Een beetje kosmologie

 

De Hebreeuwse letters MN-D hebben een overeenkomst met ´maand´ (Dts: Monat) en is synoniem met ´mond´. MieN is het Hebreeuwse woord voor ´geest´. Jakob Lorber heeft het diverse malen over een aardse en een hemelse Maan.

 

Monomanie betekent ‘ziekelijk beheerst worden’. Volgens de beschrijvingen in de Lorberwerken moet de Maan erg saai en monotoon zijn en volgens Swedenborg betekent het ‘menselijk gemoed of de menselijke geest’ als hu-mana, dat de gehele mens omvat. Na aflegging van het stoffelijke lichaam leeft de mens verder in de geest. Gemoed en geest hebben een identieke betekenis. De Engelse vertaling geeft hieraan ´MIND´, de Franse ‘MENTAL’ en de Nederlandse ‘MENS’, wat monas betekent.

Alles wat wij in Jakob Lorber lezen en ook hebben mogen ontvangen betreffende de Maan, is natuurlijk bedoeld als hulp om steun te krijgen in het eigen innerlijke.

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Het oudste kind van de Aarde is de Maan. Haar ontstaan geschiedde in een ver verleden waar nu nog de Pacific gelegen is. De gebannen oergeesten hadden in de oertijd zich van God verwijderd en werden samen met Lucifer opgesloten in de allerergste materie: die van de Aarde. Toen er een ernstige vulkaanuitbarsting plaatsvond, diep onder in de Aarde, wat nu Tahiti is, dat gelegen is aan de Grote Stille Oceaan, brak een groot stuk vloeibare klomp materie uit de Aarde uit haar voegen en werd dit bijna tot vierhonderdduizend kilometer de lucht weggeslingerd. Die vloeibare massa werd geleidelijk vaster en dat is uiteindelijk onze Maan geworden.

 

Als vast wereldlichaam is de Maan ook veel zwaarder dan de Aarde. De gevallen geesten van de oerengelen, die in het diepst onder de Aarde gekluisterd waren, werden deels in de lucht mee weggeslingerd en deze bewonen nu o.a. Maan. Volgens Lorber is de Maan een grote leerschool voor hardnekkige geesten, die in hun vroegere aardse leven erg materieel en zinnelijk waren en nu moeten leren hun hoogmoed in deemoed om te zetten. Zij leven daar zeer lange tijd, wel duizenden jaren en in zeer erbarmelijke omstandigheden. Zij moeten daar duizenden malen sterven en krijgen tijdens dat sterven het gevoel voor altijd verloren te gaan. Ook voor hen is na een bepaalde (lange) tijd uiteindelijk weer terugkeer mogelijk. Wat de Bijbel ‘eeuwig’ noemt betekent qua tijdsduur echter niet specifiek telbaar.

www.zelfbeschouwing.info