De macht van het woord

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Zijn woorden vloeien als honing en melk (de Heer wordt hiermee bedoeld), zegt de oude Tobias. bron: GJE1-172 - Pas wie geheel volgens Mijn woord zal leven, de zal pas de levende overtuiging in zichzelf doen groeien, dat Mijn woorden geen lege mensenwoorden zijn, maar woorden van God. Voorwaar, wie dit hier uitgesproken bewijs niet in zijn hart ten deel zal vallen, die zal weinig of niets aan alle andere bewijzen hebben. Want, Mijn woorden zijn op zichzelf licht, waarheid en leven. Wie daarom Mijn woord hoort, het aanvaardt en ernaar leeft, die heeft Mij Zelf in zich opgenomen. Wie echter Mij opneemt, die neemt ook Hem op, die Mij in de wereld heeft gezonden, maar toch geheel één met Mij is. Want wat Ik wil, dat wil Hij ook! En Hij is geen ander dan Ik en Ik geen ander dan Hij, tot en met de huid, die ons beiden omgeeft. Als bij iemand, net als bij Mij, liefde en wijsheid in Één hart wonen, dan is hij als Ik en Degene die Mij in deze wereld heeft gezonden tot genezing en zaligmaking van allen, die in de Zoon des mensen zullen geloven! bron: GJE2-32

 

Één woord dat een engel in je eigen hart heeft gegeven, is voor je ziel heilzamer dan duizend woorden, die het oor van buitenaf heeft gehoord! Want wat je in het hart hoort is al van jou; wat je echter van buitenaf hoort, moet je je eerst nog eigen maken door het waarmaken van de gehoorde woorden. Want als je het woord in je hart hebt, terwijl je uitwendig toch nog zo nu en dan zondigt, doet je hart daaraan niet mee en dwingt je weldra tot het besef van de zonde en het berouw daarover, en daardoor ben je al geen zondaar meer. Als je echter het woord niet in het hart, maar slechts in het hoofd hebt, waar het door het oor is ingebracht, en je zondigt dan, dan zondigt het lege hart mee en dwingt je niet tot het besef van de zonde of het berouw daarover, en de zonde blijft in je, en je maakt je schuldig voor God en de mensen!Daarom, vriend, is het beter voor je om je geestelijke beschermers niet te zien zolang je in je lichaam moet blijven. Als je echter eens het lichaam verlaten zult, dan zul je ze als geest zonder meer eeuwig kunnen zien en aanraken ‑niet slechts deze twee, maar ontelbaar velen." GJE2‑40

 

Petrus zegt: 'Kijk, het woord en de daad van de Heer zijn heilig; hoe gelukkig zouden alle mensen op aarde zijn, als ze deze leer al hadden en er naar leefden! Maar er zijn zoveel haken en ogen, - O, wanneer zal deze leer een heilig gemeengoed van alle mensen op aarde zijn? En als de Heer bovendien nog het één en ander zal laten gebeuren, hoe zal dan binnenkort deze leer er uitzien?! Waarlijk, het zal nog gebeuren dat deze heerlijke zielenspijs op den duur nog in honden­ en varkensvoer verandert! Wel, broeder, dat is het wat mij mijn hoofd deed schudden en de schouders ophalen!'

 

Ik zeg: 'Petrus, laat dat! Je zult doen, wat je opgedragen wordt; en over de uitwerking heb je je geen zorgen te maken! Wat komen zal en in alle diepte der wijsheid en liefde op de een of andere manier komen moet, daarvan weet alleen de Vader en ook degene, aan wie de Vader openbaren wil, hoe, wanneer en waarom alles toegelaten wordt, opdat het gebeurt! GJE1-83 [1-5]

 

Alleen als het woord in het hart dringt wordt het levend, gaat al gauw de wil beheersen die het zwaartepunt van de liefde is, en drijft van daaruit de gehele mens aan tot de daad. En pas deze nieuwe mens in jullie zal je duidelijk vertellen, dat Mijn woorden werkelijk Gods woorden zijn, die nu en in alle tijden der tijden dezelfde macht, kracht en uitwerking hebben als eeuwigheden terug; want alles wat je ziet, voelt, ruikt, proeft en hoort, is oorspronkelijk slechts het Woord van God. GJE1-140 [11,13]

 

Jezus: De leer moet de waarheid rechtvaardigen. Wie in het vervolg niet door het woord zal leven, zal sterven door het gericht van datzelfde woord dat tot hem gesproken werd en dat hij niet geloofde en vertrouwde. Want Mijn woord is altijd de almachtige en voor alle eeuwigheid durende uiting van Mijn wil. Wie dus Mijn woord geheel in zich opneemt en strikt daarnaar handelt en leeft, die neemt daardoor Mij Zelf met al Zijn liefde, wijsheid, macht en kracht in zich op en is daardoor een waar Godskind geworden, aan wie de Vader in de hemel niets van wat Hij heeft zal onthouden. bron: GJE1-83

www.zelfbeschouwing.info