Zelfbeschouwing

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Het is op elke leeftijd zeer nuttig om van tijd tot tijd je geestelijke boekhouding op te maken. Een soort testament. En goed kijken naar je innerlijk leven. Hoe staat het voor met mijn administratie? Sta ik diep in de rode cijfers? Ja, dan wordt het dringend tijd mijn eventuele schulden af te lossen. Het is nog niet te laat! Hoe vroeger hoe beter!

Hoeveel kans bestaat er, dat er mensen (geesten) op de Maan wonen? [Wat heeft dat ermee te maken? – Dat zal je weldra duidelijk worden!]

 

En…hoe ziet het eruit op jouw wandelpad? Het spreekwoord: ‘loop naar de Maan!’ is er niet zomaar… Of… moet je soms eerst door ‘het lot’ gecorrigeerd worden? De geschriften van Jakob Lorber beschrijven het een en ander over het wezen van de Maan en de Aarde. Soms kom je in het leven iets tegen dat je werkelijk shockeert, waardoor je serieuzer en ernstiger gaat nadenken over je eigen zielsontwikkeling. Want heb je alleen maar oren en ogen voor deze wereld met al haar wereldse glorie, glitter en aandacht, dan kan dat al een verborgen aanwijzing zijn, dat dit je eigen ego streelt. Bij mij kwam tenminste het oeroude religiegevoel weer terug.

 

Als het ge(weten) in je knaagt – en weliswaar aan de schors van je ziel, dan wordt het werkelijk tijd en zelfs ook noodzakelijk om veel zelfonderzoek te doen. De Bijbel en de tal van Lorberwerken zijn mij hierbij tot een zeer grote steun geworden. De Heer waarschuwt meerdere malen ervoor je te behoeden om nooit [ooit] op die Maanwereld terecht te komen. Met deze ernstige ‘maning’ kan het toch wel zijn, dat de tijd zich in je opdringt om alles op alles te zetten en schoon schip te maken in je ziel. Je kunt deze behoefte natuurlijk ook met anderen delen. Als je echter steeds maar hangt aan deze Aardewereld met al haar uiterlijke bekoringen, dat maar schijn is, dan kan dat je terugwerpen op de ‘schijnwereld’ van je Maangesteldheid in je innerlijke ziel.

 

Als jongetje van zes jaar liep ik [in mijn droom] op de Maan. Dit was een verschrikkelijke belevenis. Ik deed niets anders dan huilen en huilen en liep eenzaam de ene na de andere gelige en mullige hoge zandbergbulten op. Mijn situatie was te vergelijken met een wandeltocht door een troosteloze Sahara en ik was helemaal op mijzelf aangewezen.

 

Toen ontwaakte ik uit de narcose, die plaatsvond in het oude Sophiaziekenhuis te Zwolle omstreeks 1954. Mijn oortjes waren vanwege een chronische middenoorontsteking eindelijk operatief doorgeprikt. Ik was erg blij weer in het aardse ‘nu’ te zijn. Mijn ouders begrepen mijn `droombelevenis` niet. Ze konden er geen antwoord op geven. Voor mij was het een bizarre Maanbelevenis en die ervaring is mij mijn levenlang bijgebleven.

www.zelfbeschouwing.info