Onze feitelijke afkomst

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:

 

Volgens de geschriften van Jakob Lorber draait het vooral om de ziel van de mens. We moeten eerst weten wat de ziel eigenlijk is. De mens als microkosmisch wezen staat opgetekend in een vijfdelige ster. We hebben immers vijf vingers en tenen aan elke hand en voet. Als we nu de tweede laag of lijn in de cirkel of het pentagram (als psyche of gevoelslaag) met boven (God) en met beneden (antigod) verbinden, ontstaan er twee tegengesteldheden: of de mens wordt aangetrokken naar het licht (God) of naar de duisternis (antigod – waar schijnlicht is). De volgende vraag kan echter nu gesteld worden: tot welk deel wordt onze ziel aangetrokken? Is dat het OERLICHT (het Goddelijke Centrum) of is dat de OERDUISTERNIS (het plutonische centrum)

 

Tegenover God bestaat een Anti-God, een soort tegenkracht, die weliswaar ook uit God Zelf gekomen is. Maar waartoe neigt de mens zich: naar boven (de bovenwereld) of naar beneden (de onderwereld)? Het begon al met de oerval van LUCIFER. Dat is vrouw Satana, die dacht beter te kunnen zijn dan God Zelf. Bij de tweede val, toen de materieel geschapen Aarde al bestond, werden Adam en Eva door Satana zelf, die in de gedaante van een slangenlichaam verscheen, op een listige manier in de val gelokt. Zij vielen voor de slang. In die tijd konden Adam en Eva letterlijk en figuurlijk met de dieren praten. In de slang manifesteerde zich de gevallen Engel Satana (Lucifer). In dit geval stuiten we weer op het Hebreeuwse woord ‘val’ en ‘vallen’ als NePhaL (50-80-30), met de reeds besproken woordwaarde 160. Hierin kunnen we gemakkelijk een relatie koppelen aan 10 x 16. Tien is volgens de Bijbel het getal van de volheid; getal 16 kan in veel gevallen lotmatig worden, als men zich niet houdt aan de Goddelijke voorschriften. Na deze val namen Adam en Eva onmiddellijk een dierlijke-menselijke gestalte aan. Terstond was een geslachtelijke vermeerdering nodig, zoals ook bij dieren en dit is tot op de huidige dag zo gebleven. Die 1-6 verbinding blijft altijd de tegenstelling van God en Anti-God in de mens.

 

De ziel heeft een keuze te maken om aangetrokken te worden in het gebied van licht, liefde en zuiverheid (de één) of de seksualiteit (de zes). Volgens Jakob Boehme is het dan zo, dat de ziel uit twee gesteldheden komt: of uit de geest van God of uit de natuur. Dus uit twee bronnen. De menselijke geest komt direct uit God. De menselijke ziel komt uit Satana. De ziel onderzoekt zijn innerlijk wezen en zijn innerlijke afkomst. Jezus zei niet zomaar tegen de Farizeeërs: “Gij hebt de duivel als uw vader”. Daarmee bedoelde Hij, dat hun menselijke ziel afstamt van de duivel, uit de allereerste engelenval (maar dat begrepen zij destijds niet en werden laaiend). Toen zijn wij ook meegegaan met deze satan en moesten alle lichtwezens (dat waren wij dus ook) opnieuw door de materie, om uiteindelijk te komen tot ons feitelijke mens-zijn. Deze evolutietrap heeft wel miljoenen jaren geduurd.

 

Adam gevormd uit vette leem

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De zevende dag is nu ook de sabbat geworden. Het moet een dag zijn om al het zakelijke weg te laten voor wat het is. De mens is niet alleen bedoeld voor deze wereld met zijn dagelijkse werkzaamheden en de materiële ondertoon, maar hij moet zijn werk ook meer en meer vergeestelijken. Op de zevende dag verhief God de materie tot iets geestelijks, de dag van viering of wijding. Daarom moet het door de mensen gevierd worden, zoals de Heer het ons voordeed, door ‘zes grote dagen’ geschapen te hebben. Op deze dag mag er  geen plicht en geen werkend mens tot een materiële handwerk worden gedwongen. De mens behoort zich de Schepping van God te herinneren, Zijn leer, liefde en opoffering.

 

Ieder mens moet de zondag dus vieren als een herinneringsdag van de liefde van zijn Vader en tot een aandenken aan alles, wat Hij voor de mens gedaan heeft. Dan zal deze dag ook voor alle werkdagen een zacht, religieus gevoel achterlaten, waardoor het meest materiële werk wordt geheiligd. Vergeestelijk alles, je omgeving, je daden en je woorden. Niet alleen de zevende dag, maar iedere dag, die wij geestelijk voortschrijden,  zal voor ons als een zondag zijn. Zoals de Zon, die ook naar deze dag is genoemd en licht, warmte en leven over ons zal uitgieten.

 

God schiep Adam, de eerste mens met leem uit de Aarde. Dit heeft Hij uit Zijn eeuwige ordening zo gewild, dat de in de Aarde gerichte en gevangen geesten, die deze nog gevangen hield, weliswaar uit haar lichtere voegbare aardeleem een lichaam moest bouwen en helemaal in overeenstemming met de geestelijke vorm. De vrouw is ontstaan uit het meest hardnekkigste materiële deel van de man Adam. Het hardnekkigste geestelijkste, en het meest zinnelijke, trotse en hoogmoedige van de man, was door Gods wijsheid en macht uit de man gescheiden en voor hem in een gelijkende vrouwelijke vorm uitgebeeld, dat uit de man afkomstig is, en met hem (Adam) in een levende overeenkomst naast de vrouw staat, waardoor het volgens de Bijbel ook kan gebeuren en gebeurd, dat aan het einde man en vrouw één worden.

 

Hoewel het vrouwelijk wezen het hardnekkigste deel van de man is, dan zal zij (Eva) in deze verhouding de te doorstane sterke proef aan het einde daarvan identiek zal zijn aan het zachtere geestesdeel van de man Adam.  De leem betekent de liefde van God en de rib de genade en erbarming.

 

Op de Aarde was er een materieel paradijs in een van de vruchtbaarste omgevingen van de wereld in het land van Eden, waar middenin de vier grote rivieren, in Azië stroomden. “Zie, jullie land is het oude Eden, waarin Adam en Eva zijn geschapen worden. Ze moesten deze omgeving na hun zonde verlaten. En het was tot op de huidige mensheid ook nooit door mens gevonden worden en bewoond! En zo zal het van nu af aan ook nog door niemand gevonden worden. [De Heer door Jakob Lorber]

 

Tekstvak: Stamt de mensheid af van Adam, of?...
Swedenborgianen pretenderen iets anders!

‘En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze’;

‘Want’, zegt Swedenborg, ‘Omdat de mens eindig is, kan hij alleen uit eindige dingen geschapen worden. Daarom wordt in het boek der Schepping gezegd, dat Adam gemaakt werd uit aarde en uit het stof daarvan, waarnaar hij ook genoemd werd [red.: Adamah=aarde], want Adam betekent aardbodem…

 

Dr. E.E. Lungerich schrijft in de Essay over Swedenborg onder het kopstuk:

De kosmologie van Swedenborg – editie 83 – oktober 2013: ‘Omdat deze schepping tezelfdertijd in verschillende gebieden van onze Aarde geschiedde, is het duidelijk, dat er verschillende mensenrassen ontstonden; zij kwamen  dus niet voort uit een enkel mensenpaar.

 

Dit getuigt ook Genesis, waar gezegd wordt: ‘man en vrouw schiep hij ze’ en later met betrekking tot Kaïn, de zoon van Adam, die naar een ander land uitging, ‘alwaar hij huwde en op zich een teken had, opdat hem niet versloeg al wie hem vond’. Adam en Eva waren dus niet een enkel echtpaar, zo schrijft Lungerich verder – waaruit alle mensen ontstonden, maar slechts het oerbeeld van een echtpaar voor alle mensen op Aarde, die zich in dat tijdperk tot de hoogste graad van oprechtheid ontwikkeld hadden, waarvan zij evenwel later trapsgewijs afvielen tot lagere geestelijke staten.

 

Hij [Lungerich] haalt hierbij aan, dat het een feit is, ‘dat alle planten op elkaar lijken, maar dat bewijst niet, dat de ene plant uit de andere ontsproten is, maar slechts dat zij alle de etherbollen als ziel hebben.

Het feit, dat alle dieren wezenlijk op elkaar lijken, bewijst niet dat vanuit het ene dier het andere voortgekomen is en evenmin dat de mens als hun  kroost daaruit ontstond, maar slechts dat de dieren dezelfde soort ziel bezitten, namelijk een die uit magnetische bollen bestaat.

Het feit, dat alle mensen op elkaar lijken, bewijst niet, dat allen dezelfde soort ziel bezitten, namelijk die uit de bollen [red. opmerking: planeten!] van de geestelijke atmosfeer geschapen is.

 

 


 

 Tekstvak: Opmerking: Naar mijn idee leert de Nieuwe Openbaringen via Jakob Lorber en de Bijbel ons precies het tegenovergestelde, namelijk dat alle mensen uit Adam zijn ontstaan.

 

Dat Kajin naar een ander land ging en huwde met iemand anders, kon vanwege het feit, toen hij vertrok – inmiddels ook al weer een paar honderd jaar oud was

– en in zo’n lange tijdsperiode kan meer dan één volk daaruit ontstaan. [Maar waar staat dat hij elders huwde?] Kajin werd 101 n. Adam geboren en zo’n  dikke 200 jaar [ca. 320 n. Adam] vluchtte hij weg naar Nod. Maar voordat hij vluchtte, was hij al getrouwd en had hij kinderen. In die tijd bestond er nog  geen bloedschennis in de familie en was alles nog zeer zuiver en kon een neef met een nicht trouwen, wat toen ook veelvuldig voorkwam. Eerst veel later was dit niet meer mogelijk [ook een prachtig thema om over te schrijven!] en moest Mozes hiervoor wetten opstellen!...

 

Ik heb de Swedenborg-Stichting daarop aangesproken en gezegd, dat ik dit een ernstige dwaling vond. Zij verwezen mij echter naar de catechismus, opgesteld uit de literatuur van Swedenborg, maar ook daarin kon ik niet datgene vinden, wat zij mij voor ogen hielden. T

 

eneinde echter meer duidelijkheid te verkrijgen over de geschiedenis van KAJIN, hier echter een uitvoerige beschrijving, over wat Jakob Lorber ons in het boek: ‘De Huishouding van God, deel 1, daarover beschrijft.

 

De broedermoord van Kaïn op zijn broeder Abel moet geweest zijn in het jaar 3831 v. Chr, want in 3231 v. Chr. zei Adam tegen zijn vrouw Eva: ‘en jij, moeder Eva, zie, … want die, die jij 600 jaar lang beweende, is ons nu weer teruggeven in Henoch [Huish. v. God 1-48-25]. Volgens Hannelore Winkler in haar nieuwe boek ‘Neues Wort’, was Abel tot het tijdpunt van zijn moord 218 jaar oud.

 

In 3831 v. Chr. [320 n. Adam], toen Kajin zo’n 219 jaar oud was, verwees de Heer hem met zijn familie in de omgeving van de oostelijke Kaukasus, in het land Nod op de droge bodem van het Kaspische meer, wat nu een zee is. Drie dagen en nachten duurde deze vlucht. Kaïn had al 10 zonen, die Adam en Eva nog heel goed gekend hebben. Eerst vluchtte Kajin naar het hof van Eden, een prachtig klein heuvelland, vol met de beste vruchten en het beviel hem daar en wilde daar blijvend vertoeven.

Maar toen hij overal een man zag staan met een grimmige blik en een steen in zijn hand, zag hij al gauw in, dat het daar geen vertoeven bleek en vluchtte hij verder naar een grote laaglandvlakte. Hij overzag zijn daden – ontmoette daar zijn broeder Abel als engelgeest en bad nadien tot de Heer in grootste rouw. Als antwoord kreeg Kajin: ‘zie ik wil je een bepaalde tijd geven tot twee duizend jaar. [tot 1830 v. Chr.) [red. opmerking: om zijn nakomelingen tot dat tijdstip te beschermen!]

 

En zo ontwikkelden zich vanaf deze periode twee onafhankelijke culturen, waarbij de ene cultuur zich in de bergen der Kaukasus [o.a. in het huidige Georgië,] ophield [Adam met zijn volk!] en de anderen in de laagvlakten van o.a. van Turkestan [Kajin].


Pas een jaar later [321 n. Adam] verwekte de vorst Kajin met zijn vrouw Ahar een elfde zoon in Nod en gaf hem de naam ‘Henoch’. [= de eer van Kajin]. De vraag is hier, waarmee waren deze 10 zonen [+ Henoch] gehuwd? Kajin zou ook dochters gehad moeten hebben? Dit wordt echter niet vermeld.

 

Kajin daar bouwde een stad voor Hanoch met een burcht, dat 60 jaar duurde. Hij wilde gerechtigheid, maar had de liefde verbannen, en te bedenken, dat er zonder liefde er geen gerechtigheid bestaat. Hij droeg de stad over aan zijn elfde zoon Henoch en gebood hem al de voorgeschreven wetgevingen naar zijn goeddunken te respecteren. De 77 jarige vorst Henoch bleek echter een grote tiran te zijn. Allen moesten voor hem buigen en zelfs werken, inclusief zijn vader Kajin en moeder Ahar. Kajin werd zelfs met de dood bedreigd en moest voor Henoch vluchten. Zijn 10 oudere zonen bleven achter bij hun  broer Henoch en dienden hem als raadgevers. Kajin vluchtte met zijn verdere 4 nakomelingen en vrouw naar de Perzische golf. Hij bad tot God in zijn radeloosheid. De Heer stuurde hem een engel [zijn broeder Abel] en deze veranderde Kajin aan de oever van de zee in een zwarte kleur.

 

Zijn haren werden gekruld. En zo sprak de engel Abel: ‘Broeder ATHEOPE, nu ben je vrij van elke schuld. Zo ontkwam Kajin aan zijn vervolgers, die hem op de hielen zaten, met een schip, en hij voer over de Arabische Zee en landde na 40 dagen op een groot eiland. Van daaruit bevolkten al zijn nakomelingen alle eilanden in de Indische Oceaan. Zo is Kajin de stamvader in Afrika, Amerika en Australië. Zijn stam, de zwarten, - overleefden op de zuidelijke halve bol, de zondvloed. [bron Huishouding van God 1-22-25]

 

Niet Adam, Eva en Methusalem waren de oudste mensen op Aarde in een mensenlichaam, maar in zekere zin KAJIN [ATHEOPE], die meer dan 1077 jaren in zijn lichaam leefde, dat toen daarna weer door de Heer werd vernieuwd. Hij kende Noach, Abraham, Mozes en al de profeten en Melchizedek, de hogepriester. Hij was zelfs getuige van de geboorte van Jezus. En zie, zo leeft hij NU NOG op een natuurlijke en geestelijke wijze verborgen op een klein eiland in het midden van de grote zeeën, dat NOOIT een sterveling zal vinden, als eerste WAARNEMER van al ons doen en laten!!!...... Deze geschiedenis is ons gegeven tot nadenken over onszelf.  [Huishouding van God 1-25]

 


 

'Ik zeg jullie nog meer: Je weet, dat er nu net als in alle tijden profeten zijn, en die zullen er ook altijd bij alle volken der aarde tot aan het einde der wereld zijn, wat voor geloof ze ook mogen hebben. Want alleen door de profeten wordt, ook al zijn alle banden tussen hemel en aarde verbroken, nog standvastig een geheime verbinding onderhouden, die geen duistere macht kan doorbreken. (GEJ.01_141,01)

 

PS: verder kan ik u – buiten  bovenstaande om – de leer van Swedenborg van harte aanbevelen;  al zijn boeken getuigen van de grootste wijsheden – zie verder onder www.swedenborg.nl

www.zelfbeschouwing.info  up-to-date februari 2018

Jakob Lorber Bulletin Internationaal, augustus 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens