Tekenen [wonderen]

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Na Als de mens tekenen (wonderen) ziet, dan kan deze hem geestelijk doden. Zo moet de mens, mocht hij wonderen willen zien er dan ook zelf zorg voor dragen, dat hij zijn ziel en geest hierdoor niet schaadt. - Ik zeg: 'Jullie mensen zijn toch allemaal hetzelfde! Als je geen tekenen ziet, dan geloof je niet. Maar je wordt toch behouden als je gelooft vanwege de tekenen; maar als iemand, ondanks de tekenen die Ik doe, niet gelooft, dan is hij ten dode opgeschreven. In het vervolg zullen alleen die mensen behouden worden, die, zonder tekenen, slechts door de waarheid van Mijn woord zullen geloven en daarnaar zullen leven! Daardoor zullen deze het echte levende teken in zichzelf ontdekken, namelijk het eeuwige leven, en dat zal dan niemand meer van hen kunnen afnemen.

 

In hoofdstuk 15 zegt de Heer tegen de Farizeeërs: Er zullen weliswaar nog veel tekenen geschieden en u zult er nog ettelijke zien, maar zij zullen u niet levend maken, doch voor lange tijd doden. Wie de waarheid om de waarheid zelf niet wil erkennen en deze geen voldoende teken voor hem is, voor diegene is het beter dat hij blind blijft. Als hij door een teken gedwongen wordt de waarheid te aanvaarden, en dan toch de leer niet volgt, betekent het teken een dubbel gericht voor hem. Ten eerste is hij door het teken gedwongen de waarheid als waarheid te aanvaarden of hij deze in zijn blindheid nu ziet of niet - en ten tweede moet hij volgens de goddelijke ordening innerlijk duidelijk in een zwaarder strafgericht vallen, als hij niet handelt volgens de hem door dat teken opgedrongen waarheid, of hij de waarheid nu volledig als waarheid erkent of niet.

 

Want het gebeuren van het teken kan hij niet ontkennen, en dat is reeds voldoende; het begrip of het onbegrip is voor niemand een rechtvaardiging. Want als iemand ter bevestiging van de gehoorde waarheid een teken begeert en zegt: "Uw verhaal overtuigt mij weliswaar niet van de waarheid, maar als een bij de uitleg passend teken als bewijs daarvan wordt geleverd, wil ik die leer als volle waarheid aannemen!" Wel, dan kan de vrager, als hij vervolgens een teken krijgt, er niet meer omheen om de waarheid van de leer aan te nemen, of hij deze nu helemaal erkent of met, want het teken staat daar als een onloochenbaar bewijs voor hem.

 

Maar omdat zijn blindheid hem niet toestaat de totale waarheid te begrijpen, en hij naar zijn opvatting bij het volgen van de waarheidsleer in te grote levensmoeilijkheden zou kunnen komen, waaraan hij niet gewend is, denkt hij bij zichzelf: "Er zal wel iets waars in zitten, want anders was dat teken niet mogelijk geweest, maar het juiste ervan ontgaat mij. En handel ik volgens die leer, dan kost mij dat een ontzettende zelfverloochening. Daarom doe ik het liever niet en blijf bij mijn oude levenswijze, waar weliswaar geen buitengewone tekenen bij te pas komen, maar die desondanks toch erg prettig is!" Kijk, daarin ligt nu juist het strafgericht dat de verlanger van het teken over zichzelf heeft afgeroepen door het op zijn verlangen geproduceerde teken dat hem het onomstotelijke bewijs heeft geleverd, waartegen hij niets in kan brengen.

 

Omdat hij daarna toch doorgaat met zijn verkeerde levenswijze, wordt hij aldus een bestrijder van de eeuwige waarheid die hij dan ook in feite heel krachtig verwerpt, ondanks het feit, dat hij het onvernietigbare teken, dat hem als bewijs van de waarheid is gegeven, in geen eeuwigheid uit de weg kan ruimen alsof het niet behoorde bij de aan hem geopenbaarde waarheid. Daarom is met geen woorden uit te drukken, hoeveel beter het is, om voor het bewijzen van de waarheid nooit een teken te geven. Maar tot nut en voordeel van de mensen die geen tekenen vragen, kun je in stilte tekenen doen zoveel je wilt, en dat zal niemand tot zonde verleiden en nog minder een gericht voor hen zijn. Heb je echter vooraf tekenen ten bate van de mensen gedaan, dan mag je vervolgens aan de betreffende mensen ook wel een leer geven, als ze dat wensen; wensen zij dat echter niet, geef hen dan alleen een ernstige waarschuwing voor de zonde.

 

Maar geef geen verdere leer; dan zien degenen die geholpen zijn, je aan voor een magische dokter en brengt het teken hen niet in een verder gericht. Allen die macht gegeven werd om in geval van nood tekenen te doen, moeten deze raad van Mij getrouw opvolgen, als ze werkelijk het goede tot stand willen brengen. Vóór alles moet ieder zich ervoor hoeden om in een opwelling, of bij ergernis, een teken te geven! Want ieder teken kan en mag slechts op grond van zuivere en ware liefde en deemoed worden gegeven; komt het echter bij toorn of ergernis tot stand, hetgeen ook wel mogelijk is, dan heeft de hel al een aandeel daarin, en zo'n teken brengt dan niet alleen geen zegen, maar een vloek. - Ik zeg: 'Waarom wilt u altijd bewijzen? Wat heeft u toch een verkeerde instelling!

 

Weet u dan niet dat de tekenen niemand opwekken, maar alleen veroordelen?! Ik kwam echter niet naar u toe om te veroordelen, maar opdat u het eeuwige leven zou ontvangen als u in uw hart aan Mij geloofde! Er zullen weliswaar nog veel tekenen geschieden en u zult er nog ettelijke zien, maar zij zullen u niet levend maken, maar voor lange tijd doden.' Ik zeg u: 'Het is nu Pasen en Ik zal Mij gedurende deze tijd hier in Jeruzalem ophouden; als u in Mijn buurt blijft, dan zult u veel van die tekenen zien, waar u nu om vraagt! Maar pas er voor op dat de tekenen u niet doden!' De Joden verwonderden zich erg over wat Ik zei; Ik liet ze echter staan en ging met Mijn leerlingen de tempel uit naar buiten. De Joden volgden Mij heimelijk, want ze durfden Mij niet openlijk te volgen, omdat Ik over het 'doden door Mijn tekenen' gesproken had. Zij begrepen niet dat daarmee het doden van het geestelijk beginsel en niet het doden van het lichaam bedoeld werd, en zij hielden, net als alle welgestelden, erg veel van het aardse leven. GJE1-14:13 en 15:2, 16, en 1‑71 en 2‑3

www.zelfbeschouwing.info