Vissen van de Hemel?  

     Niet slechts een fenomeen 

door  Klaus Opitz

 

In de pers verscheen kortgeleden een vermelding, nadat het in Mexico moet geregend hebben. Zo merkwaardig deze vermelding ook klinkt, het fenomeen is niet nieuw noch verzonnen. Jezus heeft deze verschijnselen via Jakob Lorber in het boek „Aarde en Maan“, in het  hoofdstuk „Man-vrouwelijke verwekkingen der Aarde en in volgende hoofdstukken verklaard.

 

De Persmelding:

 

„Op het eerste moment klinkt het naar een absurde melding: In Mexico moet het onlangs [vorige maand dinsdag] vissen geregend hebben. Maar de civiele bescherming van de stad Tampico in Noord-Mexico maakte bekend, dat de dieren in het echt van de hemel waren gevallen.’

 

Op hun facebooksite publiceerden medewerkers twee foto’s van een paar kleine vissen in een zak en een dode vis op het looppad. Bij een lichte regen waren vissen uit de hemel gevallen. Terwijl enkele buurtbewoners het fenomeen aanzagen voor een goddelijk teken, bestaat er volgens de wetenschappers over deze gebeurtenis zelfs een logische verklaring

 

                                   . https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/2b/Singapourfish.jpg

                                                    

Zij gaan er vanuit, dat Tornado’s bij krachtige windsterkte vissen, maar ook kikkers en vogels in de lucht kunnen trekken. De stormen, die over de wateren trekken, de zogenaamde waterhozen, en die dan zolang rondcirkelen, tot de dieren weer op de bodem vallen. Dat gebeurt trouwens dan niet zoals bij een echte regenval, dus in een stromende regen. Anders gezegd belandt valt hier en daar een klein dier uit de wolken. Het fenomeen is volgens de Library of Congress zelfs bij de antieken bekend. De krant van New York – de Times – bericht hierover pas enkele maanden geleden over een identiek voorval in Honduras.“ (volgens: www.focus.de van 4.10.2017)

 

Jezus in „Aarde en Maan“, kort tekstuittreksel:

 

De Aarde, als man en vrouw in één bezien, verwekt en baart hier op de veelvuldigste wijze…’ (Aarde en Maan.01_014,01)

                              

Dat de aarde werkelijk zaadjes van planten en dieren voort­brengt, kan men afleiden uit vele verschijnselen die aan de oppervlakte van de aarde plaatsvinden. Tot deze verschijnselen hoort bijvoorbeeld de oorspronkelijke groei van bossen op gebergten, evenals mos en grasgroei op de vroeger woeste steppen, waarop gedurende duizend jaren niets was gegroeid. Schimmels en zwammen hebben tot nu toe geen ander zaad. Dan hoort bij de verschijnselen die deze zaak verkla­ren ook het - alhoewel zelden, maar toch nog vaak genoeg voorko­mende - verschijnsel waarbij het graan en allerlei soorten koren re­gent; en vooral wordt deze zaak verduidelijkt door de niet zelden voorkomende vissen -, slangen - en paddenregen en dat soort verschijn­selen, waarvan geen wetenschapsman, als hij ook maar een klein beetje gezond verstand heeft, kan naspeuren of wellicht een wervel­wind ze van de aarde heeft opgelicht en op een andere plaats weer heeft neergeslingerd. Want dan zou hij op een of andere manier moeten kunnen aantonen, dat zich op de aarde zo' n plaats bevindt, waar deze wezens niet zelden triljoenvoudig voorhanden zijn geweest. En zou hij dat kunnen, dan zou daarmee alleen maar de bijzondere scheppingskracht van de aarde, dat ze uit zichzelf zoiets kan voortbrengen, des te opvallender bewezen zijn. [Maan en Aarde, hfdst. 14:17 e.v.]  

 

Deze verschijnselen treden schijnbaar zo op, dat men zou kunnen geloven dat ze als het ware verzamelingen van bepaalde wervelwinden waren, die zich dan in de lucht tot een kluwen verenigen en dan weer naar beneden vallen als de opstijgende kracht van de wind is afge­nomen. Maar voor iemand die wat dieper nadenkt, zal deze uitleg zeker niet voldoen. Want om kikkers, padden en slangen op te tillen, zou toch een ongewoon sterke wervelstorm of zelfs een zeer hevige wind­hoos nodig zijn. Als deze niet zo stevig gebouwde dieren echter zo aan de woede van de winden werden prijsgegeven, zouden ze ten eerste al eerder, voordat ze op de aarde neervielen, in kleine stukjes gescheurd zijn; en met het in leven blijven van zulke dieren zou het niet zo best gesteld zijn. Ten tweede zou zo'n windhoos om die dieren op te vissen uit een meer of moeras - dat vaak in de lengte en breedte meerdere uren gaans lang is - zelf een ontzaglijke doorsne­de moeten hebben en ook een zó krachtige werking, dat geen berg haar zou kunnen weerstaan en dat kan een wetenschappelijk onder­zoeker toch niet gemakkelijk aannemen. En ten derde zou zo'n wind of zo' n geweldige windhoos ook het water van het meer tot op het laatste druppeltje, ofwel het hele moeras meenemen, zodat er niet het kleinste zaadkorreltje achterbleef. Als deze dieren dan zouden neerregenen, dan moesten er ook water, modder en een menigte andere bestanddelen en planten naar beneden komen, wat echter ge­woonlijk bij deze zogenaamde amfibieënregen nooit het geval is. Deze verschijnselen ontstaan echter op de volgende manier.

 

De aarde brengt als dubbelwezen in één of andere streek [aarde-ingewanden] uit haar binnenste een talrijke hoeveelheid dergelijke eitjes voort. Deze eitjes zijn heel klein en worden gemakkelijk door de poriën en kanalen van de aarde-ingewanden naar buiten gedreven. Door de in hen aanwezige gistingsstof zetten ze hoe hoger ze komen, des te meer uit. Tenslotte zijn ze lichter dan de atmosferische lucht en stijgen dan, als zede aardoppervlakte be­reikt hebben, in de vorm van donkere nevels, als een luchtballon tot een bepaalde hoogte op, waar ze in een sterke elektrische stroming ge­raken. Dat gaat heel gemakkelijk, omdat ze door deze stroming zelf worden aangetrokken. In deze stroming rijpen ze dan snel en worden geboren, en dat niet zelden in een aantal van vele duizenden miljoenen. Omdat deze kleine diertjes zich dan echter door de elektrische stroming uit de lucht een specifiek zwaarder lichaam hebben gevormd dan de lucht zelf weegt, kunnen ze zich ook niet lang meer in de lucht ophouden, maar vallen omlaag naar de aarde; maar omdat ze toch tamelijk licht zijn, gaat het niet zo snel dat ze door zo'n val plotseling uit elkaar zouden springen en dus natuurlijk dadelijk gedood zouden worden. Ze komen steeds behouden en wel beneden aan en kunnen daarna nog enige uren leven.

 

Maar omdat de op deze wijze ontstane vormen een trap overslaan, wat niet in overeen­stemming is met de orde volgens welke intelligenties van het aarde­lichaam zich ontwikkelen, vergaan ze weer snel en verdwijnen uit het zichtbare leven; ze worden dan weer door de aarde opgezogen en in het plantenrijk gedreven. Hierbij is op te merken, dat zulke voort­brengselen dan eerder in het voormalig dierstadium overgaan dan wanneer zo' n dierstadium volgens de normale ordening eerst een heel legioen plantenlevens moet doormaken. Want men kan hier van ‘dierstadium’ spreken, omdat de dieren als zodanig al dadelijk uit de aarde zichtbaar worden als dierlijk wezen, maar toch eerst een stap terug moeten doen in het plantenrijk, voordat ze het intensief dierlijke karakter kunnen aannemen. [Aarde en Maan, hfdst. 15:1,2]  *) mineralen,  planten, dier, mens

 

[Redactionele opmerking: 200 n. Chr. kikkers en vissen

In het werk ‘Deipnosophistae’ (vrij vertaald; “Geleerden aan tafel”) maakt Athenaeus van Naucratis gewag van drie dagen aanhoudende stortbuien in de Griekse provincie Chersonesus waarbij er kikkers en vissen uit de lucht vielen. Volgens Athenaeus waren dat er zoveel dat wegen geblokkeerd raakten en deuren niet meer open konden. De dieren hebben, volgens zijn verslag, wekenlang voor een ondraaglijke stank gezorgd.]

[In zijn encyclopedie Naturalis Historia schreef de Romeinse schrijver Plinius de Oudere tussen het jaar 77 en 79 al over 'een storm van kikkers en vissen'. Het zou niet de laatste keer zijn dat dergelijke voorvallen zouden worden geregistreerd. In 1946 onderzocht de Amerikaanse wetenschapper. E.W. Grudger 78 gevallen van dierenregens en schreef daarover in het wetenschappelijk tijdschrift Science 'Alles dat verplaatst kan worden, kan door een windhoos worden opgezogen. Trekt de hoos over meren, beekjes of rivieren, dan kunnen ook kikkers, zoetwatervissen of slakken worden opgetild en meegenomen over land. Als de hoos uiteindelijk zijn kracht verliest, regent het behalve het opgezogen water ook vissen of kikkers.']

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, december 2017 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens