Ziel dient opnieuw geboren te worden

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Petrus wordt, net als zijn andere broeders, heen en weer geslingerd met de spreek,- en handelwijze van hun Heer betreffende Zijn innerlijke geest (van Jezus). De ene keer klinkt in Jezus God Zelf, dan weer spreekt Hij als een Zoon van de Mens. Ze kunnen dit met z’n allen niet vatten, hoewel Jezus met hun hierover meerdere malen heeft gesproken. Het komt er op neer dat de mens – en voorgegaan door Jezus zelf – blijvend contact moet zoeken met zijn innerlijke geest. De ziel moet via zijn geest spreken en leren met zijn innerlijk oog te kijken. Hierdoor leert de mens zijn werkelijke oorsprong beter kennen. Dat bedoelt Jezus met de wedergeboorte van de ziel!

 

Er bestaat ook nog een wedergeboorte van de geest. Die is alleen mogelijk in het geestelijke rijk. Dan moet de mens zich eerst volledig ondergeschikt maken aan het wezen van zijn geest. Zijn ziel moet dan vrijwillig afstand willen doen van elke materiële neiging tijdens haar aardse leven. Eerst dan kan er een complete vrede in haar hart intrek nemen. Vandaar de vraag aan Petrus hoe deze zijn denken en voelen beleeft in uiterlijke of innerlijke zin. Met het trekken van conclusies stelt de ziel steeds vragen aan haar inwonende geest, die altijd volmaakt is. De geest is immers het levensbeginsel van de ziel. Zij heeft een object nodig om te kunnen weerkaatsen. Hiervoor heeft de geest de ziel nodig. Als deze zuiver spiegelt is de weerkaatsing ook helder. De ziel moet leren onderscheid te maken. De geest echter geeft altijd het juiste antwoord. Of de ziel de geest begrijpt hangt af van de menselijke zielsgesteldheid. Hoe geestelijker de mens is gericht, hoe duidelijker de antwoorden komen. (GJE11-50)

 

Nuttige wenken voor veredelen ziel

Petrus begrijpt steeds beter hoezeer de menselijke natuur van de Heer gelijk is als die van hem en anderen. Het verschil zit hem in de geest. Petrus, die meestal de woordvoerder onder zijn broeders is, zegt dan ook, dat hij zijn uiterste best zal doen, ook al vindt hij het verwezenlijken van de zielreiniging vaak moeilijk. Het gaat weliswaar ook beter met hen zolang de Heer maar onder hen vertoeft. Hoe zouden zij nu zonder Hem functioneren? De Heer zegt dat zij de juiste kracht van het geloof moeten verwerven, ook als Hij niet meer zichtbaar onder hen vertoeft. Zij allen moeten zich vrij maken van elke vrees en vooral hun zielen onderzoeken waar nog iets onzuivers is.

 

Waar nog sprake is van wrevel, ergernis, ontevredenheid en onreine gedachten daar is nog sprake van twijfel. Zoiets kan het levende geloof in de mens niet sterk laten worden. Dat zijn eigenschappen die de geest vreemd zijn. Daarom kan de geest de ziel niet volledig doordringen. Immers, de ziel moet zulke onzuiverheden vrijwillig afleggen. Petrus vraagt de Heer of zij dan helemaal niet hoeven te proberen om iets uit eigen kracht te doen. Vaak vergeten zij de Heer te vragen. Zij denken uit eigen kracht te overwinnen. Zo’n gevoel van zulke kracht vervult hem met een groot vertrouwen. Jezus zegt dat dit in feite hoogmoed is om zich verheven te voelen boven anderen om zijn eigen ijdelheid te strelen. Iedereen moet zich hiervoor hoeden. Jezus vergelijkt dit met de mentaliteit van vele Farizeeërs, die een hoge eigendunk van zich hebben. Petrus vraagt de Heer nog hoe dat nu precies zit met het verschil tussen geest en ziel en hun beider wedergeboorte. Zij dachten, dat als de ziel eenmaal is opgegaan in de geest, dan ook alles is bereikt. (GJE11-51)

www.zelfbeschouwing.info