Ziekten

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Zo zijn de meeste ziekten, die de mensen moeten door­staan, niets dan hinderpalen om te voorkomen dat de ziel één zou worden met het lichaam, dat, zelfs bij de kinderen van het licht, afkomstig is uit de verbannen satan. Het enige verschil voor de kinderen van het licht is, dat, als hun ziel aan het lichamelijke wil gaan hangen, hun lijden door de hemel veroorzaakt wordt. Ook het lijden van de kinderen van de wereld wordt voor dit doel door de hemelen bevolen en toegelaten, maar van oorsprong zijn het hellepijnen. Het lichaam van het wereldkind moet die als een volledig deel van de hel mee lijden, als de hel een stekende pijn voelt wanneer de geweldi­ge invloed van de hemel een deel van haar leven grondig weg­rukt! De lucht en het water was vroeger in Genezareth voor vreemdelingen schadelijk.

 

Vaak wordt iemand daar na een paar dagen al zo erg ziek, dat hij soms een heel jaar niet van het ziekbed af kon komen. Als hij de ziekte eenmaal doorstaan heeft, dan blijft hij gezond aldaar. De Bijbel is erop gericht dat men zich kan oefenen in de omgang met de Heer. Mozes trof destijds zeer strenge hygiënische maatregelen om de mensen van toen te beschermen tegen weerzinwekkende ziektes, vooral voor het uitbreiden van melaatsheid. Leviticus, 13 en 14 vormen het basismodel voor de wetgeving wegens de volksgezondheid. Alle leprapatiënten werden vroeger gedwongen hun woonplek te verlaten. Zolang zij melaats waren moesten ze afgescheiden eenzaam wonen. Bovendien moest de melaatse zijn bovenlip bedekken en roepen, dat hij onrein is.

 

Destijds werden adequate maatregelen genomen, zover dit ook bekend was in de chirurgie. De chirurgen bedekten profylactisch hun neus en snor tegen besmettingsgevaar. Misschien stamt daarvandaan de medische term quarantaine. Zo zijn de meeste ziekten, die de mensen moeten doorstaan, niets dan hinderpalen om te voorkomen dat de ziel één zou worden met het lichaam, dat, zelfs bij de kinderen van het licht, afkomstig is uit de verbannen satan. Het enige verschil voor de kinderen van het licht is, dat, als hun ziel aan het lichamelijke wil gaan hangen, hun lijden door de hemel veroorzaakt wordt. Ook het lijden van de kinderen van de wereld wordt voor dit doel door de hemelen bevolen en toegelaten, maar van oorsprong zijn het hellepijnen.

 

Het lichaam van het wereldkind moet die als een volledig deel van de hel mee lijden, als de hel een stekende pijn voelt wanneer de geweldige invloed van de hemel een deel van haar leven grondig wegrukt! Maar niemand denkt eraan dat al het lijden, alle ziekten, alle oorlogen, alle dure tijden, honger en pest alleen maar ontstaan omdat de mensen in plaats van alles naar Gods orde voor hun ziel en hun geest te doen, slechts alles voor hun lichaam doen! Men predikt wel voor dode zielen over de vrees voor God, maar door zijn eigen dode ziel gelooft de prediker dat zelf allang niet meer  Hij gelooft alleen maar aan dat wat hij voor het preken krijgt en hoeveel eer en aanzien een door studie goed ontwikkeld prediktalent hem kan opleveren. En zo leidt de ene blinde de andere en zo wil de ene dode de andere dode levend maken. De eerste preekt voor zijn lichaam en de ander luistert naar de prediking vanwege zijn lichaam.

 

Maar wat heeft een doodzieke ziel daaraan? Ik ben een genezer. Hoe kan Ik dat, vragen de dode en daarom geheel blinde mensen zich af. En Ik zeg jullie dat ik van geen mens het lichaam genees, maar als een ziel nog niet te sterk met haar lichaam is vermengd, maak Ik slechts de ziel vrij en Ik wek, voor zover mogelijk, de in de ziel begraven geest. Deze versterkt meteen de vrij geworden ziel en die kan dan gemakkelijk alle gebreken van het lichaam in een oogwenk weer in de normale orde terugbrengen. Dat noemt men dan een wonderbaarlijke genezing, terwijl het toch de gewoonste en natuurlijkste, lichamelijke genezing ter wereld is! Wat iemand heeft, kan hij ook geven; wat hij echter niet heeft, kan hij ook niet geven! Wie een levende ziel heeft overeenkomstig Gods orde, met daarin een vrije geest, kan ook de ziel van zijn broeder vrij maken als deze nog niet te veel met het vlees is vergroeid en die helpt dan heel gemakkelijk haar zieke lichaam. Als de zielendokter echter zelf een erg zieke ziel heeft, die meer dood dan levend is, hoe zou hij dan dat wat hemzelf ontbreekt aan een andere ziel kunnen geven. bron: GJE2-104, 169 [12] en 3-12 [6-10] en Lev. 13-14.

www.zelfbeschouwing.info