Vader en Zoon

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De Vader en de Zoon in God is vergelijkbaar met het licht en de warmte ervan. Deze zijn toch één, omdat warmte steeds licht doet ontstaan en licht weer warmte. Wat de Vader doet, dat doe Ik ook, want Ik en de Vader zijn in oorsprong Een. Wie Mij aanvaardt, die neemt ook de Vader aan; want de Vader is in Mij, zoals Ik ben in de Vader! Wie voor Mij iets doet, die doet het dus ook voor de Vader; en je kunt Mij daarom niets geven, wat je niet weldra honderdvoudig weer terugkrijgt! (GJE 1-4-13) -  (GJE 1-34-8)

 

De Heer - onze Vader - zal ons naar Zich toetrekken, zoals Hij de discipelen naar de Vader trok. Wie niet door de Vader getrokken wordt, die zal niet tot Hem, de Zoon, komen. In die tijd zal iedereen van God Zelf moeten leren Wie de Zoon is. En wie niet door God zal worden onderricht, die zal niet tot de Zoon komen en zal niet het eeuwige leven hebben. bron: GJE1-149

 

Want en wie is de Vader dan? De eeuwige liefde in God is de Vader! - Wat en wie is de Zoon dan? Wat uit het vuur van de liefde voortkomt, het licht, de wijsheid in God! Zoals echter liefde en wijsheid één zijn, zo zijn ook Vader en Zoon één. bron: GJE2-32

 

Wat zoudt u Mij willen geven, dat u niet tevoren had ontvangen van Mijn Vader, die in de hemel is. Maar als u het heeft ontvangen, hoe kunt u dan nu praten alsof u het niet zou hebben ontvangen? Wat wilt u Mij geven dat al niet van Mij was? Want wat van de Vader is, is ook van Mij; want Ik en de Vader zijn niet twee, maar Één! Ik zeg u: niets dan de wil is van uzelf, al het andere is echter van Mij. Als u Mij uw wil uit de oprechte liefde van uw hart geeft en als u gelooft dat Ik en de Vader geheel één zijn, dan heeft u Mij alles gegeven wat Ik van u kan verlangen!.

bron: GJE1-14

www.zelfbeschouwing.info