Meningen over wezen van de Heer

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]:  Tijdens een gezellige maaltijd werden de tongen losser gemaakt door de wijn en de gesprekken gingen over het wezen van de Heer. De meningen hierover liepen nogal uiteen, zelfs een aantal van de discipelen hielden Hem voor de Zoon van de allerhoogste. Toen Petrus mening hierom werd gevraagd zei hij, dat dit thema al eens eerder de aandacht had en dat hij toen publiekelijk over de Heer getuigde, dat Jezus de Zoon van de Allerhoogste is. (Opmerking: de Heer had destijds de belijdenis van Petrus goedgekeurd, omdat de Zoon voor ‘liefde’ staat, dus is Jezus de liefde van het allerhoogste in Zichzelf! ).

 

Johannes had tegen de uiteenlopende meningen nogal belangrijke bezwaren. ‘Volgens hem woont in Jezus de volheid van God, maar dan nu in lichamelijke vorm! Zijn lichaam is een middel tot een belangrijk doel. De Zoon is geen tweede persoonlijkheid, maar identiek in de Hem wonende Godheid. Het lichaam is als het ware de zoon van de ziel. Deze is gevormd door de ziel, maar blijft wel direct verbonden met de ziel’. Opmerking: ‘Is de ziel allegorisch “dood”, dan gaat natuurlijk ook het lichaam, het stoffelijk deel dood!’

 

Maar de ziel kan niet zomaar sterven en sterft normaliter ook niet, terwijl deze wel het lichaam kan verlaten. In dat geval sterft het lichaam en valt de materie uiteen. Johannes: ‘De mens wordt pas volledig mens als zijn geheel (lichaam en ziel) doordrongen is van de geest. Daarom zijn geest, ziel en lichaam volkomen met elkaar verbonden als eenzelfde persoon. Bovendien is de mens naar Gods evenbeeld geschapen. God als volmaakte Oergeest is slechts één God en nooit een drievoudige God of drie afzonderlijke personen’. Petrus wil nu daartegen wat rechtzetten en zegt: ‘Ik ben niet zo welbespraakt als jij, maar zo had ik het eigenlijk ook bedoeld’. Johannes: ‘Ja en nee, maar op jouw manier zal geen mens het begrijpen!’ Opmerking: Petrus heeft bovendien meerdere malen aangegeven, dat Jezus God Zelf is! ‘Deze materie zal altijd wel moeilijk te vatten zijn voor materieel denkende personen’.

 

Dan zegt de Heer tegen Petrus: ‘Het geloof kan veel, maar de liefde kan alles. Jij bent een rots in het geloof. Johannes echter is een zuiver diamant in de liefde. Zijn inzichten gaan dieper, dan bij iemand anders bij jullie. Hij is Mijn lievelingsschrijver. Hij zal nog veel bijzonderheden te schrijven krijgen. Liefde geeft ruimte voor veel dingen, maar het geloof beperkt zich tot iets bepaalds.  Petrus wordt een beetje verlegen. Diep in zijn binnenste is hij wat jaloers op Johannes. (Zie ook tekst: ‘Petrus, heb je Me lief?’ dat Jezus na Zijn opstanding aan hem vroeg.

 

Petrus vraagt dan Johannes waarom hij steeds een veel dieper inzicht heeft. Johannes: ‘Ik woon niet in jouw hart en jij niet in het mijne. Er is dus geen maatstaf om vast te kunnen stellen om welke reden mijn mening zuiver en beter is. Accepteer het antwoord van de Heer, want alleen Hij kan hart en nieren onderzoeken. Dus zal Hij ook wel haarfijn weten, wat voor verschillen er bestaat tussen onze harten. Met dit antwoord was Petrus ook tevreden. (GJE4-88)

www.zelfbeschouwing.info