervlakte bedraagt 170 kilometer.  Drie uur gaans vanaf de stad Tyrus naar het noordelijk puntje van de Galilese zee. Dat zou dan 10 kilometer zijn en 15 kilometer naar Tyrus. Elders staat 1 dag te voet. [GJE2-169,175]. De stad Tiberias is door een aardbeving verwoest. Er zijn nog wel resten overgebleven. Het heeft warme bronnen aan de breukranden onder water. Het ligt 205 meter beneden de zeespiegel. [Dode Zee 400 minus meter]; zij is naar de regerende keizer Tiberius [14-37 n. Chr.] genoemd; [Joh. 6:1,23, 21:1]; de stad is door Herodes Antipas gebouwd en genoemd.

Tien: Betekent alles.

Tijd: Gericht in de materie; in de geestelijke wereld is de tijd niet verdeeld in dagen, weken, maanden en jaren omdat de zon daar niet opkomt of ondergaat, noch lijkt zij zich te bewegen, maar blijft in het oosten onwrikbaar op haar plek stralen. De tijd wordt wel gezien als een opeenvolging van tijdstippen. Daarnaast kan bepaald worden hoeveel tijd een gebeurtenis na een andere plaatsvindt. Het betreft dan de tijdsduur tussen twee tijdstippen. Met het begrip tijd worden deze volgorde en duur beschreven. Tijd kan gezien worden als een vierde dimensie.

Tijdrekening: Elke cultuur kent zo zijn eigen tijdrekening, vaak gebaseerd op regelmatige verschijnselen aan het firmament.

Tobias: De oude Tobias heeft in zijn leven psalm na psalm gezongen. Hij voorspelt zijn collega's de eeuwige vloek over de joden, dat ze op aarde nooit meer een thuis zullen hebben en dat hun naam, waar zich zelfs de heidenen voor gebogen hebben, walging zal opwekken bij mensen. Zo waar God leeft, zo waar zal dit ook gebeuren.

Toekomstig geloof van de mensheid: Een overste zei tegen Jezus in 25 n. Chr.: ‘Ja, ik zou bijna met zekerheid durven zeggen, hoewel ik geen profetische gave heb, dat afgaande op mijn kennis van de mensheid uit de vrij verre omtrek van Azië, Afrika en Europa, van nu aan gerekend, binnen twee duizend jaar nog lang niet de helft van de aardse mensen zich in het licht van deze leer van U zal zonnen! Heb ik gelijk of niet?' De Heer zei: 'In de aard van de zaak heb je volstrekt geen ongelijk. GJE1-81 [9,10]

Toren: Hebr. Migdal, het zinbeeld voor hoogmoed en overtreffends; ‘Mi Gadol’ = mijn eigen grootte.

Tranendal:  Berouw over begane zonden.

Trojaanse paard: De soldaten in de buik van het houten Trojaanse paard. Iedereen kent dit verhaal! [GJE2-198].

Twaalf: Betekent de volledigheid van het ware uit het goede.

Tyrus: Rots; [Joz.19:29]; vaak samen genoemd met Sidon; de beroemde Fenicische stad, gebouwd op een rots;  [Ezech.26:4]; het heet nu Es-Soer.

U, letter: Een vergaarbak voor al het goddelijke dat van boven naar de aarde komt en ook voor de mensen;  het drinkvat voor het ware leven.

Uitspansel: Er is maar één uitspansel in de eindeloze vrije ruimte, en dat is de wil van God, die door Zijn eeuwige onveranderlijke wet de hele ruimte en alles wat daarin is vervult. [GJE1-160:19]

Uitverkorenen: Binnen bepaalde christelijke stromingen wordt geloofd dat God volgens de predestinatieleer of voorverordinering al aan het begin der tijden voor alle eeuwigheid heeft vastgelegd, welke mensen zijn uitverkoren om te worden gered voor de zekere toekomstige ondergang van de mensheid. Dit wordt het besluit van verkiezing genoemd. Iemand die is uitverkoren wordt een uitverkorene genoemd. Maar het tegendeel is waar: ieder mens kan uitverkoren worden wil hij leven volgens de goddelijke wetten.

Ur der Chaldeeën: Laban woonde vlak bij het Ur der Chaldeeën. Nu heet het Urfa, waar ook eens de oervader Abraham woonde. [Hand.7:4]: Het Ur lag zo’n 50 km. ten noorden van Haran, aan de overkant van de Eufraat. [Joz.24:2,3]; Daar woonde ook eens Heber, de stamvader van de Hebreeën. Het latere Babylonië kwam uit het land der Chaldeeën. Het grootste deel van Daniël is geschreven in het Syrisch (Aramees); [Dan.2:4]; In Noord-West- Syrië, in de oude stad Ebla, is in 1964 op een kleitablet een inscriptie gevonden met de naam Ur in het gebied van Haran. [Gen.24:4-10, Joz.24:2, Jes.23:13]; dit betreft niet het Ur in Babylon, een Assyrische stad; [Gen.11:28,31, 15:7, Neh.9:7]; Ur had in de tijd van Abraham reeds een hoog peil van beschaving en ontwikkeling bereikt.

Uriël: ‘Mijn licht is God’; een naam van een aartsengel.

Urka: Oercentrale zon = ‘Ur-ka’, draagster en lichtkracht; ‘Ouriza’, creator van het licht.

Vagevuur: Het woord vagevuur stamt van het Middelnederlandse vâgen, ‘reinigen’, ‘schoonmaken’, ‘zuiveren’. Vagevuur betekent dus zoveel als een vuur dat (de ziel van) de overledene zuivert volgens de katholieke kerk; Maar er bestaat niet echt een vagevuur, wel in de verbeelding; ook al op aarde.

Van daaruit schreef hij aan diverse gemeentes brieven, die gedeeltelijk zich nog als joden of christen streng aan deze regels hielden. Deze bijeenkomst is nog kort genoemd door de evangelist Lukas. Bij een samenkomst van Paulus werd Petrus echter scherp veroordeeld, omdat hij met de joden nog volkomen jood wilde zijn en met hun regels, die de Heer opgeheven had, toch nog daarop grote waarde legde. [GJE2-176]

Van Izaak tot de uittocht duurde het 400 jaar [in de woestijn 40 jaar]; Tot de dood van Jozua 10 jaar, in totaal 450 jaar]; [Hand.7:6, 13:17-21, Exod.12:40, 15:16, Gal.3:17]. Het manna hield precies 40 jaar ná de uittocht op. [Num.14:38]; Verantwoording van 235 jaar: Mozes (40), Jozua (10), Othniel (40), Eglon (80), Debora (40), Abimelech (3) en Thola (23) met een totaal van 236 jaar.

Van zijn bron in het Hermongebergte tot aan de monding van de Dode Zee stijgt hij op de kortste weg over de circa 900 brede hoogte naar beneden. Aan de benedenloop hebben de discipelen van Johannes de Doper een ford met de naam Betabar of Betanië, een soort trap gebouwd. De Jordaan lag toen niet ver van de woestenij van Bethabara, waar deze rivier in de zee (het Galilea-meer) valt, en er dan doorheen stroomt en vervolgens zich naar de Dode Zee richt. [GJE2-82] De Jordaan in de omgeving van Bethabara staat zomers vaak droog, vooral half juni tot in augustus. (GJE 1-12-1)

Vaticaan: Vaticaanstad is een klein staatje in Rome. Het is het kleinste staatje van heel de wereld en wordt geregeerd door de Paus. Ooit bezat de paus als kerkelijke staat een groot gebied in centraal en oost-Italië. Het Vaticaan begon als onafhankelijke staat. Volgens Jakob Lorbers geschriften zal zij voor 2030 aan haar ‘wereldse macht’ een einde zien komen.

Veld: Betekent de leer.

Venus: ‘Ve-nuz’, ‘Ve-niz’: Ze weet niets; dwaze vrouwelijke schoonheid; de godin van de schoonheid; identiek aan Naehme, kleindochter van Lamech, de zoon van Hanoch en kleinzoon van Kaïn.

Verder betekent deze naam ‘intelligentsia’, ‘woordvoerder’ of ‘predikant’. Farizeeërs zijn theologen. [Grieks: pharisaioi en Hebr. Perusim], die zich overdreven streng vasthielden aan de letter van de wet en elke vreemde invloed weerde. Van het grootse belang was voor hen de mondeling overgeleverde uitleg van de wet, zodat zij hun uitleg soms boven de wet stelden. Zij hielden zich strikt aan de joodse wetgeving zoals neergeschreven staat in de eerste vijf boeken van de (Hebreeuwse) Bijbel. Daarnaast hielden zij zich aan de mondelinge overlevering (uiteindelijk verzameld in de Misjna). Ze geloofden dat een vroom leven en een strikte navolging van de Wet de mens dichter bij God zou brengen. Wat tegenwoordig de godsdienstige hoogleraren zijn, waren vroeger de opperste Farizeeërs in de tempel, ten tijde van Jezus.

Verinnerlijking:  ‘In-zichzelf-gaan’ betekent de stralen van de wil naar zichzelf toetrekken, dat is de geest of de liefde en deze trekt haar vrije wil aan en richt zich uitsluitend op datgene wat Gods wil is.

Verloren zoon: Één van de bekendste gelijkenissen uit het Nieuwe Testament, opgetekend door de evangelist Lucas, te vinden in Lucas 15:11-32. De gebruikelijke Nederlandse naam verloren zoon sluit aan bij de naam van de voorafgaande gelijkenissen. In andere talen spreekt men van de verkwistende zoon. De gelijkenis beschrijft hoe God omgaat met zondaren. Er vindt in de Bijbel een opeenvolging van drie identieke verhalen, dat geen toeval is. Het verloren schaap is er een van de honderd, de verloren penning is er een van de tien, de verloren zoon is er een van de twee.

Verlorene: Een verlorene te vinden is meer waard dan 99 rechtvaardigen, die volgens hun geweten geen boete behoeven te doen, omdat ze menen dat ze op iedere sabbat God dienen op de berg Garizim. [GJE1-29] De Heer heeft de almachtige onwrikbare wil ieder mens voor eeuwig te helpen. Het is Zijn bedoeling, Zijn plan, Zijn wil het verlorene te zoeken, het zieke te genezen en alles wat gevangen zit te bevrijden, maar toch moet ieder mens zijn onaangetaste vrije wil behouden. [GJE2-113]

Veronika is Seraphia: Zij had dezelfde leeftijd als Maria en was met 48 jaar bij de kruisgang van Jezus (15+ ruim 33,5); Veronika heeft Jezus als knaap vaak te eten gegeven. De drinkbeker werd van haar gehaald. [Lucas 23:27]; in de traditie was zij de vrouw die het gelaat van Jezus op de kruisweg met een doek afdroogt; de afbeelding op het doek is echter een illusie; de maagd, die de Heer het zweetdoek aanreikte [GJE11-74].

Verraad: Het verraad van Judas betekent, dat de Heer door de joden werd verraden, bij wie destijds het Woord was; want Judas staat voor ieder volk als symbool.

Versplintering van de ziel: Wanneer de ziel geen enkel besef meer heeft van de goddelijke geest, maar zichzelf tenslotte zo zeer verliest, dat zij zelfs in volle ernst haar eigen bestaan begint te ontkennen en er niet meer van te overtuigen is dat zij bestaat! Ja, als die toestand eenmaal intreedt bij de wereldse mensheid, is een mens ook geheel opgehouden mens te zijn. Hij is dan slechts een instinctmatig, verstandig dier en voorlopig helemaal niet in staat tot enige verdere ontwikkeling van de ziel en de geest. Daarom moet dat vlees gedood worden en vergaan, samen met de te vast met het vlees verbonden ziel, opdat misschien na vele duizenden jaren een geheel vrij van het vlees geworden ziel weer de weg van haar eigen ontwikkeling en zelfstandig ­wording kan volgen, hetzij nog op deze aarde of op een andere planeet. [GJE3-11:1-3]

Vissen: Vissen worden in de Bijbel verdeeld in ‘reine’ en ‘onreine’ vissen; De eerste mocht je eten, de tweede niet. ‘Alles wat schubben heeft’, was rein, maar wat ‘geen vinnen en schubben heeft van wat in het water wemelt’, was onrein.

Voedsel: Vlees mocht men alleen eten wanneer dit van reine dieren was. De wet van Mozes had dit precies omschreven. Melk mocht vers of zuur zijn. Boter en kaas hiervan maken waren de volkeren uit de Bijbelverhalen wel toevertrouwd. Men at driemaal per dag. De vruchten, groenten, gebakken brood vulden de maaltijd aan. In de oudtestamentische tijd zat men meestal op de grond bij het eten; in het Nieuwe Testament zat men liggend op de banken, vandaar het woord ‘aanliggen’. De gastvrijheid was in Palestina altijd bijzonder groot.

Volkstelling Romeinen: Er zou volgens een inscriptie van keizer Augustus in Ankara [Ancyra] gevonden zijn die een overzicht geeft over al zijn daden; een geleverd bewijs uit het Romeinse jaar 747, dat is 7 v. Chr.; de keizer was van plan het gehele joodse volk te tellen en te registreren. Dit had veel onrust bij de joden veroorzaakt, omdat het de joden verboden was mensen te tellen.

Voorbeschikking: God kan niemand voorbestemmen voor de eeuwige dood; - iedereen is voorbestemd om naar de hemel te gaan en niemand naar de hel, maar de mens geeft zichzelf aan de hel door misbruik van zijn vrije wil.

Voormensen: De pro-Adamieten, waren dierlijke mensen zonder enig besef van een hogere macht; zij hadden de aarde vooraf miljoenen jaren bewerk, totdat de echte mensen er mochten leven; 6000 jaar geleden kon op aarde de eerse mens vrij rondwandelen.

Vorst: De vorst van deze wereld betekent de hel [Joh.12:31].

Vossen: vertegenwoordigen verlangens van de hel.

Watergeesten: Marcus de Romein wilde zijn net uitwerpen op het meer van Galilea, maar Jezus zei: we zijn nog geen half uur op het water en willen daarom niet meteen de rust verstoren en haar geesten wekken die ons vervolgens erg zouden kunnen plagen. [GJE2-187]

Waterstof[bom]: Een chemisch element. Het element komt als zodanig niet in geïsoleerde vorm voor in normale omstandigheden, maar vormt door de hoge reactiviteit verbindingen. Onder atmosferische omstandigheden vormt waterstof een twee-atomig molecule, dat meestal gewoon als waterstof of waterstofgas aangeduid wordt. Waterstof is het meest voorkomende element in het universum. Een waterstofbom, H-bom of thermonucleaire bom is een atoombom die veel van zijn explosieve energie uit kernfusie van waterstofatomen tot helium verkrijgt. Meestal worden de waterstofisotopen deuterium en/of tritium en verder lithium gebruikt. Dit zijn lichte kernen die relatief gemakkelijk tot fusie te brengen zijn.

Wedergeboorte: De ziel moet eerst met het water der deemoed en zelfverloochening worden gereinigd en kan daarna pas de geest van de waarheid opnemen, omdat een onreine ziel die nooit bevatten kan; een onreine ziel is als de nacht, terwijl de waarheid een volle zon is, die overal het daglicht om zich heen verspreidt. Degene, die zo de waarheid opneemt in zijn door de deemoed gereinigde ziel, en die waarheid als zodanig herkent, wordt door deze waarheid vrijgemaakt in de geest, en deze vrijheid van de geest, ofwel het ingaan van de geest in die vrijheid, is dan het eigenlijke binnengaan in het Rijk van God.‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en geest kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan' [Joh.3:5, GJE1-18:3].

Weersgesteldheid: De mens is er zelf altijd voor verantwoordelijk als zijn bestaan moeilijker wordt, zoals hij het ook aan zich zelf te wijten heeft als in een bepaald land de oogst vaak slechter is dan zij normaal zou moeten zijn, want de weersgesteldheid hangt niet helemaal af van de wil van God, maar ook van de wil van de mensen. [GJE2-225:4,5]

Wereldgericht: Een wereldgericht bestaat niet uit oorlogen of overstromingen en zeker geen verterend vuur uit de hemel, dat alle heidenen verteert. (GJE 1-21-4)

Werelds geluk: Dit is de zielendood .

Wereldsituatie zal hetzelfde blijven: De wereld zal nooit veranderen en blijft altijd als de woestenij van Bethabara, waar Johannes de Doper doopte. Maar ook de Heer blijft Dezelfde en zal nooit veranderen. (GJE 1-5-20)

Westen: In het Westen van de geestelijke wereld zijn diegenen, die in het slechte zijn.

Westenwind:  Een tamelijk harde westenwind heeft volgens Petrus een ongunstige invloed op de vissen, die dan naar de bodem gedreven worden [GJE2-43].

Wezens: Toen God eenmaal uit Zichzelf, op Hem gelijkende vrije wezens wilde scheppen, moest Hij ze ook voorzien van de strij­dende tegenstellingen, die Hij in Zichzelf eeuwig in de na­tuurlijk beste en zuiverst afgewogen verhouding bezat en bezitten moest, omdat Hij anders nooit iets had kunnen doen. Dus, de wezens werden toen volledig naar Zijn evenbeeld gevormd, en als laatste kregen zij noodzakelijkerwijs ook het bezit over het vermogen zichzelf sterker te maken door de strijd met de in hen door God meegegeven strijdende tegenstel­lingen. Ieder wezen kreeg geheel in zichzelf de beschikking over rust en beweging, luiheid en ijver, duister en licht, liefde en toorn, opvliegendheid en zachtmoedigheid en nog duizenden andere mogelijkheden; alleen de mate waarin, was verschillend. In God waren al de tegenstellingen al eeuwig volmaakt in balans. Maar bij de geschapen wezens moesten zij pas door de vrije strijd uit zichzelf, dus door de bekende zelfwerkzaamheid, in de juiste orde komen. [GJE2-229].

Wijnwonder te Kana: Zoals Jezus het water in de wijn veranderde, zo zal het menselijk natuurmatige en zintuiglijke ook in de geest worden omgezet door het woord uit Zijn mond, als de mens er dan ook naar leeft [GJE1-11:19].

Wil, de vrije: De mens, zolang hij in de wereld leeft, wordt gehouden in het midden tussen hemel en hel, en is op aarde in geestelijk evenwicht, wat vrije wil is; ook het vermogen om te willen en te doen, en zodanig te denken en te praten, alsof het zichzelf betreft. De oorsprong van de vrije wil komt uit de geestelijke wereld waarin het gemoed van de mens wordt gehouden door de Heer. God is constant aanwezig en streeft en werkt continu in mensen, en triggert ook hun vrije wil, maar beïnvloedt deze nooit. Krachtens de vrije wil is de mens menselijk en niet dierlijk. Zonder de vrije wil in het kleinste, zou de mens niet meer ademen dan een standbeeld.

Wil: De wil op zichzelf beschouwd is de neiging van elke liefde; de wil of het streven wordt als handeling beschouwd, omdat het constant streven is om te handelen, wat een uiterlijke daad  wordt zodra de beslissing is genomen; de bedoelingen van de wil moeten worden onderzocht, omdat liefde zijn zetel heeft in de wil. De menselijke wil is tweevoudig, een innerlijke en een uiterlijke, of die van de innerlijke en die van de uiterlijke mens; de innerlijke wil is de mens zelf, omdat het zijn wezen, de essentie van zijn leven is; de wil van de natuurlijke mens neigt tot allerlei soorten kwaad, en het denken van hem neigt ook tot allerlei soorten slechtheden. Het denken wordt niemand aangerekend, maar wel de wil. In de geestelijke wereld kan niemand iets doen tegen zijn wil. De wil van de Heer is de beoefening van liefde volgens de waarheden van het geloof.

Windhosen: Daar, precies in het midden van de Stille Oceaan, op dezelfde plaats waar ook ooit de Maan van de Aarde werd gescheiden, gaan natuurgeesten, bevrijd uit hun gevangenschap, over in de lichter beweeglijke lucht om daar hun verdere ontwikkeling tegemoet te gaan. Daar scholen ze samen, en waar de luchtzuil met zuivere natuurgeesten kegelvormig neerdaalt om de lagere geesten langzamerhand in hun rijk op te nemen, daar verheft zich eveneens kegelvormig een waterberg, bezwangerd met deze natuurelementen.

Wodan:  ‘Uodan’betekent waterman.

Woekergeest: Een woekergeest is iemand die geld uitleent aan een ander en daarvoor een abnormale, onredelijk hoge rente terugvraagt. In zo'n geval wordt de rente aangeduid met woekerrente. Het woord woeker voor het woord rente is afkomstig van (te) snel groeien ofwel ook genoemd met het woord woekeren. Woekeraars kunnen een onredelijk hoge rente rekenen in situaties waarin de ontvanger van de lening geen keus heeft, of geen zicht heeft op eventuele mogelijkheden om tegen een lagere rente te lenen.

Woestijn: De verblijfplaats die de Heer in de woestenij bij Bethabara had uitgekozen was een ruime grot zonder geheime uitgangen. Deze grot lag tamelijk hoog en het geboomte stond er dicht omheen. Voor de grot was ook een heel ruim vrij plateau waarop voor enige duizenden mensen meer dan genoeg plaats was, en op dit plateau hadden zich dan ook de mensen met hun zieken een plaats gezocht. [GJE2-95]; Veertig jaar voerde Jehova zichtbaar de kinderen uit Egypte; ze zagen Hem dag en nacht; in de woestijn waar Hij de wetten gaf, voedde Hij hen op wonderbaarlijke wijze gedurende 40 jaar. [met een wolk omtrokken!] -  [GJE1-168]; Jezus heeft veertig dagen in de woestijn gevat en aan innerlijke zelfbeschouwing gedaan om te ‘vermenselijken’ als Heer en Schepper en moest vele beproevingen doorstaan. ‘Toen de satan zich terug moest trekken, kwamen de engelen tot Hem en dienden Hem. De Heer heeft ook na de doop van Johannes Zich enige tijd opgehouden bij Johannes de Doper bij de Jordaan in de omgeving van het huidig dorpje of gemeenschap Had Nes. (GJE 1-7-3, GJE 1-47-7]

Wraak: Wraak moet je uit je hart weren. Ban alle toorn en wraak uit je hart. [GJE2-122]

Yoga:  ‘Yog’ = sanskr.: ‘Yong’ = verbinden; Lat.: ‘Jungo’ = ik verbind; ‘Yo’ = gaan, de weg, de scheppende weg.

Zaad:  Gr. Sperma; Hebr. S-p-r [Sepher]: betekent scheppen, creëren;  het uit zichzelf halen, ‘Ma’ betekent maken, vormgeven.

Zacharias: Griekse vorm van Zekarja en het betekent: ‘Jaweh gedenkt’. Profeet ten tijde van Zerubbabel, ongeveer tegelijk met Haggaï [Neh.12:16; Matth. 23:35, Luc.11:5]; was ook vader van Johannes de Doper; er waren meer ‘Zachariassen’; bijvoorbeeld Zacharias de 11e één van de 12 kleine profeten; Een bewezen feit is dat de vuurzuil, na de gruwelijke moord op priester Zacharias tussen het offeraltaar en het allerheiligste, plotseling verdween en sindsdien ondanks alle bidden en smeken niet meer te voorschijn kwam. Vooral daarom heeft men toch ook de prediker Johannes, die een aantal jaren bij Bethabara werkte, in de gevangenis gebracht. Want men was bang, dat hij als zoon van Zacharias, die beslist geen goed getuigenis over de priesters in Jeruzalem gaf, gemakkelijk iets over de namaakark zou kunnen weten en dat aan het volk zou kunnen vertellen! Daarom wordt ook de timmerman zo vervolgd, omdat men hem moet vrezen vanwege zijn duidelijke profetische gave, waarmee hij het volk in zou kunnen lichten. Rond Mattheus 15:10 speelt zich het verhaal af van de hoofdman in Genezareth. Deze zegt: dat nauwelijks dertig jaar geleden was dat hij Hem ontmoette; [intussen was Jezus al een half jaar met Zijn leerlingen in Zijn leerambt! Zacharias werd in de tempel vermoord. [GJE1-117, GJE2-52, GJE2-124]; De profeet Zacharias van het Oude Testament profeteerde in 465 v. Chr. dat de Messias voor 30 zilverlingen zal verkocht worden; [Zach.11:12,12]. De naam Zacharias betekent: ‘Jaweh herinnert zich’; De NT-hogepriester Zachariastbehoorde tot de afdeling van Abia (‘Jaweh is Vader’); De opperpriester werd in de ochtendschemering vermoord en de kinderen van Israel wisten het niet. Na zijn dood viel het lot op Simeon. Hij zou eerst de Christus mogen zien voor hij sterven zou. Zijn naam in het hebreeuws: זכריה; hij is volgens het Lucasevangelie de vader van Johannes de Doper. In tegenstelling tot de informatie die in het Nieuwe Testament wordt gegeven, is elders weinig informatie over Zacharias verstrekt. De verschijning van de engel aan Zacharias. Hij was volgens het Lucasevangelie een priester in de lijn van Abia, de man van Elisabeth. Hij leefde ten tijde van Herodes, koning van Juda. Lucas karakteriseert Zacharias en Elisabeth als rechtvaardig voor God en onberispelijk. Ze leefden naar alle geboden en eisen van de Heer. Zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en ze waren op hoge leeftijd gekomen. Hij werd in de tempel op een stiekeme wijze gewurgd.

Zacheus: Een belastinginspecteur, hoofddouanebeambte  [oppertollenaar] uit Jericho onder het district van de Romeinen wilde Jezus zien en horen; hij beklom daar een moerbeiboom maar was klein van gestalte. Bij het passeren van Jezus en de Zijnen op de verkeerswegader naar Nahim in Judea, sloeg hij in de boom dit bijzondere gezelschap gade om hen beter te kunnen zien; de Heer echter komt naar hem toe en geneest zijn krankzinnige en bezeten zoon [GJE9-28]; Hij bekeerde zich en beloofde alles wat hij teveel had genomen viervoudig terug te zullen teruggeven; [Luk.19]; Zijn hebreeuwse naam: זכי; Hij is de joodse oppertollenaar van Jericho.  Uiteindelijk gaf Zacheüs de helft van zijn bezittingen aan de armen, en alles wat hij had afgeperst, vergoedde hij viervoudig.  [Luc.119:1-10]

Zaligheid: Eeuwige gelukzaligheid hangt niet af van de plaats, maar van de toestand van de persoon; de genotprikkels van de ziel, de gedachten van troost en de fysieke gewaarwordingen van een eeuwige gelukzaligheid; de gelukzaligheid van de gevoelens van het lichaam zijn niet eeuwig, maar tijdelijk, waaraan een einde komt en soms ongelukkig kan maken.

Zebadeus: Vader van de apostel Jakobus en Johannes; Zebedeüs, een Griekse vorm van Sebadja; het betekent: ‘Jaweh schenkt’, vader van Jakobus (de jongere) en Johannes; toen hij op een keer met zijn beide zonen vistte, lieten ze hem plotseling alleen in de boot achter, want Jezus riep hen en zij volgden Hem.

Zebadja: Was poortwachter of koster in de tempel; er was ook een Zebadja, die officier was bij koning David.

Zebaoth: Meervoud van het veel gebruikte bijnaam Gods. Jahwe Zebaoth is de Heer der heerscharen, als aanduiding van Jahwes volstrekte  macht; Heer God Zebaoth, Heer aller heirscharen, God van alle werelden.

Zes: Het hoogste goddelijke geduld, als de moeder van de barmhartigheid.

Zeus: Een figuur in de Griekse mytholoie;  Hij was een zoon van Kronos (Lat. Saturnus]; Het equivalent van Zeus in de Romeinse godsdienst is Jupiter. De betekenis van zijn naam (Indo-Europees = stralende, verwant met Latijn dies = dag) duidt op een verwantschap met de verering van het heldere uitspansel; Zeus’ meest wezenlijke functie is die van hemelgoed [heidens afgod].

Zeven [geesten van God]: Het volledige aantal van de goeden en waren van hemel van God, de zeven geesten van God; de volmacht van de zeven geesten van God, die overeenkomst hebben met de zeven kleuren en daarom met het leven van ieder mens.

Ziekten aan het zielenlichaam: het vleselijke en werelds zinnelijke hartstochten.

Ziel, wat is zij?: Swedenborg beschrijft de ziel van mens en dier. Dieren hebben niet een specifieke wil en verstand, zoals de mensen, hoewel identiek. Bij de vrouw overheerst de wil, bij de man de intelligentie. Vandaar is er in een goed huwelijk van beide eigenschappen geen oppergezag. Het denken is nauw verbonden met de ziel. Het is een wegdrijven door de ruimte en de tijd, vandaar dat de mens op een natuurlijke wijze denkt. De ziel voelt en neemt waar, ze is de mens zelf! Zij is zelfs de koningin van de mens. De ziel is feitelijk vrouwelijk. Het gemoed gaat van de ziel uit en deze staat onder de ziel. Ook het lichaam staat onder de ziel en de gemoedsgesteldheid. Lorber schrijft dat onze gedachtenwereld als een registratieboek is. Een soort paspoort waarop alles genoteerd staat en waarin men zichzelf herkend. In de geestelijke wereld zal dit bepalend zijn in het verdere geestelijke leven. De ziel kan gemakkelijk iets oproepen en associëren, bijvoorbeeld bij geuren en bij smaken in bepaalde omstandigheden. Het specifieke daarvan blijft achter op de daarvoor bedoelde hersenplaatjes. Vandaar ook, dat de ziel alles registreert. Salomo zei al, dat je in je hart de wijsheid kunt vinden, daarin woont het geestelijk orgaan, dat steeds openstaat, namelijk het geweten. Het gevoel zetelt in het hart. In het rijk der heerlijkheid, zoals in alle hemelen, worden de zielen samengebracht, alles volgens hun karakteraanleg en identiek gedrag.

Ziel: Altgerm ‘Saiwalo’, Hebreeuws oerwoord voor ‘Scheola’ = hel, in het Latijn ‘Schola’ = school; Sheoula = het dorst naar buiten, ‘Voul’ = de zichzelf verlatene mens; A betekent volgens de consistentie van wat de innerlijke wijsheid en kennis vormt; het etherische lichaam van de geest zou volledig doordrongen moeten zijn van de oorspronkelijke liefde erin, zodat daardoor het in al zijn delen tot leven zou komen. De ziel van de zoon komt van de vader, het lichaam van de moeder; het lichaam komt van de ziel; de mens begint met de ziel, wat de ware essentie van het zaad is. Menselijke zielen zijn geschapen sinds het begin van de wereld en lichamen ingegaan en mensen geworden, dat is van de mythen van der ouden; na de dood werpt elk mens het natuurlijke van zich af dat hij van zijn moeder had en heeft bewaard het geestelijke die hij van zijn vader had.

Zielendood: Dit ontstaat door veelal te leven in puur werelds geluk.

Zielenpartikels: Om hiervan een begrip te maken, begeven we ons op het pad van de atomaire deeltjes. Bijvoorbeeld een subatomair deeltje is een deeltje dat kleiner is dan het atoom. Sommige subatomaire deeltjes kunnen deel uitmaken van atomen, andere worden alleen in sterren, in het laboratorium, of in andere buitengewone omstandigheden gevormd. Subatomaire deeltjes zijn kleiner dan een atoom,  elementaire deeltjes zijn niet splitsbaar. Partikels van de ziel zijn kleinste stofjes die achtergelaten zijn in voedsel, faeces, urine, speeksel en noem maar op. Jakob Lorber beschrijft dit zeer uitvoerig.

Zinka: Leider van de dertig spionnen van Herodus bij Markus de Romein, hij herkent de Heer; wordt door de Heer met Gamiela verbonden en gehuwd, oudste dochter van Cyrenius; de Heer zegt over hem: ’Na Mathael is Zinka de grootste in ons gezelschap’.

Zion:  Z’e on = Hij wil, de berg Sion, dat symboliseert ook de Heer of de kerk.

Zohar: De Joodse Zohar schreef 700 jaar geleden al, dat er in het joodse jaar 5773 ‘de koningen der Aarde’ zich zullen verzamelen. Lorber schrijft dat de valse stoel [de paus] nog lang zal aanhouden, maar zal de 2.000 jaar na de uitspraak van Jezus in 25 n. Chr. niet meer meemaken. [2021>>>>>2030]

Zomerdag: De 172e dag is de eerste zomerse dag bij ons. Dan is het de lichtste dag. Het Hebreeuwse woord AWJR heeft de waarde 1-6-10-200 en visueel 162. De uitspraak lijkt op ‘aura’, dat eveneens met lichtkrans te maken heeft.

Zon, uitleg over de: Dat de zon in de ochtend als ze opstaat rood ziet, komt vanwege de koude en de vochtigheid van de lucht, omdat de vochtigheid en de koude die er dan heersen, een rode kleur teweeg:brengen. Hetzelfde geldt voor het avondrood. De zon ziet dan rood door de koude van de lucht omdat de zon dan daalt om onder te gaan. Waar de zon ondergaat en terneer gaat, sterft ze als het ware, daar, waar het westen is. [Causea et Curae].

Zondvloed: De zondvloed was ontstaan, omdat de orde en daarna ook de doelmatigheid verstomd was. De Hanochieten bliezen de bergen op, waardoor de onderaardse waterbekkens vrij kwamen en een groot deel der aarde overstroomde. (GJE11-54); ook gebaseerd op de bekende carbon14-methode op 5500 jaar voor Christus dateert de vloed. In plaats van een materiële zondvloed vindt tegenwoordig een geestelijke zondvloed plaats.

Zonnegebieden: Er bstaan vele zonnegebieden, die buiten het zichtveld van de wetenschap existeeert.

Zonteken leeuw: deze grenst aan het woongebied [Regulus] van de Godheid.

Zoon van God: Dat is de Verlosser, Heiland, Messias of Jezus in God Zelf.

Zoon: Het woord dat wordt uitgesproken door de Vader Die Zich in wezen openbaart in de Zoon.

Zorel: Een doodvermoeide burger uit Caesarea Philippi, komt naar de gouverneur Cyrenius met het indienen van een niet bepaald eerlijk verzoekschrift. Op de heuvel bij Markus de Romein geneest en versterkt de Heer de ziel van Zorel door middel van een hypnotische slaap. Zorel wordt geïnstrueerd en bekeerd door Johannes en de Heer, en wordt dan later een instrument om de leer van de Heer te verkondigen aan de Grieken in Klein Azië en Europa. De naam Zorel betekent in het Hebreeuws ‘beperkt licht’.

Zoutzee: Meestal genoemd ‘Dode Zee’ – heet officieel ‘Zoutzee’ [Gen.14:3]: het dal Siddim.

Zuurstof: De lucht, die voor het inademen van mensen en dieren geschikt is, reikt niet tot aan de sterren, maar op het hoogste punt slechts tot zo ver boven de aarde als viermaal de hoogte van deze berg, [bij het meer van Galilea] gerekend vanaf de zee. Op die hoogte is de aardse lucht scherp begrensd, en heeft daar evenals het water een heel glanzende, gladde op­pervlakte, die zoals de zee regelmatig golft. [GJE2-148: 4]

www.zelfbeschouwing.info 

 

UpToDate 2022

 

 

web counter