Strijden is noodzakelijk

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Kijk, in een wereld waar een mens zich zelf moet vormen tot een waar kind van God, moet hem ook alle mogelijke goede en kwade gelegenheid ten dienste staan om de leer van God volledig uit te kunnen proberen! Het moet warm en koud zijn, opdat de rijke gelegenheid krijgt om zijn arme en naakte broeder van kleren te voorzien. Zo ook moeten er armen zijn, opdat de rijken zich ook in de barmhartigheid en de armen zich in de dankbaarheid kunnen oefenen. Evenzo moeten er sterken en zwakken zijn, om de sterken gelegenheid te geven de zwakken te on≠dersteunen en om de zwakken in de deemoed van hun harten te laten erkennen dat zij zwak zijn. Zo moeten er in zeker opzicht ook domme en wijze mensen zijn, omdat het licht van de wijzen anders voor niets zou zijn!

 

Als er geen slechten waren, waaraan zou de goede dan kunnen afmeten of, en in hoeverre hij werkelijk goed was?! Kortom in dit instituut voor zelfontwikkeling van mensen tot vrije kinderen van God moeten er zich zoveel mogelijk voor≠- en tegen situaties voordoen waardoor de kinderen zich grondig in alles kunnen oefenen en ontwikkelen, omdat ze anders onmogelijk ware, almachtige kinderen van de allerhoogste zouden kunnen worden! Neem maar van ons aan: Zolang een mens niet bij alle mogelijke zaken en omstandigheden met geheel eigen macht de satan van het gevechtsterrein verdrijven kan, is hij nog geen volledig kind van God!

 

Maar hoe zou hij ooit de overwinnaar van deze vijand kunnen worden, als men hem alle gelegenheid zou ontnemen om ook maar met een haar van de vijand in aanraking te komen? Ja, het ware rijk van God kost veel strijd terwille van de algehele vrijheid van het eeuwige leven, en daarom moeten jullie tussen hemel en hel gelegenheid krijgen om te vechten!" GJE2-59 [10-14] - Ieder leven is steeds een strijd met de dood, net zoals iedere beweging een voortdurende strijd is met de rust die steeds probeert te storen. GJE3-26 [12] - Het leven ontstond uit een geweldige strijd in God en is en blijft daarom een voortdurende strijd en kan slechts door de passende strijd in stand gehouden worden. GJE3-26 [12] en GJE2-172

 

Dergelijke zielen moeten tenslotte, als zij tot een echt eeuwig leven willen komen, in de zogenaamde geestenwereld veel groter strijd leveren en grotere beproevingen doorstaan dan de strijd, waar Ik voorheen slechts zijdelings gewag van maakte. Wie hier echter deze weg gaat, weliswaar onder de nodige inspanningen en met ware wijze levensernst, bereikt al in weinig jaren in alle waarheid, duidelijkheid en met volle zekerheid het eeuwige leven, hetgeen hij elders door de slaperige instelling van de ziel pas na enige honderden, of zelfs na vele duizenden jaren pas kan bereiken, als het goed gaat. Maar als er ook maar iets fout gaat, kan een hier of elders geheel bedorven ziel ook aeonen na aeonen genieten van een zeer miserabel droomleven, waarin zij, behalve zichzelf en haar zeer miserabele fantasiebeelden, niets waars of reŽels, of iets buiten zichzelf te zien krijgt.

 

Ondanks dat, doet zij toch bittere ervaringen op, die haar leren, dat zij omringd is door louter vijanden waartegen zij zich niet kan verweren, omdat zij die net zo min kan zien als op deze wereld een stekeblinde kan zien waarvandaan de vijand komt of waar andere gevaren hem wachten! Ik geef jullie voor deze wereld ook geen vrede, maar het zwaard; want door de strijd met de wereld en met alles wat zij je biedt, moet je je de vrijheid van het eeuwige leven bevech≠ten. Want Mijn rijk lijdt onder geweld en wie het niet met geweld tot zich trekt, die verovert het niet. Maar het is heel wat anders om leeuwen, tijgers en panters te temmen en ze om te vormen tot nuttige dieren! Als jullie echter al vrees hebben, vrees dan Hem die een ware Heer over leven en dood is en die de ziel van de mens kan verwerpen en aannemen. Want wie meent dat hij zijn vijand alleen maar kan overwinnen door hem te vernietigen, is een laffe strijder! bron: GJE1-201, 3-31

www.zelfbeschouwing.info