Vergelding of vergeving?

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Met straf zul je de mens, die je kwaad deed wel afschrikken, zodat hij het niet zo gemakkelijk meer proberen zal je kwaad te doen, - maar hij zal daardoor toch nooit je vriend worden. Heb je hem echter voor iets slechts dat hij tegen jou begaan heeft, te rechter tijd, toen hij in nood zat, een weldaad bewezen, dan zal hij de zonde die hij aan jou beging, inzien, deze diep berouwen en vanaf dat uur je beste vriend worden! En zo zal hij, door een hem voor zijn slechte daad bewezen weldaad, voor altijd verbeteren, maar een daarvoor ondergane straf zal hem tot jouw zestigvoudig ergere vijand maken!

 

Als de eerste aan jou begane zonde misschien slechts uit een soort moedwil en leedvermaak voortkwam, dan zal de tweede zonde uit toorn en wraak ontstaan. Jezus: Kun je je een vuur voorstellen, dat nog feller brandt dan dat van de leugen?! Wees bovendien goed voor hen, dan rennen ze straks met gloeiende kolen op hun hoofden weg! ‑Onthoudt dit goed! Vergeldt nooit slechtheid met slechtheid en kwaad met kwaad!í

 

Wat voor goeds kun je doen, als je kwaad met kwaad vergeldt?! Als je smakeloos eten kookt, doe je er verstandig aan, als je er goed zout, goede melk en goede honing aan toevoegt om het smakelijk te maken, en je zult het toch niet met gal en aloŽsap overgieten?! Als je aan een toch al goed gerecht nog iets beters toevoegt, zal niemand zeggen dat je een domheid begaat, maar als je een slecht gerecht met nog slechtere bijvoegsels slechter maken wilt dan het al is, dan moet je me toch toegev≠en, dat iedereen met een greintje verstand zou zeggen: 'Kijk nu eens wat die dwaas daar doet!' Zie je, dat is nog in sterkere mate met mensen het geval!

Als je het kwade van hen vergeldt met nog meer kwaad, stel jezelf dan eens de vraag, of het kwade van hen daardoor ooit in iets goeds verandert! Vergeld je het je aangedane kwade echter met iets goeds, dan zul je daardoor het kwade in je broeder verzachten en uiteindelijk een goede broeder van hem maken!

Als een heer een knecht heeft, die hij veel toevertrouwt, en deze knecht daarentegen, omdat hij de goedheid van zijn heer kent, zijn heer bedriegt en daarom een bestraffing verdient, ‑ zal de heer dan beter en zachtaardiger tegen zijn knecht worden, als deze boos wordt en zijn heer een smadelijk weerwoord geeft zodra de heer de knecht roept en hem zijn ontrouw verwijt? Nee, zeg Ik, dan wordt die heer pas echt boos op de trouweloze knecht en hij zal hem laten boeien en opsluiten!

Als de knecht echter, omdat hij ziet dat zijn heer hem voor zijn ontrouw wil straffen, voor zijn heer neervalt, hem zijn misstap berouwvol bekent en hem dan heel zachtmoedig en liefdevol om vergeving van zijn schuld vraagt, zal de heer dan ook zijn knecht op laten sluiten?! Nee, zeg Ik! Door de berouwvolle zachtmoedigheid van de knecht, zal de heer zelf zacht en toegeeflijk worden en zal hij de knecht niet alleen alles vergeven, maar hem daarbij ook nog goed doen.

Vergeldt daarom nooit kwaad met kwaad als jullie allen goed willen worden! Als je echter diegenen veroordelen en straffen zult, die tegen je zondigen, dan worden jullie uiteindelijk allemaal slecht, en in niemand zal er meer echte liefde of iets goeds zijn! De sterke zal het recht opeisen om degenen te straffen die zich niet aan zijn wetten houden; de slachtoffers zullen daarentegen op wraak zinnen en proberen de sterke te vernietigen.

Dan vraag Ik: Wat voor goeds komt hier uiteindelijk uit voort?! Veroordeel en verdoem daarom niemand, opdat je zelf niet eveneens veroordeeld en verdoemd wordt! Hebben jullie allemaal deze allerbelangrijkste les begrepen? Want zonder deze leefregel kan Mijn rijk in jullie nooit terrein winnen! bron: GJE1‑74

De heer is de voorspraak van de knecht. Heb elkaar lief en doe wel aan je vijanden, zegen hen die je vervloeken en bid voor hen die je verwensen! Vergeld kwaad met goed en leen je geld niet uit aan hen die veel rente kunnen betalen, dan zullen jullie de zegen en de genade van God in overvloed in je hebben. De maat waarmee je geeft zal ook de maat zijn waarmee je terugontvangt. Als de eerste aan jou begane zonde misschien slechts Uit een soort moedwil en leedvermaak voortkwam, dan zal de tweede zonde uit toorn en wraak ontstaan. Schijnt de zon niet net eender over goeden en kwaden, over rechtvaardigen en onrechtvaardigen en valt de vruchtbare regen niet net zo goed op het veld van de zondaar als op het veld van de onrechtvaardige? bron: GJE2-159

www.zelfbeschouwing.info