Wereldzorgen onnodig

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: En de reden waarom Ik jullie allen dit nu vertel is, dat je alle onnodige zorgen uitbannen moet. Iedere wereldse zorg is toch een materiŽle band, waardoor een ziel zich vanuit het litteken van Adam verbindt met de materie! Hoe meer de ziel zich verbindt met de materie van haar vlees, des te meer moet de vorming van de eigenlijke geest van God in haar verkommeren. En hoe meer de ziel zich door haar zorgen verbindt met het lichaam, dat op zichzelf alleen maar een gericht, een ellendige noodzaak en tevens de dood zelf is, des te meer verliest zij het besef en de kennis van het eeuwige onvergan≠kelijke leven in haar. Hoe meer zij deze band echter loslaat, des te vrijer wordt zij weer in alles. En hoe meer zij zich dan verbindt met de goddelijke geest in haar, des te levendiger en helderder zal haar bewustzijn en de kennis van het eeuwige leven in de ziel worden.

 

Wie dus nog een grote vrees heeft voor de lichamelijke dood, heeft een ziel die sterk verbonden is met het vlees en uiterst zwak verbonden is met de geest. Een grote liefde voor het leven op deze wereld is een zeker teken, dat de ziel zich nog weinig bekommerd heeft om het eeuwige leven van haar geest in haar, en dat is de schuld van het oude litteken, dat Adam zichzelf en daardoor alle in zijn vlees verwekte zielen heeft toegebracht. Maar toch kan iedere ziel, als zij werkelijk wil, ook volledig genezen van dat kwade litteken. Want daarvoor heeft God al meteen in het bijzijn van Adam betrouwbare maatregelen getroffen, en Adam is zelf op het laatst van zijn leven weer bijna geheel genezen.

 

Daarom is hij ook lichamelijk getransformeerd, net als nog een paar aartsvaders van de aarde. Omdat hun nakomelingen zich echter vermengd hebben met de kinderen van niet genezen vaderen, bleef het oude kwaad van Adam toch, meer of minder krachtig zich manifesterend, als een kwelling steeds onder de mensen. Dat is ook de reden van de pijnlijke bevallingen bij de vrouwen, en ook van de meestal zeer pijnlijke wijze waarop het sterven bij mensen plaatsvindt. Want een natuurziel die al door de zaadstroom van de man verwond is, verbindt zich direct heel hardnekkig met het vlees van de moeder en moet tijdens de geboorte steeds met geweld, onder het verscheuren van allerlei banden, uit haar lichaam ter wereld komen. Maar kinderen zoals Isaac en nog een aantal anderen op deze wereld zijn volledig zonder dat de moeder pijn voelde ter wereld gekomen.

 

Zo gaat het ook bij het sterven. Mensen, die erg aan het aardse leven hangen, en bij wie al hun zorgen daarop gericht zijn, hebben al gedurende hun korte aardse leven veel te lijden. Vaak worden zij geestelijk en snel daarna zeker ook lichamelijk ziek en zeer beklagenswaardig, en voor het afscheid van het lichaam hebben zij altijd met vaak onverdraaglijke pijnen te kampen, en zij nemen onder een zware, alles verdovende pijn afscheid van hun lichaam. Die pijn blijft hen vaak na het scheiden van het lichaam nog zeer lang bij, vooral bij die zielen, die het op de wereld in hun lichamen heel goed en behaaglijk hadden.

 

Geheel anders gaat het met de zielen, die op de wereld tot de heilzame overtuiging zijn gekomen, dat alle schatten der aarde geen enkel nut hebben voor de ziel, omdat ze evenals het lichaam in de dood ondergaan, en zich daarom van het oude litteken van Adam zo veel mogelijk vrij hebben gemaakt. Als zij in plaats daarvan hun geest, de adem van God, in zich gevonden en met alle zorgvuldigheid verzorgd hebben ‑, behoeven zij voorlopig nog maar weinig lichamelijke ziektes door te maken.

 

Als het leven van de ziel eenmaal met haar geest verbonden is, zal haar lichaam ook langzaam maar zeker een geestelijker richting inslaan, en daarom ongevoeliger worden voor de indrukken van de uiterlijke materiŽle wereld; want iedere ziekte ontstaat gewoonlijk door het verbreken van een band met de wereld. In het kort gaat het zo: het lichaam wordt door de naar leven smachtende ziel gevuld met duizenden behoeften allerlei aard. Als het ingevolge klimatologische en vanwege duizend andere omstandigheden niet bevredigd kan worden, moet de een of andere band verbroken worden, en het lichaam wordt daarop al gauw ziek en lijdend, maar de ziel lijdt daar ook onder, omdat zij met haar lichaam de eigenlijke en ook de voornaamste draagster van pijn is.

 

Als de ziel echter haar lichaam, en daardoor zichzelf, gewend heeft aan zoveel mogelijk ontberingen uit het gebied van de wereldse dood, zullen er op het eind nooit zoveel banden tussen de dode goederen van de aarde en het lichaam meer aanwezig zijn, en dan is er dus maar weinig om onder veel pijn te verbreken. Als daardoor echter zoveel mogelijk redenen voor de ziekten van het lichaam zijn opgeheven, zou Ik wel eens willen weten waarvandaan deze dan nog in het lichaam en de gevoelige ziel zouden moeten komen. Ja, bij zulke mensen voelt het lichaam vrijwel geen pijn meer, ook al wordt het erg door gemene middelen uiterlijk gemarteld en gepijnigd. bron: GJE2-226

www.zelfbeschouwing.info