Wat gebeurt er tijdens het sterfproces?

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: De ziel heeft een substantie die bijna geestelijk is; zij zal vroeg of laat het lichaam moeten verlaten. Zolang het hart nog warm is van stervende is de mens nog niet helemaal dood. De wetenschap speelt hier ‘handig’ op in en maakt van deze warmte gebruik bij de explantatie van organen. Een hersendode, wiens organen worden ontnomen, is helmaal nog niet dood. In de afsluitende fase van het sterven gebeuren er heel veel dingen. De etherische of de fijnstoffelijke zenuwbanen worden van elkaar gescheiden en gevolgd door een definitief afbreken van de ziel uit haar lichaam. Jakob Lorber beschrijft het een en ander in de Grote Nieuwe Openbaringen [4-128] hoe dit precies in zijn werk gaat. 

 

De ziel stijgt op uit haar borstkuil, de plaats waar de ziel het lichaam gewoonlijk verlaat. Door helderzienden wordt dit vaak gezien als een soort nevel. Het heeft dan nog geen mensenvorm. Pas wanneer de ziel helemaal uit het lichaam is, zal zij alles wel netjes bij elkaar rapen en begint dan ook geleidelijk weer een mensenvorm te krijgen. De gestorvene komt dan meteen in een sfeer terecht die in overeenstemming is met zijn/haar denkwijze [of fantasie]. Geleidelijk echter zal deze in een degelijke werkelijkheid overgaan.  

 

Opmerking van de schrijver JL:

Het nevelige uiterlijk­ dat echter altijd nog een menselijke vorm heeft (weliswaar gerafeld, maar met de grootte en de globale vorm van een mens) is het gevolg van de grote benauwdheid van de ziel tijdens het moment van scheiding, waarbij zij van pure vrees en ontzetting enige ogenblikken helemaal buiten bewustzijn raakt. Het is een buitengewone krachtsinspanning van de scheidende ziel om zichzelf te handhaven in het haar bewuste bestaan. Al haar delen worden daardoor in een buitengewoon heftige trilling gebracht, wat maakt dat ook het geoefendste oog dat in staat is geesten te zien, geen herkenbare vorm kan ontdekken. Een natuurkundig voorbeeld hiervan zou de bassnaar van een harp kunnen zijn. Als je haar hard hebt aangeslagen zal zij gedurende enige tijd zo snel heen en weer gaan, dat je haar slechts als een doorzichtige nevelige draad zult zien. Als de snaar opgehouden is met trillen, wordt door de rust ook haar eigenlijke vorm weer zichtbaar.

 

Een soortgelijk verschijnsel geeft ook de aanblik van een zoemende vlieg, waarvan je de vleugels pas dan kunt waarnemen wanneer de vlieg is opgehouden met vliegen en daardoor ook met zoemen; in vliegende toestand heb je haar slechts als met een klein nevelwolkje omgeven gezien. Als de ziel op het moment van scheiden het verwoeste, verscheurde en verder niet meer bruikbare lichaam verlaat, vibreert zij vaak met trillingen ter grootte van een handbreedte en wel zo snel, dat je kunt aannemen dat zij in een enkel ogenblik duizendmaal heen en weer en op en neer gaat. Zolang de ziel zo in trilling is, is het voor een eventuele toeschouwer totaal onmogelijk ook maar iets van de menselijke vorm van de ziel waar te nemen. Na verloop van tijd komt de ziel meer en meer tot rust en wordt daardoor ook als menselijke vorm zichtbaar. Is zij echter ten slotte geheel in de rusttoestand gekomen die direct na de volledige afscheiding intreedt, dan is zij ook meteen in volmaakte menselijke vorm zichtbaar, vooropgesteld dat zij voordien door allerlei zonden niet te veel misvormd is. [Bron: GJE4-128]

www.zelfbeschouwing.info