Gestolen zielsperikelen

 

[via Jakob Lorber ontvangen in 1840 van de Heer]: Toen de Heer levendig aan het kruis werd genageld, toen werd deze verwonding aan Zijn stervend lichaam etherisch meegenomen en daarmee ook in Zijn verheerlijkt lichaam. Hij liet immers de ongelovige Thomas nadien Zijn wonden zien. Ook ieder mens zal in de geestelijke wereld met al zijn etherische (niet fysieke maar geestelijke) organen zichtbaar ter verschijning komen. Als deze organen, die tijdens het sterven beschadigd raken of organen, die zelfs weggenomen worden in een ´levende toestand´, dan heeft dat verstrekkende consequenties. Orgaantransplantatie heeft zowel gevolgen voor de gever als voor de ontvanger.

Voorwaarden van orgaanverwijdering

Op welke wijze organen van stervende mensen afgenomen wordt, kan men vinden onder de Duitse website:

http://www.organspende-aufklaerung.de/organspende_einfuehrung.html - Wil men bepaalde organen uit stervende mensen halen, dan is het een vereiste, dat het hart nog pompt en goed doorbloed is. Er zijn een heleboel regels opgesteld, wil men daaraan kunnen voldoen om bruikbare organen weg te nemen. Wat hierbij ontzien wordt is, dat er nog heel veel ´leven´ in de ´dode´ is. Bij een hersendode zijn geenszins alle hersenfuncties verdwenen. Volgens de geneeskunde heeft een hersendode nog voor 97% functies. Ieder mens die sterft wordt door een engel gehaald. In het boek Bisschop Martinus en in de Grote Openbaringen van de schrijver Jacob Lorber, lezen wij hier interessante aanwijzingen over. ´Zie, daar zijn we al en kijk, daar ligt onze man nog op zijn bed. Want zolang er nog warmte in het hart is, scheidt de engel de ziel niet van het lichaam. Deze warmte is de zenuwgeest die eerst geheel door de ziel moet worden opgenomen, voordat de algehele scheiding plaats kan vinden.

 

Maar nu heeft de ziel van deze man de zenuwgeest al volledig in zich opgenomen en de engel scheidt zojuist de ziel van het lichaam met de woorden: 'Ephata', wat betekent: 'ziel, open u; maar stof daal af in je vergankelijkheid om te worden ontbonden door het rijk van wormen en verrotting. Amen.’ (BM1-7) - In de hemel kan geen materie binnenkomen. Daarom lost de engel iedere stoffelijke spijs vooraf op in iets geestelijks en neemt daarvan dan alleen het zuiver geestelijke op. (opmerking: de engel die met de discipelen meeat!) De engel is een zuiver geestelijk mens uit de hemelen en is als zodanig ook een beeld van de hemel op heel kleine schaal.

 

'De spijzen komen overeen met ons wereldse mensen, nu nog begraven in onze materie. Die materie is weliswaar, net als deze spijzen, al goed voorbereid aan de vuurhaard van deze grote Meester, die ons dat geleerd heeft en Zich lichamelijk nog onder ons bevindt, - maar toch kunnen wij met deze lichamen van ons niet het hemelrijk binnengaan. Als wij echter door God geroepen worden de wereld te verlaten, dan zal een engel van God vooraf ook met ons doen, wat deze nu met de spijzen doet. Dat wil zeggen, hij zal in één ogenblik al het geestelijke uit de materie vrij maken. De materie geeft hij over aan de volledige ontbinding, maar de ziel en haar levensgeest en ook alles wat zich in de materie bevindt en bij de ziel behoort, zal hij, terwijl hij het samenvoegt tot een volmaakte mensenvorm, volgens de eeuwige onveranderlijke wil van God, naar de geestelijke wereld overbrengen!´ (GJE2-195-2).

www.zelfbeschouwing.info