Toekomstgericht

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Twee duizend jaar geleden zei de Heer het volgende tegen Zijn leerlingen [discipelen]: ‘Er zal eens een tijd komen dat de mensen de levenskracht van de dampen van het water in graden zullen meten en zij zullen deze beteugelen, zoals de Arabieren hun paarden beteugelen en zij zullen deze kracht voor alle ongelooflijk zware werkzaamheden gebruiken. Ook voor de zwaarste wagen zullen zij de in het water verborgen levenskracht spannen en daarmee met de snelheid van een afgeschoten pijl wegrijden. Zij zullen ook voor de grote schepen de levenskracht van het water spannen en zij zal de schepen sneller dan de stormwind over de watergolven jagen, ja, tenslotte zelfs aan iedere storm het hoofd bieden en door zijn vergramde gezicht varen zonder enige schade van betekenis op te lopen’.

 

Slechts rotsen en zandbanken zullen voor zulke snelle schepen altijd nog gevaar en schade kunnen opleveren. Maar al snel na die tijd zal het er voor het leven van de mensen heel slecht uit gaan zien. De aarde zal onvruchtbaarder worden, grote duurte, oorlog en hongersnood zal ontstaan en het licht van het geloof in de eeuwige waarheid zal op vele plaatsen verflauwen en het vuur van de liefde zal uitdoven en bekoelen en dan zal het laatste vuurgericht over de aarde komen! Gelukkig dan degenen die hun levenswater nog niet ten behoeve van het aardse gewin hebben laten verdampen. Want als het grote vuur van het oordeel uit de hemel zal komen, zal het hen niet kunnen deren omdat hun eigen levenswater hen daarvoor zal beschermen.

 

Pas daarna zullen de echte levensvrede en Gods orde elkaar voor altijd de hand reiken en tweedracht en twist zullen niet meer voorkomen onder hen die de gezuiverde aarde zullen bewonen in gezelschap van Gods engelen. Hoewel onze vergane en gebrekkige lichamen het niet zullen zien, zullen onze innerlijk waarnemende en alles begrijpende zielen des te meer getuige zijn van alles wat ik nu heb gezegd. Morgen komt er weer een dag en Ik wil van te voren niet onderzoeken wat hij zal brengen, maar wat hij zal brengen, dat zullen wij allen aanvaarden. Het goede zal ons deelachtig worden en het kwade zullen wij weten af te zonderen. En kijk, zó zal het ook in de toekomst geschieden: er zal een machtig vuur uit de hemel over de gebeenten van de boosdoeners neerkomen, om ze tot stof en as te verteren! Driemaal zal de Heer rond­gaan om die brandhaarden op de wereld, en niemand zal Hem vra­gen of zeggen Heer waarom doet U dat? Pas tijdens die derde rond­gang zal ook de laatste bliksem van de toorn van de aarde worden teruggenomen! Pas daarna zullen de echte levensvrede en Gods orde elkaar voor altijd de hand reiken en tweedracht en twist zullen niet meer voorkomen onder hen die de gezuiverde aarde zullen bewonen in gezelschap van Gods engelen. Hoewel onze vergane en gebrekkige lichamen het niet zullen zien, zullen onze innerlijk waarnemende en alles begrijpende zielen des te meer getuige zijn van alles wat ik nu heb gezegd. GJE3-33 [2-6]

 (Bron: de jeugd van Jezus, hfdst. 210) - Bron: GJE2-80, 3-33 [2-6]

 

Ja, ik zou bijna met zekerheid durven zeggen, hoewel ik geen profetische gave heb, dat afgaande op mijn kennis van de mensheid uit de vrij verre omtrek van Azië, Afrika en Europa, van nu aan gerekend, binnen twee duizend jaar nog lang niet de helft van de aardse mensen zich in het licht van deze leer van U zal zonnen! - Heb ik gelijk of niet?' Ik zeg: 'In de aard van de zaak heb je volstrekt geen ongelijk. GJE1-81 [10]

 

IK zeg: " Allerliefste Jarah, dat is voor jou nog veel te moeilijk! Maar Ik zal je uit bijzonder grote liefde tot jou toch wat zeggen: Kijk, als Ik het weten wil, kan Ik natuurlijk al altijd al alles weten wat er van een mens terecht komt. Maar de mens moet als hij volwassen wordt geheel vrij en zelfstandig beslissen. Daarom trek Ik Mij op een bepaald moment terug van de mens en kijk niet naar wat hij met zijn vrijheid doet, behalve wanneer hij Mij dringend vraagt hem te helpen bij zijn vrije strijd tegen de wereld. Dan kijk Ik naar hem, help hem op de goede weg en geef hem bij de strijd tegen de wereld nieuwe kracht. GJE2-137 [16]

 

Kijk, ik wil voor jou dus ook geen blik in de toekomst werpen opdat je vrij blijft in je doen en laten, maar daarom leer Ik je nu opdat je je alles tijdens de verzoeking levendig zult mogen herinneren. Ook de beschermengel zal je dan alleen laten, maar wanneer je uit eigen kracht de wereld volledig zult overwonnen hebben, komt hij weer bij je en zal hij je in alles dienen. En kijk, zó zal het ook in de toekomst geschieden: er zal een machtig vuur uit de hemel over de gebeenten van de boosdoeners neerkomen, om ze tot stof en as te verteren! Driemaal zal de Heer rond­gaan om die brandhaarden op de wereld, en niemand zal Hem vra­gen of zeggen Heer waarom doet U dat? Pas tijdens die derde rond­gang zal ook de laatste bliksem van de toorn van de aarde worden teruggenomen! (bron: de jeugd van Jezus, hfdst. 210) - GE2-137 [17]

 

Morgen komt er weer een dag en Ik wil van te voren niet onderzoeken wat hij zal brengen, maar wat hij zal brengen, dat zullen wij allen aanvaarden. Het goede zal ons deelachtig worden en het kwade zullen wij weten af te zonderen. bron: GJE2-80

www.zelfbeschouwing.info