Zondvloed, geestelijke

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Het einde van de zondvloed was in 1657 n. Adam. Het was eigenlijk geen zondvloed, maar een zondevloed. In 1656 na de schepping van Adam oftewel in 2495 v. Chr. vond men ingegraveerde oorkonden in Egypte dat er in het Assyrische en Babylonische land een zondvloed heeft plaatsgevonden, en wel in Georgië. De ingegraveerde geschriften zijn teruggevonden in de leeuwenkamer van het koninklijk paleis in Ninive en nu in het museum van London bewaard. Dat de zonvloed over de oerstad Hanoch met 500 voorsteden en 12 miljoen inwoners daar eens heeft gelegen, waar nu de Kaspische zee en de Aralzee zich uitbreiden

 

Hoe kan men zich echter beschermen tegen de verdrinkingsdood in de geestelijke zondvloed? Ik zeg je: Wat Noach lichamelijk deed, dat moet men nu geestelijk doen en dan is men voor altijd beschermd tegen de verdrinkingsdood in de grote en voortdurende, geestelijke zondvloed! Met andere woorden: Men moet volgens de orde van God ook de wereld geven wat van de wereld is, -maar vóór alles aan God wat van God is!

 

Voor een mens is de 'Ark van Noach' de ware deemoed, naastenliefde en liefde tot God. Wie echt deemoedig en vol zuivere, onbaatzuchtige liefde is tot God de Vader en alle mensen en wie steeds actief tracht om alle mensen, indien mogelijk, te dienen in Gods orde, die drijft behouden en goed bewaard over de anders zo snel de dood brengende wateren van alle wereldse zonden en aan het eind van zijn aardse levensloopbaan, als de vloed voor hem zal zakken en weg zal ebben in de duistere diepten, zal zijn ark op de grote Ararat van het van leven overvloeiende rijk van God een goed verzorgde rust krijgen en voor hem die zij gedragen heeft zal zij een eeuwig woonhuis worden." GJE3-13 [7-10]

 

In Noach’s tijd bedekte water de aardbodem, die bewoond werd door een eigenlijk geheel bedorven mensheid; de vloed doodde alles in de verre omtrek behalve Noach en zijn kleine familie en de dieren die Noach in de ark kon opnemen, natuurlijk met uitzondering van de vissen in het water. Deze dodelijke vloed bestaat echter geestelijk nog steeds op deze aardbodem en Ik zeg je dat deze geestelijke en blijvende zondvloed van Noach voor het leven van de wereldmensen minstens zo gevaarlijk is als de natuurlijke van ten tijde van Noach.

 

Wat Noach lichamelijk deed, dat moet men nu GEESTELIJK doen en dan is men voor altijd beschermd tegen de verdrinkingsdood in de grote en voortdurende, geestelijke zondvloed! Men moet volgens de orde van God ook de wereld geven wat van de wereld is – maar vóór alles wat van God is! Voor een mens is de ‘Ark van Noach’: de ware deemoed, naastenliefde en liefde tot God. [GJE3-13 4-9]

 

4151-1656 = 2495 v. Chr. en 656 n. Adam. In deze tijd werden de ingegraveerde Urkunden in Egypte gemaakt. Daarin stond, dat er een zondvloed op komst was, maar geen algemene wereldvloed. De Heer kondigt de zondvloed aan in het 480e jaar van Noach. [Gen. 6:3].

Als Noach 600 jaar was, dus 120 jaar later, begon de zondvloed.

www.zelfbeschouwing.info