Verdriet

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Koning David had verdriet over het gemis van zijn beste vriend en ‘broeder’, de zoon van koning Saul, genaamd Jonathan. In 2 Sam.1:19,26,27 wordt hierover melding gemaakt: ‘Het verdriet verstikt me, Jonathan, je was mijn broeder en mijn beste vriend. Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van de vrouwen. Ach, dat de helden moesten vallen, dat jullie wapens in de strijd van Israël verloren moesten gaan!’ [GJE1-23-5]

 

Ik ben bereid om hen (Jozefs zonen) dadelijk tot hoofdopzichters te benoemen, want in deze stad mankeert het toch al sterk aan bouwkundigen. Egypte is in architectonisch opzicht allang niet meer wat het tot zo'n duizend jaar geleden was, in de tijd van de oude Farao's.' Jozef liet op wens van Cyrenius een een­voudig ontbijt maken van brood, honing, melk en enkele soorten vruchten.

 

Het Kindje riep echter Cy­renius bij Zich en sprak: 'Cyreni­us, je gaat dus naar de stad om waar dan ook noodlijdende bur­gers te helpen, en je wilt graag dat Ik bij je ben? Nu Ik wil dat wel doen, maar dan moet jij eerst naar Mij luisteren en je moet Mijn raad op­volgen! Want wie het meest in nood zijn, dat zijn toch wel diegenen, die door jou tot 24 uren doodsangst zijn veroordeeld. Je moet namelijk weten, dat Ik helemaal geen behagen schep in een al te groot verdriet van ellendige mensen. Laten we derhalve eerst daarheen gaan om die aller ongelukkigsten te helpen. Daarna kunnen we dan de minder ongelukkigsten in de stad en in de zeehaven bezoeken! Als je dat doet, dan ga Ik met je mee; doe je het niet, dan blijf Ik thuis! Want op mijn wijze ben ook Ik een Heer, Die kan doen wat hij wil, zonder me naar jou te hoeven voegen! Als je Mijn raad echter opvolgt, dan zal Ik mij wel aan je aanpassen.’ (bron: jeugd van Jezus, hfdst.73)

www.zelfbeschouwing.info