De roeping van Swedenborg

Swedenborg gebruikte zijn middagmaal wat laat in een herberg, waar hij gewoonlijk zijn middagmaal nam en waar hij ook een eigen kamer had. Op een dag, toen hij weer zijn maaltijd benuttigde en met grote eetlust at, terwijl zijn gedachten al die tijd in beslag genomen werden door bespiegelingen over de hemelse dingen, die voor het begrip van de mensen verborgen waren.

Tegen het einde van de maaltijd bespeurde hij een soort wazigheid voor zijn ogen. Het werd duisterder en toen zag hij de grond bedekt met weerzinwekkende kruipende schepsels, zoals slangen en kikvorsen. Swedenborg verhaalde het volgende: ‘Ik stond verbaasd, want ik was in het volle bezit van mijn zinnen en had heldere gedachten. Ten slotte overheerste de duisternis en toen verdween het plotseling en ik zag een man in een hoek van de kamer zitten. Daar ik geheel alleen was, werd ik zeer beangstigd door zijn spreken, want hij zei: ‘Eet niet zo veel!’.  Opnieuw werd mij alles zwart voor de ogen, maar onmiddellijk trok het weg en ik merkte, dat ik alleen was in de spijzekamer. Zo’n onverwachte schrik verhaastte mijn terugkeer naar mijn kamer. Ik liet niets aan de waard merken, maar overwoog terdege wat er gebeurd was en kon er niet op terugzien als een toevalligheid of als veroorzaakt door een fysische reden.

Ik ging dus naar mijn kamer, maar des avonds vertoonde dezelfde man weer zich opnieuw voor mij. Ik was toen echter niet bevreesd. Hij zei, dat hij de Heer God was, de Schepper en Verlosser der wereld en dat Hij mij uitgekozen had om aan de mensen de geestelijke inhoud van de Heilige Schrift te verklaren en dat Hijzelf mij zou verklaren wat ik over dit onderwerp moest schrijven.

Toen, op diezelfde avond, werden de wereld der geesten, hel en hemel voor mij in volle overtuiging geopend. Ik herkende daar vele bekenden uit elke stand in het leven. En van die dag af gaf ik alle beoefening van wereldse letteren op en wijdde mijn werk aan geestelijke dingen’. [bron: Epos Swedenborg hoofdstuk 24]

De roeping van Swedenborg door de Heer vond plaats in het jaar 1743, toen hij in Nederland verbleef te Delft. In een brief, geschreven in 1769 op verzoek van de predikant Thomas Hartley, zegt Swedenborg hierover: ‘Ik ben geroepen tot een heilig ambt door de Heer Zelf, Die op de barmhartigste wijze aan mij Zijn dienstknecht, verscheen in het jaar 1743, toen Hij mijn gezicht opende en mij in staat stelde met geesten en engelen samen te zijn, in welke staat ik tot op deze dag gebleven ben. Van die tijd aan ben ik begonnen met het drukken en uitgeven van de onderscheidene Verborgenheden die door mij werden gezien of aan mij werden geopenbaard, betreffende de Hemel en de Hel, de staat van de mens na de dood, de geestelijke zin van het Woord, behalve vele andere hoogst belangrijke zaken, die voor de zaliging en de wijsheid bevorderlijk zijn. De enige reden voor mijn buitenlandse reizen was steeds mijzelf nuttig te maken, en de geheimen die aan mij ontvouwd werden, bekend te maken. Ik beschik over zoveel wereldlijke welvaart als ik nodig heb en ik zoek of wens niet meer’.

Over Swedenborg is veel te lezen in het Swedenborgse Nederlandstalige [digitale] blad – Ook gedeeltes in het Engels! Dit blad bestaat al tientallen jaren. Het is zeer de moeite waard daar een kijkje te nemen.  

http://www.swedenborg.nl/Swedenborgiana-Titelpaginas-vanaf2005.htm

http://www.swedenborg.de/index.html [Duitstalig]

http://www.swedenborg.com/emanuel-swedenborg/writings/#complete [Engelstalig]

 

www.zelfbeschouwing.info  - bron: Jakob Lorber Bulletin Internationaal, juni 2016 – maandelijks gratis tijdschrift voor de bewuste mens