Straffen

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Want iedere straf als zodanig is geen waarheid, maar het tegendeel, omdat de straf niet uit de liefde, maar uit de toorn van de wet en de wetgever voortkomt. De toorn is zelf een oordeel; en in het oordeel is geen liefde. Maar waar geen liefde is, is ook geen waarheid. GJE1-70 - Er staat weliswaar in de Bijbel dat God niemand berecht en niemand straft, maar er staat ook, dat de Vader (als de liefde in God) het totale gericht aan Zijn Zoon heeft overgelaten (de Zoon is namelijk de wijsheid in God). Dit heeft echter het loon voor de gevolgen van Gods Woord; echter de straf is voor het tegen in handelen van de wet, die God in de Bijbel of Zijn Woord heeft gelegd. De wijsheid van God straft, want daarvoor staan er overvolle bewijzen in het Oude Testament ter beschikking. In het Nieuwe Testament zijn er genoeg voorbeelden van profeten, natuurcatastrofes en schokkende wereldgebeuren, die Hij op de Aarde laat ontstaan, om de mensen te verbeteren.

 

Houdt u daarom aan de zuivere liefde, en werk in haar waarheid en kracht, en u zult dan altijd de waarheid vinden en heel duidelijk gewaar worden dat er echt wel een algemene waarheid is, die niet alleen deze Aarde, maar de hele oneindigheid doordringt! GJE1-70 - Daarom nam de Heer nu voor u allemaal de harde Mozaïsche strafwet weg, opdat u zoveel te sneller meer voedingsbodem in uw hart zou krijgen. Want wie volgens de wet straft, heeft weinig of ook wel helemaal geen liefde; bij hem zal het goddelijke zaad van het woord daarom heel slecht gedijen! Degene echter, die gestraft wordt, bevindt zich toch al in het gericht, waarin geen liefde is, want het gericht is de dood van de liefde.

U kunt daarom beter niet klaar staan om de fouten van uw naasten te zien, maar het is beter inschikkelijk en geduldig met hen te zijn! En als ze in hun zwakheid iets van u verlangen, dan moet u ze niets onthouden, want zo vermeerdert zich de liefde in uzelf en evenzo in uw zwakke broeders! Als deze liefde eenmaal zowel in u als in uw broeders rijkelijk aan­wezig is, dan zal het goddelijke zaad goed in u gedijen en de zwakke zal dan in zijn sterkte u welwillend aanzien en u viervoudig vergelden, wat u hem in zijn zwakheid gegeven heeft. [GJE1‑43]

 

Een geheel willekeurig vastgestelde straf voor een vergrijp, zal het menselijke gemoed altijd verharden en verbitteren en van de mens een duivel maken, wiens wraaklust niet eerder zal uitdoven tot hij zich, hetzij nog in deze, maar heel zeker in de andere wereld op de ergste manier zal wreken, ‑ wat hem toegestaan moet worden, omdat hij anders in de hel van zijn eigen hart in der eeuwigheid niet zou zijn te verbeteren! bron: GJE2‑30

www.zelfbeschouwing.info