De voorspelling van het Grote Johannes Evangelie

 

In de Nieuwe Openbaringen van Johannes [via Jakob Lorber van de Heer ontvangen in 1850] en in Jesaja 2:4 verklaart „God-als-Jezus-Christus“ het volgende:

En Hij zal richten onder de heidenen  en bestraffen  vele  volken; en  zij  zullen  hun zwaarden  slaan  tot spaden en hun spiesen tot sikkels; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.’

 

'De Heer, die Ik ben in het woord, zal de heidenen richten en vele volkeren straffen.’ Wie zijn de heidenen en wie de volkeren? - De heidenen zijn al diegenen die de enige, ware God niet kennen en in Zijn plaats dode afgoden en de mammon van deze  wereld aanbidden en het meest vereren. Door zulke mensen wordt het jodendom aan alle kanten omringd, en waarheen jullie nu ook in de wereld willen gaan -naar de morgen, de middag of de avond -,jullie zullen niets dan allerlei verschillende heidenen aantreffen! Jullie weten echter, dat er nu van alle kanten van de wereld heidenen van hoge en lage stand en van dichtbij en van ver naar Mij zijn toegekomen. Zij hoorden Mijn woord en zagen Mijn tekenen, werden van geloof vervuld en namen Mijn leer aan, en Mijn woord richt en berecht nu onder hen, waardoor zij ophouden heidenen te zijn en overgaan tot het getal van de gezalfden van God en het getal van het ware volk van God.

 

Maar ook zij zullen niet blijven zoals zij nu onderricht en gevormd zijn; want weldra zullen er valse gezalfden onder hen opstaan, die ook tekenen doen, koningen en vorsten misleiden, zich weldra een grote wereldse macht toeëigenen en te vuur en te zwaard die mensen vervolgen die hen niet willen volgen, en zich uiteindelijk in vele sekten en partijen splitsen, en dat zijn dan de vele volkeren die Ik als Heer zal straffen vanwege hun liefdeloosheid, hun onwaarheid, hun egoïsme, hun hoogmoed, hun starheid, hun heerszucht en hun kwade getwist en wederzijdse vervolgingen en oorlogen. Vóór die tijd echter komen zal, zal er nog net zoveel tijd verstrijken als van Noach* (* opmerking: Noach stierf in 2145 voor Christus volgens het Gr.Ev.Joh.deel 8, hfdst.86,3; Genesis 5 en Genesis 9,29.) tot nu toe.

 

Zoals het echter ten tijde van Noach was, toen de mensen huwden en uitgehuwelijkt werden, grote feesten en feestmaaltijden hielden, zich hoog lieten vereren en verwoestende oorlogen voerden tegen hen die zich voor hun afgoden niet wilden buigen, zodat toen weldra de grote vloed kwam die alle daders van het kwaad verdronk, zo zal het ook in die toekomstige tijd gaan. Maar dan zal de Heer met het vuur van Zijn ijver en Zijn toorn komen en al die boosdoeners wegvegen van de aarde. Dan zal het gebeuren dat de gespaarde zuivere en goede mensen en de echte vrienden van de waarheid en het licht uit God, van de zwaarden ploegscharen, van de spiesen sikkels zullen maken en de krijgskunst helemaal op zullen geven; dan zal daarna geen echt gezalfd volk meer tegen het andere het zwaard opheffen, behalve de nog mogelijkerwijs in de woestenijen van de aarde overgebleven heidenen; maar ook die zullen vermaand worden en daarna van de aarde worden geveegd. Dan zal de aarde opnieuw gezegend worden. Haar bodem zal honderdvoudige vrucht dragen van alles, en de Oudsten zal de macht gegeven zijn over alle elementen.

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, oktober 2016– maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens